Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

15 oktober Korenaren uit de volle oogst

Opdat ik Christus moge gewinnen.
Filippenzen 3:8

Wat betekent het, „Christus gewinnen”? Het is Hem teder omvat houden met de armen van ons geloof. Het is Zijn hemelse heerlijkheid in onze ziel geopenbaard voelen. Het is de toepassing van Zijn verzoenend bloed in zijn reinigende kracht aan ons geweten bezitten. Het is ons hart voelen smelten en bezwijken door de zoete verrukking van Zijn stervende liefde, die overweldigend in ons wordt uitgestort. Dat is Christus gewinnen.

Voordat wij Christus zo kunnen gewinnen, moeten wij Christus gezien hebben. Wij moeten Zijn heerlijkheid aanschouwen, de heerlijkheid van de eniggeboren Zoon van de Vader, vol van genade en waarheid. Wij moeten de weergaloze waardigheid zien van Zijn verheven Persoon, de verzoenende kracht van Zijn geofferd bloed, de lengte en breedte, de diepte en hoogte van Zijn alles te boven gaande liefde. Ons hart moet op het punt staan te bezwijken van sterk verlangen. Het moet hijgen en vurig begeren dat die gezegende Immanuël neerdaalt uit de hemel der hemelen, waar Hij binnen het voorhangsel woont, in ons hart, en daar Zijn kostbare stervende liefde uitstort.

Is dat niet wat u voelt, kind van God? Ik heb het herhaaldelijk zo gevoeld. Voelt u dat niet als u in bed ligt, soms met een zoet en ernstig verlangen naar de Heere van leven en heerlijkheid? Wanneer u onderweg bent, wanneer u met uw dagelijkse werk bezig bent, wanneer u in stilte peinst en overdenkt, gaan dan niet vaak die verlangens en zuchten uit tot in de boezem van de Heere? Maar dit kunt u niet hebben als u Hem niet gezien hebt met het oog van een verlicht verstand, met het oog van het geloof, en als u niet iets geproefd hebt van Zijn schoonheid, een glimp hebt opgevangen van Zijn heerlijkheid en iets ontdekt hebt van Zijn eeuwige dierbaarheid. Dit moet u in de ogen geschenen hebben, zoals de lichtstralen door de vensters schijnen. Het moet in uw hart gedanst hebben, zoals de zonnestralen op de golven van de zee dansen. De stralen van het eeuwige licht moeten op een zoete manier uw ziel binnengekomen zijn, haar hebben doen smelten en haar hebben verbroken aan Zijn voetbank, zoals de vroege dageraad door de wolken van de nacht heen breekt. Wanneer u dit gevoeld hebt, roept u uit: „O, mocht ik Christus gewinnen!” Zoals een vurige minnaar ernaar verlangt zijn bruid te winnen, zo verlangt u ernaar het genot te smaken Zijn liefde en tegenwoordigheid door de Heilige Geest in uw hart uitgestort te zien.

Hoe lieflijk, hoe vol heilgenot,
o Heer, der legerscharen God,
zijn mij Uw huis en tempelzangen!
Hoe branden mijn genegenheên
om ’s Heeren voorhof in te treên.
Mijn ziel bezwijkt van sterk verlangen,
mijn hart roept uit tot God, Die leeft,
en aan mijn ziel het leven geeft!

Ps. 84:1

Aan de lezer…

Kind van God, kent u dat verlangen? Ligt u soms ’s nachts in bed met een zoet en ernstig zuchten naar de Heere van leven en heerlijkheid, en roept uw hart: „O, mocht ik Christus gewinnen!”? Schaam u niet voor dat verlangen, en denk niet dat het tevergeefs is. Wie Hem zo zoekt, heeft al iets gezien van de heerlijkheid van de eniggeboren Zoon van de Vader, vol van genade en waarheid.

Blijf dan uitzien naar Hem, Die binnen het voorhangsel woont. Bid dat Hij neerdaalt in uw hart en daar Zijn kostbare stervende liefde uitstort, dat u Hem met de armen van het geloof mag omvatten en de reinigende kracht van Zijn bloed aan uw geweten mag voelen. Zoals een vurige minnaar niet rust voordat hij zijn bruid gewonnen heeft, zo laat uw ziel niet rusten voordat zij Hem in Zijn liefde en tegenwoordigheid smaakt.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

15 oktober 365 dagen met Philpot

Evangelische voorschriften

En dit is Zijn gebod, dat wij geloven in de Naam van Zijn Zoon Jezus Christus, en elkander liefhebben, gelijk Hij ons een gebod gegeven heeft.
1 Johannes 3:23

God beveelt ons „elkander lief te hebben”. „Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt” (Joh. 13:34). Kan ik uit mijzelf deze liefde ervaren? Ik kan doen alsof ik dat kan. Ik kan doen zoals iemand lang geleden deed, die met een heel broederlijke groet naar zijn broeder toeging: „Is het wel met u, mijn broeder?” (2 Sam. 20:9), om hem vervolgens met een zwaard onder de vijfde rib te treffen. Ik kan zeggen: „Broeder dit” en „Zuster dat” — „wat heb ik u lief!” — „wat een genegenheid voel ik voor u!” Als God mij niet eerlijk hield, zou ik die rol van verkapte huichelaar kunnen spelen.

Maar ik kan de ware liefde niet ervaren en niet opbrengen zonder dat de Geest een bijzonder werk aan mijn ziel verricht. Hij verruimt het hart en doet de ziel aan Zijn voetbank smelten. Hij geeft liefde tot Hemzelf, en met die liefde geeft Hij liefde tot Zijn volk, zuivere genegenheid. Die is niet geveinsd, maar komt voort uit een oprecht verlangen naar hun geestelijk welzijn; het is niet een paar schijnheilige zinnen, maar een echt gevoel van broederschap; niet alleen het woord „broeder”, maar broederlijke liefde uit het hart. Wanneer Hij het hart verruimt, willen we ons niet onder onze broeders mengen om „Broeder” of „Zuster” te zeggen; we voelen hen meteen in onze ziel. Als we alleen met God zijn, stroomt er een tedere genegenheid uit ons hart naar hen toe; we omhelzen hen in onze ziel.

Ja, sterker nog, we kunnen onze vijanden vergeven wanneer de Heere ons hart verruimt. Als we hen de juiste plaats kunnen geven, waar we hen zien zoals ze zijn, kunnen we hen vergeven, ook al zijn ze heel onvriendelijk tegen ons geweest en hebben ze ons gemeen behandeld. Ik heb gemerkt dat wanneer het de Heere behaagt het hart te verruimen, boosheid, vijandschap, vooroordeel, verbittering en kwaadwilligheid — die onreine vogels — allemaal op de vlucht slaan, en dat eenvoud, tederheid, nederigheid en liefde allemaal in de ziel tot leven komen.

Lezen: Johannes 13:12-35

Aan de lezer…

Misschien is het tijd om u eens af te vragen hoe het staat met uw liefde tot Gods volk. Het is gemakkelijk „broeder” en „zuster” te zeggen en mooie woorden te spreken, terwijl het hart koud blijft of zelfs verbitterd is. Wees eerlijk voor God: hoe vaak was uw genegenheid meer schijn dan waarheid? En misschien draagt u ook nu iets mee van boosheid, vooroordeel of wrok tegen iemand die u onvriendelijk en gemeen behandeld heeft.

U kunt die liefde niet uit uzelf opbrengen. Maar wanneer de Geest het hart verruimt en de ziel aan Zijn voetbank doet smelten, geeft Hij liefde tot Hemzelf, en met die liefde ook liefde tot Zijn volk. Dan slaan die onreine vogels op de vlucht, en komen tederheid, nederigheid en liefde in de ziel tot leven. Bid dan niet in de eerste plaats om meer kracht om lief te hebben, maar dat Hij uw hart verruimt; dan kunt u zelfs uw vijanden vergeven.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

15 oktober Door Baca’s vallei

Mijn leer druppe als een regen, mijn rede vloeie als een dauw; als een stofregen op de grasscheutkens en als droppelen (Eng. vertaling: regenbuien) op het kruid.
Deuteronomium 32:2

In onze tekst hebben wij een geregelde schaal: de dauw, de motregen, de regen en de regenbuien. Deze schaal van hemels vocht laat zien dat er graden zijn in de geestelijke zegeningen. Wij moeten niet verwachten dat wij allemaal tot dezelfde grootte zullen komen, of dat wij allemaal in dezelfde mate bediend zullen worden. En toch zijn alle zegeningen van dezelfde aard. De dauw, de motregen, de regen, de regenbuien: zij zijn allemaal water.

U kunt geen verschil vinden tussen het water van de dauw, de motregen, de regen of de regenbuien; het is allemaal zuiver water, gedistilleerd in de distilleerkolf van de lucht. Zo is het ook met de zegen van God in de ziel. Hij kan op de een vallen als de dauw, op een ander als de motregen, op een derde als de regen, op een vierde als een regenbui. En toch zijn alle zegeningen, in welke mate ook geschonken, van geestelijke en Goddelijke aard. Het is dezelfde God Die ze geeft, door dezelfde Jezus komen ze, door dezelfde Geest worden ze meegedeeld. En al deze zegeningen geven min of meer dezelfde vrucht: vernedering, bevochtiging, vruchtbaarheid, verlevendiging. Ze dalen allemaal neer uit de hemel van het Evangelie van Christus; ze vallen allemaal van hetzelfde uitspansel van genade, barmhartigheid en waarheid, liefde, bloed en zaligheid.

Daarom is het de leer die van Jezus getuigt, en het woord dat Hem als een Rots verklaart en Zijn werk als volkomen, die druppelt als de regen en vloeit als de dauw, en geen andere. Er is kracht in de waarheid wanneer het God behaagt haar aan het hart toe te passen. Of zij nu in grotere of kleinere mate komt, als dauw of als regenbui, zij is zonder onderscheid een bewijs van Zijn barmhartigheid en liefde, en een bewijs dat Zijn kracht Zijn eigen Goddelijke waarheid in onze ziel vergezelt.

Aan de lezer…

Er zijn dagen dat u met een zekere jaloezie naar anderen kijkt, die de zegen als een regenbui lijken te ontvangen, terwijl over uw ziel nauwelijks meer dan een stille dauw valt. Laat u daardoor niet ontmoedigen. Er zijn graden in de zegeningen, maar het is hetzelfde water. Het is dezelfde God Die ze geeft, dezelfde Jezus door Wie ze komen, dezelfde Geest Die ze meedeelt.

Een druppel dauw die uw hart vernedert, verzacht en verlevendigt, is geen mindere gunst, maar een bewijs van Zijn barmhartigheid en liefde. Waar het woord dat van Jezus getuigt als een Rots en Zijn werk als volkomen, met kracht in uw ziel valt, daar is Zijn kracht met Zijn waarheid. Wees dan dankbaar voor de dauw, en zie uit naar meer, want alle zegen valt van hetzelfde uitspansel van de genade.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina