Nieuw verschenenEen medelijdende Hogepriester en een troon der genadePreken · vandaag
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

14 juni Korenaren uit de volle oogst

Werkt uws zelfs zaligheid met vrezen en beven.
Filippenzen 2:12

Alleen Gods volk weet, onder het onderwijs van de Geest, wat het is „zijns zelfs zaligheid te werken”. En allen die hun zaligheid werken, zullen dat doen „met vrezen en beven”. Want wanneer iemand door God geleerd is te weten wat hij is, wanneer hij voelt wat voor een bedrieglijk hart hij in zijn binnenste meedraagt, wanneer de verschillende strikken, verzoekingen en het verderf waardoor hij dagelijks omringd is, zich aan hem vertonen, en wanneer hij weet en voelt wat voor een ellendeling hij in zichzelf is, dan begint hij te vrezen en te beven dat hij uiteindelijk verdoemd zou kunnen worden. Hij kan niet vermetel en zorgeloos verder gaan zonder „zijn paden recht voor zijn voeten te maken” en zonder zichzelf te onderzoeken of hij in het geloof is.

Dan wordt het bedrieglijke hart van de mens aan hem ontdekt en wordt zijn holle en lege belijdenis ontmaskerd. Hij voelt hoe eng het pad en hoe nauw de weg is, en hoe weinigen er zijn die hem vinden. Hij gaat zien hoe gemakkelijk een mens misleid wordt, en hoe zeker hij misleid zal worden, tenzij God hem op een bijzondere manier onderwijst. Zo wordt hij zover gebracht dat hij ziet hoe zeldzaam, hoe heilig en hoe geestelijk de godsdienst is: dat God Zelf de Werker en de Voleinder ervan is in het geweten, dat een mens niet meer godsdienst heeft dan God hem wil geven, en dat hij zelf geen enkele korrel ervan in zijn ziel kan werken. Wanneer hij op die heilige grond staat en begint uit te werken wat God erin gewerkt heeft, dan zal het altijd zijn „met vrezen en beven”. Met „vrezen”, opdat hij niet bedrogen worde, totdat God hem met Zijn eigen gezegende lippen zegt dat hij niet misleid is. En met „beven”, omdat hij beseft dat hij in Gods onmiddellijke tegenwoordigheid staat en onder Zijn hartdoorzoekende ogen.

Maar ik, ik ben oprecht:
verlos dan uwen knecht
van ’t ongeval, dat hem genaakt.
Wil mij in gunst gedenken,
mij uw genade schenken:
zo wordt door U mijn heil volmaakt.

Ps. 26:11

Aan de lezer…

Misschien beeft u soms bij de gedachte dat u uiteindelijk nog bedrogen zou kunnen uitkomen. Vreest u voor uw bedrieglijke hart, en kent u die bange vraag of uw godsdienst wel echt is? Dan bent u niet ver van het pad dat hier beschreven wordt. Alleen wie door God geleerd is wat hij in zichzelf is, werkt zijn zaligheid met vrezen en beven en kan niet vermetel en zorgeloos verder gaan.

Maar die zaligheid is niet iets wat u zelf voortbrengt. U kunt geen enkele korrel godsdienst in uw ziel werken; God Zelf is er de Werker en de Voleinder van. U werkt alleen uit wat Hij in u gewerkt heeft, onder Zijn hartdoorzoekende ogen. Breng uw vrees dan bij Hem, en smeek Hem dat Hij u met Zijn eigen gezegende lippen zegt dat u niet misleid bent.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

14 juni 365 dagen met Philpot

Een grote Hogepriester

Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde.
Hebreeën 4:15

Door beproevingen leerde de Heere Jezus mee te leven met Zijn beproefde kinderen. Hij „kan medelijden hebben met onze zwakheden” (Hebr. 4:15). We kunnen dus vrijuit met onze beproevingen naar Hem toe gaan en ze voor Zijn aangezicht uitspreiden, zoals Hizkia met de brief van Sanherib in de tempel deed. En we mogen de zoete overtuiging koesteren dat Hij met ons meeleeft onder onze zware lasten en dat Hij ze zal verlichten, of ons eronder zal ondersteunen, of, als ze niet worden weggenomen, ze zal heiligen en ze zal laten meewerken tot ons geestelijk en eeuwig welzijn. Zo is het geloof in het medeleven van de gezegende Heere bij uitstek geschikt om knorrigheid, gemopper en zelfbeklag te beteugelen. Het leert ons onderwerping en berusting onder bezoekingen, en verzoent ons met een pad van smart en ellende.

Het laat ons het lijden van de gezegende Heere hier beneden zien, de beproevingen die Hij doorstond, en Zijn heilige nederigheid en onderworpenheid daaronder. Want Hij werd als een lam ter slachting geleid, en zoals een schaap stom is voor het aangezicht van zijn scheerders, zo deed Hij Zijn mond niet open. Als we onze smarten en zorgen met de Zijne vergelijken, hoe licht lijken ze dan! Dit brengt ons ertoe ons eronder te buigen. En als we in geloof en liefde mogen opzien en de Heere zien Die eens leed en Die nu met ons meeleeft terwijl wij onder bezoekingen gebukt gaan, dan wordt daardoor zelfs de smart zoet.

Zo wordt in de ziel gelijkvormigheid aan het stervende beeld van Jezus gewerkt en gemeenschap met Zijn lijden. Zo komen kruisiging van het vlees met zijn hartstochten en begeerten, het gestorven zijn aan de wereld en de doding van het hele lichaam van de zonde. Zo worden hart en geest losgemaakt van alles wat goddeloos en kwaad is, en ontstaat er een innige omgang met de gezegende Heere aan de rechterhand van de Vader. Zo mogen we God zegenen voor onze bezoekingen en beproevingen, onze ziekten, het verlies van dierbaren, onze verliezen en kruisen, onze ergernissen en teleurstellingen, onze vervolgingen, het veracht worden door de wereld en door onbarmhartige belijders, onze twijfels, angsten en zielsoefeningen, en ons zuchten en steunen onder een lichaam van zonde en dood. Kortom, voor elke voetstap op de weg van beproeving die ons dichter bij Jezus brengt en ons steeds meer opent voor Zijn liefde en bloed, Zijn genade en heerlijkheid, Zijn medeleven en mededogen, en voor alles wat Hij is als een barmhartig en getrouw Hogepriester.

Lezen: 2 Korinthe 13

Aan de lezer…

Hier staat een woord voor u, als er een last op u ligt die u aan niemand kunt uitleggen. Doe dan zoals Hizkia deed met de brief van Sanherib: spreid hem uit voor het aangezicht van de Heere. U gaat niet tot een vreemde, maar tot een Hogepriester Die medelijden kan hebben met uw zwakheden, omdat Hij Zelf als een lam ter slachting werd geleid en Zijn mond niet opendeed. Hij weet wat smart is, en Hij heeft er geduld mee.

Misschien morrt uw hart en voelt u meer knorrigheid dan onderwerping. Wees daar eerlijk over; maar zie dan naar Zijn lijden, en vergelijk uw zorgen met de Zijne. Hoe licht worden ze dan! Hij zal uw last verlichten, of u eronder ondersteunen, of hem heiligen tot uw eeuwig welzijn. En als u merkt dat de weg van beproeving u dichter bij Jezus brengt, dan zult u nog leren God te zegenen voor de voetstappen die u nu zo zwaar vallen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

14 juni Door Baca’s vallei

Daarna verminderen zij, en komen ten onder door verdrukking, kwaad en droefenis.
Psalm 107:39

Verdrukking is het uitoefenen van kracht tegenover zwakheid, de overwinning van macht op hulpeloosheid. Letterlijk genomen opent armoede dus de deur voor verdrukking. Zo was het met Hiskia. Toen Hiskia op zijn ziekbed lag en de dood hem in het gezicht staarde, en hij verwachtte te worden afgesneden en in het verderf neer te dalen, opende dat de deur voor de verdrukking. Daarom zegt hij: „Heere, ik word onderdrukt, wees Gij mijn Borg.” Het koude doodzweet stond op zijn voorhoofd en wanhoop drukte op zijn ziel. Al zijn vleselijke godsdienst verdween in één ogenblik, en hij had nog net genoeg geloof en kracht om, terwijl de hand van de verdrukker zijn keel omklemde, uit te roepen: „Wees Gij mijn Borg” (Neem U het voor mij op; Eng. vert.), Jesaja 38:14.

De onderdrukking is dus een gewicht of last die aan de armoede wordt toegevoegd. Zij is niet hetzelfde als de armoede. Iemand kan arm zijn zonder onderdrukt te worden; maar arm zijn en tegelijk onderdrukt worden, maakt de armoede tienmaal zwaarder dan eerst. In Zijn handelingen met Zijn volk heeft de Heere tot doel hen in vernedering te brengen. Eerst ontbloot Hij hen en maakt Hij hen arm. En wanneer Hij hen arm gemaakt en in de uiterste nood gebracht heeft, haalt Hij lasten tevoorschijn en legt die op hen als zware pakken, die hen naar het lijkt in een eeuwig verderf moeten doen wegzinken.

Maar hier is het kenmerk van leven: het kermen, het hijgen, het zuchten en schreien van de ziel onder de last. Wie dood zijn in de zonden, hebben geen gevoel; zo is het ook met de huichelaars in Sion, en met hen die hun gemak vinden in een vleselijke godsdienst. Zij kunnen hevige verzoekingen moeten doorstaan en buitengewone angsten van de hel doormaken; maar zij kennen niet het opzien dat een levend geweten wel kent onder de last van de onderdrukking. Zij kennen geen uitstorten van het hart voor de Heere, geen lucht geven aan de zorg van de ziel door te zuchten en uit te wenen voor de Heere, om genade te mogen vinden, of het Hem zou behagen vrede te spreken en een zoete openbaring van vergeving en liefde te schenken. Zij kennen dat aanhouden aan de troon der genade niet, dag aan dag en nacht aan nacht, totdat de Heere verschijnt. Deze oefeningen zijn aan doden onbekend; zij horen bij de levende kerk.

Iemand kan schreeuwen van smart van het hart, en huilen van verbreking van de geest (Jesaja 65:14), maar zoals de profeet zegt: „Zij roepen ook niet tot Mij met hun hart, wanneer zij huilen op hun legers” (Hosea 7:14). Maar hijgen naar en verlangen naar de Heere, kermen en zuchten vanwege de onderdrukking, worstelen met de Zaligmaker en Hem geen rust gunnen totdat Hij in de ziel verschijnt: dit werk in het binnenste is alleen bekend bij de uitverkorenen. Het ligt buiten het bereik van allen die de naam hebben dat zij leven, terwijl zij dood zijn. Het is de vrucht van de uitstorting van de Geest der genade en der gebeden in hun ziel. Het is het werk van de Heilige Geest, Die hun zwakheden te hulp komt en Die in hen bidt met onuitsprekelijke zuchtingen.

Aan de lezer…

Gaat u gebukt onder verdrukking, kwaad en droefenis, verminderd en ten onder gebracht? Eerst arm gemaakt, en dan nog lasten erbovenop, alsof u onder het gewicht moet bezwijken? Misschien vreest u dat zulke zware wegen bewijzen dat de Heere tegen u is. Maar ik wijs u op iets anders: het kermen, het hijgen en het zuchten van de ziel onder de last is een kenmerk van leven. Wie dood zijn, voelen het gewicht niet en roepen niet met het hart.

Ziet u in uzelf dat aanhouden aan de troon der genade, dag aan dag en nacht aan nacht, dat worstelen tot Hij verschijnt? Dat is niet uw eigen werk. Het is de Geest der genade en der gebeden, Die uw zwakheden te hulp komt en in u bidt met onuitsprekelijke zuchtingen. Zeg dan maar met hem die het koude doodzweet voelde: „Heere, ik word onderdrukt, wees Gij mijn Borg.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina