6 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
13 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Maar wij zien Jezus.
Hebreeën 2:9
Hebben uw ogen Hem ooit aanschouwd? Sla een blik in uw geweten — hebben uw ogen Hem daar ooit gezien? Ik bedoel niet uw natuurlijke ogen, de ogen uws lichaams, maar het oog des geloofs, het oog der ziel. Ik zal u zeggen wat gij gevoeld hebt, zo gij ooit Jezus hebt gezien. Uw hart werd verzacht en vertederd; uw genegenheden werden hemelwaarts getrokken; uw ziel werd doordrongen van dankbaarheid en lof; uw geweten werd besprengd met het bloed der verzoening; uw ziel verhief zich boven al het aardse, om in de schoot van de gezegende Immanuël te rusten en te blijven.
Gelooft gij nu Jezus te hebben gezien door het oog des geloofs? Dan hebt gij de volmaakte schoonheid, de meest zuivere beminnelijkheid gezien; gij hebt het beeld gezien van de onzienlijke God; gij hebt al de volmaaktheden, de heerlijke eigenschappen der Godheid zien uitblinken in Hem, Die genageld werd aan het kruis op Golgotha. Ik ben zeker dat zulk een gezicht het verhardste hart moet doen smelten en tranen ontlokken aan de meest versteende ogen; zulk een gezicht door het geloof van de schoonheid en heerlijkheid des eengeboren Zone Gods moet de warmste, heiligste stroom van tedere liefde doen ontbranden.
Lang kan het niet geduurd hebben. Zulke bevindingen zijn dikwijls zeer voorbijgaand. De wereld, de zonde, de verzoeking en het ongeloof werken spoedig; ontrouw valt ons spoedig aan; de dingen des tijds en der zinnelijkheid verlokken; maar zolang het duurde, waren de aandoeningen die het voortbracht, in meerder of minder graad van dien aard. Zo gij nu ooit Jezus gezien hebt door het oog des geloofs, en er ging ooit een tedere liefde van u uit tot Hem, dan zult gij Hem ook zien in Zijn heerlijkheid. Maar gij zult Hem nooit in heerlijkheid aanschouwen zo gij Hem niet in genade aanschouwd hebt; gij zult Hem nooit zien van aangezicht tot aangezicht in de eeuwige zaligheid, zo gij Hem hier op aarde niet hebt gezien in uw hart door het geloof van Gods uitverkorenen.
Zij komen aan, door godd’lijk licht geleid,
om ’t nakroost, dat de Heer wordt toebereid,
te melden ’t heil van zijn gerechtigheid
en grote daden.
Ps. 22:16
Aan de lezer…
Hebben uw ogen Hem ooit gezien, als u eens een blik in uw geweten slaat? Misschien was het maar kort. Een ogenblik werd uw hart verzacht, uw geweten besprengd, uw genegenheid hemelwaarts getrokken, en daarna kwamen de wereld, de zonde en het ongeloof weer zo spoedig terug dat u nu bijna niet meer durft te geloven dat het echt was. Wees niet te haastig om het weg te werpen; zulke bevindingen zijn dikwijls zeer voorbijgaand, en toch zijn zij niet minder waar.
Is er ooit een tedere liefde van u uitgegaan tot Hem, Die genageld werd aan het kruis op Golgotha, dan zult u Hem ook zien in Zijn heerlijkheid. En hebt u Hem nog nooit zo gezien, laat dit woord u dan niet rusten tot het oog des geloofs voor u geopend wordt. Wie Hem hier in genade aanschouwt, zal Hem eens zien van aangezicht tot aangezicht.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Maar wij zien Jezus.
Hebreeën 2:9
Hebben uw ogen Hem ooit aanschouwd? Kijk eens in uw geweten: hebben uw ogen Hem daar ooit gezien? Ik bedoel niet uw natuurlijke ogen, de ogen van uw lichaam, maar het oog van het geloof, het oog van de ziel. Ik zal u zeggen wat u gevoeld hebt als u Jezus ooit gezien hebt. Uw hart werd verzacht en vertederd. Uw genegenheden werden hemelwaarts getrokken. Uw ziel werd vervuld van dankbaarheid en lof. Uw geweten werd besprenkeld met het bloed van de verzoening. Uw ziel verhief zich boven al het aardse, om in de schoot van de gezegende Immanuël te rusten en te blijven.
Gelooft u nu dat u Jezus met het oog van het geloof gezien hebt? Dan hebt u de volmaakte schoonheid gezien, de zuiverste beminnelijkheid. U hebt het beeld van de onzichtbare God gezien. U hebt alle volmaaktheden, de heerlijke eigenschappen van de Godheid, zien uitstralen in Hem Die aan het kruis op Golgotha genageld werd. Ik ben ervan overtuigd dat zo’n gezicht het hardste hart moet doen smelten en tranen moet ontlokken aan de meest versteende ogen. Zo’n gezicht door het geloof op de schoonheid en heerlijkheid van de eniggeboren Zoon van God moet de warmste, heiligste stroom van tedere liefde doen ontbranden.
Lang kan het niet geduurd hebben. Zulke bevindingen zijn vaak erg vluchtig. De wereld, de zonde, de verzoeking en het ongeloof gaan al snel weer aan het werk. Ontrouw overvalt ons al snel, en de dingen van de tijd en van de zinnen lokken ons. Maar zolang het duurde, waren de gevoelens die het voortbracht in meerdere of mindere mate van die aard. Als u Jezus dan ooit met het oog van het geloof gezien hebt, en er ooit een tedere liefde van u naar Hem uitging, dan zult u Hem ook zien in Zijn heerlijkheid. Maar u zult Hem nooit in heerlijkheid aanschouwen als u Hem niet in genade aanschouwd hebt. U zult Hem nooit van aangezicht tot aangezicht zien in de eeuwige zaligheid, als u Hem hier op aarde niet in uw hart gezien hebt door het geloof van Gods uitverkorenen.
Zij komen aan, door godd’lijk licht geleid,
om ’t nakroost, dat de Heer wordt toebereid,
te melden ’t heil van zijn gerechtigheid
en grote daden.
Ps. 22:16
Aan de lezer…
Hebben uw ogen Hem ooit gezien, als u eens in uw geweten kijkt? Misschien was het maar kort. Een ogenblik werd uw hart verzacht, uw geweten besprenkeld en uw genegenheid hemelwaarts getrokken. Daarna kwamen de wereld, de zonde en het ongeloof zo snel terug dat u nu bijna niet meer durft te geloven dat het echt was. Wees niet te haastig om het weg te werpen; zulke bevindingen zijn vaak erg vluchtig, en toch zijn ze niet minder waar.
Is er ooit een tedere liefde van u uitgegaan naar Hem Die aan het kruis op Golgotha genageld werd, dan zult u Hem ook zien in Zijn heerlijkheid. En hebt u Hem nog nooit zo gezien, laat dit woord u dan geen rust geven totdat het oog van het geloof voor u geopend wordt. Wie Hem hier in genade aanschouwt, zal Hem eens zien van aangezicht tot aangezicht.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
But we see Jesus.
Hebrews 2:9
Did your eyes ever see Him? Do look into conscience—did your eyes ever see Jesus? I do not mean your natural, your bodily eyes; but the eye of faith, the eye of the soul. I will tell you what you have felt, if you ever saw Jesus. Your heart was softened and melted, your affections drawn heavenward, your soul penetrated with thankfulness and praise, your conscience sprinkled with atoning blood, your mind lifted up above all earthly things to dwell and center in the bosom of the blessed Immanuel.
Do you think, then, you have seen Jesus by the eye of faith? Then you have seen the perfection of beauty, the consummation of pure loveliness; you have seen the image of the invisible God; you have seen all the perfections and glorious character of the Godhead shining forth in Him Who was nailed to Calvary’s tree.
I am sure such a sight as that must melt the most obdurate heart, and draw tears from the most flinty eyes; such a sight by faith of the beauty and glory of the only-begotten Son of God must kindle the warmest, holiest stream of tender affection. It might not have lasted long. These feelings are often very transitory. The world, sin, temptation, and unbelief soon work; infidelity soon assails all; the things of time and sense soon draw aside; but while it lasted, such, in a greater or lesser degree, were the sensations produced.
Now, if you have ever seen Jesus by the eye of faith, and ever had a tender affection going out toward Him, you will see Him in glory. But you will never see Him in glory, if you have not seen Him in grace; you will never see Him eye to eye in the open vision of eternal bliss, unless you have seen Him now upon earth by the faith of God’s elect in your heart.
To the reader…
Have your eyes ever seen Him, if you look honestly into your conscience? Perhaps it was only briefly. For a moment your heart was softened, your conscience sprinkled and your affections drawn heavenward. Then the world, sin and unbelief came back so quickly that you now hardly dare to believe it was real. Do not be too quick to cast it away; such experiences are often very fleeting, and yet they are no less true.
If a tender love has ever gone out from you toward Him Who was nailed to the cross on Calvary, you will also see Him in His glory. And if you have never yet seen Him in that way, let this word give you no rest until the eye of faith is opened for you. Whoever beholds Him here in grace will one day see Him face to face.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Empero vemos a Jesús.
Hebreos 2:9
¿Le vieron alguna vez sus ojos? Mire en su conciencia: ¿vieron alguna vez sus ojos a Jesús? No me refiero a sus ojos naturales, a sus ojos corporales, sino al ojo de la fe, al ojo del alma. Le diré lo que usted ha sentido, si alguna vez vio a Jesús. Su corazón fue ablandado y derretido, sus afectos atraídos hacia el cielo, su alma penetrada de gratitud y alabanza, su conciencia rociada con la sangre expiatoria, su mente elevada por encima de todas las cosas terrenales para morar y reposar en el seno del bendito Emmanuel.
¿Cree usted, pues, que ha visto a Jesús con el ojo de la fe? Entonces ha visto la perfección de la hermosura, la consumación de la belleza pura; ha visto la imagen del Dios invisible; ha visto todas las perfecciones y el glorioso carácter de la Deidad resplandeciendo en Aquel que fue clavado en el madero del Calvario.
Estoy seguro de que una vista así tiene que derretir el corazón más obstinado y arrancar lágrimas de los ojos más duros como pedernal; una vista tal, por la fe, de la hermosura y la gloria del Hijo unigénito de Dios tiene que encender la más cálida y santa corriente de tierno afecto. Puede que no haya durado mucho. Estos sentimientos son a menudo muy pasajeros. El mundo, el pecado, la tentación y la incredulidad pronto obran; la infidelidad pronto lo asalta todo; las cosas del tiempo y de los sentidos pronto nos desvían; pero mientras duró, tales fueron, en mayor o menor grado, las sensaciones producidas.
Ahora bien, si usted ha visto alguna vez a Jesús con el ojo de la fe, y ha tenido alguna vez un tierno afecto que salía hacia Él, le verá en la gloria. Pero nunca le verá en la gloria si no le ha visto en la gracia; nunca le verá cara a cara en la visión abierta de la dicha eterna, a menos que le haya visto ahora en la tierra por la fe de los escogidos de Dios en su corazón.
Al lector…
¿Le han visto alguna vez sus ojos, si mira con sinceridad en su conciencia? Quizá fue solo por poco tiempo. Por un momento su corazón fue ablandado, su conciencia rociada y sus afectos atraídos hacia el cielo. Luego el mundo, el pecado y la incredulidad volvieron tan pronto que ahora apenas se atreve a creer que fue real. No lo deseche demasiado pronto; tales experiencias son a menudo muy pasajeras, y sin embargo no son por eso menos verdaderas.
Si alguna vez un tierno amor ha salido de usted hacia Aquel que fue clavado en la cruz del Calvario, también le verá en Su gloria. Y si todavía nunca le ha visto de esa manera, que esta palabra no le deje descansar hasta que le sea abierto el ojo de la fe. Quien le contempla aquí en la gracia, un día le verá cara a cara.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Bevinding
Ik schep de vrucht der lippen.
Jesaja 57:19
Het is even noodzakelijk dat de Heere de vrucht van de lippen schept om ze te uiten, als dat de Heere de vrucht van het hart schept om ze te ervaren. We hebben bijvoorbeeld soms geestelijke gevoelens die in ons gemoed opwellen, gisten en werken, maar we kunnen ze niet uiten. Ze zijn soms te diep om uitgedrukt te worden, „onuitsprekelijke zuchtingen” (Rom. 8:26), zoals de apostel zegt. Veel van Gods kinderen kunnen niet uitdrukken wat ze ervaren; ze hebben een heldere ervaring, maar spreken verward; ze weten wat bevindelijke waarheid en goddelijk onderwijs zijn, maar kunnen de ene niet verdedigen, noch het andere verklaren. De Heere moet derhalve niet alleen de geestelijke gevoelens scheppen, maar ook de geestelijke uitdrukkingen, opdat uit het hart, door de mond, de vrucht mag komen tot Zijn eer en lof.
De eerste gewaarwording die God gewoonlijk in de ziel schept, is een gevoel van haar eigen schuld, verderf en ellende; en de eerste vrucht van de lippen die Hij schept, voortkomend uit en overeenstemmend met deze geestelijke gewaarwording, is biechten. „Die zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar die ze bekent en laat, zal barmhartigheid verkrijgen” (Spr. 28:13). „Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid” (1 Joh. 1:9). Maar van alles wat vernederend is, is de biecht wel het vernederendst. Dat geldt vooral voor de mens.
We beseffen vaak dat we ongelijk hebben, maar we kunnen het niet bekennen. In ons hart is die ellendige trots en zelfrechtvaardiging vaak werkzaam, zodat iemand absoluut zijn fouten niet tegenover een medemens wil toegeven, terwijl zijn geweten hem aldoor veroordeelt. En dit is ook zo in geestelijk opzicht. Het is erg moeilijk om voor het aangezicht van God met een bekentenis te komen. De bekentenis moet als het ware uit ons worden geperst, uit ons hart geperst door zware lasten die op het geweten worden gelegd. Een eerlijke, van de hemel geleerde ziel weet dat het geen zin heeft God te misleiden met een schijnheilige biecht, en dat door de ongerechtigheid te biechten met de mond en haar te koesteren in de borst, alleen maar nóg een zonde wordt begaan.
Lezen: Jesaja 57
Aan de lezer…
Hier staat een woord voor wie iets op zijn geweten heeft liggen dat hij nog niet voor God heeft durven uitspreken. Wij weten vaak wel dat wij ongelijk hebben, maar onze trots en zelfrechtvaardiging houden de mond gesloten. Of misschien kunt u het wel voelen, maar niet zeggen; uw zuchten zijn te diep voor woorden, en u spreekt verward over wat u toch helder ondervindt. Wanhoop daar niet over. Dezelfde Heere Die de vrucht van het hart schept, schept ook de vrucht der lippen.
Vraag Hem dan om een eerlijke belijdenis, niet een schijnheilige biecht met de mond terwijl het hart de zonde nog koestert, maar een bekentenis die uit u geperst wordt door de last op uw geweten. Hij heeft gezegd: „Die ze bekent en laat, zal barmhartigheid verkrijgen.” En: „Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig.” Zo komt, uit het hart en door de mond, de vrucht tot Zijn eer en lof.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Ik schep de vrucht der lippen.
Jesaja 57:19
Het is even noodzakelijk dat de Heere de vrucht van de lippen schept om die te uiten, als dat Hij de vrucht van het hart schept om die te ervaren. We hebben bijvoorbeeld soms geestelijke gevoelens die in ons gemoed opwellen, gisten en werken, maar we kunnen ze niet uiten. Soms zijn ze te diep om uitgedrukt te worden, „onuitsprekelijke zuchtingen” (Rom. 8:26), zoals de apostel zegt. Veel van Gods kinderen kunnen niet uitdrukken wat ze ervaren. Ze hebben een heldere ervaring, maar spreken verward; ze weten wat bevindelijke waarheid en goddelijk onderwijs is, maar kunnen het ene niet verdedigen en het andere niet uitleggen. Daarom moet de Heere niet alleen de geestelijke gevoelens scheppen, maar ook de geestelijke uitdrukkingen, zodat uit het hart, door de mond, de vrucht mag komen tot Zijn eer en lof.
Het eerste besef dat God gewoonlijk in de ziel schept, is een besef van haar eigen schuld, verderf en ellende. En de eerste vrucht van de lippen die Hij schept, die uit dit geestelijke besef voortkomt en ermee overeenstemt, is belijdenis. „Die zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar die ze bekent en laat, zal barmhartigheid verkrijgen” (Spr. 28:13). „Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid” (1 Joh. 1:9). Maar van alles wat vernederend is, is belijden wel het meest vernederend. Dat geldt vooral voor de mens.
We beseffen vaak dat we ongelijk hebben, maar we kunnen het niet toegeven. In ons hart is vaak die ellendige trots en zelfrechtvaardiging werkzaam, zodat iemand zijn fouten absoluut niet tegenover een medemens wil toegeven, terwijl zijn geweten hem voortdurend veroordeelt. En zo is het ook in geestelijk opzicht. Het is erg moeilijk om voor het aangezicht van God met een belijdenis te komen. De belijdenis moet als het ware uit ons geperst worden, uit ons hart geperst door zware lasten die op het geweten gelegd worden. Een eerlijke, door de hemel geleerde ziel weet dat het geen zin heeft God te misleiden met een schijnheilige belijdenis. Zij weet ook dat wie de ongerechtigheid met de mond belijdt en haar in de borst koestert, alleen maar nóg een zonde begaat.
Lezen: Jesaja 57
Aan de lezer…
Hier staat een woord voor wie iets op zijn geweten heeft liggen dat hij nog niet voor God heeft durven uitspreken. Wij weten vaak wel dat wij ongelijk hebben, maar onze trots en zelfrechtvaardiging houden de mond gesloten. Of misschien kunt u het wel voelen, maar niet zeggen: uw zuchten zijn te diep voor woorden, en u spreekt verward over wat u toch helder ondervindt. Wanhoop daar niet over. Dezelfde Heere Die de vrucht van het hart schept, schept ook de vrucht der lippen.
Vraag Hem dan om een eerlijke belijdenis. Niet een schijnheilige belijdenis met de mond terwijl het hart de zonde nog koestert, maar een belijdenis die uit u geperst wordt door de last op uw geweten. Hij heeft gezegd: „Die ze bekent en laat, zal barmhartigheid verkrijgen.” En: „Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig.” Zo komt, uit het hart en door de mond, de vrucht tot Zijn eer en lof.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
I create the fruit of the lips.
Isaiah 57:19
It is as necessary that the Lord should create the fruit of the lips to utter it as that He should create the fruit of the heart to feel it. We sometimes, for instance, have spiritual feelings welling up, fermenting and working in our minds, but we cannot utter them. Sometimes they are too deep for expression, “groanings which cannot be uttered” (Romans 8:26), as the apostle says. Many of God’s children cannot express what they feel. They have a clear experience but a confused utterance; they know what experimental truth and divine teaching are, but can neither defend the one nor explain the other. Therefore the Lord must create not only the spiritual feelings but also the spiritual expressions, that out of the heart, through the mouth, the fruit may come to His praise and glory.
The first feeling which God usually creates in the soul is a sense of its own guilt, ruin and misery. And the first fruit of the lips which He creates, springing out of and corresponding to this spiritual feeling, is confession. “He that covereth his sins shall not prosper: but whoso confesseth and forsaketh them shall have mercy” (Proverbs 28:13). “If we confess our sins, He is faithful and just to forgive us our sins, and to cleanse us from all unrighteousness” (1 John 1:9). But of all things that are humbling, confession is perhaps the most humbling. This is especially so with man.
We often feel that we are in the wrong, but we cannot acknowledge it. That wretched pride and self-justification are often at work in our hearts, so that a man will by no means own his faults to a fellow man, while his conscience is all the time condemning him. And so it is in spiritual things. It is very hard to come with confession before the face of God. Confession must, as it were, be squeezed out of us, pressed out of our hearts by heavy burdens laid upon the conscience. An honest, heaven-taught soul knows that it is of no use to deceive God with a hypocritical confession. It knows, too, that whoever confesses iniquity with the mouth and cherishes it in the bosom only commits yet another sin.
Reading: Isaiah 57
To the reader…
Here is a word for anyone who has something lying on his conscience that he has not yet dared to speak out before God. We often know well enough that we are in the wrong, but our pride and self-justification keep the mouth shut. Or perhaps you can feel it, but not say it: your sighs are too deep for words, and you speak confusedly of what you nevertheless clearly experience. Do not despair about that. The same Lord Who creates the fruit of the heart also creates the fruit of the lips.
Ask Him, then, for an honest confession. Not a hypocritical confession with the mouth while the heart still cherishes the sin, but a confession pressed out of you by the burden on your conscience. He has said, “Whoso confesseth and forsaketh them shall have mercy.” And, “If we confess our sins, He is faithful and just.” So, out of the heart and through the mouth, the fruit comes to His praise and glory.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Crío fruto de labios.
Isaías 57:19
Es tan necesario que el Señor cree el fruto de los labios para expresarlo como que cree el fruto del corazón para sentirlo. A veces, por ejemplo, tenemos sentimientos espirituales que brotan, fermentan y obran en nuestra mente, pero no podemos expresarlos. A veces son demasiado profundos para expresarse, “gemidos indecibles” (Romanos 8:26), como dice el apóstol. Muchos de los hijos de Dios no pueden expresar lo que sienten. Tienen una experiencia clara pero un hablar confuso; saben lo que es la verdad experimental y la enseñanza divina, pero no pueden ni defender la una ni explicar la otra. Por eso el Señor debe crear no solo los sentimientos espirituales sino también las expresiones espirituales, para que del corazón, por la boca, el fruto venga para Su alabanza y gloria.
El primer sentimiento que Dios suele crear en el alma es un sentido de su propia culpa, ruina y miseria. Y el primer fruto de los labios que Él crea, que brota de este sentimiento espiritual y le corresponde, es la confesión. “El que encubre sus pecados, no prosperará: mas el que los confiesa y se aparta, alcanzará misericordia” (Proverbios 28:13). “Si confesamos nuestros pecados, Él es fiel y justo para que nos perdone nuestros pecados, y nos limpie de toda maldad” (1 Juan 1:9). Pero de todas las cosas que humillan, la confesión es quizá la más humillante. Esto es así especialmente ante el hombre.
A menudo sentimos que estamos en falta, pero no podemos reconocerlo. Ese miserable orgullo y esa justificación propia obran a menudo en nuestro corazón, de modo que un hombre de ninguna manera admitirá sus faltas ante su prójimo, mientras su conciencia lo condena todo el tiempo. Y así sucede en las cosas espirituales. Es muy difícil venir con confesión ante el rostro de Dios. La confesión tiene que ser, por así decirlo, exprimida de nosotros, sacada a presión de nuestro corazón por pesadas cargas puestas sobre la conciencia. Un alma honrada, enseñada del cielo, sabe que de nada sirve engañar a Dios con una confesión hipócrita. Sabe también que quien confiesa la iniquidad con la boca y la acaricia en el pecho solo comete un pecado más.
Lectura: Isaías 57
Al lector…
He aquí una palabra para cualquiera que tiene algo sobre su conciencia que aún no se ha atrevido a expresar ante Dios. A menudo sabemos bien que estamos en falta, pero nuestro orgullo y nuestra justificación propia mantienen la boca cerrada. O quizá usted puede sentirlo, pero no decirlo: sus suspiros son demasiado profundos para las palabras, y habla confusamente de lo que, sin embargo, experimenta con claridad. No se desespere por ello. El mismo Señor que crea el fruto del corazón crea también el fruto de los labios.
Pídale, pues, una confesión honrada. No una confesión hipócrita con la boca mientras el corazón aún acaricia el pecado, sino una confesión arrancada de usted por la carga sobre su conciencia. Él ha dicho: “El que los confiesa y se aparta, alcanzará misericordia”. Y: “Si confesamos nuestros pecados, Él es fiel y justo”. Así, del corazón y por la boca, el fruto viene para Su alabanza y gloria.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Bewaart uzelf in de liefde Gods.
Judas 21
Wanneer Christus door de kracht Gods aan onze ziel is bekend geworden, dan hebben wij onderwijs uit Gods Woord in Hem, en blijdschap en verlossing in Hem. „Gelijk gij Christus Jezus, de Heere, hebt aangenomen, wandelt alzo in Hem.” Wij nemen Hem aan als de Zoon des Vaders in waarheid en liefde; wij nemen Hem aan als gepast voor onze behoeften en ellenden; wij nemen Hem aan als Die de zonde door Zijns Zelfs offerande wegneemt en Die Zichzelf in onze harten beminnelijk maakt door de zoete openbaring van Zijn Persoon, goedheid en liefde. Nu, zolang Christus en de ziel tezamen gaan, is er geen plaats voor dwaling en voor de zonde. Hij maakt de ziel teder, het hart oprecht, de geest verbroken en berouw hebbend, de waarheid dierbaar, de zonde hatelijk, walgelijk en verfoeilijk. En gedurende de tijd dat Hij en de ziel tezamen wandelen, blijft de zonde ver en vindt het kwaad geen ingang, dat wil zeggen: het krijgt geen plaats in het hart ingeruimd.
Doch de zonde is listig. Zij stelt zich aan ons redenerend vermogen voor, en als wij het gezicht op Christus verliezen, dan kruipt de zonde gemakkelijk in, of een bijzondere lust, of iets goddeloos; en geleidelijk schijnt het kracht en invloed te verkrijgen. Bij stukjes en beetjes verliezen wij de kracht van ons geloof, de vrijmoedigheid der hoop en de zoete genegenheden der liefde, en zo geraken wij in een koude, vleselijke, zorgeloze, levenloze gestalte, waarin wij openliggen voor de inval der zonde en de verzoekingen van satan, die zich voordoet als een engel des lichts of als een engel der duisternis.
Maar nu komt Judas en zegt: „Bewaart uzelf in de liefde Gods.” En dan zal ik u zeggen, indien gij naar mij luisteren wilt, hoe gij dit doen moet. Gij moet uzelf opbouwen in het allerheiligst geloof. God heeft een fundament voor u gelegd in Zijn heilig Woord, en Hij heeft Christus als een fundament in uw ziel gelegd. Dit is een zeer sterk fundament. God Zelf heeft het erin gelegd. Het is zeer betrouwbaar en kan elk gewicht dragen, wat er ook op gelegd wordt.
En daarom moet gij uzelf bouwen op dat allerheiligst geloof, als gij een godsdienst hebben wilt die onwankelbaar is. Indien uw godsdienst, of enig deel daarvan, zich grondt op een ander fundament, dan zal hij geen stand houden. Maar indien gij uzelf op uw allerheiligst geloof bouwt, dan zal het niet wankelen, omdat het rust op het fundament en daarmede in overeenstemming is.
Aan de lezer…
Lezer, merkt u dat het koud geworden is in uw ziel? Niet ineens, maar bij stukjes en beetjes: wat minder kracht in het geloof, wat minder vrijmoedigheid in de hoop, wat minder zoetheid in de liefde? Zo gaat het wanneer wij het gezicht op Christus verliezen; de zonde is listig en kruipt dan gemakkelijk in. Het is een eerlijke en bittere bevinding, en u bent niet de enige die haar kent.
Maar hoor wat Judas zegt: „Bewaart uzelf in de liefde Gods.” Bouw u daarom op in het allerheiligst geloof, op het fundament dat God Zelf in Zijn Woord en in uw ziel gelegd heeft. Dat fundament is niet weggezakt toen uw gestalte koud werd; het kan elk gewicht dragen. Zolang Christus en de ziel tezamen gaan, wordt het hart weer teder en de zonde weer hatelijk. Zoek dan opnieuw Zijn gezelschap.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Bewaart uzelf in de liefde Gods.
Judas 21
Wanneer Christus door de kracht van God aan onze ziel bekend is geworden, dan hebben wij onderwijs uit Gods Woord in Hem, en blijdschap en verlossing in Hem. „Gelijk gij Christus Jezus, de Heere, hebt aangenomen, wandelt alzo in Hem.” Wij nemen Hem aan als de Zoon van de Vader in waarheid en liefde. Wij nemen Hem aan als passend bij onze behoeften en ellenden. Wij nemen Hem aan als Degene Die de zonde wegneemt door de offerande van Zichzelf, en Die Zich in onze harten beminnelijk maakt door de zoete openbaring van Zijn Persoon, goedheid en liefde.
Zolang Christus en de ziel samen gaan, is er geen plaats voor dwaling en voor de zonde. Hij maakt de ziel teder, het hart oprecht, de geest verbroken en berouwvol, de waarheid dierbaar, en de zonde hatelijk, walgelijk en verfoeilijk. En zolang Hij en de ziel samen wandelen, blijft de zonde ver weg en vindt het kwaad geen ingang; dat wil zeggen: het krijgt geen plaats in het hart.
Maar de zonde is listig. Zij stelt zich voor aan ons verstand, en als wij het gezicht op Christus verliezen, kruipt de zonde gemakkelijk binnen, of een bepaalde lust, of iets goddeloos; en geleidelijk lijkt het kracht en invloed te krijgen. Beetje bij beetje verliezen wij de kracht van ons geloof, de vrijmoedigheid van de hoop en de zoete genegenheden van de liefde. Zo raken wij in een koude, vleselijke, zorgeloze en levenloze gestalte, waarin wij openliggen voor de inval van de zonde en de verzoekingen van satan, die zich voordoet als een engel van het licht of als een engel van de duisternis.
Maar nu komt Judas en zegt: „Bewaart uzelf in de liefde Gods.” Als u naar mij wilt luisteren, zal ik u zeggen hoe u dat moet doen. U moet uzelf opbouwen in het allerheiligst geloof. God heeft voor u een fundament gelegd in Zijn heilig Woord, en Hij heeft Christus als een fundament in uw ziel gelegd. Dat is een zeer sterk fundament. God Zelf heeft het erin gelegd. Het is zeer betrouwbaar en kan elk gewicht dragen, wat er ook op gelegd wordt.
Daarom moet u uzelf bouwen op dat allerheiligst geloof, als u een godsdienst wilt hebben die onwankelbaar is. Als uw godsdienst, of een deel daarvan, op een ander fundament gegrond is, dan zal hij geen stand houden. Maar als u uzelf bouwt op uw allerheiligst geloof, dan zal hij niet wankelen, omdat hij op het fundament rust en ermee in overeenstemming is.
Aan de lezer…
Lezer, merkt u dat het koud geworden is in uw ziel? Niet ineens, maar beetje bij beetje: wat minder kracht in het geloof, wat minder vrijmoedigheid in de hoop, wat minder zoetheid in de liefde? Zo gaat het wanneer wij het gezicht op Christus verliezen; de zonde is listig en kruipt dan gemakkelijk binnen. Het is een eerlijke en bittere bevinding, en u bent niet de enige die haar kent.
Maar hoor wat Judas zegt: „Bewaart uzelf in de liefde Gods.” Bouw uzelf daarom op in het allerheiligst geloof, op het fundament dat God Zelf in Zijn Woord en in uw ziel gelegd heeft. Dat fundament is niet weggezakt toen uw gestalte koud werd; het kan elk gewicht dragen. Zolang Christus en de ziel samen gaan, wordt het hart weer teder en de zonde weer hatelijk. Zoek dan opnieuw Zijn gezelschap.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“Keep yourselves in the love of God.”
Jude 21
When Christ is made known to our soul by the power of God, we have views of truth in Him, of happiness in Him, and of deliverance. “As you have therefore received Christ Jesus the Lord, so walk in Him.” We receive Him as the Son of the Father in truth and love; we receive Him as suitable to our needs and woes; we receive Him as putting away sin by the sacrifice of Himself, and endearing Himself to our heart in the sweet manifestation of His Person, goodness, and love. Now as long as Christ and the soul are together, there is no place for error, and no place for evil. He makes the soul tender, the heart upright, the spirit broken and contrite, truth precious, error hateful, and sin loathsome and detestable. And while He and the soul are engaged together, error cannot approach nor evil find an entrance, so as to get any standing-ground in the heart.
But error is very subtle; it addresses itself to our reasoning powers; and when we lose sight of Christ, then error very easily creeps in; or if not error, some special lust, or something ungodly, seems by degrees to obtain power and influence, and we gradually decline from the strength of faith, the confidence of hope, and the sweet affections of love, and drop, it may be, into a cold, carnal, careless, lifeless state, where we lie open to the invasion of error and the temptations of Satan as an angel of light or an angel of darkness.
But now Jude comes and says, “Keep yourselves in the love of God; and I will tell you, if you will listen to me, how you shall do it. You must build up yourselves on your most holy faith.” God has laid a foundation for your faith in His holy Word; He has laid Christ as a foundation in your own soul. That is a very strong foundation; it is of God’s own laying. It is very solid; it will bear any weight laid upon it.
And therefore you must build up yourselves upon that most holy faith if you would have a religion which stands; because if your religion, or any part of your religion, be built upon another foundation, it will not stand. But if you build up yourselves on your most holy faith, then everything you build upon it will stand, because it rests upon the foundation, and is in harmony with it.
To the reader…
Reader, do you notice that it has grown cold in your soul? Not all at once, but little by little: a little less strength in faith, a little less confidence in hope, a little less sweetness in love? That is how it goes when we lose sight of Christ; sin is subtle and then easily creeps in. It is an honest and bitter experience, and you are not the only one who knows it.
But hear what Jude says: “Keep yourselves in the love of God.” Build yourself up, therefore, on your most holy faith, on the foundation that God Himself has laid in His Word and in your soul. That foundation did not give way when your frame grew cold; it can bear any weight. As long as Christ and the soul walk together, the heart becomes tender again and sin hateful again. Seek, then, His company once more.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Conservaos en el amor de Dios.”
Judas 21
Cuando Cristo es dado a conocer a nuestra alma por el poder de Dios, tenemos visiones de la verdad en Él, de la felicidad en Él y de la liberación. “Por tanto, de la manera que habéis recibido al Señor Jesucristo, andad en Él.” Lo recibimos como el Hijo del Padre en verdad y amor; lo recibimos como adecuado a nuestras necesidades y aflicciones; lo recibimos como Aquel Que quita el pecado por el sacrificio de Sí mismo, y Se hace amado a nuestro corazón en la dulce manifestación de Su Persona, Su bondad y Su amor. Ahora bien, mientras Cristo y el alma están juntos, no hay lugar para el error ni lugar para el mal. Él hace tierna al alma, recto al corazón, quebrantado y contrito al espíritu, preciosa la verdad, aborrecible el error, y el pecado repugnante y detestable. Y mientras Él y el alma están ocupados el uno con el otro, el error no puede acercarse ni el mal hallar entrada de modo que obtenga terreno firme en el corazón.
Pero el error es muy sutil; se dirige a nuestras facultades de razonamiento; y cuando perdemos de vista a Cristo, el error se introduce muy fácilmente; o si no el error, alguna concupiscencia especial, o algo impío, parece obtener poco a poco poder e influencia, y vamos decayendo gradualmente de la fuerza de la fe, de la confianza de la esperanza y de los dulces afectos del amor, y caemos quizá en un estado frío, carnal, descuidado y sin vida, en el que quedamos expuestos a la invasión del error y a las tentaciones de Satanás, como ángel de luz o como ángel de tinieblas.
Pero ahora viene Judas y dice: “Conservaos en el amor de Dios; y os diré, si queréis escucharme, cómo lo haréis. Tenéis que edificaros sobre vuestra santísima fe.” Dios ha puesto un fundamento para su fe en Su santa Palabra; ha puesto a Cristo como fundamento en su propia alma. Ese es un fundamento muy fuerte; es Dios mismo quien lo ha puesto. Es muy sólido; soportará cualquier peso que se ponga sobre él.
Y por tanto tiene usted que edificarse sobre esa santísima fe si quiere tener una religión que permanezca; porque si su religión, o alguna parte de su religión, está edificada sobre otro fundamento, no permanecerá. Pero si se edifica sobre su santísima fe, entonces todo lo que edifique sobre ella permanecerá, porque descansa sobre el fundamento y está en armonía con él.
Al lector…
Lector, ¿nota usted que se ha enfriado su alma? No de golpe, sino poco a poco: un poco menos de fuerza en la fe, un poco menos de confianza en la esperanza, un poco menos de dulzura en el amor? Así sucede cuando perdemos de vista a Cristo; el pecado es sutil y entonces se introduce con facilidad. Es una experiencia sincera y amarga, y usted no es el único que la conoce.
Pero escuche lo que dice Judas: “Conservaos en el amor de Dios.” Edifíquese, pues, sobre su santísima fe, sobre el fundamento que Dios mismo ha puesto en Su Palabra y en su alma. Ese fundamento no cedió cuando su estado se enfrió; puede soportar cualquier peso. Mientras Cristo y el alma andan juntos, el corazón vuelve a ser tierno y el pecado vuelve a ser aborrecible. Busque, pues, de nuevo Su compañía.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl