Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

11 februari Korenaren uit de volle oogst

Mijn leer druppe als een regen, mijn rede vloeie als een dauw; als een stofregen op de grasscheutjes; en als droppelen op het kruid.
Deuteronomium 32:2

In het vallen van de natuurlijke dauw is iets zachts, iets stils en lieflijks. Daarom lezen wij: „Wij zullen hem gemakkelijk overvallen, gelijk als de dauw op de aardbodem valt”1), dat wil zeggen: onopgemerkt en ongezien. De dauw valt niet neer zoals kletterende hagel, maar valt stil en vaak onmerkbaar, zodat wij nauwelijks weten dat hij gevallen is. Pas wanneer wij in de morgen naar buiten gaan, zien wij elk blaadje en elk grasscheutje bedekt met glinsterende dauwdruppels. Aan die schitterende diamanten zien wij dat de dauw in de stille uren van de nacht gevallen is.

Zo komt ook in het geestelijke het koninkrijk van God niet met lawaai of wilde opwinding. „De Heere was niet in de wind, noch in de aardbeving, noch in het vuur, maar in het suizen van een zachte stilte” (1 Kon. 19:11, 12). Zo kan er wel godsdienstig vuur zijn, terwijl de tegenwoordigheid van God niet gevoeld wordt. Er kunnen vleselijke hartstochten zijn als in een storm, maar niet „het suizen ener zachte stem” dat tot het geweten spreekt. Er kan zelfs een aardbeving van natuurlijke overtuigingen zijn, maar geen inwendige openbaring van Geest en kracht. Maar wanneer de geestelijke dauw valt, druppelt hij zacht, lieflijk en stil in het hart, en hij wordt alleen gevoeld in zijn zoete en gezegende uitwerkingen.

De dauw heeft ook een verzachtende uitwerking, vooral in warme streken. Daarom lezen wij: „Gij maakt het week door de droppelen” (Psalm 65:11). Hij scheurt de grond niet open zoals bliksemstralen dat doen, maar dringt bevochtigend en verzachtend in de grond door. Zo bevochtigt en verzacht ook de dauw van Gods genade het hart; hij vernedert het, doet het smelten en maakt het vruchtbaar. Dat gebeurt niet doordat Hij het openscheurt met de bliksems van Zijn toorn en Zijn vloek, maar doordat de dauw zacht en stil erin neerdruppelt, zodat het hart smelt tot verslagenheid, zachtmoedigheid en Goddelijke droefheid voor de troon van genade en barmhartigheid.

Ps. 84:3, berijmd

1) In ’t Engels staat er: „wij zullen op hem vallen of neerstrijken.”

Aan de lezer…

Hoe stil werkt de Heere vaak! Zoekt u Hem toch in lawaai en opwinding? Denkt u dat Hij alleen werkt waar het stormt en waar de grond openscheurt? Dan kunt u zomaar voorbijzien aan wat Hij in stilte doet. Want het koninkrijk van God komt niet met kletterende hagel, maar als de dauw: zacht, onopgemerkt, in de stille uren van de nacht. Pas in de morgen ziet men de glinsterende druppels op elk grasscheutje, en weet men dat hij gevallen is.

Zo kan het ook met u zijn. Misschien kunt u geen datum en geen plotselinge doorbraak noemen, maar hebt u wel gemerkt dat uw hart week werd, dat het smolt tot verslagenheid en Goddelijke droefheid voor de troon van de genade. Dat is de werking van de dauw van Gods genade. Hij scheurt niet open met de bliksems van Zijn toorn, maar verzacht, vernedert en maakt vruchtbaar. Bid dan dat Zijn leer op u druppelt als een regen, en dat Zijn rede als een dauw vloeit op uw dorre ziel.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

11 februari 365 dagen met Philpot

De Doorbreker

De Doorbreker zal voor hun aangezicht optrekken; zij zullen doorbreken, en door de poort gaan, en door dezelve uittrekken. En hun Koning zal voor hun aangezicht heengaan; en de Heere in hun spits.
Micha 2:13

In het boek Job lezen we over hen die met opgeheven schilden tegen God aanlopen (Job 15:26). Dat zijn heel andere mensen dan zij die aan de voetbank van God wachten. „Stilzitten zal hun sterkte zijn” (Jes. 30:7). Zo was het ook bij de kinderen van Israël. Zij haastten zich niet door de zee, maar wachtten tot God verscheen. Toen God verscheen, Mozes de zee met zijn staf aanraakte en de doorgang geopend werd, liepen zij erdoorheen. Zo is het ook geestelijk: er is geen voortgang als God niet voor de ziel uitgaat. Zodra de Doorbreker gekomen is en voorgaat, gaat de ziel verder; als Hij stilstaat, staat de ziel stil; als Hij voortgaat, gaat zij mee.

En wat gebeurt er dan? „Zij gaan door de poort.” Hier is de poort die eerst voor hen gesloten was, zodat ze er niet doorheen konden. Maar wanneer de Doorbreker hen voorgaat, wordt de poort geopend en gaan ze erdoor, met de Doorbreker in hun spits. Beschrijft dit niet op een heerlijke en uitnemende wijze hoe Gods volk voortgaat?

Deze poort wijst niet alleen, en misschien niet eens in de eerste plaats, op de enge en smalle doorgang die naar het eeuwige leven leidt. Er zijn ook andere poorten, want we lezen: „Doet de poorten open, dat het rechtvaardige volk daarin ga, hetwelk de getrouwigheden bewaart” (Jes. 26:2). De poort waarover hier gesproken wordt, is dus niet alleen, en misschien niet in de eerste plaats, de smalle doorgang. Het is ook elke moeilijkheid op het pad die met een gesloten poort kan worden vergeleken. Maar wanneer de Doorbreker hen voorgaat, opent Hij de poort.

Lezen: Jesaja 26:1-12

Aan de lezer…

Wanneer de poort nog dicht is, wordt u dan ongeduldig? Wilt u er met eigen kracht tegenaan lopen, met opgeheven schild? Er staat een ander woord voor u: „Stilzitten zal hun sterkte zijn.” Het volk haastte zich niet door de zee; zij wachtten tot God verscheen, en toen de doorgang geopend was, liepen zij erdoor.

Zo gaat het ook met uw ziel. Er is geen voortgang als God niet voor u uitgaat. Staat Hij stil, dan staat u stil; gaat Hij voort, dan gaat u mee. Dat is geen reden tot moedeloosheid, maar om te wachten aan Zijn voetbank. De gesloten poort waar u nu voor staat, misschien een moeilijkheid in uw huis, uw hart of op uw weg, is niet te sterk voor de Doorbreker. Als Hij voorgaat, gaat de poort open, en het rechtvaardige volk gaat daarin.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

11 februari Door Baca’s vallei

Niet dat ik het alrede gekregen heb, of alrede volmaakt ben, maar ik jaag er naar, of ik het ook grijpen mocht, waartoe ik van Christus Jezus ook gegrepen ben.
Filippenzen 3:12

De apostel Paulus, misschien de grootste heilige die ooit op aarde leefde, moest belijden dat hij het zelf nog niet gekregen had. Er was nog meer in Christus dan hij ooit gezien of gekend, gevoeld of gesmaakt had. Er waren hoogten in Zijn heerlijkheid en diepten in Zijn liefde, in Zijn lijden, in Zijn bittere doodsnood in de hof en aan het kruis, die alle bevatting en begrip te boven gaan. Daarom zegt hij: „Niet dat ik het alrede gekregen heb.” Ik ben nog een kind, een leerling, even zwak als altijd, even hulpbehoevend als vroeger om te verkrijgen wat ik nodig heb. Al ga ik voort, al vergeet ik wat achter is en jaag ik naar wat voor mij ligt, al weet ik wat mijn doel is en wat ik zoek, al is mijn oog eenvoudig en mijn hart ernstig gestemd, toch is het niet zo alsof ik het al gekregen had.

Weeg uzelf nu op deze weegschaal en wees eerlijk tegenover uzelf. Let goed op deze dingen. Jaagt u ernaar? Ziet u dat er iets is van de dierbare zaken van God wat gesmaakt, gevoeld, getast en werkelijk ervaren kan worden? Hebt u ooit enkele teugjes, proefjes, druppels of voorsmaakjes gehad? Is uw hart ooit gesmolten, week geworden of verwarmd door de goedertierenheid en genade van God, door de liefde van Christus? Hebt u ooit gevoeld dat er een zoetheid, zegen en blijdschap in de zaken van God was waarmee niets te vergelijken was?

Is uw hart weleens door de liefde van God geopend, zodat u iets van het leven en van de vrede in uw hart voelde, en u, als u op die plaats had kunnen blijven, alles gehad zou hebben wat nodig was om de dood kalm in de ogen te zien? Welnu, het zijn deze teugjes, smaakjes en druppels, deze ontdekkingen van wat de Heere is voor gelovige zielen, die de begeerten van het hart opwekken en het in staat stellen ernaar te jagen.

Maar dan komt er onverwacht duisternis. De Heere trekt Zich terug, de zonde wordt werkzaam, de satan verzoekt, de beproevingen verbijsteren het gemoed, het ongeloof steekt de kop op en begint alles te betwijfelen. Dan is er geen jagen meer. Het is rondom duister en somber; de Goddelijke zaken zijn uit het gezicht, twijfel en vrees nemen het gemoed in beslag, en het lijkt alsof alles tekortschiet, ver tekortschiet. Zo komt de vraag op of het op het eind niet alles tekort zal schieten, of wij onszelf niet bedrogen hebben, of alles wat wij ervaren hebben niet louter bedrog is geweest.

Let er nu op waarom dit nodig is. Het maakt de ziel werkzaam; het doet haar opnieuw en telkens weer zoeken naar wat blijvend is. Het lijkt opnieuw de ogen te openen om te zien wat de ware godsdienst is: dat hij bestaat in het onderwijs en de werkingen van de Heilige Geest in het hart. Zo worden onze tekortkomingen, gebreken en klachten gelukkig dienstbaar gemaakt en door genade gebruikt om ons op te wekken opnieuw het pad te lopen dat ons is voorgesteld.

Maar verlies dit niet uit het oog: de meest begunstigde heilige op aarde zal reden hebben om met Paulus te zeggen: „Niet dat ik het alrede gekregen heb, of alrede volmaakt ben”; dat wil zeggen: gerijpt en rijp. Niet volmaakt in kennis, niet volmaakt in het hart, niet volmaakt in het prijzen van God, niet volmaakt in het leven. Ieder kind van God moet zijn onvolmaaktheid belijden, en die onvolmaaktheid staat gedrukt op alles wat hij heeft en is. De onvolmaaktheid staat op alles, behalve op het werk van de Zoon van God aan het kruis en op het werk van God de Heilige Geest in het hart.

Aan de lezer…

Deze woorden zijn voor wie bedroefd is omdat hij het nog niet gekregen heeft. Bent u dat? Kent u uw onvolmaaktheid in kennis, in liefde, in gebed en in wandel? Weet dan dat ook de meest begunstigde heilige moet belijden: „Niet dat ik het alrede gekregen heb, of alrede volmaakt ben.” Maar vraag uzelf eerlijk af: hebt u ooit een teugje, een druppel, een voorsmaakje gehad van de liefde van Christus, zodat uw hart smolt en u daar niets mee kon vergelijken?

Dan is het juist die smaak die u doet jagen. En komt er weer duisternis, trekt de Heere Zich terug, steekt het ongeloof de kop op en vraagt u zich af of alles bedrog is geweest, laat de moed dan niet zakken. Ook dat maakt de ziel weer werkzaam, en opent de ogen voor wat de ware godsdienst is: het werk van de Heilige Geest in het hart. Jaag er dan naar, of u het ook grijpen mocht, want Hij Die u gegrepen heeft, laat Zijn werk niet varen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina