6 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
13 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
En jaagt naar gerechtigheid.
1 Timotheüs 6:11
Wij kunnen twee zaken door deze woorden verstaan. Ten eerste: de ontdekking aan het geweten van Christus’ toerekenende gerechtigheid, in de weg der rechtvaardigmaking, en ten tweede: de mededeling aan de ziel van een Goddelijke of rechtvaardige natuur, waardoor zij de vruchten voortbrengt van oprechtheid en zuiverheid voor God. Beide moeten nagejaagd worden. Maar men kan vragen: „Waarom het eerste, indien een man kennis heeft aan zijn rechtvaardigmaking en een gevoel van door God aangenomen te zijn?” Maar kan het bewustzijn van deel te hebben aan Jezus’ heerlijke rechtvaardigmaking en de inwendige getuigenis van de Geest juist niet in het genot ervan verloren gaan, of althans voor een tijd zeer verminderen?
Wij lezen (Lukas 15:8) van de vrouw die een zilveren penning verloren had. Ontstak zij niet een kaars, en veegde zij niet het huis, en zocht zij niet in elke hoek, totdat zij de penning weergevonden had? De penning der vrouw was niet in werkelijkheid verloren; hij was nog in huis; maar voor haar gevoel was hij zo goed verloren, dat zij hem nimmermeer weer in haar bezit zou krijgen. Zo kan ook een gevoel van aangenomen en gerechtvaardigd te zijn door de rechtvaardigmaking van Christus, die kostbare penning van de munt des hemels, voor het gevoel, schoon niet in werkelijkheid, uit het hart verloren zijn. En wat zal de ziel die hem verloren heeft, anders doen dan ijverig het huis in elke hoek bij de kaars des Geestes doorzoeken, totdat zij de penning wedergevonden heeft?
Zie op mij in gunst van boven,
wees mij toch genadig, Heer!
Eenzaam ben ik en verschoven,
ja, d’ ellende drukt mij neer.
’k Roep U aan in angst en smart,
duizend zorgen, duizend doden
kwellen mijn angstvallig hart;
voer mij uit mijn angst en noden!
Ps. 25:8
Aan de lezer…
Deze woorden spreken van jagen naar gerechtigheid; is u die kostbare penning ontglipt? Hebt u eens met zekerheid geweten dat u in Christus gerechtvaardigd en door God aangenomen was, en is dat gevoel nu verduisterd, zodat u het haast niet meer durft te geloven? Dan bent u als de vrouw die haar zilveren penning verloren had. Hij was niet werkelijk weg, hij lag nog in huis; maar voor haar gevoel was hij verloren.
Wat deed zij? Zij ontstak een kaars, veegde het huis en zocht in elke hoek, totdat zij hem weergevonden had. Zo mag ook u doen: jaag naar die gerechtigheid. Bid om de kaars des Geestes, doorzoek uw hart, en geef geen rust voordat de Heere u opnieuw doet gevoelen dat de gerechtigheid van Christus de uwe is. Wat werkelijk het uwe is, gaat niet verloren, al ziet u het een tijd niet. En jaag ook naar die nieuwe natuur, die de vruchten van oprechtheid en zuiverheid voor God voortbrengt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En jaagt naar gerechtigheid.
1 Timotheüs 6:11
Onder deze woorden kunnen we twee dingen verstaan. Ten eerste: de ontdekking aan het geweten van Christus’ toegerekende gerechtigheid, langs de weg van de rechtvaardiging. Ten tweede: het meedelen aan de ziel van een goddelijke of rechtvaardige natuur, waardoor zij de vruchten van oprechtheid en zuiverheid voor God voortbrengt. Naar beide moet gejaagd worden. Maar men kan vragen: „Waarom het eerste, indien een man kennis heeft aan zijn rechtvaardigmaking en een gevoel van door God aangenomen te zijn?” Maar kan het besef deel te hebben aan Jezus’ heerlijke rechtvaardiging, en het inwendige getuigenis van de Geest, nu juist niet verloren gaan wat het genieten ervan betreft, of in elk geval een tijd lang sterk afnemen?
Wij lezen (Lukas 15:8) over de vrouw die een zilveren penning verloren had. Stak zij niet een kaars aan, veegde zij niet het huis en zocht zij niet in elke hoek, totdat zij de penning teruggevonden had? De penning van de vrouw was niet werkelijk verloren; hij was nog in huis. Maar voor haar gevoel was hij zo goed als verloren, alsof zij hem nooit meer terug zou krijgen. Zo kan ook het besef aangenomen en gerechtvaardigd te zijn door de rechtvaardiging van Christus, die kostbare penning uit de munt van de hemel, voor het gevoel uit het hart verloren zijn, al is het niet in werkelijkheid. En wat zal de ziel die hem verloren heeft anders doen dan ijverig het huis in elke hoek doorzoeken bij de kaars van de Geest, totdat zij de penning teruggevonden heeft?
Zie op mij in gunst van boven,
wees mij toch genadig, Heer!
Eenzaam ben ik en verschoven,
ja, d’ ellende drukt mij neer.
’k Roep U aan in angst en smart,
duizend zorgen, duizend doden
kwellen mijn angstvallig hart;
voer mij uit mijn angst en noden!
Ps. 25:8
Aan de lezer…
Deze woorden spreken over jagen naar gerechtigheid; is die kostbare penning u ontglipt? Hebt u eens zeker geweten dat u in Christus gerechtvaardigd en door God aangenomen was, en is dat besef nu verduisterd, zodat u het bijna niet meer durft te geloven? Dan bent u als de vrouw die haar zilveren penning verloren had. Hij was niet werkelijk weg, hij lag nog in huis; maar voor haar gevoel was hij verloren.
Wat deed zij? Zij stak een kaars aan, veegde het huis en zocht in elke hoek, totdat zij hem teruggevonden had. Zo mag u ook doen: jaag naar die gerechtigheid. Bid om de kaars van de Geest, doorzoek uw hart, en geef geen rust voordat de Heere u opnieuw laat voelen dat de gerechtigheid van Christus de uwe is. Wat werkelijk van u is, gaat niet verloren, al ziet u het een tijd niet. En jaag ook naar die nieuwe natuur, die de vruchten van oprechtheid en zuiverheid voor God voortbrengt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Follow after righteousness.
1 Timothy 6:11
We may understand two things by this expression. First, the discovery to the conscience of Christ’s imputed righteousness, in the way of justification; and secondly, the communication to the soul of a divine or righteous nature, whereby it brings forth the fruits of sincerity and uprightness before God. Both are to be followed after. But it may be asked, Why the first, if a man has a knowledge of his justification, and a sense of his acceptance with God?
But may not a sense of interest in Jesus’ glorious righteousness, and the inward testimony of the Spirit be lost in the enjoyment of them, or at least considerably diminished, for a time? We read (Luke 15:8) of the woman who lost a piece of silver. Was there not a lighting of the candle, a sweeping of the house, and a diligent search into every corner until it was found again? The woman’s piece of money was not really lost; it was still in the house; but as to her feelings, it was as much lost as though she were never to receive it again into her possession.
Just so, a sense of acceptance and justification by Christ’s righteousness, this precious coin from heaven’s mint may be lost for a time in feeling, though not really lost out of the heart. And what will the soul do that has lost it but diligently search the house in every corner, by the candle of the Spirit, until it finds the piece of money again?
To the reader…
These words speak of following after righteousness; has that precious coin slipped from your grasp? Did you once know for certain that you were justified in Christ and accepted by God, and has that sense now been darkened, so that you hardly dare to believe it any more? Then you are like the woman who had lost her piece of silver. It was not really gone, it was still in the house; but to her feeling it was lost.
What did she do? She lit a candle, swept the house and searched every corner until she had found it again. So you may do as well: follow after that righteousness. Pray for the candle of the Spirit, search your heart, and give yourself no rest until the Lord lets you feel again that the righteousness of Christ is yours. What is truly yours is not lost, even if you do not see it for a time. And follow also after that new nature, which brings forth the fruits of sincerity and uprightness before God.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Sigue la justicia.
1 Timoteo 6:11
Podemos entender dos cosas por esta expresión. Primero, el descubrimiento a la conciencia de la justicia imputada de Cristo, por vía de justificación; y segundo, la comunicación al alma de una naturaleza divina o justa, por la cual produce los frutos de la sinceridad y la rectitud delante de Dios. A ambas hay que seguir. Pero se puede preguntar: ¿Por qué la primera, si un hombre tiene conocimiento de su justificación y un sentido de su aceptación ante Dios?
Pero ¿no puede perderse por un tiempo el sentido de tener parte en la gloriosa justicia de Jesús, y el testimonio interior del Espíritu, en cuanto al gozo de ellos, o al menos disminuir considerablemente? Leemos (Lucas 15:8) de la mujer que perdió una dracma. ¿No hubo un encender el candil, un barrer la casa y un buscar con diligencia en cada rincón hasta hallarla de nuevo? La moneda de la mujer no estaba realmente perdida; todavía estaba en la casa; pero en cuanto a sus sentimientos, estaba tan perdida como si nunca hubiera de volver a tenerla en su poder.
Así mismo, el sentido de la aceptación y de la justificación por la justicia de Cristo, esta preciosa moneda acuñada en el cielo, puede perderse por un tiempo en el sentimiento, aunque no se pierda realmente del corazón. ¿Y qué hará el alma que la ha perdido sino buscar con diligencia en cada rincón de la casa, con el candil del Espíritu, hasta hallar de nuevo la moneda?
Al lector…
Estas palabras hablan de seguir la justicia; ¿se le ha escapado de las manos esa preciosa moneda? ¿Supo usted una vez con certeza que estaba justificado en Cristo y aceptado por Dios, y se ha oscurecido ahora ese sentido, de modo que apenas se atreve a creerlo? Entonces es usted como la mujer que había perdido su dracma. No había desaparecido realmente, todavía estaba en la casa; pero para su sentimiento estaba perdida.
¿Qué hizo ella? Encendió el candil, barrió la casa y buscó en cada rincón hasta hallarla de nuevo. Así puede hacer usted también: siga esa justicia. Ore pidiendo el candil del Espíritu, escudriñe su corazón y no se dé descanso hasta que el Señor le haga sentir de nuevo que la justicia de Cristo es suya. Lo que es verdaderamente suyo no está perdido, aunque por un tiempo no lo vea. Y siga también esa nueva naturaleza que produce los frutos de la sinceridad y la rectitud delante de Dios.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Een grote Hogepriester
Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde.
Hebreeën 4:15
Hoe groot het aantal of hoe erg de geestelijke smarten en zorgen van Gods kinderen ook zijn; onder welke overtuigingen, lasten, smarten, noden, gewetensnoden, twijfels, angsten en ontzettingen onder Gods toorn zij ook gebukt gaan; of dat zij nu zuchten en steunen onder de vloek van de wet, het verbergen van Zijn gezicht, het uitdoven van de glans van Zijn aangezicht; Jezus, hun gezegende Voorloper, heeft het allemaal ondergaan in de dagen van Zijn vlees, en oneindig veel erger dan een mens zich kan voorstellen. Kan een mens ervaren of uitspreken wat de geliefde Verlosser doorstond in de hof van Gethsemané, toen Zijn ziel diepbedroefd was, zelfs tot de dood toe; toen Hij driemaal smeekte dat de beker aan Hem voorbij mocht gaan en in doodsnood verkerend zo intens bad, dat Zijn zweet als het ware als grote druppels bloed op de grond viel? Kan Hij niet waarlijk zeggen: „Gaat het ulieden niet aan, gij allen, die over de weg gaat? Schouwt het aan en ziet, of er een smart zij gelijk mijn smart, die mij aangedaan is, waarmede de Heere mij bedroefd heeft ten dage der hittigheid Zijns toorns” (Klaagl. 1:12)?
Een ontwaakte zondaar, door God tot leven gewekt, hoeft slechts het gewicht van zijn eigen zonden te dragen, maar Jezus moest de zonden van miljoenen dragen. Er komen op z’n hoogst een paar druppels van de toorn Gods, en dan als deze reeds is bedaard, in het geweten van een bevende zondaar terecht. Jezus kreeg echter al Gods toorn, ten gevolge van miljoenen bevrijde overtreders, te verduren. Het zijn slechts de verre donderslagen van de wet die in een overtuigde ziel van een zondaar weergalmen, maar de hele onweersstorm barstte los op het hoofd van de Borg.
In kleine toorn verbergt God een ogenblik Zijn gezicht voor Zijn Sion, maar in grote toorn verborg Hij Zijn gezicht voor Zijn geliefde Zoon. Dus, wat de geestelijke smarten en moeilijkheden van het bezochte Sion ook zijn, zelfs als zij „door onweder voortgedreven en niet getroost” (Jes. 54:11) wordt, bij alles heeft zij een Hoofd, Dat oneindig veel meer heeft geleden dan alle leden gezamenlijk. Het is dus Zijn persoonlijke ondervinding van deze geestelijke bezoekingen waardoor de gezegende Heere zo’n medelevend Hogepriester aan de rechterhand van God is.
Lezen: Klaagliederen 1:12-22
Aan de lezer…
Wanneer u gebukt gaat onder overtuigingen, twijfels en angsten, en het lijkt of God Zijn aangezicht voor u verborgen heeft, wat dan? Denk dan aan de hof van Gethsemané, waar Zijn ziel diepbedroefd was tot de dood toe, en Zijn zweet als grote druppels bloed op de grond viel. Wat u voelt, zijn maar enkele druppels van de toorn Gods, maar de hele storm barstte los op het hoofd van de Borg.
In kleine toorn verbergt God een ogenblik Zijn aangezicht voor Zijn Sion; in grote toorn verborg Hij het voor Zijn geliefde Zoon. Daarom is er geen smart van Zijn bezochte kinderen die Hij niet kent, en oneindig dieper. Wordt u door onweder voortgedreven en niet getroost? U hebt een Hoofd, Dat meer geleden heeft dan alle leden samen, en Dat aan de rechterhand van God met u meeleeft.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde.
Hebreeën 4:15
Hoe talrijk of hoe zwaar de geestelijke smarten en zorgen van Gods kinderen ook zijn; onder welke overtuigingen, lasten, smarten, noden, gewetensnoden, twijfels, angsten en verschrikkingen onder Gods toorn zij ook gebukt gaan; of zij nu zuchten en steunen onder de vloek van de wet, onder het verbergen van Zijn aangezicht of het uitdoven van de glans van Zijn aangezicht: Jezus, hun gezegende Voorloper, heeft het allemaal ondergaan in de dagen van Zijn vlees, en oneindig veel erger dan een mens zich kan voorstellen. Kan een mens ervaren of uitspreken wat de geliefde Verlosser doorstond in de hof van Gethsémané? Toen was Zijn ziel geheel bedroefd tot de dood toe. Toen smeekte Hij driemaal dat de beker aan Hem voorbij mocht gaan, en in doodsnood bad Hij zo vurig dat Zijn zweet werd als grote druppels bloed, die op de aarde vielen. Kan Hij niet waarlijk zeggen: „Gaat het ulieden niet aan, gij allen, die over de weg gaat? Schouwt het aan en ziet, of er een smart zij gelijk mijn smart, die mij aangedaan is, waarmede de Heere mij bedroefd heeft ten dage der hittigheid Zijns toorns” (Klaagl. 1:12)?
Een ontwaakte zondaar, door God levend gemaakt, hoeft alleen het gewicht van zijn eigen zonden te dragen, maar Jezus moest de zonden van miljoenen dragen. In het geweten van een bevende zondaar komen hoogstens een paar druppels van de toorn Gods terecht, en dan nog wanneer die al getemperd is. Jezus moest echter de volle toorn van God verduren, vanwege miljoenen verloste overtreders. Het zijn slechts de verre donderslagen van de wet die in de overtuigde ziel van een zondaar weergalmen, maar de hele onweersstorm barstte los op het hoofd van de Borg.
In kleine toorn verbergt God een ogenblik Zijn aangezicht voor Zijn Sion, maar in grote toorn verborg Hij Zijn aangezicht voor Zijn geliefde Zoon. Wat de geestelijke smarten en moeiten van het bezochte Sion ook zijn, ook al wordt zij „door onweder voortgedreven en niet getroost” (Jes. 54:11), in alles heeft zij een Hoofd Dat oneindig veel meer heeft geleden dan alle leden samen. Het is dus door Zijn persoonlijke ondervinding van deze geestelijke bezoekingen dat de gezegende Heere zo’n meelevende Hogepriester is aan de rechterhand van God.
Lezen: Klaagliederen 1:12-22
Aan de lezer…
Wanneer u gebukt gaat onder overtuigingen, twijfels en angsten, en het lijkt alsof God Zijn aangezicht voor u verborgen heeft, wat dan? Denk dan aan de hof van Gethsémané, waar Zijn ziel geheel bedroefd was tot de dood toe en Zijn zweet als grote druppels bloed op de aarde viel. Wat u voelt, zijn maar enkele druppels van de toorn Gods; de hele storm barstte los op het hoofd van de Borg.
In kleine toorn verbergt God een ogenblik Zijn aangezicht voor Zijn Sion; in grote toorn verborg Hij het voor Zijn geliefde Zoon. Daarom is er geen smart van Zijn bezochte kinderen die Hij niet kent, en Hij kende haar oneindig dieper. Wordt u door onweder voortgedreven en niet getroost? U hebt een Hoofd Dat meer geleden heeft dan alle leden samen, en Dat aan de rechterhand van God met u meeleeft.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For we have not an High Priest which cannot be touched with the feeling of our infirmities; but was in all points tempted like as we are, yet without sin.
Hebrews 4:15
However numerous or however heavy the spiritual sorrows and cares of God’s children may be; under whatever convictions, burdens, griefs, distresses, troubles of conscience, doubts, fears and terrors under God’s wrath they may be bowed down; whether they sigh and groan under the curse of the law, under the hiding of His face or the withdrawing of the light of His countenance: Jesus, their blessed Forerunner, endured it all in the days of His flesh, and infinitely worse than any man can conceive. Can any man experience or utter what the beloved Redeemer endured in the garden of Gethsemane? Then His soul was exceeding sorrowful, even unto death. Then He thrice besought that the cup might pass from Him, and being in an agony He prayed so earnestly that His sweat was as it were great drops of blood falling down to the ground.
May He not truly say: “Is it nothing to you, all ye that pass by? behold, and see if there be any sorrow like unto My sorrow, which is done unto Me, wherewith the LORD hath afflicted Me in the day of His fierce anger” (Lam. 1:12)?
An awakened sinner, quickened by God, has only to bear the weight of his own sins, but Jesus had to bear the sins of millions. Into the conscience of a trembling sinner come at most a few drops of the wrath of God, and even then when it has already been tempered. Jesus, however, had to endure the full wrath of God, on account of millions of redeemed transgressors. It is but the distant thunder of the law that echoes in the convinced soul of a sinner, but the whole storm burst upon the head of the Surety.
In a little wrath God hides His face from His Zion for a moment, but in great wrath He hid His face from His beloved Son. Whatever the spiritual sorrows and troubles of afflicted Zion may be, though she be “tossed with tempest, and not comforted” (Isa. 54:11), in everything she has a Head Who has suffered infinitely more than all the members together. It is, then, by His personal experience of these spiritual afflictions that the blessed Lord is so sympathising a High Priest at the right hand of God.
Reading: Lamentations 1:12-22
To the reader…
When you are bowed down under convictions, doubts and fears, and it seems as though God has hidden His face from you, what then? Then think of the garden of Gethsemane, where His soul was exceeding sorrowful, even unto death, and His sweat fell as great drops of blood to the ground. What you feel is but a few drops of the wrath of God; the whole storm burst upon the head of the Surety.
In a little wrath God hides His face from His Zion for a moment; in great wrath He hid it from His beloved Son. Therefore there is no sorrow of His afflicted children that He does not know, and He knew it infinitely more deeply. Are you tossed with tempest, and not comforted? You have a Head Who has suffered more than all the members together, and Who feels with you at the right hand of God.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque no tenemos un Pontífice que no se pueda compadecer de nuestras flaquezas; mas tentado en todo según nuestra semejanza, pero sin pecado.
Hebreos 4:15
Por numerosos o por pesados que sean los dolores y cuidados espirituales de los hijos de Dios; bajo cualesquiera convicciones, cargas, aflicciones, angustias, turbaciones de conciencia, dudas, temores y terrores bajo la ira de Dios que estén abatidos; ya giman y suspiren bajo la maldición de la ley, bajo el esconderse de Su rostro o el retirarse de la luz de Su semblante: Jesús, su bendito Precursor, lo soportó todo en los días de Su carne, e infinitamente peor de lo que ningún hombre puede concebir. ¿Puede algún hombre experimentar o expresar lo que el amado Redentor soportó en el huerto de Getsemaní? Entonces Su alma estuvo muy triste hasta la muerte. Entonces rogó tres veces que la copa pasara de Él, y puesto en agonía oraba tan intensamente que Su sudor era como grandes gotas de sangre que caían hasta la tierra.
¿No puede Él decir con verdad: “¿No os conmueve a cuantos pasáis por el camino? Atended, y ved si hay dolor como Mi dolor que me ha venido; porque Jehová me ha angustiado en el día de la ira de Su furor” (Lam. 1:12)?
Un pecador despertado, vivificado por Dios, solo tiene que llevar el peso de sus propios pecados, pero Jesús tuvo que llevar los pecados de millones. En la conciencia de un pecador tembloroso entran a lo sumo unas pocas gotas de la ira de Dios, y aun entonces cuando ya ha sido templada. Jesús, en cambio, tuvo que soportar la plena ira de Dios a causa de millones de transgresores redimidos. No es más que el trueno lejano de la ley lo que resuena en el alma convencida de un pecador, pero toda la tormenta estalló sobre la cabeza del Fiador.
Con un poco de ira esconde Dios Su rostro de Su Sion por un momento, pero con gran ira escondió Su rostro de Su Hijo amado. Sean cuales sean los dolores y las angustias espirituales de la afligida Sion, aunque esté “fatigada con tempestad, sin consuelo” (Isa. 54:11), en todo tiene una Cabeza que ha sufrido infinitamente más que todos los miembros juntos. Es, pues, por Su experiencia personal de estas aflicciones espirituales que el bendito Señor es un Sumo Sacerdote tan compasivo a la diestra de Dios.
Lectura: Lamentaciones 1:12-22
Al lector…
Cuando usted está abatido bajo convicciones, dudas y temores, y parece como si Dios hubiera escondido de usted Su rostro, ¿qué hacer entonces? Piense entonces en el huerto de Getsemaní, donde Su alma estuvo muy triste hasta la muerte, y Su sudor caía como grandes gotas de sangre hasta la tierra. Lo que usted siente no son más que unas pocas gotas de la ira de Dios; toda la tormenta estalló sobre la cabeza del Fiador.
Con un poco de ira esconde Dios Su rostro de Su Sion por un momento; con gran ira lo escondió de Su Hijo amado. Por eso no hay dolor de Sus hijos afligidos que Él no conozca, y Él lo conoció infinitamente más hondo. ¿Está usted fatigado con tempestad, sin consuelo? Tiene una Cabeza que ha sufrido más que todos los miembros juntos, y que siente con usted a la diestra de Dios.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Haar nooddruftigen zal Ik met brood verzadigen.
Psalm 132:15
Wat een zoetheid ligt er in het woord „verzadigen”! De wereld kan u en mij niet verzadigen. Hebben niet sommigen uwer misschien vele jaren aaneen getracht enige verzadiging daaruit te verkrijgen? Maar kan vrouw of man ons verzadigen? Kunnen kinderen of betrekkingen dit doen? Kunnen de genoegens der zonde ons verzadigen? Is er in dit alles niet een pijnlijke ledigheid?
Oogsten wij niet van alles wat van beneden en van het vlees is teleurstelling en misnoegen? Ondervinden wij niet dat wij weinig meer dan smart ontmoeten van alles wat van de wereld is? Ik ben ervan overtuigd dat ik in de wereld weinig anders vind en gedurende enige jaren gevonden heb dan misnoegen, teleurstelling, ijdelheid en kwelling des geestes. De arme ziel kijkt rond op de wereld en naar het schepsel; zij oogt op bezit en vermaak en betrekkingen van dit leven, en bekomt maar een schrale oogst, zodat al wat zij raapt, smart en kwelling is.
Nu, wanneer iemand gezet wordt in de behoefte van verzadiging en hij nodig heeft wat hem gelukkig maken kan, iets wat zijn pijnlijke ledigheid kan vervullen, iets wat zijn gebroken benen kan stutten, zijn bloedige wonden en melaatse zweren kan helen; en nadat hij heeft gezien op dogma’s, denkbeelden, begrippen, bespiegelingen, vormen, kerkgebruiken en ceremoniën van de godsdienst; heeft gezien op de wereld met al haar bekoorlijkheden, en op zichzelf met al zijn verscheidene bewegingen en werkzaamheden; en in dit alles niets gevonden heeft dan bitterheid des geestes, kwelling en moeite, waarop hij neerzinkt als een ellendig schepsel; waarlijk, wanneer de Heere hem daar doet zien op het Brood des levens, dan vindt hij verzadiging in datgene wat hij van niet één zijde verkrijgen kon.
En dit is de reden waarom de Heere Zijn volk verdrukking toezendt, de reden waarom sommigen zulk een zwak en ziekelijk lichaam omdragen, waarom sommigen zulke zware tijden in hun huisgezin doormaken, waarom anderen zo in diepe beproevingen komen in financiële aangelegenheden, waarom anderen zulke opstandige kinderen hebben en weer anderen zo geoefend worden door geestelijke bestrijdingen, dat zij nauwelijks weten wat het einde daarvan zal zijn. In alles ligt deze ene bedoeling: hen in zichzelf ellendig te maken buiten Christus, onverzadigd, tenzij dan met het Evangelievoedsel; hun te doen ervaren dat God alleen hen kan gelukkig maken en alleen hun belast gemoed kan vertroosten.
Aan de lezer…
Bent u nooddruftig, lezer? Hebt u gezocht naar verzadiging in de wereld, in mensen, in bezit of vermaak, en vond u overal een pijnlijke ledigheid? Misschien draagt u een zwak lichaam, of zijn er zware tijden in uw huisgezin, zorgen om geld, kinderen die u verdriet doen, of geestelijke bestrijdingen waarvan u het einde niet ziet. Het is zwaar, en ik verbloem het niet. Maar ik wijs u de ene bedoeling die in dit alles ligt.
De Heere maakt u ellendig buiten Christus, opdat u nergens anders verzadiging zou vinden dan in het Brood des levens. Wat u van geen enkele zijde kon verkrijgen, wil Hij u Zelf geven. Lees dan Zijn belofte als aan u gericht: „Haar nooddruftigen zal Ik met brood verzadigen.” Niet de rijken, niet de verzadigden, maar de nooddruftigen. Uw honger is geen hindernis, maar juist de plaats waar Hij u ontmoeten wil.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Haar nooddruftigen zal Ik met brood verzadigen.
Psalm 132:15
Wat een zoetheid ligt er in het woord „verzadigen”! De wereld kan u en mij niet verzadigen. Hebben sommigen van u misschien niet jarenlang geprobeerd daar enige verzadiging uit te halen? Maar kan een vrouw of een man ons verzadigen? Kunnen kinderen of familie dat doen? Kunnen de genoegens van de zonde ons verzadigen? Is er in dit alles niet een pijnlijke leegte?
Oogsten wij niet van alles wat van beneden en van het vlees is, teleurstelling en onvrede? Ervaren wij niet dat alles wat van de wereld is, ons weinig anders dan smart brengt? Ik ben ervan overtuigd dat ik in de wereld weinig anders vind, en al enkele jaren gevonden heb, dan onvrede, teleurstelling, ijdelheid en kwelling van de geest. De arme ziel kijkt rond in de wereld en naar het schepsel; zij kijkt naar bezit, vermaak en de relaties van dit leven, en krijgt maar een schrale oogst, zodat alles wat zij bijeenraapt, smart en kwelling is.
Iemand kan in de behoefte komen aan verzadiging. Hij heeft iets nodig wat hem gelukkig kan maken, iets wat zijn pijnlijke leegte kan vullen, iets wat zijn gebroken benen kan ondersteunen en zijn bloedende wonden en melaatse zweren kan genezen. Hij heeft gekeken naar dogma’s, denkbeelden, begrippen, bespiegelingen, vormen, kerkgebruiken en ceremoniën van de godsdienst; hij heeft gekeken naar de wereld met al haar bekoorlijkheden, en naar zichzelf met al zijn verschillende bewegingen en werkzaamheden. In dit alles heeft hij niets gevonden dan bitterheid van de geest, kwelling en moeite, en hij zinkt neer als een ellendig schepsel. Waarlijk, wanneer de Heere hem daar laat zien op het Brood des levens, dan vindt hij verzadiging in wat hij van geen enkele kant kon krijgen.
En dit is de reden waarom de Heere Zijn volk verdrukking zendt. Het is de reden waarom sommigen zo’n zwak en ziekelijk lichaam met zich meedragen, waarom sommigen zulke zware tijden in hun gezin doormaken, waarom anderen in financiële zaken in zulke diepe beproevingen komen, waarom anderen zulke opstandige kinderen hebben, en waarom weer anderen zo geoefend worden door geestelijke bestrijdingen dat zij nauwelijks weten hoe het zal aflopen. In alles ligt deze ene bedoeling: hen buiten Christus in zichzelf ellendig te maken, onverzadigd behalve door het voedsel van het Evangelie; hen te laten ervaren dat alleen God hen gelukkig kan maken en alleen Hij hun belaste gemoed kan troosten.
Aan de lezer…
Bent u nooddruftig? Hebt u gezocht naar verzadiging in de wereld, in mensen, in bezit of vermaak, en vond u overal een pijnlijke leegte? Misschien draagt u een zwak lichaam, of zijn er zware tijden in uw gezin, zorgen om geld, kinderen die u verdriet doen, of geestelijke bestrijdingen waarvan u het einde niet ziet. Het is zwaar, en ik verbloem het niet. Maar ik wijs u op de ene bedoeling die in dit alles ligt.
De Heere maakt u ellendig buiten Christus, zodat u nergens anders verzadiging zou vinden dan in het Brood des levens. Wat u van geen enkele kant kon krijgen, wil Hij u Zelf geven. Lees dan Zijn belofte als aan u gericht: „Haar nooddruftigen zal Ik met brood verzadigen.” Niet de rijken, niet de verzadigden, maar de nooddruftigen. Uw honger is geen hindernis, maar juist de plaats waar Hij u wil ontmoeten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
I will satisfy her poor with bread.
Psalm 132:15
What a sweetness there is in the word “satisfy!” The world cannot satisfy the child of God. Have we not tried, some of us perhaps for many years, to get some satisfaction from it? But can wife or husband “satisfy” us? Can children or relatives “satisfy” us? Can all the world calls good or great “satisfy” us? Can the pleasures of sin “satisfy” us? Is there not in all an aching void? Do we not reap dissatisfaction and disappointment from everything that is of the creature, and of the flesh?
Do we not find that there is little else but sorrow to be reaped from everything in this world? I am sure I find, and have found for some years, that there is little else to be gathered from the world but disappointment, dissatisfaction, “vanity and vexation of spirit.” The poor soul looks round upon the world and the creature, upon all the occupations, amusements and relations of life, and finds all one melancholy harvest, so that all it reaps is sorrow, perplexity, and dissatisfaction.
Now when a man is brought here, to want satisfaction, something to make him happy, something to fill up the aching void, something to bind up broken bones, bleeding wounds, and leprous sores, and after he has looked at everything, at doctrines, opinions, notions, speculations, forms, rites and ceremonies in religion, at the world with all its charms, and at self with all its varied workings, and found nothing but bitterness of spirit, vexation and trouble in them all, and thus sinks down a miserable wretch, why, then when the Lord opens up to him something of the bread of life, he finds a satisfaction in that which he never could gain from any other quarter.
And that is the reason why the Lord so afflicts His people; why some carry about with them such weak, suffering tabernacles, why some have so many family troubles, why others are so deeply steeped in poverty, why others have such rebellious children, and why others are so exercised with spiritual sorrows that they scarcely know what will be the end. It is all for one purpose, to make them miserable out of Christ, dissatisfied except with gospel food; to render them so wretched and uncomfortable that God alone can make them happy, and alone can speak consolation to their troubled minds.
To the reader…
Are you poor and needy? Have you looked for satisfaction in the world, in people, in possessions or pleasure, and found a painful emptiness everywhere? Perhaps you carry a weak body, or there are hard times in your family, worries about money, children who grieve you, or spiritual conflicts whose end you cannot see. It is heavy, and I do not gloss over it. But I point you to the one purpose that lies in all of this.
The Lord makes you miserable out of Christ, so that you would find satisfaction nowhere but in the Bread of life. What you could not obtain from any other quarter, He wants to give you Himself. Read His promise, then, as addressed to you: “I will satisfy her poor with bread.” Not the rich, not the full, but the poor. Your hunger is no hindrance, but the very place where He wants to meet you.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
A sus pobres saciaré de pan.
Salmo 132:15
¡Qué dulzura hay en la palabra “saciar”! El mundo no puede saciar al hijo de Dios. ¿No hemos intentado, algunos de nosotros quizás durante muchos años, obtener de él alguna satisfacción? Pero ¿puede la esposa o el esposo “saciarnos”? ¿Pueden los hijos o los parientes “saciarnos”? ¿Puede todo lo que el mundo llama bueno o grande “saciarnos”? ¿Pueden los placeres del pecado “saciarnos”? ¿No hay en todo ello un vacío que duele? ¿No cosechamos insatisfacción y desengaño de todo lo que es de la criatura y de la carne?
¿No descubrimos que de todo lo de este mundo apenas se cosecha otra cosa que tristeza? Estoy seguro de que yo descubro, y he descubierto desde hace algunos años, que del mundo apenas se recoge otra cosa que desengaño, insatisfacción, “vanidad y aflicción de espíritu”. La pobre alma mira en derredor al mundo y a la criatura, a todas las ocupaciones, diversiones y relaciones de la vida, y lo halla todo una cosecha melancólica, de modo que lo único que recoge es tristeza, perplejidad e insatisfacción.
Ahora bien, cuando un hombre es llevado hasta aquí —a necesitar satisfacción, algo que le haga feliz, algo que llene el vacío que duele, algo que vende los huesos quebrantados, las heridas sangrantes y las llagas leprosas—, y después de haber mirado todas las cosas —doctrinas, opiniones, nociones, especulaciones, formas, ritos y ceremonias en la religión, el mundo con todos sus encantos, y el yo con todas sus variadas operaciones— y no haber hallado en todo ello sino amargura de espíritu, aflicción y angustia, y así se hunde como un miserable desdichado, pues entonces, cuando el Señor le abre algo del pan de vida, halla en ello una satisfacción que nunca pudo obtener de ninguna otra parte.
Y esa es la razón por la que el Señor aflige tanto a Su pueblo; por la que algunos llevan consigo tabernáculos tan débiles y dolientes, por la que algunos tienen tantas penas familiares, por la que otros están tan hundidos en la pobreza, por la que otros tienen hijos tan rebeldes, y por la que otros están tan ejercitados con tristezas espirituales que apenas saben cuál será el fin. Todo es con un solo propósito: hacerlos desdichados fuera de Cristo, insatisfechos con todo excepto con el alimento del evangelio; volverlos tan miserables e incómodos que solo Dios pueda hacerlos felices, y solo Él pueda hablar consuelo a sus mentes turbadas.
Al lector…
¿Es usted pobre y necesitado? ¿Ha buscado satisfacción en el mundo, en las personas, en las posesiones o en el placer, y ha hallado en todas partes un vacío doloroso? Quizás lleva un cuerpo débil, o hay tiempos difíciles en su familia, preocupaciones de dinero, hijos que le causan dolor, o luchas espirituales cuyo fin no alcanza a ver. Es pesado, y no lo disimulo. Pero le señalo el único propósito que hay en todo esto.
El Señor le hace desdichado fuera de Cristo, para que no halle satisfacción en ninguna parte sino en el Pan de vida. Lo que no pudo obtener de ninguna otra parte, Él mismo quiere dárselo. Lea, pues, Su promesa como dirigida a usted: “A sus pobres saciaré de pan”. No a los ricos, no a los saciados, sino a los pobres. Su hambre no es un obstáculo, sino precisamente el lugar donde Él quiere encontrarle.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl