Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · gisteren
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

16 december Korenaren uit de volle oogst

Geliefden Gods, en geroepen heiligen.
Romeinen 1:7

Juist het woord „heilige” is door de boosheid en goddeloosheid van de mens een woord van verwijt en verachting geworden. Maar God wil het eren; laat de mensen het onteren, als zij dat willen. God heeft er een kroon van heerlijkheid op gezet; laat de mensen het verachten, als zij dat kunnen. Er is geen voorrecht of zegen die God kan schenken, die zo groot en heerlijk is als dat Hij u kroont met de kroon van de heiligen. Hij kan u talloze titels geschonken hebben; Hij kan u met de grootste rijkdommen overladen hebben; rang, roem, talent, schoonheid, gezondheid, dat alles kan aan uw voeten zijn neergelegd. Maar wat zou dat alles zijn in vergelijking met het feit dat God u tot een heilige maakt?

Maar wat is het om een heilige te zijn? Het is geheiligd zijn door God de Vader, voor Hem afgezonderd om Zijn lof te verkondigen. Het is gewassen zijn in het verzoenend bloed en gekleed zijn in de rechtvaardigmakende gerechtigheid van de Zoon, en wedergeboren zijn door de Geest van God. Het is binnengeleid worden in een nieuwe wereld, doordat men verlost is uit de macht van de duisternis en overgebracht is in het koninkrijk van Gods lieve Zoon. Welk hart kan die staat van zaligheid bevatten, welke tong kan hem uitdrukken, de staat waartoe de verachte heiligen van God al in deze tijd verhoogd worden!

Zij zijn zonen en dochters van de Almachtige; juwelen in de Middelaarskroon van Jezus; leden van Zijn verborgen lichaam en als zodanig met onverbreekbare banden verenigd; zuilen in de tempel van God, die eeuwig blijven; schapen, verlost door kostbaar bloed; maagdelijke zielen, verloofd aan de Heere, het Lam. Zij zijn erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus, en voor hen zijn boven de hemelen woningen van heerlijkheid bereid. Daar zullen zij als overwinnaars met Christus op Zijn troon zitten en op gouden harpen de lof zingen van de Drie-enige God, in alle eeuwigheid.

De hemel looft, o Heer, uw wond’ren dag en nacht!
Uw waarheid wordt op aard’ de glorie toegebracht,
daar uw geheiligd volk van uwe trouw mag zingen.
Want wie is U gelijk bij al de hemellingen?
En welke vorsten ooit het aard’rijk moog’ bevatten,
wie hunner is, o Heer, met U gelijk te schatten?

Psalm 89:3

Aan de lezer…

Misschien schaamt u zich soms voor de naam die de wereld veracht. Laat de mensen het woord „heilige” onteren als zij dat willen; God heeft er een kroon van heerlijkheid op gezet. Geen titel, geen rijkdom, geen roem of gezondheid haalt het bij deze ene genade: door Hem tot een heilige gemaakt te worden. En dat is geen eigen heiligheid waarop u mag bogen, maar gewassen zijn in het verzoenend bloed en gekleed in de gerechtigheid van de Zoon.

Voelt u zich eerder een arme, verachte zondaar dan een zuil in de tempel van God? Juist de verachte heiligen van God zijn het die al in deze tijd zo verhoogd worden. Zijn zij niet schapen, verlost door kostbaar bloed? Zoek het dan niet in uzelf, maar in Hem Die u uit de macht van de duisternis wil overbrengen in het koninkrijk van Zijn lieve Zoon. Eens zullen Zijn heiligen met Christus op Zijn troon zitten en de Drie-enige God loven in alle eeuwigheid.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

16 december 365 dagen met Philpot

Gerechtigheden en sterkte

Men zal van Mij zeggen: Gewisselijk, in de Heere zijn gerechtigheden en sterkte; tot Hem zal men komen.
Jesaja 45:24

Niemand zal kunnen zeggen: „In de Heere zijn gerechtigheden en sterkte”, totdat er een einde is gekomen aan zijn eigen ellende, zijn beproevingen, zijn verzoekingen en zijn verwarringen. Tot dan zal men moeten wachten voordat men kan zeggen: „In de Heere zijn gerechtigheden en sterkte.” Zijn we dus zo verwaand dat we hoge gedachten over onszelf koesteren, zijn we starre Farizeeërs, zijn we niet bereid onze eigen vermeende goedheid op te geven? Reken er dan op dat er, waar Gods genade in het hart werkt, zulke diepe ontdekkingen in een mens zullen plaatsvinden dat hij zichzelf veracht. Hij wordt zo geschud en overhoop gehaald dat hij inziet wat hij is in de ogen van een heilige God.

Want voordat hij uit bevinding kan zeggen: „In de Heere zijn gerechtigheden en sterkte”, moet hij tot het inzicht zijn gekomen dat al zijn eigen gerechtigheid als vuile vodden is, die hij onder zijn voeten kan vertrappen. Dan is hij vastbesloten om op de Heere te zien en uitsluitend in Hem te rusten, en te zeggen: „In de Heere zijn gerechtigheden en sterkte.”

Niets is gemakkelijker voor mensen en niets komt vaker voor dan praten over gerechtvaardigd worden in Christus. Ze scheppen erover op dat ze die gerechtigheid in de Heere hebben. Maar als we naar hun leven kijken en hun gesprekken volgen, wat is er dan weinig te zien van een goddelijke droefheid over de zonde! Wat weten ze weinig van ontroostbaarheid en wroeging, wat zien we weinig in hen van een diepe kennis van de verdorvenheden van de natuur, wat weinig heilige eerbied of neiging tot godvruchtigheid! Er is weinig vrucht, en heel weinig verlangen om vrucht voort te brengen. Het is duidelijk dat ze weinig behoedzaam wandelen: ze leven niet in het besef dat het oog van Hem Die het geweten onderzoekt en de nieren proeft, op hen gericht is. Deze vruchten van de Geest verschijnen altijd wanneer er een genadewerk in de ziel gewrocht wordt.

Lezen: Jesaja 64

Aan de lezer…

Zegt u soms met de mond: „In de Heere zijn gerechtigheden en sterkte”, terwijl uw hart nog heimelijk rust op uw eigen goedheid? Het is zo gemakkelijk om over gerechtvaardigd worden in Christus te spreken. Maar waar Gods genade werkt, wordt een mens geschud en overhoop gehaald, totdat hij ziet wat hij is in de ogen van een heilige God, en al zijn eigen gerechtigheid als vuile vodden onder zijn voeten vertrapt.

Bent u zo ontbloot, en weet u niets meer om op te steunen? Wanhoop dan niet, want juist daar begint het ware zeggen van dit woord. Wie van zichzelf is afgebracht, mag op de Heere alleen zien en uitsluitend in Hem rusten. Hij geeft dan ook droefheid over de zonde, heilige eerbied en een behoedzaam wandelen voor Zijn aangezicht. Kom dan tot Hem met al uw ellende; in Hem zijn gerechtigheden en sterkte, en tot Hem zal men komen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

16 december Door Baca’s vallei

Niet ons, o Heere, niet ons, maar Uw Naam geef eer, om Uwer goedertierenheid, om Uwer waarheid wil.
Psalm 115:1

Veel lieve kinderen van God kunnen niet veel vertellen over vriendelijke bewijzen van Zijn genade, over vroegere aanrakingen van Zijn genadige hand en over de vernedering van het hart onder een besef van Zijn goedertierenheid en liefde. Toch voelen zij zich merkbaar ondersteund door wat hun geloof vastgrijpt en te zien krijgt, en toch geven zij God de eer. Soms ook, wanneer zij het gepredikte Woord horen en daaronder een zegen ontvangen, of wanneer een dierbare belofte met goddelijke kracht in hun ziel komt, of wanneer zij in het verborgen begunstigd worden en licht en leven in hun ziel stromen, dan zien zij zo’n heerlijkheid in wat hun op die manier is bekendgemaakt, dat zij God verheerlijken om wat zij zien en voelen.

Maar vooral wanneer de weg van de zaligheid voor hen ontsloten wordt, wanneer Christus door de kracht van God aan hen geopenbaard wordt, wanneer zij het wonderlijke plan van de zaligheid ontvouwd zien, namelijk hoe God rechtvaardig kan zijn en tegelijk de Rechtvaardiger van hem die in Jezus gelooft; en ook wanneer zij de grootheid zien van de verborgenheid van de Persoon van Christus, de gezegende oplossing van het vraagstuk waarmee hun geest zo bezig was geweest, dan geven zij vrij en volkomen alle eer aan God.

„Heere,” zeggen zij, „wie en wat ben ik, dat U medelijden met mij had, dat U mijn hart door genade wilde aanraken en Uw vreze in mijn hart wilde leggen; dat U mij leidde om te bidden en Uw aangezicht te zoeken; en dat U naar mijn arme zuchten wilde horen, mij hoop gaf op Uw genade en mijn ziel daarbij zegende met een openbaring van Uw lieve Zoon? O, wie en wat ben ik, dat ik zo begunstigd word, terwijl duizenden aan zichzelf overgelaten worden en in hun zonden omkomen? O, hoe heerlijk bent U! Wat een goedertieren God! Hoe doet Uw genade mijn hart smelten en vernedert Uw goedertierenheid mijn ziel! Aan Uw Naam alleen zij alle eer en lof, nu en tot in eeuwigheid.”

Hier wordt God de eer gegeven. Zo geeft het ware geloof altijd aan God de eer en wil het nooit een greintje lof voor zichzelf hebben. Het kent alle heerlijkheid toe aan God, als de Beginner en Voleinder, totdat de zegeningen hier uitlopen op de zegeningen daarboven, en de stromen van de genade op aarde uitmonden in de onbegrensde oceaan van de heerlijkheid in de hemel.

Aan de lezer…

Kunt u, bestreden ziel, niet veel vertellen over bijzondere bewijzen van Gods genade, en meent u daarom dat u erbuiten staat? Bedenk dan dat veel lieve kinderen van God er zo aan toe zijn, en toch worden zij merkbaar ondersteund door wat hun geloof vastgrijpt. Een woord dat u onder de prediking raakte, een belofte die met kracht in uw ziel kwam, een ogenblik van licht in het verborgen: het zijn evenveel redenen om te zeggen: „Niet ons, o Heere, niet ons.”

En is Christus u ooit geopenbaard als de Rechtvaardiger van hem die in Jezus gelooft, vraag dan met verwondering: „Wie en wat ben ik, dat U medelijden met mij had?” Dat is de taal van het ware geloof, dat geen greintje lof voor zichzelf zoekt. Geef Hem de eer van het begin en van het einde, want Hij Die hier de stromen van de genade laat vloeien, zal ze eens laten uitmonden in de onbegrensde oceaan van de heerlijkheid.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina