Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · gisteren
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

10 oktober Korenaren uit de volle oogst

Van het einde des lands roep ik tot U, als mijn hart overstelpt is; leid mij op een Rotssteen, Die mij te hoog zou zijn.
Psalm 61:3

In deze uitdrukking „Rots” zit voor mijn ziel iets wat een lieflijk en gezegend licht lijkt te werpen op wat de Heere Jezus is voor de armen en nooddruftigen. De rots moet gegrondvest zijn op de bodem van de diepe wateren en ook boven die wateren uitsteken, om een voldoende schuilplaats te zijn voor wie schipbreuk heeft geleden! Als de rots niet tot op de bodem van de diepte reikte, zou zij niet vast staan; zij zou slechts drijfzand zijn.

Is dit niet in overeenstemming met het getuigenis van de Geest over de mensheid van Christus? Hoe diep daalde Hij af in al onze smarten, in al ons lijden, in al onze zonden, in al onze schande! Hoe diep de wateren ook zijn, de rots reikt dieper dan zij allemaal. Hoe diep het lijden, de zonden en de smarten van de kerk ook zijn, het lijden en de smarten van de „Immanuël, God met ons” waren oneindig veel dieper.

Maar de golven en baren sloegen tevergeefs tegen de rots; zij konden haar niet van haar plaats rukken. Zo is het met de Rots Jezus. Alle zonden en verzoekingen, al het lijden en alle smarten van de uitverkorenen, samen met de toorn van God en de woede van de hel, sloegen tegen die Rots aan, maar zij konden Haar niet van Haar plaats rukken.

Over deze Rots spreekt onze tekst als „Die mij te hoog zou zijn”, dat is: hoger dan ik. Daarin hebben wij de Godheid. Want als de Heere Jezus niet zowel God als mens was, de Godmens, wat voor hulp zou Hij dan kunnen zijn voor de zinkende ziel? Welke kracht zou er dan in Zijn zoenbloed zijn? Welke macht en heerlijkheid in Zijn rechtvaardigmakende gerechtigheid? Hoe zou Hij dan een passende Zaligmaker kunnen zijn voor wie volkomen verloren is? Maar omdat Hij zowel God als mens is, ja, de Godmens, de grote en heerlijke Immanuël, kon Hij in Zijn menselijke natuur afdalen in de diepste diepte van de val, en in Zijn Goddelijke natuur opklimmen tot de troon van de Allerhoogste. Zo is Hij gelijk aan de Jakobsladder, waarvan de voet op de aarde stond, maar waarvan de top tot aan de hemel reikte.

Zal dit dan niet, moet dit dan niet steeds de roep van onze ziel zijn, die de Heere wil laten opkomen: „Leid mij op de Rotssteen, Die mij te hoog is”? Er is nergens anders zaligheid, nergens anders vrede. Nergens anders is er vertroosting. Ver van die Rots worden wij door de golven heen en weer geslingerd en door de baren bijna verzwolgen. Wanneer wij op die Rotssteen gebracht zijn en daar door de Heilige Geest worden vastgehouden, vinden wij in Hem een veilige en zekere plaats voor de eeuwigheid. En wat anders dan zo’n Rots kan onze zielen behouden? Wat anders dan zo’n Zaligmaker en zo’n zaligheid, zonder geld en zonder prijs, past bij zulke diep gevallen, ellendige mensen?

Ps. 42:6

Aan de lezer…

Bestreden ziel, is uw hart overstelpt? Roept u als van het einde des lands, uit diepe wateren van zonde, lijden en schande? Vrees dan niet dat u te diep gezonken bent. Hoe diep de wateren ook zijn, de Rots reikt dieper. De Heere Jezus daalde af in alle smarten en zonden van Zijn volk, en geen golf van toorn of hel kon Hem van Zijn plaats rukken.

En Hij is u ook te hoog: Hij is zowel God als mens, opgeklommen tot de troon van de Allerhoogste. Daarom is er kracht in Zijn zoenbloed en heerlijkheid in Zijn gerechtigheid voor een zinkende ziel. U kunt uzelf niet op die Rots zetten, maar u mag roepen: „Leid mij op de Rotssteen, Die mij te hoog is.” Wie daar gebracht en door de Heilige Geest vastgehouden wordt, vindt een veilige plaats voor de eeuwigheid. Elders is geen zaligheid en geen vrede.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

10 oktober 365 dagen met Philpot

Evangelische voorschriften

Looft de HEERE, roept Zijn Naam aan.
1 Kronieken 16:8

Hebt u God geen daden van barmhartigheid te danken? Hebt u geen gunsten ontvangen waarvoor u Zijn heilige Naam kunt zegenen? Heeft Hij niets voor u gedaan? Heeft Hij niets voor u gedaan door de genade? Kunt u Zijn grote Majesteit geen eer of dank bewijzen? De Heere zou dat als onvriendelijk opvatten.

Als u iemand iets geeft, verwacht u daar dan geen erkenning voor? Als hij een gunst van u ontving en zich dan omdraaide alsof hij iets had gekregen waarop hij recht had, zou u hem dan niet onvriendelijk vinden? Welnu, is dat bij de dingen van God niet ook zo? Als de Heere iets geeft, verwacht Hij dan geen dankbaar hart?

Als u de dingen als vanzelfsprekend ontvangt, als iets waarop u recht hebt, hoeft u God niet te danken. Als u op zaterdagavond uw loon ontvangt, hoeft u uw baas daar niet voor te bedanken; het is van u, u hebt het verdiend. Maar u mag uw baas wel bedanken, en het is goed als u hem dankbaar bent. U hoeft hem niet te bedanken, maar het mag wel. Zo is het ook: als een goede gezondheid en kracht voor u vanzelfsprekend zijn, hoeft u God er niet voor te danken.

Maar als u ze ontvangt als daden van barmhartigheid, geschonken aan een opstandige die ze niet verdient, als gunsten gegeven aan een stakker die niets dan de hel verdient, dan is dankzegging op haar plaats. Het heerlijkste deel van een gebed is de dankzegging. Dat is wat het hele offer zoet maakt. Ik ga u niet vertellen hoe u moet bidden. Toch zult u het aangenaam vinden God meer te danken voor de daden van barmhartigheid die u hebt ontvangen. Als u uw gebed met lof begint, kunt u ook met lof eindigen. Als u begint met Hem te danken voor wat Hij in de voorzienigheid heeft gedaan, kunt u eindigen met Hem te danken voor wat Hij in de genade heeft gedaan.

Waarvoor moet u God danken? Hebt u Hem niet veel te danken? Er is Gods genade, er is een open Bijbel – wat een zegen is een open Bijbel! En er is nu hoop in uw ziel dat u deel hebt aan het kostbare bloed van Christus. Alles wat Hij door Zijn Geest en genade voor u heeft gedaan, is een voorwerp en een reden van lof.

Lezen: 1 Kronieken 16:7-36

Aan de lezer…

Wie weet nog wanneer hij de Heere voor het laatst gedankt heeft? Niet alleen gesmeekt en geklaagd, maar werkelijk gedankt? Weet u het? Wij ontvangen zoveel als vanzelfsprekend: de gezondheid, de kracht, het dagelijks brood, alsof het ons loon was en wij er recht op hadden. Maar wie zichzelf kent als een opstandige die niets dan de hel verdient, ziet elke gunst als een daad van barmhartigheid, onverdiend geschonken.

Begin uw gebed dan met lof, en u zult het met lof kunnen eindigen. Dank Hem voor wat Hij in de voorzienigheid gedaan heeft, en dan voor wat Hij in de genade deed. Hebt u een open Bijbel? Dat is een zegen. Is er hoop in uw ziel dat u deel hebt aan het kostbare bloed van Christus? Dan hebt u een onuitputtelijke reden tot dankbaarheid. Looft de HEERE, roept Zijn Naam aan; de dankzegging maakt het hele offer zoet.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

10 oktober Door Baca’s vallei

En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, Die ons is gegeven.
Romeinen 5:5

De Schrift spreekt van een goede hoop door genade, en noemt haar een anker van de ziel, dat zeker en vast is en ingaat in het binnenste voorhangsel. Wat een kostbare genade moet dat zijn, die zo ingaat in de tegenwoordigheid van Christus! Het Woord van God spreekt er ook over als een tweelingzuster van geloof en liefde (1 Cor. 13:13). Het verklaart dat zij niet beschaamt, omdat zij voortkomt uit de liefde van God, die door de Heilige Geest in het hart is uitgestort.

Wat een goede hoop door genade is, leren wij doordat wij op en neer geworpen worden op de golven van moedeloosheid en soms bijna in wanhoop wegzinken. Onze bewijzen zijn zo verduisterd, het hart zo gesloten, de geest zo verward, de zonde zo dichtbij, de Heere zo ver weg, onze natuur zo vleselijk, zinnelijk, afgodisch, overspelig. Geen wonder dat de ziel te midden van zoveel gevoelde of gevreesde kwaden soms in vertwijfeling wegzinkt. Maar juist op zulke ogenblikken wordt de zegen van een goede hoop door genade gevonden. Wanneer het anker is uitgeworpen, ingaat in het binnenste heiligdom en zich vastgrijpt aan het bloed en de gerechtigheid van de grote Hogepriester, hoe krachtig en zeker houdt het dan het schip vast, zodat het niet helemaal door de golven van de wanhoop overstelpt wordt.

Aan de lezer…

Wordt u op en neer geworpen op de golven van moedeloosheid? Zijn uw bewijzen verduisterd, is uw hart gesloten, en lijkt de zonde zo dichtbij en de Heere zo ver weg? Het is geen wonder dat een ziel soms in vertwijfeling wegzinkt; zo gaat het meer kinderen van God. Maar juist op zulke ogenblikken leert men wat een goede hoop door genade is.

Die hoop rust niet op uw eigen gestalte, maar is een anker dat ingaat in het binnenste voorhangsel en zich vastgrijpt aan het bloed en de gerechtigheid van de grote Hogepriester. Daar is zij veilig, ook als de golven het hoogst slaan. Zij beschaamt niet, omdat zij voortkomt uit de liefde van God, die door de Heilige Geest in het hart is uitgestort. Houd dan vast aan dat anker; uw schip zal niet helemaal overstelpt worden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina