11 de mayo
Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt; en gij zult Mijn discipelen zijn.
Johannes 15:8
Toen de Heere Jezus op aarde was, was Hij in een lijdende staat; en dit lijdend beeld moet al Zijn volk gelijkvormig worden. In die lijdende staat bracht Hij God de eer toe; en nu is Hij verhoogd aan de rechterhand des Vaders. Zo ook zullen allen die met Hem lijden, met Hem verheerlijkt worden, en zij zullen waarlijk verheerlijkt zijn, want zij zullen blinken gelijk de sterren, voor altoos en eeuwiglijk, schitterend in het verheerlijkt beeld van de Zoon van God. Daarom zegt de apostel: „Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.”
De Heere nam niet de natuur der engelen aan. Hij versierde of verfraaide Zijn aangenomen natuur niet, maar door het aannemen van onze natuur, ons vlees en bloed, verenigde Hij deze met Zijn eigen Goddelijke Persoon, en daardoor werd zij bekleed met een boven alles uitblinkende luister. Dit is het fundament of de grond waarop een verlost zondaar Gode de eer toebrengt, niet in zichzelf aangemerkt, maar als een lid van Christus, van Zijn lichaam, van Zijn vlees en van Zijn benen.
Wat een verheven gedachte is het, dat de minste gelovige in de dadelijkheid meer eer aan God toebrengt dan de hoogste engel in rang; en dat de lijdende gehoorzaamheid van een kind van God van hoger waarde is dan de brandende gehoorzaamheid van een seraf. Gode de eer toe te brengen, dat moest ons hoogste doelwit en vurigst verlangen zijn. Zie hoe de Heere dit aandringt op de consciëntiën van Zijn ware discipelen: „Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt.” Weinig vrucht brengt Gode weinig eer toe. Hoe meer rijpe vruchten aan de takken der wijngaard wassen, hoe meer ook de Heere verheerlijkt wordt.
Aan de lezer…
Gaat u, lieve lezer, door een lijdend pad, en vraagt u zich af wat uw leven toch tot eer van God kan zijn? Het schijnt soms zo arm en zo vruchteloos. Maar bedenk wat hier gezegd wordt: de lijdende gehoorzaamheid van een kind van God is van hoger waarde dan de brandende gehoorzaamheid van een seraf. Niet omdat u iets bent in uzelf, maar omdat u een lid bent van Christus, Die in Zijn lijdende staat God verheerlijkte en nu verhoogd is aan de rechterhand des Vaders.
Zo is het ook met Zijn volk: wie met Hem lijdt, zal met Hem verheerlijkt worden. Laat dan het woord van de Heere u aansporen: „Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt.” Dat is geen last om u neer te drukken, maar een begeerte die Hij Zelf in de takken van de wijnstok werkt. Blijf dicht bij Hem; uit Hem alleen wast de rijpe vrucht die God de eer toebrengt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt; en gij zult Mijn discipelen zijn.
Johannes 15:8
Toen de Heere Jezus op aarde was, was Hij in een lijdende staat; en aan dat lijdende beeld moet heel Zijn volk gelijkvormig worden. In die lijdende staat bracht Hij God de eer toe, en nu is Hij verhoogd aan de rechterhand van de Vader. Zo zullen ook allen die met Hem lijden, met Hem verheerlijkt worden. En zij zullen waarlijk verheerlijkt zijn, want zij zullen blinken als de sterren, voor altijd en eeuwig, stralend in het verheerlijkte beeld van de Zoon van God. Daarom zegt de apostel: „Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.”
De Heere nam niet de natuur van de engelen aan. Hij versierde of verfraaide de natuur die Hij aannam niet. Maar door onze natuur aan te nemen, ons vlees en bloed, verenigde Hij die met Zijn eigen Goddelijke Persoon, en daardoor werd zij bekleed met een luister die alles te boven gaat. Dit is het fundament of de grond waarop een verloste zondaar God de eer toebrengt: niet zoals hij in zichzelf is, maar als een lid van Christus, van Zijn lichaam, van Zijn vlees en van Zijn benen.
Wat een verheven gedachte is het dat de minste gelovige in werkelijkheid meer eer aan God toebrengt dan de hoogste engel in rang, en dat de lijdende gehoorzaamheid van een kind van God hoger in waarde is dan de brandende gehoorzaamheid van een seraf! God de eer toebrengen, dat zou ons hoogste doel en ons vurigste verlangen moeten zijn. Zie hoe de Heere dit op het geweten van Zijn ware discipelen bindt: „Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt.” Weinig vrucht brengt God weinig eer toe. Hoe meer rijpe vruchten aan de ranken van de wijnstok groeien, hoe meer ook de Heere verheerlijkt wordt.
Aan de lezer…
Gaat u door een lijdend pad, en vraagt u zich af hoe uw leven toch tot eer van God kan zijn? Het lijkt soms zo arm en zo vruchteloos. Maar bedenk wat hier gezegd wordt: de lijdende gehoorzaamheid van een kind van God is hoger in waarde dan de brandende gehoorzaamheid van een seraf. Niet omdat u in uzelf iets bent, maar omdat u een lid bent van Christus, Die in Zijn lijdende staat God verheerlijkte en nu verhoogd is aan de rechterhand van de Vader.
Zo is het ook met Zijn volk: wie met Hem lijdt, zal met Hem verheerlijkt worden. Laat dan het woord van de Heere u aansporen: „Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt.” Dat is geen last om u neer te drukken, maar een begeerte die Hij Zelf in de ranken van de wijnstok werkt. Blijf dicht bij Hem; alleen uit Hem groeit de rijpe vrucht die God de eer toebrengt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Herein is My Father glorified, that ye bear much fruit; so shall ye be My disciples.
John 15:8
When the Lord Jesus Christ was upon earth He was in a suffering state; and to this suffering image must all His people be conformed. In that suffering state He brought glory to God; and is now exalted to the right hand of the Father. So those who suffer with Him will be also glorified together; and glorious indeed will they be, for they will shine like the stars forever and ever, resplendent in the glorified image of the Son of God. The Apostle therefore says, “When Christ who is our life shall appear, then shall you also appear with Him in glory.”
The Lord did not assume angelic nature. He therefore did not adorn or beautify it; but by assuming our nature, the flesh and blood of the children into union with His own divine Person, He invested it with surpassing luster. This is the foundation on which a redeemed sinner brings glory to God, not in himself, but as being a member of Christ, “of His body, of His flesh, and of His bones.”
What a thought it is, that the lowest believer should actually bring more glory to God than the highest angel; and that the suffering obedience of a saint should be of higher value than the burning obedience of a seraph. To bring glory to God, then, should be our highest aim and most ardent desire. How the Lord urges this upon the consciences of His true disciples, “Herein is My Father glorified, that you bear much fruit.” A little fruit brings but little glory to God. It is in proportion to the amount of rich, ripe fruit that is borne upon the branches of the vine, that the Lord is glorified.
To the reader…
Are you walking a path of suffering, and do you wonder how your life can possibly be to the glory of God? At times it seems so poor and so fruitless. But consider what is said here: the suffering obedience of a child of God is of higher value than the burning obedience of a seraph. Not because you are anything in yourself, but because you are a member of Christ, Who glorified God in His suffering state and is now exalted to the right hand of the Father.
So it is with His people as well: whoever suffers with Him will be glorified with Him. Let the word of the Lord, then, stir you up: “Herein is My Father glorified, that ye bear much fruit.” That is not a burden to weigh you down, but a desire He Himself works in the branches of the vine. Stay close to Him; only out of Him grows the ripe fruit that brings glory to God.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
En esto es glorificado Mi Padre, en que llevéis mucho fruto, y seáis así Mis discípulos.
Juan 15:8
Cuando el Señor Jesucristo estaba en la tierra, se hallaba en un estado de sufrimiento; y a esta imagen sufriente han de ser conformados todos Sus hijos. En ese estado de sufrimiento Él dio gloria a Dios, y ahora está exaltado a la diestra del Padre. Así también los que padecen con Él serán juntamente glorificados; y gloriosos serán en verdad, porque resplandecerán como las estrellas a perpetua eternidad, radiantes en la imagen glorificada del Hijo de Dios. Por eso dice el apóstol: “Cuando Cristo, vuestra vida, se manifestare, entonces vosotros también seréis manifestados con Él en gloria.”
El Señor no tomó la naturaleza de los ángeles. Por tanto, no la adornó ni la embelleció; pero al tomar nuestra naturaleza, la carne y la sangre de los hijos, en unión con Su propia Persona divina, la revistió de un lustre incomparable. Este es el fundamento sobre el cual un pecador redimido da gloria a Dios, no en sí mismo, sino como miembro de Cristo, “de Su cuerpo, de Su carne y de Sus huesos”.
¡Qué pensamiento es este: que el creyente más pequeño dé en realidad más gloria a Dios que el ángel más alto, y que la obediencia sufriente de un santo sea de mayor valor que la obediencia ardiente de un serafín! Dar gloria a Dios debería ser, pues, nuestra meta más alta y nuestro deseo más ardiente. ¡Cómo insiste el Señor en esto sobre la conciencia de Sus verdaderos discípulos: “En esto es glorificado Mi Padre, en que llevéis mucho fruto”! Poco fruto da poca gloria a Dios. El Señor es glorificado en proporción a la cantidad de fruto rico y maduro que se lleva en las ramas de la vid.
Al lector…
¿Anda usted por un camino de sufrimiento, y se pregunta cómo puede su vida ser para gloria de Dios? A veces parece tan pobre y tan estéril. Pero considere lo que aquí se dice: la obediencia sufriente de un hijo de Dios es de mayor valor que la obediencia ardiente de un serafín. No porque usted sea algo en sí mismo, sino porque es miembro de Cristo, que glorificó a Dios en Su estado de sufrimiento y ahora está exaltado a la diestra del Padre.
Así es también con Su pueblo: quien padece con Él será glorificado con Él. Deje, pues, que la palabra del Señor le despierte: “En esto es glorificado Mi Padre, en que llevéis mucho fruto.” No es una carga para abrumarle, sino un deseo que Él mismo obra en las ramas de la vid. Permanezca cerca de Él; solo de Él crece el fruto maduro que da gloria a Dios.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl