Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

13 februari Korenaren uit de volle oogst

Zend Uw licht, en Uw waarheid, dat die mij leiden; dat ze mij brengen tot de berg Uwer heiligheid, en tot Uwe woningen.
Psalm 43:3

Een levend mens kan werkelijk de gedachte niet verdragen dat hij stilstaat, dat wil zeggen: zo stilstaat dat er geen geestelijk werk in hem plaatsvindt. Nog minder kan hij de gedachte verdragen dat hij teruggaat. Hij wil voorwaarts. Vaak is hij ontevreden over zijn toestand; hij voelt hoe weinig hij weet. Hij is ervan overtuigd dat wat hij in het Goddelijke leven verkregen heeft, oppervlakkig is, en hij beseft ook hoe onwetend hij is over de toekomst. Hij wil voorwaarts gaan, geheel en alleen in de kracht van de Heere. Hij wil geleid, bestuurd, onderwezen en vastgehouden worden, niet door de wijsheid en de kracht van het schepsel, maar doordat er op bovennatuurlijke wijze licht en Waarheid in zijn ziel binnenkomen.

De troon van de genade is voortdurend in wolken gehuld. God verbergt Zich en hij kan Hem niet zien; de Waarheid is verduisterd, zodat hij haar niet kan onderscheiden. Vaak kan hij de weg naar Christus niet vinden. Hij kan het pad van het leven niet zien, en ook niet of zijn voeten op die weg staan. Hij ziet zo weinig kenmerken van genade in zijn ziel en voelt zo krachtig de werkingen van zonde en verdorvenheid; hij vindt zo weinig dingen vóór en zoveel dingen tegen, dat hij vaak moedeloos wordt van twijfel en ontroerd is in zijn geest. Dan komt er bijna een gevoel in zijn hart dat hij volkomen buitengesloten is van de genade van God, dat de verborgenheid van de Heere niet met hem is, maar dat hij een huichelaar in Sion is, aan wiens ziel zelfs nooit een beginsel van wijsheid geschonken is.

Nu dan, o Heer, wat is ’t dat ik verwacht?
Mijn hope staat op U alleen!
Verlos mij door Uw onweerstaanbre kracht
van al mijn ongerechtigheên
en stel mij niet, getrouwe Toeverlaat,
de dwaze sterv’ling tot een smaad.

Ps. 39:5

Aan de lezer…

Is de troon van de genade voor u in wolken gehuld, lezer? Kunt u de weg naar Christus niet vinden, en ziet u zoveel tegen en zo weinig vóór? Dan komt misschien de bange gedachte op dat u een huichelaar in Sion bent, aan wie nooit een beginsel van wijsheid geschonken werd. Ik beschrijf die duisternis zo nauwkeurig, omdat ik haar ken. U bent dus niet de eerste die zo door het dal moet.

Maar let op wat er in die beschrijving ook staat: de levende mens kan het niet verdragen stil te staan. Hij is ontevreden, hij wil voorwaarts, hij wil geleid worden door het licht en de waarheid van God Zelf. Is dat uw klacht en uw verlangen, dan is dat geen kenmerk van een huichelaar, maar van leven. Breng dan uw duisternis in het gebed van de psalmist: „Zend Uw licht en Uw waarheid, dat die mij leiden.” Hij Die dat verlangen gaf, zal het niet onbeantwoord laten.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

13 februari 365 dagen met Philpot

Het gekrookte riet

Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen.
Jesaja 42:3

Kunnen we een duidelijker beeld van zwakheid vinden dan een rietstengel? Een christen wordt hier niet vergeleken met een eik die zijn wortels diep in de bodem uitspreidt en zijn sterke takken in de lucht uitstrekt, die in duizend stormen overeind blijft en eeuw na eeuw blijft staan. Dat zou een ongepast beeld zijn voor zo’n zwak en teer schepsel als een arme, behoeftige zondaar. Maar wanneer de gezegende Geest een gelijkenis wil gebruiken om heel precies een arme te beschrijven die van genade en van aalmoezen afhankelijk is, neemt Hij dat eenvoudige maar bekende beeld van een rietstengel.

Laten we de punten van overeenkomst eens bekijken. Een rietstengel is armzalig, nederig, veracht, onbekend en ongezien door het oog dat vol bewondering rust op de torenhoge eik of de machtige ceder. Toch heeft hij leven, en dat leven zit diep in de wortel. Maar de bedding waarin die wortel staat, de bodem waarin en waardoor hij gedijt, zich uitbreidt en groeit, is niet de rijke grond van de tuin, maar de modder en het slijk van de sloot. Toch is hij, al staat hij erin begraven en al is hij bedolven onder deze bedding van slijk, waar kou en dood heersen, er naar aard en wezen van afgezonderd. Hij staat in de sloot, maar is niet van de sloot; hij is omringd door het slijk, maar onbesmet door het vuil; hij is altijd in aanraking met de modder, maar schoon tot in de kern, zonder dat ook maar één deeltje modder in zijn levende weefsels doordringt.

Zo is het leven van God in de ziel. Het is omringd door alle modder en slijk van het bederf in de natuur, en toch is het er niet alleen van afgezonderd, maar wordt het er ook niet door besmet. Als de verzoeking het reine, heilige leven van God in de ziel had verstikt, als de zonde het had bedorven, dan zou het al lang, lang geleden lid voor lid zijn afgevallen, zoals bij het aangetaste lichaam van een melaatse.

Lezen: Jesaja 42:1-16

Aan de lezer…

Voelt u zich, lezer, meer een riet dan een eik? Geen stevige wortels, geen sterke takken die duizend stormen doorstaan, maar een arm, zwak, onaanzienlijk stengeltje in de sloot? Dan heeft de Heilige Geest u hier Zelf getekend, en wel met tederheid. Want ook het riet heeft leven, en dat leven zit diep in de wortel.

Misschien kijkt u naar uw hart en ziet u niets dan modder en slijk. Wees daarover eerlijk; zo is het. Maar het leven van God in uw ziel staat daar wel in, maar is er niet van. Het is omringd door het vuil en toch niet besmet. Als de zonde het had kunnen bederven, was het al lang geleden afgestorven. Dat het er nog is, onder alles wat het dreigt te verstikken, is Zijn werk. Wie het geplant heeft, houdt het ook in leven.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

13 februari Door Baca’s vallei

Die Zichzelf voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelf een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.
Titus 2:14

Hoe kan iemand die iets kent van de dierbaarheid van het verzoenend bloed, van de verlossende liefde en van de heiligende invloeden van de Heilige Geest, in de zonde volharden opdat de genade te meerder worde? Leerstellige belijders mogen zoiets doen, want een kale letterkennis van de waarheid brengt geen verlossing van de kracht van de zonde met zich mee. Maar kan de levendgemaakte ziel, waarin de God van alle genade Zijn heerlijk werk voortzet, het kruis van de lijdende Zoon van God met voeten treden? Het is onmogelijk dat iemand die voor zichzelf de verlossende kracht van Christus’ verzoenend bloed kent, en wiens geweten teder gemaakt is in de vreze Gods onder de zoete invloed van Zijn liefde, Hem opnieuw zou kunnen kruisigen. Niet dat er geen vallen is onder de kracht van de zonde en de verzoeking, want David en Petrus zijn daarvan het bewijs; maar er is geen gewillig zondigen tegen Hem wanneer de gezegende Geest Zijn bloed, genade en liefde toepast.

Laten wij nooit uit het oog verliezen dat de lijdende Zoon van God Zichzelf gegeven heeft om Zich een eigen volk te reinigen. Het is een volk met bijzondere gedachten en overleggingen, want hun gedachten stemmen overeen met Gods gedachten, omdat zij de Geest van Christus hebben. Het is een volk met bijzondere genegenheden, want die zijn gericht op de dingen die boven zijn. Het is een volk met bijzondere gebeden, want die worden in hun hart gewerkt door de Geest der genade en der gebeden. Het is een volk met bijzondere smarten, omdat die uit een geestelijke bron ontspringen.

Het is een volk met een bijzondere blijdschap, want het is een blijdschap waarmee geen vreemde zich vermengt. Hun hoop is bijzonder, want zij hebben hun anker uitgeworpen in het binnenste heiligdom. Hun verwachtingen zijn bijzonder, want zij verwachten geen oogst van geluk in deze bedorven wereld, maar zien uit naar blijdschap in het Koninkrijk van rust en vrede, in de boezem van God. En als zij innerlijk afgezonderd zijn, dan moeten zij dat ook uiterlijk zijn. Zij moeten laten zien dat zij een bijzonder volk zijn door te wandelen in de voetstappen van het Lam van God. Zij moeten hun kruis opnemen, zichzelf verloochenen en leven tot eer, roem en heerlijkheid van God.

Aan de lezer…

Drukt de zonde als een last op u, en zou u er van harte van verlost willen worden? Dat verlangen is geen geringe zaak. Een kale letterkennis van de waarheid brengt geen verlossing van de kracht van de zonde, maar wie de verlossende kracht van Christus’ bloed in zijn geweten gesmaakt heeft, kan niet gewillig blijven zondigen tegen Hem. Er is nog vallen onder verzoeking, dat is waar; maar het hart is niet meer van harte aan de zonde gehecht.

Want de Heere heeft Zichzelf gegeven, niet alleen om te verlossen van alle ongerechtigheid, maar ook om Zichzelf een eigen volk te reinigen. Hun gebeden, smarten, blijdschap en hoop zijn bijzonder, want zij komen uit een geestelijke bron. Vraagt u zich af of u daarbij hoort? Zie dan op het Lam van God en vraag Hem om genade om in Zijn voetstappen te wandelen: uw kruis op te nemen, uzelf te verloochenen en te leven tot Zijn eer. Hij Die Zich voor u gaf, zal Zijn werk in u niet onvoltooid laten.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina