12 de junio
Haar nooddruftigen zal Ik met brood verzadigen.
Psalm 132:15
Wat een zoetheid ligt er in het woord „verzadigen”! De wereld kan u en mij niet verzadigen. Hebben niet sommigen uwer misschien vele jaren aaneen getracht enige verzadiging daaruit te verkrijgen? Maar kan vrouw of man ons verzadigen? Kunnen kinderen of betrekkingen dit doen? Kunnen de genoegens der zonde ons verzadigen? Is er in dit alles niet een pijnlijke ledigheid?
Oogsten wij niet van alles wat van beneden en van het vlees is teleurstelling en misnoegen? Ondervinden wij niet dat wij weinig meer dan smart ontmoeten van alles wat van de wereld is? Ik ben ervan overtuigd dat ik in de wereld weinig anders vind en gedurende enige jaren gevonden heb dan misnoegen, teleurstelling, ijdelheid en kwelling des geestes. De arme ziel kijkt rond op de wereld en naar het schepsel; zij oogt op bezit en vermaak en betrekkingen van dit leven, en bekomt maar een schrale oogst, zodat al wat zij raapt, smart en kwelling is.
Nu, wanneer iemand gezet wordt in de behoefte van verzadiging en hij nodig heeft wat hem gelukkig maken kan, iets wat zijn pijnlijke ledigheid kan vervullen, iets wat zijn gebroken benen kan stutten, zijn bloedige wonden en melaatse zweren kan helen; en nadat hij heeft gezien op dogma’s, denkbeelden, begrippen, bespiegelingen, vormen, kerkgebruiken en ceremoniën van de godsdienst; heeft gezien op de wereld met al haar bekoorlijkheden, en op zichzelf met al zijn verscheidene bewegingen en werkzaamheden; en in dit alles niets gevonden heeft dan bitterheid des geestes, kwelling en moeite, waarop hij neerzinkt als een ellendig schepsel; waarlijk, wanneer de Heere hem daar doet zien op het Brood des levens, dan vindt hij verzadiging in datgene wat hij van niet één zijde verkrijgen kon.
En dit is de reden waarom de Heere Zijn volk verdrukking toezendt, de reden waarom sommigen zulk een zwak en ziekelijk lichaam omdragen, waarom sommigen zulke zware tijden in hun huisgezin doormaken, waarom anderen zo in diepe beproevingen komen in financiële aangelegenheden, waarom anderen zulke opstandige kinderen hebben en weer anderen zo geoefend worden door geestelijke bestrijdingen, dat zij nauwelijks weten wat het einde daarvan zal zijn. In alles ligt deze ene bedoeling: hen in zichzelf ellendig te maken buiten Christus, onverzadigd, tenzij dan met het Evangelievoedsel; hun te doen ervaren dat God alleen hen kan gelukkig maken en alleen hun belast gemoed kan vertroosten.
Aan de lezer…
Bent u nooddruftig, lezer? Hebt u gezocht naar verzadiging in de wereld, in mensen, in bezit of vermaak, en vond u overal een pijnlijke ledigheid? Misschien draagt u een zwak lichaam, of zijn er zware tijden in uw huisgezin, zorgen om geld, kinderen die u verdriet doen, of geestelijke bestrijdingen waarvan u het einde niet ziet. Het is zwaar, en ik verbloem het niet. Maar ik wijs u de ene bedoeling die in dit alles ligt.
De Heere maakt u ellendig buiten Christus, opdat u nergens anders verzadiging zou vinden dan in het Brood des levens. Wat u van geen enkele zijde kon verkrijgen, wil Hij u Zelf geven. Lees dan Zijn belofte als aan u gericht: „Haar nooddruftigen zal Ik met brood verzadigen.” Niet de rijken, niet de verzadigden, maar de nooddruftigen. Uw honger is geen hindernis, maar juist de plaats waar Hij u ontmoeten wil.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Haar nooddruftigen zal Ik met brood verzadigen.
Psalm 132:15
Wat een zoetheid ligt er in het woord „verzadigen”! De wereld kan u en mij niet verzadigen. Hebben sommigen van u misschien niet jarenlang geprobeerd daar enige verzadiging uit te halen? Maar kan een vrouw of een man ons verzadigen? Kunnen kinderen of familie dat doen? Kunnen de genoegens van de zonde ons verzadigen? Is er in dit alles niet een pijnlijke leegte?
Oogsten wij niet van alles wat van beneden en van het vlees is, teleurstelling en onvrede? Ervaren wij niet dat alles wat van de wereld is, ons weinig anders dan smart brengt? Ik ben ervan overtuigd dat ik in de wereld weinig anders vind, en al enkele jaren gevonden heb, dan onvrede, teleurstelling, ijdelheid en kwelling van de geest. De arme ziel kijkt rond in de wereld en naar het schepsel; zij kijkt naar bezit, vermaak en de relaties van dit leven, en krijgt maar een schrale oogst, zodat alles wat zij bijeenraapt, smart en kwelling is.
Iemand kan in de behoefte komen aan verzadiging. Hij heeft iets nodig wat hem gelukkig kan maken, iets wat zijn pijnlijke leegte kan vullen, iets wat zijn gebroken benen kan ondersteunen en zijn bloedende wonden en melaatse zweren kan genezen. Hij heeft gekeken naar dogma’s, denkbeelden, begrippen, bespiegelingen, vormen, kerkgebruiken en ceremoniën van de godsdienst; hij heeft gekeken naar de wereld met al haar bekoorlijkheden, en naar zichzelf met al zijn verschillende bewegingen en werkzaamheden. In dit alles heeft hij niets gevonden dan bitterheid van de geest, kwelling en moeite, en hij zinkt neer als een ellendig schepsel. Waarlijk, wanneer de Heere hem daar laat zien op het Brood des levens, dan vindt hij verzadiging in wat hij van geen enkele kant kon krijgen.
En dit is de reden waarom de Heere Zijn volk verdrukking zendt. Het is de reden waarom sommigen zo’n zwak en ziekelijk lichaam met zich meedragen, waarom sommigen zulke zware tijden in hun gezin doormaken, waarom anderen in financiële zaken in zulke diepe beproevingen komen, waarom anderen zulke opstandige kinderen hebben, en waarom weer anderen zo geoefend worden door geestelijke bestrijdingen dat zij nauwelijks weten hoe het zal aflopen. In alles ligt deze ene bedoeling: hen buiten Christus in zichzelf ellendig te maken, onverzadigd behalve door het voedsel van het Evangelie; hen te laten ervaren dat alleen God hen gelukkig kan maken en alleen Hij hun belaste gemoed kan troosten.
Aan de lezer…
Bent u nooddruftig? Hebt u gezocht naar verzadiging in de wereld, in mensen, in bezit of vermaak, en vond u overal een pijnlijke leegte? Misschien draagt u een zwak lichaam, of zijn er zware tijden in uw gezin, zorgen om geld, kinderen die u verdriet doen, of geestelijke bestrijdingen waarvan u het einde niet ziet. Het is zwaar, en ik verbloem het niet. Maar ik wijs u op de ene bedoeling die in dit alles ligt.
De Heere maakt u ellendig buiten Christus, zodat u nergens anders verzadiging zou vinden dan in het Brood des levens. Wat u van geen enkele kant kon krijgen, wil Hij u Zelf geven. Lees dan Zijn belofte als aan u gericht: „Haar nooddruftigen zal Ik met brood verzadigen.” Niet de rijken, niet de verzadigden, maar de nooddruftigen. Uw honger is geen hindernis, maar juist de plaats waar Hij u wil ontmoeten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
I will satisfy her poor with bread.
Psalm 132:15
What a sweetness there is in the word “satisfy!” The world cannot satisfy the child of God. Have we not tried, some of us perhaps for many years, to get some satisfaction from it? But can wife or husband “satisfy” us? Can children or relatives “satisfy” us? Can all the world calls good or great “satisfy” us? Can the pleasures of sin “satisfy” us? Is there not in all an aching void? Do we not reap dissatisfaction and disappointment from everything that is of the creature, and of the flesh?
Do we not find that there is little else but sorrow to be reaped from everything in this world? I am sure I find, and have found for some years, that there is little else to be gathered from the world but disappointment, dissatisfaction, “vanity and vexation of spirit.” The poor soul looks round upon the world and the creature, upon all the occupations, amusements and relations of life, and finds all one melancholy harvest, so that all it reaps is sorrow, perplexity, and dissatisfaction.
Now when a man is brought here, to want satisfaction, something to make him happy, something to fill up the aching void, something to bind up broken bones, bleeding wounds, and leprous sores, and after he has looked at everything, at doctrines, opinions, notions, speculations, forms, rites and ceremonies in religion, at the world with all its charms, and at self with all its varied workings, and found nothing but bitterness of spirit, vexation and trouble in them all, and thus sinks down a miserable wretch, why, then when the Lord opens up to him something of the bread of life, he finds a satisfaction in that which he never could gain from any other quarter.
And that is the reason why the Lord so afflicts His people; why some carry about with them such weak, suffering tabernacles, why some have so many family troubles, why others are so deeply steeped in poverty, why others have such rebellious children, and why others are so exercised with spiritual sorrows that they scarcely know what will be the end. It is all for one purpose, to make them miserable out of Christ, dissatisfied except with gospel food; to render them so wretched and uncomfortable that God alone can make them happy, and alone can speak consolation to their troubled minds.
To the reader…
Are you poor and needy? Have you looked for satisfaction in the world, in people, in possessions or pleasure, and found a painful emptiness everywhere? Perhaps you carry a weak body, or there are hard times in your family, worries about money, children who grieve you, or spiritual conflicts whose end you cannot see. It is heavy, and I do not gloss over it. But I point you to the one purpose that lies in all of this.
The Lord makes you miserable out of Christ, so that you would find satisfaction nowhere but in the Bread of life. What you could not obtain from any other quarter, He wants to give you Himself. Read His promise, then, as addressed to you: “I will satisfy her poor with bread.” Not the rich, not the full, but the poor. Your hunger is no hindrance, but the very place where He wants to meet you.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
A sus pobres saciaré de pan.
Salmo 132:15
¡Qué dulzura hay en la palabra “saciar”! El mundo no puede saciar al hijo de Dios. ¿No hemos intentado, algunos de nosotros quizás durante muchos años, obtener de él alguna satisfacción? Pero ¿puede la esposa o el esposo “saciarnos”? ¿Pueden los hijos o los parientes “saciarnos”? ¿Puede todo lo que el mundo llama bueno o grande “saciarnos”? ¿Pueden los placeres del pecado “saciarnos”? ¿No hay en todo ello un vacío que duele? ¿No cosechamos insatisfacción y desengaño de todo lo que es de la criatura y de la carne?
¿No descubrimos que de todo lo de este mundo apenas se cosecha otra cosa que tristeza? Estoy seguro de que yo descubro, y he descubierto desde hace algunos años, que del mundo apenas se recoge otra cosa que desengaño, insatisfacción, “vanidad y aflicción de espíritu”. La pobre alma mira en derredor al mundo y a la criatura, a todas las ocupaciones, diversiones y relaciones de la vida, y lo halla todo una cosecha melancólica, de modo que lo único que recoge es tristeza, perplejidad e insatisfacción.
Ahora bien, cuando un hombre es llevado hasta aquí —a necesitar satisfacción, algo que le haga feliz, algo que llene el vacío que duele, algo que vende los huesos quebrantados, las heridas sangrantes y las llagas leprosas—, y después de haber mirado todas las cosas —doctrinas, opiniones, nociones, especulaciones, formas, ritos y ceremonias en la religión, el mundo con todos sus encantos, y el yo con todas sus variadas operaciones— y no haber hallado en todo ello sino amargura de espíritu, aflicción y angustia, y así se hunde como un miserable desdichado, pues entonces, cuando el Señor le abre algo del pan de vida, halla en ello una satisfacción que nunca pudo obtener de ninguna otra parte.
Y esa es la razón por la que el Señor aflige tanto a Su pueblo; por la que algunos llevan consigo tabernáculos tan débiles y dolientes, por la que algunos tienen tantas penas familiares, por la que otros están tan hundidos en la pobreza, por la que otros tienen hijos tan rebeldes, y por la que otros están tan ejercitados con tristezas espirituales que apenas saben cuál será el fin. Todo es con un solo propósito: hacerlos desdichados fuera de Cristo, insatisfechos con todo excepto con el alimento del evangelio; volverlos tan miserables e incómodos que solo Dios pueda hacerlos felices, y solo Él pueda hablar consuelo a sus mentes turbadas.
Al lector…
¿Es usted pobre y necesitado? ¿Ha buscado satisfacción en el mundo, en las personas, en las posesiones o en el placer, y ha hallado en todas partes un vacío doloroso? Quizás lleva un cuerpo débil, o hay tiempos difíciles en su familia, preocupaciones de dinero, hijos que le causan dolor, o luchas espirituales cuyo fin no alcanza a ver. Es pesado, y no lo disimulo. Pero le señalo el único propósito que hay en todo esto.
El Señor le hace desdichado fuera de Cristo, para que no halle satisfacción en ninguna parte sino en el Pan de vida. Lo que no pudo obtener de ninguna otra parte, Él mismo quiere dárselo. Lea, pues, Su promesa como dirigida a usted: “A sus pobres saciaré de pan”. No a los ricos, no a los saciados, sino a los pobres. Su hambre no es un obstáculo, sino precisamente el lugar donde Él quiere encontrarle.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl