Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

10 augustus Korenaren uit de volle oogst

Hebbende de beloften des tegenwoordigen en des toekomenden levens.
1 Timotheüs 4:8

Ware godsvrucht ligt diep; zij is geen ballon die mijlen boven ons in de lucht zweeft. Zij is als de waarheid: zij ligt op de bodem van de put. Wij moeten dus naar de godsvrucht afdalen, als wij haar werkelijk in ons hart willen ontvangen. De Heere Jezus Christus was een „Man van smarten en verzocht in krankheid”. Hij nam de laagste, de geringste en de minste plaats in. Hij was altijd in de diepte, zodat wij, als wij met de Heere Jezus willen wandelen, met Hem door de diepte moeten gaan: door de diepte van het dal, door de diepte van het lijden, door de diepte van de vernedering, door de diepte van de beproeving, door de diepte van de smart.

Wanneer wij opgeblazen zijn door wereldse vreugde, hebben wij geen medelijden met de Heere Jezus Christus in Zijn lijdende mensheid. Dan gaan wij niet met Hem de hof van Gethsémané in, en zien wij niet naar Hem op als naar „het Lam Gods” aan het vloekhout. Wij kunnen het zonder de Heere Jezus wel stellen, zolang de wereld ons toelacht en de wereldse zaken de overhand hebben in ons hart. Maar wanneer er droefheid komt, een zwaar kruis, een last die ons neerdrukt, dan zinken wij weg naar die plaats waar alleen de Heere Jezus te vinden is.

Dan merken wij, als het de Heere behaagt een weinig godzaligheid in de ziel te geven, dat zij de „belofte des tegenwoordigen levens” heeft. Aan haar zijn beloften verbonden van steun en sterkte, verlichting, vertroosting en vrede, die de wereld niet kent. Er is in haar een troost, een kracht, een waarheid, een zaligheid die geen taal kan uitdrukken.

En wanneer de ziel neergebogen is in het dal van de droefheid, en het de Heere behaagt haar daar te ontmoeten en te bezoeken en de godzaligheid in haar daden en oefeningen op te wekken, dan blijkt zij „de beloften des tegenwoordigen levens te hebben”. Geloof, hoop, liefde, berouw, een volheid van gebed, nederigheid, verslagenheid van geest, geduld en vrede worden vooral geoefend wanneer de ziel door droefheid is neergedrukt. Daarin, in het opwekken van die hemelse genade in het hart, ligt de „belofte des tegenwoordigen levens”.

En de godzaligheid heeft ook de belofte „des toekomenden levens”. Zij ondersteunt in leven en in sterven, en brengt de ziel in een gelukkige en gezegende eeuwigheid. De genade zal eindigen in heerlijkheid, het geloof in aanschouwen, de hoop in vervulling. De ziel die door God onderwezen is, zal Jezus zien zoals Hij is. Zo heeft de godzaligheid de „belofte des toekomenden levens”: wanneer eeuwige vrede zal overvloeien, de tranen van alle aangezichten afgewist zullen worden en de genade voleindigd zal worden in eindeloze zaligheid.

Ook hebt Ge mij niet weggestoten,
noch mij van alle kant
benauwd door ’s vijands hand.

Psalm 31:6

Aan de lezer…

Wie zich neergebogen voelt in het dal van de droefheid, onder een zwaar kruis of een last die neerdrukt, weet hoe dat is; misschien weet u het ook. Ons eigen hart weet maar al te goed hoe gemakkelijk wij de Heere Jezus kunnen missen zolang de wereld ons toelacht. Maar wanneer de droefheid komt, zinken wij weg naar die plaats waar alleen Hij te vinden is. Hij was Zelf een Man van smarten; Hij nam de laagste plaats in, en daar, in de diepte, wil Hij gevonden worden.

Zie uw droefheid dan niet alleen als verlies. Juist in het dal worden geloof, hoop, liefde, berouw en verslagenheid van geest geoefend. Daar wil de Heere de ziel ontmoeten en bezoeken, en dan merkt zij dat de godzaligheid de belofte van het tegenwoordige leven heeft: steun en sterkte, vertroosting en vrede, die de wereld niet kent. Wacht dan op Hem in de diepte; Hij zal u niet wegstoten.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

10 augustus 365 dagen met Philpot

Genees mij

Genees mij, Heere! zo zal ik genezen worden; behoud mij, zo zal ik behouden worden, want Gij zijt mijn lof.
Jeremia 17:14

Er is een ziekte waaraan we helaas lijden, en dat is de ziekte van een verstokt hart: een hart dat niet wil smelten, een hart dat over al het lijden van de Heere Jezus Christus kan lezen en toch geen wroeging, geen traan en geen godvruchtig verdriet voelt, en vanbinnen niet zacht wordt. O, die ziekte van een verstokt hart! Gods kinderen verlangen te merken dat hun hart zacht wordt gemaakt, dat hun ziel wordt besprenkeld, en dat hun geest smelt, verbroken wordt en wegvloeit in tranen van berouw. Maar door deze vreselijke ziekte van een verstokt hart kunnen ze die aangename gevoelens niet in hun ziel opwekken.

Daarom roepen ze uit: „Heere, haal dit verstokte hart weg; Heere, maak mijn ziel zacht. Als ik kom luisteren naar Uw Woord, als ik over Uw lijden lees, doet U toch mijn hart smelten, neemt U toch dit hart van steen weg, geeft U mij toch een hart van vlees.” Dat is in wezen wat de woorden van de tekst zeggen: „Genees mij, Heere! zo zal ik genezen worden.”

We lijden ook aan een andere vreselijke ziekte, namelijk die van ongeloof. We zijn zo door die vreselijke kwaal van ongeloof aangetast dat we niet het minste geloof in onze ziel kunnen opwekken. We kunnen geen enkele belofte geloven, hoe heerlijk of passend ook. We kunnen ons deel aan Christus niet geloven, behalve voor zover onze ogen het kunnen zien. We kunnen niet geloven dat „alle dingen mede ten goede werken” voor ons. We kunnen niet in de Heere Jezus Christus geloven en ook niet op Zijn bloed en liefde vertrouwen. Als we dat nu voelen en de Heere vragen dit weg te nemen en onze ziel met geloof te zegenen, dan is dat eigenlijk hetzelfde als wat het gebed zegt: „Genees mij, Heere! zo zal ik genezen worden.”

En als het de Heere behaagt ons vertrouwen te geven om Zijn Woord te geloven, tot Hem te komen, op Hem te steunen, op Zijn barmhartigheid te vertrouwen en in Zijn liefde te rusten, dan is dat de vervulling van het gebed. Dan verhoort de Heere het en geneest Hij de ziekte van ongeloof.

Lezen: Ezechiël 36:22-38

Aan de lezer…

Er zijn dagen dat u kunt lezen over het lijden van de Heere Jezus en toch geen traan, geen wroeging en geen smelten van het hart voelt. En verwijt u uzelf dat uw hart als een steen is, zodat u geen enkele belofte kunt geloven, hoe heerlijk ook? Dan kent u twee ziekten die Gods kinderen maar al te goed kennen: een verstokt hart en een ongelovig hart. U kunt die gevoelens niet zelf opwekken, hoe u het ook probeert.

Maar is het niet al een teken van leven dat u het voelt en erover zucht? Breng dan juist dit stenen hart bij de Heere en zeg: „Neem dit hart van steen weg, geef mij een hart van vlees.” Dat is de taal van de tekst: „Genees mij, Heere! zo zal ik genezen worden.” En wanneer Hij u schenkt dat u tot Hem komt, op Hem steunt en in Zijn liefde rust, dan is uw gebed verhoord.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

10 augustus Door Baca’s vallei

Maar de engel, antwoordende, zeide tot de vrouwen: Vreest gijlieden niet, want ik weet, dat gij zoekt Jezus, Die gekruisigd was.
Mattheüs 28:5

Wat onze staat of toestand ook mag zijn: als werkelijk van ons gezegd kan worden wat de engel tot de vrouwen bij het graf sprak: „Ik weet, dat gij zoekt Jezus, Die gekruisigd was”, dan hebben wij een Goddelijk bewijs om te geloven dat Hij ons is voorgegaan naar Galilea. Daar zullen wij Hem zien. Hij is opgestaan. Hij is opgevaren en heeft gaven ontvangen voor de mensen, ja voor de wederhorigen, opdat God onder hen zou wonen. Hij zit nu op de genadetroon, en Hij nodigt en trekt arme, nooddruftige zondaren tot Zich.

Hij zegt: „Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.” Hij staat ons toe, ja nodigt ons uit, om ons hart voor Hem uit te storten en onze bezwaren voor Hem neer te leggen, zoals Hiskia de brief voor Gods aangezicht in de tempel uitspreidde. Als wij gemeenschap met Hem zoeken, dan mogen en zullen ook wij Hem zeggen hoe dringend wij Hem nodig hebben; dat zonder Hem het leven geen leven is, en met Hem de dood geen dood.

Wij zullen Hem smeken onze afkeringen te genezen, Zijn liefde en bloed aan ons geweten te openbaren, ons het kwaad van de zonde te laten zien, en ons te zegenen met een Goddelijke droefheid over ons struikelen en vallen. Wij zullen Hem smeken ons te bewaren voor het kwade, zodat het ons geen smart doet; ons te leiden in Zijn geheiligde waarheid en te behoeden voor alle dwaling; Zijn vreze diep in ons hart te planten, een of andere belofte op onze ziel toe te passen, met ons te zijn op al onze paden, ons te bewaren in ons in- en uitgaan, en ons te behoeden voor hoogmoed, zelfbedrog en eigengerechtigheid. Wij zullen Hem smeken of Hij ons nieuwe blijken wil schenken van ons deel aan Zijn volbracht werk; of Hij onze ongerechtigheid wil onderwerpen; of Hij ons een teder geweten wil geven en het teder wil houden, en in ons wil werken wat Hem behaagt.

Wat is gemeenschap anders dan wederzijds geven en ontvangen; het samenvloeien van twee harten; het samensmelten van twee willen, waarbij toch elke partij zichzelf blijft, en waarbij toch de één voor de ander een voorwerp is van genegenheid en vreugde? Hebben wij Christus dan niets te geven? Ja: onze zonden, onze smarten, onze lasten, onze beproevingen, en bovenal de zaligheid en heiligmaking van onze ziel. En wat heeft Hij ons te geven? Wat? Wel, alles wat het waard is om te bezitten, alles wat nodig is voor de tijd en voor de eeuwigheid.

Aan de lezer…

Hoe vaak zoekt u Jezus, Die gekruisigd was, en durft u toch niet te zeggen dat u Hem gevonden hebt! Misschien is uw staat zo, dat u vreest dat er voor u geen plaats is. Maar als werkelijk van u gezegd kan worden dat u Hem zoekt, dan geldt ook voor u het woord: „Vreest gijlieden niet.” Hij is opgestaan, Hij zit op de genadetroon, en Hij nodigt en trekt arme, nooddruftige zondaren tot Zich.

Kom dan tot Hem zoals u bent, vermoeid en belast. Spreid uw bezwaren voor Hem uit, zoals Hiskia de brief uitspreidde in de tempel. Zeg Hem hoe dringend u Hem nodig hebt, en dat zonder Hem het leven geen leven is. U hebt Hem niets te brengen dan uw zonden, uw smarten en uw lasten; maar Hij heeft u alles te geven wat nodig is voor de tijd en voor de eeuwigheid.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina