12 de mayo
En gij zijt degenen, die met Mij steeds gebleven zijt in Mijn verzoekingen.
Lukas 22:28
Satan bracht al zijn geschut naar voren en richtte het op de Zoon van God. Het was hem toegelaten Hem tot het uiterste te beproeven. Het was het voornemen van God dat Zijn beminde Zoon zou verzocht worden als wij; en als gij God toebehoort, dan is er geen enkele verzoeking tot u gekomen waarmede de Heere des levens en der heerlijkheid niet is verzocht geweest.
Worden wij somtijds verzocht te twijfelen aan een God der voorzienigheid? De Heere Jezus werd op gelijke wijze verzocht toen de satan tot Hem zeide: „Zeg dat deze stenen brood worden.” Worden wij verzocht tot een ijdel vertrouwen en vermetelheid? De Heere van leven en heerlijkheid werd evenzo verzocht toen de vorst der duisternis tot Hem zeide: „Indien Gij Gods Zoon zijt, werp Uzelf nederwaarts.”
Worden wij dikwijls verzocht tot ongeloof, of wij wel kinderen Gods zijn, en bij tijden besprongen met achterdocht en vrees of wij niet maar een belijdenis der godsdienst hebben, zonder de innerlijke kracht daarvan in onze harten te bezitten? Satan bracht dezelfde verzoeking voort tegen de Heere, toen hij zeide: „Indien Gij Gods Zoon zijt”, gelijk Hart zegt: „O, wat een ‘indiens’!” Worden wij verzocht onze rug naar God te keren voor hetgeen de wereld ons aanbiedt? De Heere Jezus werd evengelijk verzocht toen de satan Hem medenam op een zeer hoge berg en Hem beloofde alles te zullen geven hetgeen Zijn ogen aanschouwden.
Zijn wij ooit verzocht geworden ons van de ware God af te keren en de afgoden te aanbidden? De Heere des levens en der heerlijkheid werd ook daartoe verzocht toen de duivel met zijn helse hoogmoed en vervloekte schaamteloosheid de Zoon van God voorstelde hem te aanbidden. De Zoon van God de duivel aanbidden!
Maar, zal de een of ander zeggen: werd Jezus verzocht gelijk ik verzocht ben geworden? Hoe kan dat zijn? Hij was rein, zonder vlek en heilig, maar ik ben enkel verdorvenheid van het hoofd tot de voetzool toe. De Heere des levens en der heerlijkheid had een volmaakte, ongevallen natuur, een heilig menselijk lichaam en een heilige menselijke ziel, in vereniging met Zijn Godheid; maar ik heb een gevallen natuur, bevlekt in het lichaam en besmet naar de ziel. Kan er enige gelijkenis zijn in onze verzoekingen?
Ik zou u willen vragen: wat is het in u dat de last der verzoekingen gevoelt, wanneer de duivel zijn lasteringen in uw ziel inwerpt? Is er niet iets in u dat daaronder smart, ik zou bijna zeggen, gefolterd wordt onder deze vurige pijlen? Is het niet de nieuwe natuur? En is niet die natuur onbesmet en heilig? Is zij niet uit God geboren en derhalve heilig gelijk God heilig is, en zo rein als God rein is? Dus juist op dezelfde wijze als uw zuivere en heilige natuur, die uit God geboren is, smart en lijdt onder de vurige pijlen des duivels, zo werd de heilige ziel van de Heere Jezus wel tienduizend malen meer pijn en foltering aangedaan door des duivels verzoekingen en voorstellingen.
De discipelen verlieten hun Heere niet, ofschoon door deze verzoekingen zo smartelijk aangetast; neen, meer zelfs, naar de mate van hun geloof deelden zij daarin persoonlijk. Zij leden met Hem en zij gevoelden met Hem mede. Zij werden, ofschoon in veel mindere mate, getroffen door de pijlen van dezelfde boog. Dus stonden de discipelen bloot aan dezelfde verzoekingen die Jezus troffen, en leden met Hem als leden van hun Verbondshoofd. Zij wandelden meestentijds of wel dagelijks in een pad van moeite en verdriet, dagelijks verzocht door de duivel, door de wereld, door hun eigen boos hart, dagelijks verzocht te doen wat hun geestelijk gemoed verfoeide, dagelijks verzocht te doen wat hatelijk was in de ogen van een rein Goddelijk Wezen.
Aan de lezer…
Misschien zegt u: „Werd Jezus verzocht gelijk ik? Hoe kan dat zijn? Hij was heilig, en ik ben enkel verdorvenheid.” Waarde lezer, zie dan eens wat er in u smart wanneer de duivel zijn lasteringen in uw ziel werpt. Waarom voelt u die vurige pijlen zo pijnlijk? Is het niet omdat er een nieuwe natuur in u is, uit God geboren, die de zonde verfoeit? Een dood hart lijdt niet onder de verzoeking.
Zo werd ook de heilige ziel van de Heere Jezus gefolterd door de verzoekingen van de satan, wel tienduizend malen meer dan de uwe. Hij hoorde het „Indien Gij Gods Zoon zijt”, zoals u hoort: „Indien gij een kind van God zijt.” En de discipelen die bij Hem bleven, leden met Hem mede. Tot zulken zegt Hij: „Gij zijt degenen, die met Mij steeds gebleven zijt in Mijn verzoekingen.” Blijft u bij Hem in de strijd, dan kent Hij u en zal Hij u niet verlaten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En gij zijt degenen, die met Mij steeds gebleven zijt in Mijn verzoekingen.
Lukas 22:28
Satan bracht al zijn geschut naar voren en richtte het op de Zoon van God. Het was hem toegestaan Hem tot het uiterste te beproeven. Het was het voornemen van God dat Zijn geliefde Zoon verzocht zou worden zoals wij. En als u God toebehoort, dan is er geen enkele verzoeking over u gekomen waarmee de Heere van het leven en van de heerlijkheid niet verzocht is geweest.
Worden we soms verzocht om te twijfelen aan een God van de voorzienigheid? De Heere Jezus werd op dezelfde manier verzocht toen satan tegen Hem zei: „Zeg dat deze stenen brood worden.” Worden we verzocht tot ijdel vertrouwen en vermetelheid? De Heere van het leven en van de heerlijkheid werd net zo verzocht toen de vorst van de duisternis tegen Hem zei: „Indien Gij Gods Zoon zijt, werp Uzelf nederwaarts.”
Worden we vaak verzocht tot ongeloof, of we wel kinderen van God zijn, en soms overvallen door achterdocht en vrees dat we misschien alleen een belijdenis van de godsdienst hebben, zonder de innerlijke kracht ervan in ons hart te bezitten? Satan bracht dezelfde verzoeking tegen de Heere in, toen hij zei: „Indien Gij Gods Zoon zijt”, zoals Hart zegt: „O, wat een ‘indiens’!” Worden we verzocht onze rug naar God te keren voor wat de wereld ons aanbiedt? De Heere Jezus werd evengoed verzocht toen satan Hem meenam op een zeer hoge berg en beloofde Hem alles te geven wat Zijn ogen zagen.
Zijn we ooit verzocht om ons van de ware God af te keren en de afgoden te aanbidden? De Heere van het leven en van de heerlijkheid werd ook daartoe verzocht, toen de duivel met zijn helse hoogmoed en vervloekte schaamteloosheid de Zoon van God voorstelde hem te aanbidden. De Zoon van God die de duivel zou aanbidden!
Maar, zal iemand zeggen: werd Jezus verzocht zoals ik verzocht ben? Hoe kan dat? Hij was rein, zonder vlek en heilig, maar ik ben enkel verdorvenheid van het hoofd tot de voetzool. De Heere van het leven en van de heerlijkheid had een volmaakte, ongevallen natuur, een heilig menselijk lichaam en een heilige menselijke ziel, in vereniging met Zijn Godheid. Maar ik heb een gevallen natuur, bevlekt naar het lichaam en besmet naar de ziel. Kan er dan enige overeenkomst zijn in onze verzoekingen?
Ik zou u willen vragen: wat is het in u dat de last van de verzoekingen voelt, wanneer de duivel zijn lasteringen in uw ziel werpt? Is er niet iets in u dat daaronder lijdt, en ik zou bijna zeggen, gefolterd wordt onder deze vurige pijlen? Is dat niet de nieuwe natuur? En is die natuur niet onbesmet en heilig? Is zij niet uit God geboren, en daarom heilig zoals God heilig is, en zo rein als God rein is? Zoals uw zuivere en heilige natuur, die uit God geboren is, lijdt en smart onder de vurige pijlen van de duivel, precies zo werd de heilige ziel van de Heere Jezus wel tienduizend keer meer pijn en foltering aangedaan door de verzoekingen en voorstellingen van de duivel.
De discipelen verlieten hun Heere niet, hoewel Hij door deze verzoekingen zo smartelijk getroffen werd. Nee, sterker nog, naar de mate van hun geloof deelden zij er persoonlijk in. Zij leden met Hem en zij voelden met Hem mee. Zij werden, al was het in veel mindere mate, getroffen door de pijlen van dezelfde boog. Zo stonden de discipelen bloot aan dezelfde verzoekingen die Jezus troffen, en leden zij met Hem als leden van hun Verbondshoofd. Zij gingen meestal, ja dagelijks, een pad van moeite en verdriet. Dagelijks werden zij verzocht door de duivel, door de wereld en door hun eigen boze hart; dagelijks werden zij verzocht te doen wat hun geestelijk gemoed verfoeide, en te doen wat hatelijk was in de ogen van een rein Goddelijk Wezen.
Aan de lezer…
Misschien zegt u: „Werd Jezus verzocht zoals ik? Hoe kan dat? Hij was heilig, en ik ben enkel verdorvenheid.” Kijk dan eens wat er in u lijdt wanneer de duivel zijn lasteringen in uw ziel werpt. Waarom voelt u die vurige pijlen zo pijnlijk? Is het niet omdat er een nieuwe natuur in u is, uit God geboren, die de zonde verfoeit? Een dood hart lijdt niet onder de verzoeking.
Zo werd ook de heilige ziel van de Heere Jezus gefolterd door de verzoekingen van satan, wel tienduizend keer meer dan de uwe. Hij hoorde het „Indien Gij Gods Zoon zijt”, zoals u hoort: „Als u een kind van God bent.” En de discipelen die bij Hem bleven, leden met Hem mee. Tot zulke mensen zegt Hij: „Gij zijt degenen, die met Mij steeds gebleven zijt in Mijn verzoekingen.” Blijft u bij Hem in de strijd, dan kent Hij u en zal Hij u niet verlaten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Ye are they which have continued with Me in My temptations.
Luke 22:28
Satan brought all his artillery to bear upon the Son of God. He was permitted to try Him to the utmost. It was the purpose of God, that His well-beloved Son should be tempted like as we are; and if you are God’s, not a single temptation has beset you which did not beset the Lord of life and glory. Are we tempted sometimes to doubt a God of providence? The Lord Jesus was similarly tempted, when Satan said to Him, “Command these stones to be made bread.” Are we tempted to vain confidence and presumption? The Lord of life and glory was similarly tempted, when the prince of darkness said to Him, “If You be the Son of God, cast Yourself down from hence.”
Are we often tempted to disbelieve that we are the children of God, and exercised at times with distressing suspicions and fears lest we have only a profession of religion, without its experimental power in our hearts? Satan brought the same temptation against the Lord, when he said, “If You are the Son of God;” as Hart says, “O, what an IF was there!” Are we tempted to turn our backs upon the Lord for the sake of what the world offers? The Lord Jesus was similarly tempted when Satan said that he would give Him all that he presented before His eyes when he took Him upon the mountain top. Are we ever tempted to turn from the true God and worship idols? The Lord of life and glory was similarly tempted when Satan with his infernal pride and cursed impudence proposed to the Son of God to worship him. The Son of God worship Satan!
But some may say, “Was Jesus tempted like I am? How can that be? He was pure, spotless, and holy; but I am full of corruption from the crown of my head to the soles of my feet. The Lord of life and glory had a perfect, unfallen nature, a holy human body, and a holy human soul, taken into union with Deity; but I have a fallen nature, defiled in body and polluted in soul. Can there be a resemblance in our temptations?” I would ask, what is it in you that feels the burden of temptation when Satan injects his blasphemies into your mind? Is there not a something in you which is grieved, I was going to say tortured, by these fiery darts? Is it not the new nature? and is not that nature spotless and holy? Is it not born of God, and therefore as holy as God is holy, and pure as God is pure?
Thus just in the same way as your pure and holy nature that is born of God is grieved and distressed by the fiery darts of Satan, so was the holy soul of the Lord Jesus ten thousand times more grieved and tortured by the temptations of Satan presented before His pure and spotless mind. The disciples did not forsake their Lord, though so severely buffeted with these temptations; nay more, they, according to the measure of their faith, partook of them individually and personally, suffering as well as sympathizing with Him, and wounded, though in a far less degree, by arrows from the same bow.
And thus disciples now continue with Jesus in His temptations by suffering as members with their covenant Head, walking, most of them, in a daily path of trouble and sorrow, daily tempted by Satan, by the world, and by their own evil hearts; day by day tempted to do everything from which their spiritual nature recoils; day by day tempted to do things which are hateful in the eyes of a pure God, and to them also when in their right mind.
To the reader…
Perhaps you say: “Was Jesus tempted as I am? How can that be? He was holy, and I am nothing but corruption.” Then look at what it is in you that suffers when the devil casts his blasphemies into your soul. Why do you feel those fiery darts so painfully? Is it not because there is a new nature in you, born of God, that abhors sin? A dead heart does not suffer under temptation.
So the holy soul of the Lord Jesus too was tortured by the temptations of Satan, ten thousand times more than yours. He heard the “If Thou be the Son of God,” just as you hear: “If you are a child of God.” And the disciples who stayed with Him suffered along with Him. To such people He says: “Ye are they which have continued with Me in My temptations.” If you stay with Him in the battle, He knows you and will not forsake you.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Empero vosotros sois los que habéis permanecido conMigo en Mis tentaciones.
Lucas 22:28
Satanás dirigió toda su artillería contra el Hijo de Dios. Le fue permitido probarle hasta lo sumo. Era el propósito de Dios que Su Hijo muy amado fuese tentado según nuestra semejanza; y si usted es de Dios, ni una sola tentación le ha asaltado que no asaltara también al Señor de la vida y de la gloria. ¿Somos tentados a veces a dudar de un Dios de providencia? El Señor Jesús fue tentado de igual manera cuando Satanás Le dijo: “Di que estas piedras se hagan pan.” ¿Somos tentados a una vana confianza y presunción? El Señor de la vida y de la gloria fue tentado de igual manera cuando el príncipe de las tinieblas Le dijo: “Si eres Hijo de Dios, échate de aquí abajo.”
¿Somos a menudo tentados a no creer que somos hijos de Dios, y ejercitados a veces con angustiosas sospechas y temores de que solo tengamos una profesión de religión, sin su poder experimental en nuestro corazón? Satanás trajo la misma tentación contra el Señor cuando dijo: “Si eres Hijo de Dios”; como dice Hart: “¡Oh, qué SI había allí!” ¿Somos tentados a volver la espalda al Señor por lo que el mundo ofrece? El Señor Jesús fue tentado de igual manera cuando Satanás dijo que Le daría todo lo que presentaba ante Sus ojos cuando Le llevó a la cumbre del monte. ¿Somos tentados alguna vez a apartarnos del Dios verdadero y adorar ídolos? El Señor de la vida y de la gloria fue tentado de igual manera cuando Satanás, con su orgullo infernal y su maldita desvergüenza, propuso al Hijo de Dios que le adorase. ¡El Hijo de Dios adorar a Satanás!
Pero algunos dirán: “¿Fue Jesús tentado como yo? ¿Cómo puede ser? Él era puro, sin mancha y santo; pero yo estoy lleno de corrupción desde la coronilla de la cabeza hasta la planta de los pies. El Señor de la vida y de la gloria tenía una naturaleza perfecta y no caída, un cuerpo humano santo y un alma humana santa, tomados en unión con la Deidad; pero yo tengo una naturaleza caída, contaminada en el cuerpo y corrompida en el alma. ¿Puede haber semejanza en nuestras tentaciones?” Yo preguntaría: ¿qué es lo que en usted siente la carga de la tentación cuando Satanás inyecta sus blasfemias en su mente? ¿No hay algo en usted que se aflige, iba a decir que es torturado, por estos dardos de fuego? ¿No es la nueva naturaleza? ¿Y no es esa naturaleza sin mancha y santa? ¿No es nacida de Dios, y por tanto santa como Dios es santo, y pura como Dios es puro?
Así, de la misma manera que su naturaleza pura y santa, nacida de Dios, se aflige y angustia por los dardos de fuego de Satanás, así el alma santa del Señor Jesús fue diez mil veces más afligida y torturada por las tentaciones que Satanás presentaba ante Su mente pura y sin mancha. Los discípulos no abandonaron a su Señor, aunque fue tan duramente combatido con estas tentaciones; más aún, ellos, según la medida de su fe, participaron de ellas individual y personalmente, padeciendo con Él a la vez que se compadecían de Él, y heridos, aunque en grado mucho menor, por flechas del mismo arco.
Y así los discípulos permanecen ahora con Jesús en Sus tentaciones, padeciendo como miembros con su Cabeza del pacto, andando la mayoría de ellos en una senda diaria de aflicción y tristeza, tentados diariamente por Satanás, por el mundo y por su propio corazón malo; día tras día tentados a hacer todo aquello ante lo cual su naturaleza espiritual retrocede; día tras día tentados a hacer cosas que son aborrecibles a los ojos de un Dios puro, y también a los suyos propios cuando están en su sano juicio.
Al lector…
Quizá diga usted: “¿Fue Jesús tentado como yo? ¿Cómo puede ser? Él era santo, y yo no soy más que corrupción.” Mire entonces qué es lo que en usted sufre cuando el diablo arroja sus blasfemias en su alma. ¿Por qué siente esos dardos de fuego tan dolorosamente? ¿No es porque hay en usted una nueva naturaleza, nacida de Dios, que aborrece el pecado? Un corazón muerto no sufre bajo la tentación.
Así también el alma santa del Señor Jesús fue torturada por las tentaciones de Satanás, diez mil veces más que la suya. Él oyó el “Si eres Hijo de Dios”, así como usted oye: “Si es usted un hijo de Dios”. Y los discípulos que permanecieron con Él padecieron con Él. A tales personas dice Él: “Vosotros sois los que habéis permanecido conMigo en Mis tentaciones.” Si usted permanece con Él en la lucha, Él le conoce y no le abandonará.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl