Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

12 mei Korenaren uit de volle oogst

Ik ben wel ellendig en nooddruftig, maar de Heere denkt aan mij.
Psalm 40:18

Zijn er geen heilige ogenblikken in uw ziel waarin u aan de Heere denkt? Misschien ligt u midden in de nacht wakker en denkt u na over God, over Zijn Waarheid, Zijn Liefde, Zijn Woord en Zijn wegen met uw ziel, en stijgen uw wensen, gebeden en verzuchtingen op naar Zijn heilige Majesteit. Is dat niet een bewijs dat u aan Zijn Naam denkt? En wees ervan verzekerd: wanneer u aan Hem denkt, heeft Hij aan u gedacht.

Kijk naar de lichtzinnige menigte. Denkt zij aan God? Is Jezus ooit dierbaar geweest voor haar ziel? Verlangt zij naar Hem zoals het hert naar de waterstromen? Nee, zij zegt: „Er is geen God.” Als het al niet de taal van hun lippen is, dan is het toch de taal van hun binnenste.

Door genade kunt u echter zeggen dat u aan God denkt. Daarom is er enig bewijs dat Hij aan u denkt, ook al kunt u daarvan niet tot zekerheid komen. En als Hij aan u denkt, dan zijn Zijn gedachten goede gedachten, gedachten van vrede en niet van kwaad. Leest Hij niet in uw hart? Ziet Zijn heilig oog niet tot in de schuilhoeken van uw ziel?

En als Hij aan u denkt, zal Hij u dan verlaten en u aan uzelf overlaten op het uur dat u Hem het meest nodig hebt? Nee, Hij Die van eeuwigheid aan u dacht, denkt ook in de tijd aan u: bij elke beproeving, elke verzoeking, elke ziekte, en in het gewichtige uur waarin ziel en lichaam scheiden. In leven en sterven zal Hij u nog gedenken, en u ten slotte brengen in die hemelse woningen waar deze twee zaken heerlijk verenigd zullen zijn: de Heere gedenkt altijd aan Zijn Zoon, en Zijn Zoon gedenkt aan Hem.

Want, o trouw en eeuwig Wezen,
in mijn vrezen
stut mijn hoop op U alleen.
Gij, mijn God, zult in ellenden
bijstand zenden
en verhoren mijn gebeên.

Ps. 38:15

Aan de lezer…

Misschien ligt u, lezer, soms midden in de nacht wakker, en gaan uw gedachten uit naar God, naar Zijn Woord en Zijn wegen met uw ziel. U durft niet te zeggen dat u zeker bent van Zijn gunst; u voelt zich ellendig en nooddruftig. Maar acht dat zuchten niet te gering. De wereld denkt niet aan Hem; zij zegt in haar binnenste: „Er is geen God.” Dat u aan Hem denkt, is een vrucht van Zijn genade, want wanneer u aan Hem denkt, heeft Hij eerst aan u gedacht.

En Zijn gedachten zijn gedachten van vrede en niet van kwaad. Hij leest in uw hart; Zijn oog ziet tot in de schuilhoeken van uw ziel. Zou Hij u dan aan uzelf overlaten op het uur dat u Hem het meest nodig hebt? Nee, Hij Die aan u dacht, zal u gedenken bij elke beproeving, in leven en in sterven.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

12 mei 365 dagen met Philpot

Die overwint

En Ik zal hem geven een witte keursteen.
Openbaring 2:17

Elk teken dat de Heere u ooit heeft gegeven dat u Zijn kind bent, elke belofte die ooit in uw hart is gekomen, elk antwoord op een gebed dat u ooit van Zijn lippen hebt ontvangen, elke verlossing van Zijn hand die u ooit hebt ervaren, is een „witte steen”. Elke toepassing van de waarheid aan uw ziel met goddelijke kleur en gloed, elke tijd van verlevendiging en verkwikking, elke zoete openbaring, elk breken of verzachten van het hart, elk smelten van de geest aan de voetbank van de Heiland, is een „witte steen”.

Telkens wanneer Jezus dierbaar was voor uw hart, telkens wanneer u Zijn voeten met uw tranen waste en ze met uw haren afdroogde, telkens wanneer u Hem in de armen van vertrouwen en genegenheid sloot en kon zeggen: „Lieve Heere, hoe dierbaar zijt Gij voor mijn ziel!”, was dat een „witte steen”. De Heere heeft u „een witte steen” gegeven bij elk bezoek van Zijn genadige tegenwoordigheid, bij elke gemeenschap met Zijn eeuwige en nooit aflatende liefde. En wat een zegen is het voor Gods kind om ook maar één witte steen te hebben!

Stel u voor, om terug te komen op het gebruik waaraan het beeld ontleend is, dat er twijfel bestond over de vrijspraak van een gevangene. Kon hij dan niet wijzen op de witte stenen die in de urn lagen? En als hij ze in zijn hand kon tonen en tegen de rechters kon zeggen: „Hier zijn de witte stenen die u in de urn hebt gestopt; uzelf hebt me vrijgesproken”, zou het tonen daarvan hem dan niet hebben vrijgepleit van de aanklachten die tegen hem waren ingediend? En wat een zegen is het voor Gods kind een witte steen te hebben die hij voor de genadetroon kan tonen!

Lezen: Psalm 103

Aan de lezer…

Hoe vaak hebt u al zo’n witte steen ontvangen? Denk eens terug. Was er een belofte die in uw hart kwam, een gebed dat verhoord werd, een ogenblik waarop uw hart smolt aan de voetbank van de Heiland en u kon zeggen: „Lieve Heere, hoe dierbaar zijt Gij voor mijn ziel”? Misschien vindt u er maar één of twee, en schaamt u zich over hoe weinig het is.

Veracht ze dan niet. Wat een zegen is het ook maar één witte steen te hebben! Wanneer de aanklacht weer opkomt en u twijfelt of u wel vrijgesproken bent, mag u met die steen in de hand voor de genadetroon verschijnen en zeggen: „Heere, deze hebt Gij mij Zelf gegeven.” Hij zal Zijn eigen werk niet verloochenen. Wat Hij eens met Zijn genadige tegenwoordigheid heeft bezegeld, blijft Zijn getuigenis.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

12 mei Door Baca’s vallei

En gij zijt degenen, die met Mij steeds gebleven zijt in Mijn verzoekingen.
Lukas 22:28

Satan bracht al zijn geschut naar voren en richtte het op de Zoon van God. Het was hem toegestaan Hem tot het uiterste te beproeven. Het was het voornemen van God dat Zijn geliefde Zoon verzocht zou worden zoals wij. En als u God toebehoort, dan is er geen enkele verzoeking over u gekomen waarmee de Heere van het leven en van de heerlijkheid niet verzocht is geweest.

Worden we soms verzocht om te twijfelen aan een God van de voorzienigheid? De Heere Jezus werd op dezelfde manier verzocht toen satan tegen Hem zei: „Zeg dat deze stenen brood worden.” Worden we verzocht tot ijdel vertrouwen en vermetelheid? De Heere van het leven en van de heerlijkheid werd net zo verzocht toen de vorst van de duisternis tegen Hem zei: „Indien Gij Gods Zoon zijt, werp Uzelf nederwaarts.”

Worden we vaak verzocht tot ongeloof, of we wel kinderen van God zijn, en soms overvallen door achterdocht en vrees dat we misschien alleen een belijdenis van de godsdienst hebben, zonder de innerlijke kracht ervan in ons hart te bezitten? Satan bracht dezelfde verzoeking tegen de Heere in, toen hij zei: „Indien Gij Gods Zoon zijt”, zoals Hart zegt: „O, wat een ‘indiens’!” Worden we verzocht onze rug naar God te keren voor wat de wereld ons aanbiedt? De Heere Jezus werd evengoed verzocht toen satan Hem meenam op een zeer hoge berg en beloofde Hem alles te geven wat Zijn ogen zagen.

Zijn we ooit verzocht om ons van de ware God af te keren en de afgoden te aanbidden? De Heere van het leven en van de heerlijkheid werd ook daartoe verzocht, toen de duivel met zijn helse hoogmoed en vervloekte schaamteloosheid de Zoon van God voorstelde hem te aanbidden. De Zoon van God die de duivel zou aanbidden!

Maar, zal iemand zeggen: werd Jezus verzocht zoals ik verzocht ben? Hoe kan dat? Hij was rein, zonder vlek en heilig, maar ik ben enkel verdorvenheid van het hoofd tot de voetzool. De Heere van het leven en van de heerlijkheid had een volmaakte, ongevallen natuur, een heilig menselijk lichaam en een heilige menselijke ziel, in vereniging met Zijn Godheid. Maar ik heb een gevallen natuur, bevlekt naar het lichaam en besmet naar de ziel. Kan er dan enige overeenkomst zijn in onze verzoekingen?

Ik zou u willen vragen: wat is het in u dat de last van de verzoekingen voelt, wanneer de duivel zijn lasteringen in uw ziel werpt? Is er niet iets in u dat daaronder lijdt, en ik zou bijna zeggen, gefolterd wordt onder deze vurige pijlen? Is dat niet de nieuwe natuur? En is die natuur niet onbesmet en heilig? Is zij niet uit God geboren, en daarom heilig zoals God heilig is, en zo rein als God rein is? Zoals uw zuivere en heilige natuur, die uit God geboren is, lijdt en smart onder de vurige pijlen van de duivel, precies zo werd de heilige ziel van de Heere Jezus wel tienduizend keer meer pijn en foltering aangedaan door de verzoekingen en voorstellingen van de duivel.

De discipelen verlieten hun Heere niet, hoewel Hij door deze verzoekingen zo smartelijk getroffen werd. Nee, sterker nog, naar de mate van hun geloof deelden zij er persoonlijk in. Zij leden met Hem en zij voelden met Hem mee. Zij werden, al was het in veel mindere mate, getroffen door de pijlen van dezelfde boog. Zo stonden de discipelen bloot aan dezelfde verzoekingen die Jezus troffen, en leden zij met Hem als leden van hun Verbondshoofd. Zij gingen meestal, ja dagelijks, een pad van moeite en verdriet. Dagelijks werden zij verzocht door de duivel, door de wereld en door hun eigen boze hart; dagelijks werden zij verzocht te doen wat hun geestelijk gemoed verfoeide, en te doen wat hatelijk was in de ogen van een rein Goddelijk Wezen.

Aan de lezer…

Misschien zegt u: „Werd Jezus verzocht zoals ik? Hoe kan dat? Hij was heilig, en ik ben enkel verdorvenheid.” Kijk dan eens wat er in u lijdt wanneer de duivel zijn lasteringen in uw ziel werpt. Waarom voelt u die vurige pijlen zo pijnlijk? Is het niet omdat er een nieuwe natuur in u is, uit God geboren, die de zonde verfoeit? Een dood hart lijdt niet onder de verzoeking.

Zo werd ook de heilige ziel van de Heere Jezus gefolterd door de verzoekingen van satan, wel tienduizend keer meer dan de uwe. Hij hoorde het „Indien Gij Gods Zoon zijt”, zoals u hoort: „Als u een kind van God bent.” En de discipelen die bij Hem bleven, leden met Hem mee. Tot zulke mensen zegt Hij: „Gij zijt degenen, die met Mij steeds gebleven zijt in Mijn verzoekingen.” Blijft u bij Hem in de strijd, dan kent Hij u en zal Hij u niet verlaten.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina