11 de febrero
Mijn leer druppe als een regen, mijn rede vloeie als een dauw; als een stofregen op de grasscheutjes; en als droppelen op het kruid.
Deuteronomium 32:2
In het vallen van de natuurlijke dauw is iets zachts, iets stils en liefelijks. Daarom lezen wij: „Wij zullen hem gemakkelijk overvallen, gelijk als de dauw op de aardbodem valt”1), dat is onbemerkt en ongezien. Hij valt niet neer zoals de kletterende hagel, maar valt stil en dikwijls onmerkbaar, zodat wij haast niet weten dat hij gevallen is, tot wij in de morgen uitgaan en elk blaadje en grasscheutje bedropen zien met de glinsterende dauwdroppels; door die schitterende diamanten zien wij dat de dauw gedurende de stille uren van de nacht gevallen is.
Zo is in het geestelijke het koninkrijk Gods niet in geraas of in wilde opgewondenheid. „De Heere was niet in de wind, noch in de aardbeving, noch in het vuur, maar in het suizen van een zachte stilte” (1 Kon. 19:11, 12). En zo kan er wel godsdienstig vuur zijn, maar niet de tegenwoordigheid Gods gevoeld worden; vleselijke hartstochten in een storm, maar niet „het suizen ener zachte stem” sprekende tot het geweten; een aardbeving zelfs van natuurlijke overtuigingen, maar geen inwendige openbaring van Geest en kracht. Maar wanneer de Geestelijke dauw valt, drupt hij zachtjes, liefelijk en stil in het hart, en hij wordt alleen gevoeld in zijn zoete en gezegende uitwerkingen.
De dauw heeft ook een verzachtende uitwerking, vooral in warme luchtstreken. Daarom lezen wij: „Gij maakt het week door de droppelen” (Psalm 65:11). Hij scheurt de grond niet op als met bliksemstralen, maar bevochtigend en verzachtend dringt hij door in de grond. En zo bevochtigt en verzacht de dauw van Gods genade het hart, vernedert het, doet het smelten en maakt het vruchtbaar; niet door het op te scheuren met de bliksems van Zijn toorn en van Zijn vervloeking, maar door zachtjes en stil erin neer te droppelen, zodat het smelt tot verslagenheid, zachtmoedigheid en Goddelijke smart voor de troon van genade en barmhartigheid.
Ps. 84:3, berijmd
1) In ’t Engels staat er: „wij zullen op hem vallen of neerstrijken.”
Aan de lezer…
Hoe stil werkt de Heere dikwijls! Zoekt u Hem toch in geraas en opgewondenheid? Denkt u dat Hij alleen werkt waar het stormt en waar de grond scheurt? Dan kunt u zomaar voorbijzien aan wat Hij in stilte doet. Want het koninkrijk Gods komt niet met kletterende hagel, maar als de dauw: zacht, onbemerkt, in de stille uren van de nacht. Pas in de morgen ziet men de glinsterende druppels op elk grasscheutje, en weet men dat hij gevallen is.
Zo kan het ook met u zijn. Misschien weet u geen datum en geen plotselinge doorbraak te noemen, maar hebt u wel gemerkt dat uw hart week werd, dat het smolt tot verslagenheid en Goddelijke smart voor de troon der genade. Dat is de werking van de dauw van Gods genade. Hij scheurt niet open met de bliksems van Zijn toorn, maar verzacht, vernedert en maakt vruchtbaar. Bid dan dat Zijn leer op u drupt als een regen, en Zijn rede vloeit als een dauw op uw dorre ziel.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Mijn leer druppe als een regen, mijn rede vloeie als een dauw; als een stofregen op de grasscheutjes; en als droppelen op het kruid.
Deuteronomium 32:2
In het vallen van de natuurlijke dauw is iets zachts, iets stils en lieflijks. Daarom lezen wij: „Wij zullen hem gemakkelijk overvallen, gelijk als de dauw op de aardbodem valt”1), dat wil zeggen: onopgemerkt en ongezien. De dauw valt niet neer zoals kletterende hagel, maar valt stil en vaak onmerkbaar, zodat wij nauwelijks weten dat hij gevallen is. Pas wanneer wij in de morgen naar buiten gaan, zien wij elk blaadje en elk grasscheutje bedekt met glinsterende dauwdruppels. Aan die schitterende diamanten zien wij dat de dauw in de stille uren van de nacht gevallen is.
Zo komt ook in het geestelijke het koninkrijk van God niet met lawaai of wilde opwinding. „De Heere was niet in de wind, noch in de aardbeving, noch in het vuur, maar in het suizen van een zachte stilte” (1 Kon. 19:11, 12). Zo kan er wel godsdienstig vuur zijn, terwijl de tegenwoordigheid van God niet gevoeld wordt. Er kunnen vleselijke hartstochten zijn als in een storm, maar niet „het suizen ener zachte stem” dat tot het geweten spreekt. Er kan zelfs een aardbeving van natuurlijke overtuigingen zijn, maar geen inwendige openbaring van Geest en kracht. Maar wanneer de geestelijke dauw valt, druppelt hij zacht, lieflijk en stil in het hart, en hij wordt alleen gevoeld in zijn zoete en gezegende uitwerkingen.
De dauw heeft ook een verzachtende uitwerking, vooral in warme streken. Daarom lezen wij: „Gij maakt het week door de droppelen” (Psalm 65:11). Hij scheurt de grond niet open zoals bliksemstralen dat doen, maar dringt bevochtigend en verzachtend in de grond door. Zo bevochtigt en verzacht ook de dauw van Gods genade het hart; hij vernedert het, doet het smelten en maakt het vruchtbaar. Dat gebeurt niet doordat Hij het openscheurt met de bliksems van Zijn toorn en Zijn vloek, maar doordat de dauw zacht en stil erin neerdruppelt, zodat het hart smelt tot verslagenheid, zachtmoedigheid en Goddelijke droefheid voor de troon van genade en barmhartigheid.
Ps. 84:3, berijmd
1) In ’t Engels staat er: „wij zullen op hem vallen of neerstrijken.”
Aan de lezer…
Hoe stil werkt de Heere vaak! Zoekt u Hem toch in lawaai en opwinding? Denkt u dat Hij alleen werkt waar het stormt en waar de grond openscheurt? Dan kunt u zomaar voorbijzien aan wat Hij in stilte doet. Want het koninkrijk van God komt niet met kletterende hagel, maar als de dauw: zacht, onopgemerkt, in de stille uren van de nacht. Pas in de morgen ziet men de glinsterende druppels op elk grasscheutje, en weet men dat hij gevallen is.
Zo kan het ook met u zijn. Misschien kunt u geen datum en geen plotselinge doorbraak noemen, maar hebt u wel gemerkt dat uw hart week werd, dat het smolt tot verslagenheid en Goddelijke droefheid voor de troon van de genade. Dat is de werking van de dauw van Gods genade. Hij scheurt niet open met de bliksems van Zijn toorn, maar verzacht, vernedert en maakt vruchtbaar. Bid dan dat Zijn leer op u druppelt als een regen, en dat Zijn rede als een dauw vloeit op uw dorre ziel.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
My doctrine shall drop as the rain, my speech shall distil as the dew, as the small rain upon the tender herb, and as the showers upon the grass.
Deuteronomy 32:2
In the falling of the natural dew there is something soft, still, and gentle. We therefore read, “We will light upon him as the dew falleth on the ground” (2 Sam. 17:12), that is, stealthily and unseen. It does not rush down like the pelting hail, but falls stilly and often imperceptibly; so that we scarcely know it has fallen, until we go out in the morning and see every blade of grass tipped with the sparkling dew-drops; by these bright gems we know that dew has fallen during the still hours of the night.
So spiritually, the kingdom of God is not in noise, rant, or wild excitement. The Lord was not in the strong wind, nor in the earthquake, nor in the fire, but in the still small voice (1 Kings 19:11, 12). And thus there may be a great deal of religious fire, but no presence of God felt; fleshly passions worked up into a storm, but no “still small voice” speaking to the conscience; a very earthquake of natural convictions, but no inward “demonstration of the Spirit and of power.” But when the spiritual dew falls, it drops gently, softly, and stilly into the heart, and it is only known by the sweet and blessed effects it produces.
Dew also has a softening effect, especially in warm climates, where it falls very copiously. We therefore read, “Thou makest it soft with showers” (Psalm 65:10). It does not tear up the ground as with thunderbolts, but by moistening and softening penetrates into the soil. And thus the dew of God’s grace moistens and softens the heart, humbles, dissolves, and fertilizes it; not by tearing it up with the thunderbolts of wrath and condemnation, but by dropping gently and stilly into it, so as to melt it into contrition, meekness, and godly sorrow before the throne of mercy and grace.
To the reader…
How quietly the Lord often works! Do you still look for Him in noise and excitement? Do you think He works only where storms blow and the ground is torn open? Then you may easily overlook what He does in silence. For the kingdom of God does not come with pelting hail, but like the dew: softly, unnoticed, in the still hours of the night. Only in the morning does one see the sparkling drops on every blade of grass, and know that it has fallen.
So it may be with you as well. Perhaps you cannot name a date or a sudden breakthrough, but you have noticed that your heart grew soft, that it melted into contrition and godly sorrow before the throne of grace. That is the working of the dew of God’s grace. He does not tear open with the thunderbolts of His wrath, but softens, humbles and makes fruitful. Pray, then, that His doctrine may drop upon you as the rain, and that His speech may distil as the dew upon your dry soul.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Goteará como la lluvia mi doctrina; destilará como el rocío mi razonamiento; como la llovizna sobre la grama, y como las gotas sobre la hierba.
Deuteronomio 32:2
En la caída del rocío natural hay algo suave, quieto y apacible. Por eso leemos: “Caeremos sobre él como cuando el rocío cae sobre la tierra” (2 Samuel 17:12), es decir, sigilosamente y sin ser vistos. No se precipita como el granizo que azota, sino que cae quedamente y muchas veces de modo imperceptible; de modo que apenas sabemos que ha caído, hasta que salimos por la mañana y vemos cada brizna de hierba coronada de centelleantes gotas de rocío; por estas joyas brillantes sabemos que el rocío ha caído durante las horas silenciosas de la noche.
Así, espiritualmente, el reino de Dios no consiste en ruido, en arrebatos ni en exaltación desenfrenada. El Señor no estaba en el viento fuerte, ni en el terremoto, ni en el fuego, sino en el silbo apacible y delicado (1 Reyes 19:11, 12). Y así puede haber mucho fuego religioso, pero ninguna presencia de Dios sentida; pasiones carnales agitadas hasta formar una tormenta, pero ningún “silbo apacible y delicado” que hable a la conciencia; un verdadero terremoto de convicciones naturales, pero ninguna “demostración del Espíritu y de poder” interior. Pero cuando cae el rocío espiritual, gotea en el corazón suave, dulce y quedamente, y solo se conoce por los efectos dulces y benditos que produce.
El rocío tiene también un efecto ablandador, especialmente en los climas cálidos, donde cae muy copiosamente. Por eso leemos: “Ablándasla con lluvias” (Salmo 65:10). No desgarra la tierra como con rayos, sino que, humedeciéndola y ablandándola, penetra en el suelo. Y así el rocío de la gracia de Dios humedece y ablanda el corazón, lo humilla, lo disuelve y lo fertiliza; no desgarrándolo con los rayos de la ira y la condenación, sino goteando en él suave y quedamente, de modo que lo derrite en contrición, mansedumbre y tristeza según Dios delante del trono de la misericordia y de la gracia.
Al lector…
¡Con qué quietud obra a menudo el Señor! ¿Le busca usted todavía en el ruido y la agitación? ¿Piensa que Él obra solo donde soplan tormentas y la tierra se desgarra? Entonces puede fácilmente pasar por alto lo que Él hace en silencio. Porque el reino de Dios no viene con granizo que azota, sino como el rocío: suavemente, sin ser notado, en las horas silenciosas de la noche. Solo por la mañana se ven las gotas centelleantes en cada brizna de hierba, y se sabe que ha caído.
Así puede ser también con usted. Quizá no pueda señalar una fecha ni un cambio repentino, pero ha notado que su corazón se ablandó, que se derritió en contrición y tristeza según Dios delante del trono de la gracia. Esa es la obra del rocío de la gracia de Dios. Él no desgarra con los rayos de Su ira, sino que ablanda, humilla y hace fructificar. Pida, pues, que Su doctrina gotee sobre usted como la lluvia, y que Su razonamiento destile como el rocío sobre su alma seca.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl