Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

15 april Korenaren uit de volle oogst

En alzo zal ik tot de koning ingaan, hetwelk niet naar de wet is; wanneer ik dan omkom, zo kom ik om.
Esther 4:16

Wanneer wij in duisternis zijn, onder gewetensangst, of wanneer de schuld hard en zwaar op de ziel drukt, dan moeten al deze dingen ons van de Heere afhouden totdat zij weggenomen zijn. Maar moeten wij wel ooit acht geven op die vijanden van onze ziel? Moeten wij dan nooit door de menigte heendringen?

Hoe was het met de man die zoveel jaren verlamd was geweest? Hij zou altijd hulpeloos op zijn bed hebben moeten blijven liggen, als hij niet in de tegenwoordigheid van Jezus gebracht was. Hoe was het met de vrouw met de bloedvloeiing? Zij zou altijd daar buiten de schare hebben moeten blijven, als een arme, bevlekte, veroordeelde zondares. Maar zij drong door de menigte heen, totdat zij ook maar de zoom van Jezus’ kleed had aangeraakt. Zo is het ook met ons.

Moeten wij altijd daarbuiten blijven, in de voorhof van de tempel? Zullen wij alleen rondom de bolwerken van Sion wandelen en aan haar poorten wachten, of zullen wij het wagen het heiligdom binnen te gaan? Zullen wij, door vrees gedreven, doen zoals Kaïn en het aangezicht van de Heere ontvluchten? Of zullen wij, met al onze zonden en moedeloosheid, toch dichterbij komen? De apostel moedigt ons aan om met heilige vrijmoedigheid tot de troon van de genade te gaan, en het te wagen in de tegenwoordigheid van de Koning der koningen te verschijnen.

Esther zou zichzelf en haar hele volk in het verderf hebben gestort, als zij aan de zwakheid van het vlees had toegegeven. Maar zij zei: „Ik zal tot de koning ingaan, en wanneer ik dan omkom, zo kom ik om.” Met dit besluit ging zij tot de koning in. De koning reikte haar de scepter toe, Esther raakte die aan, en zij en haar volk waren gered. Zo is het ook in het rijk van de genade.

Zullen wij ons altijd laten tegenhouden door schuld, zonde en schaamte? De Heilige Geest moedigt ons niet alleen aan door het Woord van de waarheid, maar Hij stelt ons ook Zelf nu en dan in staat om toe te treden. En wanneer wij onder Zijn Goddelijke werking toetreden, voelen wij er direct de zegen van. De vrijheid, de toegang, de heilige vrijmoedigheid, de Geest van het gebed, de kracht om God vast te houden en om een zegen te worstelen: dat alles wordt ons gegeven. Soms ook de kracht om met ernstige zuchten en klachten, en met de kracht van weleer, in doodsangst uit te roepen: „Ik laat U niet gaan, vóór Gij mij zegent.”

Ps. 61:1 berijmd

Aan de lezer…

Misschien houdt u zich op een afstand, lezer, omdat de schuld zo zwaar drukt en uw hart zo donker is. U denkt: eerst moet dit weg, dan durf ik te naderen. Maar zo zou de verlamde zijn blijven liggen, en zo zou de vrouw buiten de schare zijn gebleven. Zij kwam met haar vlek en al, en raakte de zoom van Zijn kleed aan. Zult u dan altijd in de voorhof blijven staan?

Esther ging tot de koning in met haar leven in haar hand, en de scepter werd haar toegereikt. Hoeveel te meer mag u, met al uw zonden en moedeloosheid, tot de troon van de genade komen, waar de Koning der koningen genade wil bewijzen. Laat u niet door schaamte tegenhouden. Zucht om de Geest van het gebed, en waar Hij u maar een beetje vrijmoedigheid geeft, gebruik die. Werp u aan Zijn voeten en zeg: „Ik laat U niet gaan, vóór Gij mij zegent.” Wie zo komt, komt niet om.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

15 april 365 dagen met Philpot

Christus’ opstanding

Opdat ik Hem kenne, en de kracht Zijner opstanding.
Filippensen 3:10

Nauwe omgang met Christus berust op drie dingen: Hem zien door het geloof, leven uit Zijn leven en Zijn geopenbaarde tegenwoordigheid ervaren. Maar alle drie hangen ze af van Zijn opstanding en van het kennen van haar kracht. Als de uit de doden Opgestane zien de heiligen Hem; als de uit de doden Opgestane openbaart Hij Zichzelf aan hen. En wanneer er door de heerlijke omgang met Hem leven en gevoel in hun ziel opkomen, wordt de kracht van Zijn opstanding in hen kenbaar.

De heilige mensheid van onze gezegende Heere, gezien door het geloof, heeft een gezegende uitwerking: zij trekt de ziel naar Hem toe. We kunnen geen omgang hebben met de Godheid op zichzelf. Onze gevallen staat en ellendige toestand als schuldige zondaren hebben die weg voor altijd afgesloten. Maar wanneer we door het geloof de reine mensheid van onze aanbiddelijke Verlosser zien, verenigd met Zijn eeuwige Godheid, kunnen we nu met heilige vrijmoedigheid dichter tot God naderen.

Het bloed van Jezus geeft ons toegang binnen het voorhangsel, zoals de apostel betoogt: „Dewijl wij dan, broeders, vrijmoedigheid hebben, om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, op een verse en levende weg, welke Hij ons ingewijd heeft door het voorhangsel, dat is, door Zijn vlees; en dewijl wij hebben een grote Priester over het huis Gods; zo laat ons toegaan met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs, onze harten gereinigd zijnde van het kwaad geweten, en het lichaam gewassen zijnde met rein water” (Hebr. 10:19-22). En ook: „Dewijl wij dan een grote Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, de Zoon van God, zo laat ons deze belijdenis vasthouden. Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde” (Hebr. 4:14-15).

Lezen: 1 Timotheus 2

Aan de lezer…

Verlangt u, lezer, naar nauwe omgang met de Heere, maar voelt u tegelijk dat u als schuldige zondaar geen toegang tot Hem hebt? Dat is waar, als u aan de heilige God op zichzelf denkt; onze gevallen staat heeft die weg voor altijd afgesloten. Maar er is een verse en levende weg ingewijd door het voorhangsel, dat is, door Zijn vlees. In de heilige mensheid van de opgestane Verlosser, verenigd met Zijn eeuwige Godheid, komt God tot ons en mogen wij tot Hem naderen.

Laat u dan niet tegenhouden door uw zwakheid. Wij hebben een grote Hogepriester, Die medelijden kan hebben met onze zwakheden, omdat Hij in alle dingen verzocht is geweest, maar zonder zonde. Het bloed van Jezus geeft vrijmoedigheid om in te gaan in het heiligdom. Ga dan toe met een waarachtig hart. Hij leeft, Hij ziet u, en Hij wil Zichzelf aan u openbaren.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

15 april Door Baca’s vallei

Maar al deze dingen, van het licht bestraft zijnde, worden openbaar; want al wat openbaar maakt is licht.
Efeze 5:13

Gevoel is de eerste gewaarwording van het bovennatuurlijke leven. Het is een gevoel dat gepaard gaat met twee verschillende indrukken: de ene met betrekking tot God, de andere met betrekking tot zichzelf. Dezelfde lichtstraal zet twee tegenover elkaar staande dingen in het licht, want al wat openbaar maakt is licht. Op één en hetzelfde ogenblik ziet de zondaar God en zichzelf, rechtvaardigheid en schuld, kracht en hulpeloosheid, een heilige wet en een overtreden gebod, eeuwigheid en tijd, de reinheid van de Schepper en de onreinheid van het schepsel. En deze dingen ziet hij niet alleen als geopenbaard in de Bijbel, maar als geopenbaard in zichzelf, als persoonlijke werkelijkheden, waarin al zijn geluk of al zijn ellende in de tijd en in de eeuwigheid besloten ligt.

Het is voor hem dan alsof hem een nieuw bestaan is gegeven, en alsof hij voor het eerst beseft dat er een God is. Een straal van dit bovennatuurlijke licht is door het deksel heen gedrongen dat over het hart ligt uitgespreid, en heeft dit vreselijke geheim ontdekt: een rechtvaardig God, Die de schuld geenszins door de vingers ziet. Deze doordringende straal brengt aan het licht dat het bed te kort is en het deksel te smal. Een plotselinge, bijzondere overtuiging grijpt de ziel aan. Deze dingen nemen alle gedachten in beslag en bijna al het andere wordt verdrongen.

„Er is een God en ik ben een zondaar voor Hem,” wordt op de tafel van het hart geschreven, door dezelfde vinger die de noodlottige letters schreef op de muur van het paleis van de koning van Babel; een schrift dat de banden van zijn lendenen losmaakte en zijn knieën tegen elkaar deed slaan (Dan. 5:5, 6). Wat moet ik beginnen? Waar moet ik heen? Wat zal er van mij worden? Genade, o God! Genade, genade! Ik ben verloren; ik verga! Wat een gruwel ben ik! Ik heb mijn ziel verwoest; o, mijn zonden, mijn zonden! O eeuwigheid, eeuwigheid!

Zulke en soortgelijke uitroepen en klachten, al verschillen zij in diepte en hevigheid, stijgen bij de eerste ontdekking van God en zichzelf bijna dag en nacht op uit de wedergeboren ziel. Deze gewaarwordingen hebben het hele hart zo in beslag genomen dat het nergens rust kan vinden dan alleen in het roepen tot God. Dit is het eerste doorbreken van de knop door de bast, de eerste vorming van de groene spruit, nog in haar bladeren gewikkeld en nog niet zichtbaar. Dit zijn de eerste smarten en weeën van de nieuwe geboorte, voordat het bericht uitgaat: „Er is een jongen geboren.” „Wat moet ik doen om zalig te worden?” riep de stokbewaarder uit. „O God! wees mij zondaar genadig!” riep de tollenaar. „Wee mij, want ik verga!” zo stortte Jesaja zijn klacht uit.

Aan de lezer…

Is het u misschien alsof de grond onder u wegzakt nu u God en uzelf in hetzelfde licht ziet? Een rechtvaardig God, Die de schuld niet door de vingers ziet, en een hart dat u nooit zo vuil hebt gekend? Ontdekt u dat het bed te kort is en het deksel te smal, en vindt u geen rust dan alleen in het roepen: „Genade, o God”? Schrik daar niet van alsof het een teken van verwerping is.

Want al wat openbaar maakt is licht, en dat licht komt van boven. Een dood hart voelt dit niet en roept niet. Wat u nu doormaakt, kan het eerste doorbreken van de knop door de bast zijn, de eerste smarten van de nieuwe geboorte. Blijf dan roepen met de tollenaar: „O God, wees mij zondaar genadig!” Hij Die u Zijn heiligheid en uw schuld heeft laten zien, heeft dat niet gedaan om u in de nacht te laten, maar om u te leren roepen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina