6 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
11 dagen geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
2 weken geleden verschenen
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Het is wenselijk de Authorised Version te behouden
Philpot pleit in 1857 tegen een herziene Bijbelvertaling. Hij vreest verminking door dwalende geleerden, onzekerheid en verwarring bij Gods kinderen, en verlies van een gezaghebbende maatstaf en van een nationaal…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.
Johannes 3:3
Ware godsvrucht begint met een binnenkomen van Goddelijk licht en Goddelijk leven in de ziel. Hoe en vanwaar het komt, weet de ziel niet; „want de wind blaast waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar kunt niet zeggen van waar hij komt en waar hij henen gaat; zo is een iegelijk, die uit de Geest geboren is.” De wind zelf wordt niet gezien, maar zijn uitwerking wordt gevoeld. Het geluid van de wind wordt gehoord in de toppen der moerbeziënbomen, waar God Zelf niet gezien wordt. De stem des Heeren, krachtig en vol majesteit, werd gehoord door hen die geen gelijkenis zagen (Deut. 4:12). Dus worden de uitwerkselen gevoeld, ofschoon de oorzaken onbekend zijn.
Stromen vloeien in het hart uit een onbekende bron; lichtstralen vallen in de ziel van een zon die niet is opgegaan; en levenstekenen wekken in ons een nieuw leven uit een ongeziene levensbron. De pasgeboren zuigeling gevoelt leven in al zijn leden, ofschoon hij zijn aardse vader nog niet kent, uit wie dat leven ontsproot. Zo ook zijn herboren zielen zich bewust van gevoelens die haar tot hiertoe onbekend waren, en gevoelen zij de eb en vloed van een geheimzinnig, onbegrijpelijk levensgetij in hun hart, ofschoon het „Abba, Vader” nog niet van hun lippen kwam.
Het lichaam van een mens is vatbaar voor elk gevoel: van de krab ener speld tot een dodelijke wond, van een voorbijgaande pijn tot een ongeneeslijke ziekte. Het hart kan niet een enkele seconde in zijn gewone slag vertragen of stilstaan, zonder dat een eigenaardige aandoening, waarvan dit vergezeld gaat, zulks aangeeft. Zullen dan aandoeningen het teken en het bewijs van het natuurlijke leven aangeven en niet van het geestelijke? Zal ons onedel deel, het schepsel van een dag, ons vergankelijk lichaam, ons stof uit het stof, aandoeningen hebben om elke smart en elk genot uit te drukken, en trillen bij elke verandering, zo uit- als inwendig, en zal dan onze onsterfelijke ziel niet evenzeer begaafd zijn met een dergelijke barometer, om door rijzen en dalen de stand van het geestelijk leven aan te geven? Wij moeten het dan reeds op de drempel der levende godzaligheid vaststellen: indien iemand zich niet van nieuwe gevoelens bewust is geweest, en niet met meer of minder nauwkeurigheid een bijzonder tijdstip kan aanwijzen, een nooit te vergeten tijd, wanneer die gevoelens ongevraagd in zijn hart kwamen, dan is hij nog niet overgegaan uit de dood in het leven. Wie dit niet kent, is niet in Christus. Want hij is niet in Christus, indien hij geen nieuw schepsel is (2 Kor. 5:17).
Ps. 31:13
Aan de lezer…
Misschien weet u niet hoe en vanwaar het begon, en durft u daarom niet te geloven dat er iets van Gods werk in u is. U hoort het geluid van de wind en kunt niet zeggen waar hij vandaan komt. Maar is er geen eb en vloed in uw hart geweest die u vroeger niet kende: een zucht om licht, een smart over de zonde, een uitzien naar wat u niet ziet? De pasgeboren zuigeling kent zijn vader nog niet, en toch leeft hij.
Wees dan eerlijk, maar ook teder met uzelf. Een ziel die nooit iets gevoelde van het binnenkomen van Goddelijk licht en leven, heeft reden te vrezen. Maar een ziel die de wind hoort, al ziet zij hem niet, mag weten dat de Geest waait waar Hij wil. Het „Abba, Vader” is misschien nog niet over uw lippen gekomen; bid dan dat Hij dat leven in u zal doen doorbreken, tot u Hem met name kent in Christus.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.
Johannes 3:3
Ware godsvrucht begint ermee dat Goddelijk licht en Goddelijk leven de ziel binnenkomen. Hoe en vanwaar het komt, weet de ziel niet; „want de wind blaast waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar kunt niet zeggen van waar hij komt en waar hij henen gaat; zo is een iegelijk, die uit de Geest geboren is.” De wind zelf wordt niet gezien, maar zijn uitwerking wordt gevoeld. Het geluid van de wind wordt gehoord in de toppen van de moerbeibomen, waar God Zelf niet gezien wordt. De stem van de Heere, krachtig en vol majesteit, werd gehoord door hen die geen gestalte zagen (Deut. 4:12). Zo worden de uitwerkingen gevoeld, ook al zijn de oorzaken onbekend.
Stromen vloeien het hart binnen uit een onbekende bron; lichtstralen vallen in de ziel van een zon die nog niet is opgegaan; en tekenen van leven wekken in ons een nieuw leven uit een onzichtbare levensbron. De pasgeboren zuigeling voelt leven in al zijn leden, hoewel hij zijn aardse vader, uit wie dat leven voortkwam, nog niet kent. Zo zijn ook wedergeboren zielen zich bewust van gevoelens die hun tot dan toe onbekend waren. Zij voelen de eb en vloed van een geheimzinnig, onbegrijpelijk getij van leven in hun hart, ook al is het „Abba, Vader” nog niet over hun lippen gekomen.
Het lichaam van een mens is ontvankelijk voor elk gevoel: van de kras van een speld tot een dodelijke wond, van een voorbijgaande pijn tot een ongeneeslijke ziekte. Het hart kan zijn gewone slag geen enkele seconde vertragen of stilstaan zonder dat een bijzondere gewaarwording dat aangeeft. Zouden gewaarwordingen dan wel teken en bewijs zijn van het natuurlijke leven, maar niet van het geestelijke? Zou ons onedele deel — het schepsel van een dag, ons vergankelijke lichaam, ons stof uit het stof — gewaarwordingen hebben om elke smart en elk genot uit te drukken, en trillen bij elke verandering, uitwendig zowel als inwendig? En zou onze onsterfelijke ziel dan niet evenzeer voorzien zijn van zo’n barometer, die door stijgen en dalen de stand van het geestelijke leven aangeeft? We moeten het daarom al op de drempel van de levende godzaligheid vaststellen: als iemand zich niet bewust is geweest van nieuwe gevoelens, en niet min of meer nauwkeurig een bepaald moment kan aanwijzen, een nooit te vergeten tijd, waarin die gevoelens ongevraagd in zijn hart kwamen, dan is hij nog niet overgegaan uit de dood in het leven. Wie dit niet kent, is niet in Christus. Want wie geen nieuw schepsel is, is niet in Christus (2 Kor. 5:17).
Ps. 31:13
Aan de lezer…
Misschien weet u niet hoe en vanwaar het begon, en durft u daarom niet te geloven dat er iets van Gods werk in u is. U hoort het geluid van de wind en kunt niet zeggen waar hij vandaan komt. Maar is er geen eb en vloed in uw hart geweest die u vroeger niet kende: een zucht om licht, een smart over de zonde, een uitzien naar wat u niet ziet? De pasgeboren zuigeling kent zijn vader nog niet, en toch leeft hij.
Wees dan eerlijk, maar ook teder voor uzelf. Een ziel die nooit iets heeft gevoeld van het binnenkomen van Goddelijk licht en leven, heeft reden te vrezen. Maar een ziel die de wind hoort, al ziet zij hem niet, mag weten dat de Geest waait waar Hij wil. Misschien is het „Abba, Vader” nog niet over uw lippen gekomen; bid dan dat Hij dat leven in u laat doorbreken, totdat u Hem in Christus bij name kent.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Except a man be born again, he cannot see the kingdom of God.
John 3:3
True religion begins with an entrance into the soul of supernatural light and supernatural life. How or why it comes, the soul knows not; for “the wind blows where it wills, and you hear the sound thereof, but can not tell whence it comes or where it goes, so is every one that is born of the Spirit.” The wind itself is not seen, but its effects are felt. The sound of the wind is heard in the tops of the mulberry trees, where God Himself is not seen. “The voice of the Lord, powerful and full of majesty. You heard His words but didn’t see His form; there was only a voice” (Deut. 4:12). Thus effects are felt, though causes are unknown.
Streams flow into the heart from a hidden source; rays of light beam into the soul from an unrisen sun; and kindlings of life awaken in us a new existence out of an unseen fountain. The new-born babe feels life in all its limbs, though it knows not yet the earthly father whence that natural life sprang. And thus new-born souls are conscious of feelings hitherto unpossessed, and are sensible of a tide of life, mysterious and incomprehensible, ebbing and flowing in their heart, though “Abba, Father,” has not yet burst from their lips.
A man’s body is alive to every feeling, from a pin’s scratch to a mortal wound, from a passing ache to an incurable disease. The heart cannot flutter or intermit for a single second its customary beat, without a peculiar sensation that accompanies it, notices it, and registers it. Shall feelings, then, be the mark and evidence of natural life, and not of spiritual? Shall our ignoble part, the creature of a day, our perishing body, our dust of dust, have sensations to register every pain and every pleasure, and be tremblingly alive to every change without and every change within; and shall not our immortal souls be equally endowed with a similar barometer to fluctuate up and down the scale of spiritual life?
We must lay it down, then, at the very threshold of vital godliness, that if a man has not been conscious of new feelings, and cannot point out, with more or less precision, some particular period, some never-to-be-forgotten season, when these feelings came unbidden into his heart, he has not yet passed from death unto life. He is not in Christ, if he is not a new creature (2 Cor. 5:17).
To the reader…
Perhaps you do not know how and whence it began, and so you do not dare to believe that there is anything of God’s work in you. You hear the sound of the wind and cannot tell where it comes from. But has there not been an ebb and flow in your heart that you did not know before: a sigh for light, a grief over sin, a longing for what you cannot see? The new-born babe does not yet know its father, and yet it lives.
Be honest, then, but also tender with yourself. A soul that has never felt anything of the entrance of divine light and life has reason to fear. But a soul that hears the wind, though it does not see it, may know that the Spirit blows where He wills. Perhaps “Abba, Father” has not yet passed your lips; then pray that He will let that life break through in you, until you know Him by name in Christ.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
El que no naciere otra vez, no puede ver el reino de Dios.
Juan 3:3
La verdadera religión comienza con la entrada en el alma de una luz sobrenatural y de una vida sobrenatural. Cómo o por qué viene, el alma no lo sabe; porque “el viento de donde quiere sopla, y oyes su sonido; mas ni sabes de dónde viene, ni a dónde vaya: así es todo aquel que es nacido del Espíritu”. El viento mismo no se ve, pero sus efectos se sienten. El sonido del viento se oye en las copas de los morales, donde a Dios mismo no se Le ve. “Voz de Jehová con potencia; voz de Jehová con gloria.” “Oísteis la voz de Sus palabras, mas a excepción de oír la voz, ninguna figura visteis” (Deuteronomio 4:12). Así se sienten los efectos, aunque las causas sean desconocidas.
Corrientes fluyen al corazón desde una fuente escondida; rayos de luz brillan en el alma desde un sol que aún no ha salido; y destellos de vida despiertan en nosotros una existencia nueva desde un manantial invisible. El niño recién nacido siente la vida en todos sus miembros, aunque todavía no conoce al padre terrenal de quien brotó esa vida natural. Y así las almas recién nacidas son conscientes de sentimientos que hasta entonces no poseían, y perciben una marea de vida, misteriosa e incomprensible, que baja y sube en su corazón, aunque el “Abba, Padre” todavía no haya brotado de sus labios.
El cuerpo de un hombre es sensible a toda sensación, desde el rasguño de un alfiler hasta una herida mortal, desde un dolor pasajero hasta una enfermedad incurable. El corazón no puede agitarse ni interrumpir un solo segundo su latido acostumbrado sin una sensación peculiar que lo acompañe, lo note y lo registre. ¿Serán, pues, los sentimientos la marca y la evidencia de la vida natural, y no de la espiritual? ¿Tendrá nuestra parte innoble, criatura de un día, nuestro cuerpo perecedero, polvo del polvo, sensaciones que registren todo dolor y todo placer, y será trémulamente sensible a todo cambio exterior y todo cambio interior; y no estarán nuestras almas inmortales igualmente dotadas de un barómetro semejante que suba y baje en la escala de la vida espiritual?
Debemos establecer, pues, en el mismo umbral de la piedad vital, que si un hombre no ha sido consciente de sentimientos nuevos, y no puede señalar, con más o menos precisión, algún período particular, alguna ocasión inolvidable, en que estos sentimientos entraron sin ser llamados en su corazón, todavía no ha pasado de muerte a vida. No está en Cristo, si no es una nueva criatura (2 Corintios 5:17).
Al lector…
Quizá usted no sabe cómo ni de dónde comenzó, y por eso no se atreve a creer que haya algo de la obra de Dios en usted. Oye el sonido del viento y no sabe decir de dónde viene. Pero ¿no ha habido en su corazón un bajar y subir que antes no conocía: un suspiro por la luz, un dolor por el pecado, un anhelo de lo que no puede ver? El niño recién nacido todavía no conoce a su padre, y sin embargo vive.
Sea, pues, sincero, pero también tierno consigo mismo. Un alma que nunca ha sentido nada de la entrada de la luz y la vida divinas tiene motivo para temer. Pero un alma que oye el viento, aunque no lo vea, puede saber que el Espíritu sopla donde quiere. Quizá el “Abba, Padre” todavía no ha pasado por sus labios; ore entonces para que Él haga irrumpir esa vida en usted, hasta que Le conozca por nombre en Cristo.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Een onbeweeglijk koninkrijk
En dit woord: Nog eenmaal, wijst aan de verandering der beweeglijke dingen, als welke gemaakt waren, opdat blijven zouden de dingen, die niet beweeglijk zijn. Daarom, alzo wij een onbeweeglijk koninkrijk ontvangen, laat ons de genade vasthouden, door dewelke wij welbehaaglijk Gode mogen dienen, met eerbied en godvruchtigheid.
Hebreeën 12:27,28
Gods kinderen zijn erfgenamen van God, en mede-erfgenamen met Christus. Maar ofschoon ze erfgenaam zijn, worden ze vaak buiten het koninkrijk gehouden door hun ongelovige vrees. Ze kunnen zich niet verheffen tot de waardigheid en het voorrecht koningen en priesters voor God te zijn. Maar een boodschap van de Heere dringt in hun hart door. De Heere Jezus wordt op een of andere wijze onthuld en geopenbaard. Hij wordt in de ziel aangenomen als de Christus Gods. Door Hem te ontvangen, ontvangt men het koninkrijk.
Kijk eens naar de verloren zoon. Hij keerde barrevoets en in lompen gehuld naar zijn vaderlijk huis terug. Wat deed zijn vader? Wendde hij het gezicht af, omdat hij terecht verbolgen was over zijn verachtelijke gedrag? Nee: hij viel hem om de hals en kuste hem, en zei tegen de dienaren: „Brengt hier voor het beste kleed, en doet het hem aan, en geeft hem een ring aan zijn hand, en schoenen aan de voeten” (Luk. 15:22).
Maar wat was de verloren zoon in deze hele situatie passief! Het enige dat hij deed, was in ontvangst nemen wat hem werd gegeven. Zijn schouders ontvingen het gewaad; zijn vinger ontving de ring; zijn voeten ontvingen de schoenen; en toen het vetgemeste kalf klaargemaakt was, ontving zijn mond het vlees. Zo ontvangt een kind van God het koninkrijk dat niet kan worden bewogen. Maar hoe? Door het geloof. Geloof omarmt wat God openbaart, grijpt vast wat God toepast, en ontvangt wat God geeft.
Lezen: Lukas 15:11-32
Aan de lezer…
Staat u nog buiten, gehouden door uw ongelovige vrees? Durft u zich niet te verheffen tot het voorrecht dat aan Gods kinderen beloofd is, omdat u uw lompen ziet en uw blote voeten voelt? Zo kwam ook de verloren zoon terug, en de vader wendde het gezicht niet af. Hij viel hem om de hals en kuste hem, eer er een kleed of ring aan te pas kwam.
Zie dan hoe weinig er van u gevraagd wordt: niet dat u iets meebrengt, maar dat u ontvangt. De schouders ontvingen het kleed, de vinger de ring, de voeten de schoenen. Zo wordt ook het onbeweeglijk koninkrijk ontvangen, als de Heere Jezus Zich aan de ziel openbaart en zij Hem aanneemt als de Christus Gods. Het geloof omarmt wat God openbaart en grijpt vast wat Hij toepast. Houd dan die genade vast, arme ziel; wat Hij geeft, kan niet bewogen worden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En dit woord: Nog eenmaal, wijst aan de verandering der beweeglijke dingen, als welke gemaakt waren, opdat blijven zouden de dingen, die niet beweeglijk zijn. Daarom, alzo wij een onbeweeglijk koninkrijk ontvangen, laat ons de genade vasthouden, door dewelke wij welbehaaglijk Gode mogen dienen, met eerbied en godvruchtigheid.
Hebreeën 12:27,28
Gods kinderen zijn erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus. Maar hoewel zij erfgenamen zijn, worden zij vaak door hun ongelovige vrees buiten het koninkrijk gehouden. Zij kunnen zich niet verheffen tot de waardigheid en het voorrecht om koningen en priesters voor God te zijn. Maar dan dringt er een boodschap van de Heere in hun hart door. De Heere Jezus wordt op de een of andere manier ontdekt en geopenbaard. Hij wordt in de ziel aangenomen als de Christus van God. Door Hem te ontvangen, ontvangt men het koninkrijk.
Kijk eens naar de verloren zoon. Hij kwam blootsvoets en in lompen gehuld terug naar het huis van zijn vader. Wat deed zijn vader? Wendde hij zijn gezicht af, omdat hij terecht boos was over zijn verachtelijke gedrag? Nee, hij viel hem om de hals en kuste hem, en zei tegen de dienaren: „Brengt hier voor het beste kleed, en doet het hem aan, en geeft hem een ring aan zijn hand, en schoenen aan de voeten” (Luk. 15:22).
Maar wat was de verloren zoon in dit alles lijdelijk! Het enige wat hij deed, was in ontvangst nemen wat hem gegeven werd. Zijn schouders ontvingen het kleed, zijn vinger ontving de ring, zijn voeten ontvingen de schoenen, en toen het gemeste kalf klaargemaakt was, ontving zijn mond het vlees. Zo ontvangt een kind van God het koninkrijk dat niet bewogen kan worden. Maar hoe? Door het geloof. Het geloof omarmt wat God openbaart, grijpt vast wat God toepast, en ontvangt wat God geeft.
Lezen: Lukas 15:11-32
Aan de lezer…
Staat u nog buiten, vastgehouden door uw ongelovige vrees? Durft u zich niet te verheffen tot het voorrecht dat aan Gods kinderen beloofd is, omdat u uw lompen ziet en uw blote voeten voelt? Zo kwam ook de verloren zoon terug, en de vader wendde zijn gezicht niet af. Hij viel hem om de hals en kuste hem, nog voordat er een kleed of ring aan te pas kwam.
Zie dan hoe weinig er van u gevraagd wordt: niet dat u iets meebrengt, maar dat u ontvangt. De schouders ontvingen het kleed, de vinger de ring, de voeten de schoenen. Zo wordt ook het onbeweeglijk koninkrijk ontvangen, wanneer de Heere Jezus Zich aan de ziel openbaart en zij Hem aanneemt als de Christus van God. Het geloof omarmt wat God openbaart en grijpt vast wat Hij toepast. Houd die genade dan vast, arme ziel; wat Hij geeft, kan niet bewogen worden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And this word, Yet once more, signifieth the removing of those things that are shaken, as of things that are made, that those things which cannot be shaken may remain. Wherefore we receiving a kingdom which cannot be moved, let us have grace, whereby we may serve God acceptably with reverence and godly fear.
Hebrews 12:27-28
God’s children are heirs of God and joint-heirs with Christ. But though they are heirs, they are often kept out of the kingdom by their unbelieving fears. They cannot rise up to the dignity and privilege of being kings and priests unto God. But then a message from the Lord comes into their heart. The Lord Jesus is in some way discovered and revealed. He is received into the soul as the Christ of God. In receiving Him, the kingdom is received.
Look at the prodigal son. He came back to his father’s house barefoot and clothed in rags. What did his father do? Did he turn away his face, because he was justly angry at his base conduct? No, he fell on his neck and kissed him, and said to the servants, “Bring forth the best robe, and put it on him; and put a ring on his hand, and shoes on his feet” (Luke 15:22).
But how passive was the prodigal in all this! All he did was to receive what was given him. His shoulders received the robe, his finger received the ring, his feet received the shoes, and when the fatted calf was made ready, his mouth received the meat. So a child of God receives the kingdom which cannot be moved. But how? By faith. Faith embraces what God reveals, lays hold of what God applies, and receives what God gives.
Reading: Luke 15:11-32
To the reader…
Are you still standing outside, held back by your unbelieving fears? Do you dare not rise up to the privilege promised to God’s children, because you see your rags and feel your bare feet? So the prodigal son came back too, and the father did not turn away his face. He fell on his neck and kissed him, before ever a robe or a ring came into it.
See, then, how little is asked of you: not that you bring something, but that you receive. The shoulders received the robe, the finger the ring, the feet the shoes. So too the kingdom which cannot be moved is received, when the Lord Jesus reveals Himself to the soul and it receives Him as the Christ of God. Faith embraces what God reveals and lays hold of what He applies. Hold fast that grace, then, poor soul; what He gives cannot be shaken.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y esta palabra, Aun una vez, declara la mudanza de las cosas movibles, como de cosas que son hechas, para que queden las cosas que son firmes. Así que, tomando el reino inmóvil, retengamos la gracia por la cual sirvamos a Dios agradándole con temor y reverencia.
Hebreos 12:27-28
Los hijos de Dios son herederos de Dios y coherederos con Cristo. Pero aunque son herederos, a menudo quedan fuera del reino por sus temores incrédulos. No pueden elevarse a la dignidad y al privilegio de ser reyes y sacerdotes para Dios. Pero entonces llega a su corazón un mensaje del Señor. El Señor Jesús es de alguna manera descubierto y revelado. Es recibido en el alma como el Cristo de Dios. Al recibirle a Él, se recibe el reino.
Mire al hijo pródigo. Volvió a la casa de su padre descalzo y vestido de harapos. ¿Qué hizo su padre? ¿Apartó su rostro, porque estaba justamente enojado por su vil conducta? No, se echó sobre su cuello y le besó, y dijo a los siervos: “Sacad el principal vestido, y vestidle; y poned un anillo en su mano, y zapatos en sus pies” (Lucas 15:22).
¡Pero qué pasivo fue el pródigo en todo esto! Todo lo que hizo fue recibir lo que se le dio. Sus hombros recibieron el vestido, su dedo recibió el anillo, sus pies recibieron los zapatos, y cuando el becerro grueso fue preparado, su boca recibió la carne. Así recibe un hijo de Dios el reino inmóvil. Pero ¿cómo? Por la fe. La fe abraza lo que Dios revela, se aferra a lo que Dios aplica y recibe lo que Dios da.
Lectura: Lucas 15:11-32
Al lector…
¿Está usted todavía fuera, retenido por sus temores incrédulos? ¿No se atreve a elevarse al privilegio prometido a los hijos de Dios, porque ve sus harapos y siente sus pies descalzos? Así volvió también el hijo pródigo, y el padre no apartó su rostro. Se echó sobre su cuello y le besó, antes de que hubiera vestido o anillo de por medio.
Vea, pues, cuán poco se le pide: no que traiga algo, sino que reciba. Los hombros recibieron el vestido, el dedo el anillo, los pies los zapatos. Así también se recibe el reino inmóvil, cuando el Señor Jesús se revela al alma y ella le recibe como el Cristo de Dios. La fe abraza lo que Dios revela y se aferra a lo que Él aplica. Retenga, pues, esa gracia, alma pobre; lo que Él da no puede ser movido.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Maar indien gij door de Geest geleid wordt, zo zijt gij niet onder de wet.
Galaten 5:18
Indien wij door de Geest geleid worden door in Hem te wandelen, en Hij onze Leidsman en Onderwijzer is, indien Hij voortdurend in ons hart werkt en ons de invloeden Zijner genade doet ondervinden en Hij in ons en met ons is, ons in alle waarheid leidt, ons het geloof schenkt en het onderhoudt, en ons doet liefhebben, biddende, teder, waakzaam, nederig, ootmoedig en oprecht doet zijn, indien wij aldus door de Geest geleid worden, dan zijn wij niet onder de wet.
Nu, gedurende de tijd dat er strijd in uw gemoed gaande is, zijt gij dikwijls in uw gewaarwording onder de wet. De vloek der wet klinkt u in de oren, de veroordeling der wet doorvlijmt uw consciëntie. Het kan zijn dat het vlees in een onbewaakt ogenblik u overheerst, dat gij in enig kwaad verstrikt raakt, en gij glijdt en valt in iets dat een schuld over uw consciëntie brengt. Nu, de wet dondert, de inwendige veroordeling galmt dit na, en de ziel komt in de dienstbaarheid, in twijfel en vrees.
Maar indien gij door de Geest geleid wordt en het die gezegende Leidsman behaagt u uit uzelf te leiden en in te leiden in Christus’ bloed en gerechtigheid; indien gij bevindelijk verwaardigd wordt met Zijn gezegende onderwijzingen en zoete invloeden, vergezeld van licht, leven, vrijheid en liefde, dan zwijgt de wet met haar vloek; zij kan u niet meer dreigen met de hel, en u niet meer brengen onder de eeuwige vloek Gods. Want door de Geest geleid zijnde, zijt gij verlost van de vloek der wet en gebracht onder de zegen van het Evangelie; van de dienstbaarheid der wet in de vrijheid der waarheid; van haar beschuldigingen in de weldaden van het Evangelie; van de beschuldigingen van een schuldige consciëntie in het getuigenis van een goede consciëntie, die gezuiverd en besprengd is. En om alles in één woord te noemen: gij zijt overgebracht uit de macht der duisternis in het Koninkrijk van Gods beminde Zoon. O, welk een zaligheid, in de Geest te wandelen en door de Geest geleid te worden!
Aan de lezer…
Klinkt de vloek der wet u heden in de oren, bestreden ziel? Bent u in een onbewaakt ogenblik uitgegleden, en doorvlijmt nu de veroordeling uw consciëntie, zodat u in dienstbaarheid, twijfel en vrees terneerzit? U bent niet de eerste die zo onder de donder van de wet ligt. Het is bitter, en het mag u ook bitter zijn; maar blijf daar niet liggen alsof er geen ander woord gesproken is.
Want de gezegende Geest leidt de ziel uit zichzelf, en leidt haar in, in Christus’ bloed en gerechtigheid. Waar Hij dat doet, zwijgt de wet met haar vloek; zij kan niet meer dreigen met de hel. Bid dan om die leiding, om licht, leven, vrijheid en liefde in uw hart. Wie door Hem geleid wordt, is overgebracht uit de macht der duisternis in het Koninkrijk van Gods beminde Zoon. O, welk een zaligheid, zo te mogen wandelen!
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Maar indien gij door de Geest geleid wordt, zo zijt gij niet onder de wet.
Galaten 5:18
Als wij door de Geest geleid worden doordat wij in Hem wandelen, en Hij onze Leidsman en Onderwijzer is; als Hij voortdurend in ons hart werkt en ons de invloeden van Zijn genade laat ervaren, en Hij in ons en met ons is, ons in alle waarheid leidt, ons het geloof schenkt en het in stand houdt, en ons doet liefhebben en ons biddend, teder, waakzaam, nederig, ootmoedig en oprecht maakt; als wij zo door de Geest geleid worden, dan zijn wij niet onder de wet.
Nu bent u, zolang er strijd in uw gemoed gaande is, naar uw gevoel vaak onder de wet. De vloek van de wet klinkt u in de oren, de veroordeling van de wet snijdt door uw geweten. Het kan zijn dat het vlees u in een onbewaakt ogenblik overmeestert, dat u in een of ander kwaad verstrikt raakt, en dat u uitglijdt en valt in iets wat schuld op uw geweten legt. Dan dondert de wet, de veroordeling in uw binnenste galmt dat na, en de ziel komt in dienstbaarheid, in twijfel en vrees.
Maar als u door de Geest geleid wordt en het die gezegende Leidsman behaagt u uit uzelf weg te leiden en in te leiden in Christus’ bloed en gerechtigheid; als u bevindelijk verwaardigd wordt met Zijn gezegende onderwijzingen en zoete invloeden, vergezeld van licht, leven, vrijheid en liefde, dan zwijgt de wet met haar vloek. Zij kan u niet meer dreigen met de hel en u niet meer brengen onder de eeuwige vloek van God. Want omdat u door de Geest geleid wordt, bent u verlost van de vloek van de wet en gebracht onder de zegen van het Evangelie; uit de dienstbaarheid van de wet in de vrijheid van de waarheid; uit haar beschuldigingen in de weldaden van het Evangelie; uit de beschuldigingen van een schuldig geweten in het getuigenis van een goed geweten, dat gereinigd en besprengd is. En om alles in één woord te zeggen: u bent overgebracht uit de macht der duisternis in het Koninkrijk van Gods beminde Zoon. O, wat een zaligheid, in de Geest te wandelen en door de Geest geleid te worden!
Aan de lezer…
Klinkt de vloek van de wet u vandaag in de oren, bestreden ziel? Bent u in een onbewaakt ogenblik uitgegleden, en snijdt nu de veroordeling door uw geweten, zodat u terneergeslagen bent in dienstbaarheid, twijfel en vrees? U bent niet de eerste die zo onder de donder van de wet ligt. Het is bitter, en het mag u ook bitter zijn; maar blijf daar niet liggen alsof er geen ander woord gesproken is.
Want de gezegende Geest leidt de ziel uit zichzelf weg en leidt haar in, in Christus’ bloed en gerechtigheid. Waar Hij dat doet, zwijgt de wet met haar vloek; zij kan niet meer dreigen met de hel. Bid dan om die leiding, om licht, leven, vrijheid en liefde in uw hart. Wie door Hem geleid wordt, is overgebracht uit de macht der duisternis in het Koninkrijk van Gods beminde Zoon. O, wat een zaligheid, zo te mogen wandelen!
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“But if ye be led of the Spirit, ye are not under the law.”
Galatians 5:18
If we are led of the Spirit by walking in Him; if He be our Guide and Teacher; if He be continually operating upon our heart, and bringing near the influences of His grace; if He be in us and with us, guiding us into all truth, making and keeping us believing, loving, prayerful, tender, watchful, humble, contrite, and sincere; if we are thus led by the Spirit, we are not then under the law. Now while the conflict is going on in your bosom, you are often in your feelings under the law. The law’s curse is ringing in your ears, the law’s condemnation piercing your conscience.
The flesh in some unguarded moment, it may be, prevails—you are entangled in some evil; you slip and fall into something which brings guilt upon your conscience. Now the law thunders; inward condemnation re-echoes its peals; and the soul falls into bondage, doubt, and fear.
But if you are led by the Spirit—if that blessed Guide is pleased to lead you out of yourself into Christ’s blood and righteousness; if you are experimentally favored with His blessed teachings and sweet influences, bringing with them light, life, liberty, and love, the law has no more curse for you; it cannot condemn you to hell, nor send your soul to lie forever under the curse of God. For being led by the Spirit you are delivered from the curse of the law into the blessing of the gospel; from the bondage of the law into the liberty of truth; from law charges into gospel mercies; from the accusations of a guilty conscience into the witness of a good conscience, because a purged and sprinkled conscience, and to sum it all up in one sentence, are thus translated from the power of darkness into the kingdom of God’s dear Son. Oh the blessedness of walking in the Spirit, and being led by the Spirit!
To the reader…
Is the curse of the law ringing in your ears today, tried soul? Did you slip in an unguarded moment, and does condemnation now cut through your conscience, so that you are cast down in bondage, doubt and fear? You are not the first to lie under the thunder of the law like this. It is bitter, and it may well be bitter to you; but do not stay lying there as though no other word had been spoken.
For the blessed Spirit leads the soul out of itself and into Christ’s blood and righteousness. Where He does that, the law falls silent with its curse; it can no longer threaten with hell. Pray, then, for that leading, for light, life, liberty and love in your heart. Whoever is led by Him has been translated from the power of darkness into the kingdom of God’s dear Son. Oh, what blessedness, to be allowed to walk like that!
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Mas si sois guiados del Espíritu, no estáis bajo la ley.”
Gálatas 5:18
Si somos guiados por el Espíritu andando en Él; si Él es nuestro Guía y Maestro; si Él obra continuamente sobre nuestro corazón y acerca a nosotros las influencias de Su gracia; si Él está en nosotros y con nosotros, guiándonos a toda verdad, haciéndonos y conservándonos creyentes, amantes, dados a la oración, tiernos, vigilantes, humildes, contritos y sinceros; si somos así guiados por el Espíritu, entonces no estamos bajo la ley. Ahora bien, mientras el conflicto se libra en su pecho, usted a menudo se siente bajo la ley. La maldición de la ley resuena en sus oídos, y la condenación de la ley traspasa su conciencia.
Puede ser que la carne, en algún momento de descuido, prevalezca: usted se enreda en algún mal; resbala y cae en algo que trae culpa sobre su conciencia. Entonces la ley truena; la condenación interior repite sus estruendos; y el alma cae en servidumbre, duda y temor.
Pero si usted es guiado por el Espíritu —si a aquel bendito Guía le place sacarle de sí mismo y llevarle a la sangre y la justicia de Cristo; si usted es favorecido experimentalmente con Sus benditas enseñanzas y Sus dulces influencias, que traen consigo luz, vida, libertad y amor—, la ley ya no tiene maldición para usted; no puede condenarle al infierno, ni enviar su alma a yacer para siempre bajo la maldición de Dios. Porque, siendo guiado por el Espíritu, usted es librado de la maldición de la ley a la bendición del evangelio; de la servidumbre de la ley a la libertad de la verdad; de los cargos de la ley a las misericordias del evangelio; de las acusaciones de una conciencia culpable al testimonio de una buena conciencia, por ser una conciencia purificada y rociada; y, para resumirlo todo en una sola frase, es así trasladado de la potestad de las tinieblas al reino del amado Hijo de Dios. ¡Oh, la bienaventuranza de andar en el Espíritu y de ser guiado por el Espíritu!
Al lector…
¿Resuena hoy en sus oídos la maldición de la ley, alma probada? ¿Resbaló usted en un momento de descuido, y ahora la condenación atraviesa su conciencia, de modo que está abatido en servidumbre, duda y temor? No es usted el primero en yacer así bajo el trueno de la ley. Es amargo, y bien puede serle amargo; pero no se quede tendido allí como si no se hubiera dicho ninguna otra palabra.
Porque el bendito Espíritu saca al alma de sí misma y la lleva a la sangre y la justicia de Cristo. Donde Él hace eso, la ley calla con su maldición; ya no puede amenazar con el infierno. Ore, pues, por esa guía, por luz, vida, libertad y amor en su corazón. Quien es guiado por Él ha sido trasladado de la potestad de las tinieblas al reino del amado Hijo de Dios. ¡Oh, qué bienaventuranza, poder andar así!
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl