Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

11 mei Korenaren uit de volle oogst

Ik zal U niet laten gaan, tenzij dat Gij mij zegent.
Genesis 32:26

Het is bemoedigend voor het volk van God om, wanneer zij net als Jakob in zulke omstandigheden van beproeving, oefening, angst of onheil geplaatst zijn, de gezegende afloop te zien van zijn worsteling met de Engel. Hij trekt de beek Jabbok over, één en al zwakheid; hij trekt haar weer over, één en al kracht. Hij verlaat zijn gezin, en hij, de zwakke Jakob, worstelt alleen; hij keert tot hen terug als Israël, die overmocht.

Hij gaat tot de Heere in de angst van de twijfel, vol onrust, elk ogenblik vrezend dat hij en allen die hem dierbaar zijn, van de aarde weggedaan zullen worden. En hij keert terug met de zegen van de Heere in zijn ziel, beschenen door het licht van Gods aangezicht. Is dit voorbeeld niet beschreven tot lering en troost van de levende familie van de Heere? Verkeren zij niet vaak in omstandigheden die volkomen op die van Jakob lijken? Hebben zij niet dezelfde moeilijkheden en dezelfde behoeften, en wekt de Heere niet nu en dan in hun ziel hetzelfde geloof om aan te grijpen en dezelfde vrijmoedigheid om vast te houden?

Zou Hij Die Jakob zo’n genadige verlossing schonk, Hij Die deze opmerkelijke gebeurtenis uit Jakobs leven in Zijn heilig Woord heeft laten optekenen tot stichting en lering van Zijn volk door alle tijden heen, Jakob horen en hen niet? Het is een smaad voor de medelijdende „Man van Smarten”, ja, verraad tegenover de Majesteit van de hemel, te geloven dat een kind van God in gelijke omstandigheden op een gelijke manier tot de Heere kan gaan en van Hem geen gelijke zegen zou ontvangen.

Doch riepen z’in d’ellenden
de Heer ootmoedig aan.
Hij deed hun angsten enden
en hen ’t gevaar ontgaan.
Hij hielp hen uit de nood,
Hij bracht hen uit het duister
der schaduw van de dood:
Hij brak hun band en kluister.

Ps. 107:7

Aan de lezer…

Bent u, lezer, als Jakob aan de beek Jabbok, alleen, vol angst en onrust, bang voor wat komen zal? Gaat u tot de Heere met meer twijfel dan vrijmoedigheid? Weet dan dat deze geschiedenis niet voor niets is opgetekend. Jakob ging erheen in zwakheid en keerde terug als Israël, met de zegen van de Heere in zijn ziel en het licht van Zijn aangezicht over zich.

Zou Hij Die Jakob hoorde, u dan niet horen? Het zou een smaad zijn voor de medelijdende Man van Smarten om te denken dat een kind van God op dezelfde weg geen zegen zou ontvangen. Grijp Hem dan aan met het geloof dat Hij Zelf geeft, en houd vast, al is het met bevende hand: „Ik zal U niet laten gaan, tenzij dat Gij mij zegent.” Wie zo met Hem worstelt, wordt niet beschaamd.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

11 mei 365 dagen met Philpot

Die overwint

En Ik zal hem geven een witte keursteen.
Openbaring 2:17

In vroeger tijden werd in rechtszaken het oordeel geveld met witte en zwarte stenen. De rechters velden hun vonnis over de gevangene niet met een mondelinge uitspraak van „schuldig” of „onschuldig”, zoals tegenwoordig. Zij lieten een witte steen in een urn vallen om aan te geven dat de gevangene naar hun mening onschuldig was, of een zwarte steen om te verklaren dat hij schuldig was. De Heere heeft van dit beeld gebruikgemaakt.

Hij zegt: „Aan hem die overwint zal Ik een witte steen geven.” Dat wil zeggen: Ik spreek in zijn geweten het vonnis van vrijspraak uit. Zoals men de witte steen in de urn liet vallen, zo vallen vrede en vergeving in het hart van de zondaar. Wanneer het de Heere dus behaagt vrede tot de ziel te spreken, laat Hij een witte steen in het hart vallen om te verkondigen dat hij vrijgesproken is van vervolging en recht heeft op Zijn liefde en bloed.

Maar hoe kan dit beeld worden toegepast? Welnu, wie overwint, gaat hetzelfde pad als waarlangs de arme, schuldige misdadiger de witte steen kon ontvangen. De belofte wordt gedaan aan hem die overwint. Moeten we niet denken dat dit betekent dat hij een taak krijgt opgedragen die hij moet uitvoeren? Dat hij moet vasten, bidden, de sacramenten bijwonen, een bepaald aantal gebeden moet opzenden, en zo gaandeweg de zonde overwint en de prijs verkrijgt?

Zou dat niet de natuurlijke uitleg zijn? Maar het is niet de uitleg volgens de genade. Die luidt dat hij overwint door overwonnen te worden, want daardoor wordt het mogelijk dat de Heere enig besef van Zijn bloed in het geweten brengt en een woord van getuigenis in zijn hart spreekt. Dan ontvangt hij „een witte steen”, door de Heere Zelf in zijn hart gelegd, waarmee Hij verklaart dat al zijn zonden hem vergeven zijn. Vrede heeft zijn geweten verzegeld, en hij gaat vrijuit, in de vrijheid die het Evangelie verkondigt aan hen die in de gevangenis zitten.

Lezen: Psalm 35:1-10

Aan de lezer…

Staat u voor uw eigen geweten als een aangeklaagde, en verwacht u niets anders dan de zwarte steen? U weet wat u gedaan hebt, en u weet dat u het vonnis „schuldig” verdient. Misschien hebt u geprobeerd door vasten, bidden en goede voornemens de zonde te overwinnen en zo de prijs te verdienen, en hebt u ondervonden dat het niet lukt. Dat is geen reden tot wanhoop.

Want de weg van de genade is anders dan die van de natuur: men overwint door overwonnen te worden. Wie aan het eind van zichzelf komt, wordt bereid gemaakt om te ontvangen wat alleen de Heere kan geven. Hij laat de witte steen in het hart vallen en spreekt het vonnis van vrijspraak uit: al uw zonden zijn vergeven. Dan gaat de gevangene vrijuit, niet omdat hij onschuldig was, maar omdat het bloed van Christus voor hem spreekt.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

11 mei Door Baca’s vallei

Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt; en gij zult Mijn discipelen zijn.
Johannes 15:8

Toen de Heere Jezus op aarde was, was Hij in een lijdende staat; en aan dat lijdende beeld moet heel Zijn volk gelijkvormig worden. In die lijdende staat bracht Hij God de eer toe, en nu is Hij verhoogd aan de rechterhand van de Vader. Zo zullen ook allen die met Hem lijden, met Hem verheerlijkt worden. En zij zullen waarlijk verheerlijkt zijn, want zij zullen blinken als de sterren, voor altijd en eeuwig, stralend in het verheerlijkte beeld van de Zoon van God. Daarom zegt de apostel: „Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.”

De Heere nam niet de natuur van de engelen aan. Hij versierde of verfraaide de natuur die Hij aannam niet. Maar door onze natuur aan te nemen, ons vlees en bloed, verenigde Hij die met Zijn eigen Goddelijke Persoon, en daardoor werd zij bekleed met een luister die alles te boven gaat. Dit is het fundament of de grond waarop een verloste zondaar God de eer toebrengt: niet zoals hij in zichzelf is, maar als een lid van Christus, van Zijn lichaam, van Zijn vlees en van Zijn benen.

Wat een verheven gedachte is het dat de minste gelovige in werkelijkheid meer eer aan God toebrengt dan de hoogste engel in rang, en dat de lijdende gehoorzaamheid van een kind van God hoger in waarde is dan de brandende gehoorzaamheid van een seraf! God de eer toebrengen, dat zou ons hoogste doel en ons vurigste verlangen moeten zijn. Zie hoe de Heere dit op het geweten van Zijn ware discipelen bindt: „Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt.” Weinig vrucht brengt God weinig eer toe. Hoe meer rijpe vruchten aan de ranken van de wijnstok groeien, hoe meer ook de Heere verheerlijkt wordt.

Aan de lezer…

Gaat u door een lijdend pad, en vraagt u zich af hoe uw leven toch tot eer van God kan zijn? Het lijkt soms zo arm en zo vruchteloos. Maar bedenk wat hier gezegd wordt: de lijdende gehoorzaamheid van een kind van God is hoger in waarde dan de brandende gehoorzaamheid van een seraf. Niet omdat u in uzelf iets bent, maar omdat u een lid bent van Christus, Die in Zijn lijdende staat God verheerlijkte en nu verhoogd is aan de rechterhand van de Vader.

Zo is het ook met Zijn volk: wie met Hem lijdt, zal met Hem verheerlijkt worden. Laat dan het woord van de Heere u aansporen: „Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt.” Dat is geen last om u neer te drukken, maar een begeerte die Hij Zelf in de ranken van de wijnstok werkt. Blijf dicht bij Hem; alleen uit Hem groeit de rijpe vrucht die God de eer toebrengt.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina