Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 2 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

10 januari Korenaren uit de volle oogst

Wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige.
1 Joh. 2:1

Van die Voorspraak wordt hier, zoals overal elders, gezegd dat Hij er is om „de zaak van de gelovige te bepleiten”, en daaraan is bevrijding verbonden, want zo’n Voorspraak kan nooit falen. „Heere! Gij hebt de twistzaken mijner ziel getwist, Gij hebt mijn leven verlost” (Klaagliederen 3:58). Het beeld is ontleend aan een advocaat die de zaak van een misdadiger bepleit en alles in het werk stelt om hem vrijgesproken te krijgen.

Zo’n verdediging kan echter om twee redenen mislukken: 1. door de onbekwaamheid van de advocaat, of 2. doordat de zaak slecht is. Maar zulke belemmeringen zijn er niet als Christus de Pleitbezorger is. Hoe kan Hij Zijn eigen lijden, Zijn bloed en Zijn gehoorzaamheid aanvoeren! Zijn Persoon Zelf, als de Zoon van God en toch de Zoon des mensen, geeft een onuitsprekelijke waarde en geldigheid aan alles wat Hij als Pleitbezorger aanvoert. Wat een waarde heeft Zijn tussenkomst dan in het gerechtshof van de hemel!

Het is waar dat Hij de waarheid van de beschuldiging die de aanklager tegen Zijn cliënt inbrengt, niet kan ontkennen. Maar Hij kan Zijn eigen verdienstelijk lijden voorleggen, en de smarten die Hij voor de schuldige heeft gedragen. Op die grond kan Hij als zijn Borg en Plaatsvervanger optreden en bij de Vader aanvoeren dat Hij in zijn plaats heeft geleden. Op de vaste, onwrikbare grond van recht en gerechtigheid kan Hij voor hem eisen: „Laat hem gaan, want Ik heb de straf voor hem gedragen.”

Zie mij, Heer, wie elk moet duchten,
tot U vluchten.
O mijn God, verlaat mij niet!
Blijf niet wegens mijn gebreken
ver geweken;
toon, dat Gij mijn rampen ziet!

Ps. 38:21

Aan de lezer…

Het kan zijn dat u die stem van de aanklager kent, die u uw zonden voorhoudt en zegt dat er voor u geen hoop meer is. En het ergste is dat u het niet kunt ontkennen, want de beschuldiging is waar. Wees daar dan eerlijk over, want ook uw Voorspraak ontkent haar niet. Maar Hij doet wat geen aardse advocaat kan: Hij legt Zijn eigen bloed, Zijn lijden en Zijn gehoorzaamheid voor de Vader neer, en voert aan dat Hij in de plaats van de schuldige heeft geleden.

Zo’n Voorspraak kan niet falen, want Hij is de Zoon van God en de Rechtvaardige. Uw zaak is slecht, maar Zijn pleitgrond is volkomen. Vlucht dan met al uw schuld naar Hem, en laat Hem voor u spreken in het gerechtshof van de hemel. Hoe zoet is het als de ziel met de profeet mag zeggen: „Heere! Gij hebt de twistzaken mijner ziel getwist, Gij hebt mijn leven verlost.” Hij zegt het nog steeds van ieder die naar Hem vlucht: „Laat hem gaan, want Ik heb de straf voor hem gedragen.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

10 januari 365 dagen met Philpot

Alle dingen ten goede

En wij weten dat degenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede.
Romeinen 8:28

Laten we wat nauwkeuriger kijken naar wie hier wordt beschreven als iemand die God liefheeft. We weten heel zeker dat dit nooit kan gelden voor iemand die in een natuurlijke staat verkeert, want „het bedenken des vleses is vijandschap tegen God” (Rom. 8:7). En als dat zo is, kan er geen liefde tot God in zijn hart zijn. Hij is daarom uitgesloten van de zegen van de belofte; zijn naam staat niet in het testament. Maar laten we, om deze gewichtige zaak duidelijker en begrijpelijker te maken, eens zien wat de Heilige Schrift zegt over hen die God liefhebben. Ik denk dat we in de eerste brief van Johannes drie kentekenen vinden van hen die Hem liefhebben. Aan deze drie kentekenen kunnen we onze staat toetsen.

Laten we dan ons hart en ons geweten onderwerpen aan de toets van Gods onfeilbare Woord, en kijken of we die drie kentekenen van hen die God liefhebben in onze ziel kunnen vinden. We lezen: „Geliefden, laat ons elkander liefhebben, want de liefde is uit God; en een iegelijk, die liefheeft, is uit God geboren, en kent God” (1 Joh. 4:7). Hier vinden we twee kentekenen die de Heilige Geest gegeven heeft van wie God liefheeft: dat hij uit God geboren is, en dat hij God kent. En als we wat verder kijken, vinden we een derde kenteken: „Want dit is de liefde Gods, dat wij Zijn geboden bewaren” (1 Joh. 5:3). Dit zijn dus de drie kentekenen van iemand die God liefheeft: 1. dat hij uit God geboren is; 2. dat hij God kent; en 3. dat hij Gods geboden bewaart.

Lezen: Romeinen 8:18-38

Aan de lezer…

Wie durft de belofte aan te nemen dat alle dingen medewerken ten goede? Durft u het? Zij is rijk, maar zij is niet voor iedereen; zij geldt hen die God liefhebben. Van nature is het bedenken des vleses vijandschap tegen God, en dan staat onze naam niet in het testament. Daarom is het geen overbodige vraag of u werkelijk tot hen behoort.

Wees niet bang om uw hart aan Gods onfeilbare Woord te toetsen; het wordt u niet gegeven om u af te snijden, maar om u te onderwijzen. Johannes noemt drie kentekenen: dat iemand uit God geboren is, dat hij God kent en dat hij Zijn geboden bewaart. Vindt u ze niet in volmaaktheid, vraag dan of zij er in waarheid zijn, al is het zwak. En vindt u ze niet, laat het u dan tot de Heere drijven, Die alleen het hart kan vernieuwen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

10 januari Door Baca’s vallei

Loof de Heere, mijn ziel, en al wat binnen in mij is Zijn heilige Naam.
Psalm 103:1

Zoals de Zoon de Vader heeft verheerlijkt, en de Vader de Zoon, zo is er een volk waarin beiden, de Vader en de Zoon, verheerlijkt zullen worden. Daarom zegt Hij: „En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn” (Joh. 17:22). En opnieuw: „Al het Mijne is Uwe, en het Uwe is Mijne, en Ik ben in hen verheerlijkt.” Wanneer dan Gods goedheid en genade in het aangezicht van Jezus Christus geopenbaard worden aan Zijn volk, dat Hij Zich gevormd heeft om Zijn lof te vertellen, dan brengen zij Hem van hun kant Zijn heerlijkheid toe. Maar hoe gebeurt dat? Door Zijn heilige Naam te loven en te prijzen voor de bewijzen van Zijn goedheid en genade die aan hun ziel bewezen zijn.

Wij zien dus in wat voor gezegende kring deze heerlijkheid rondgaat. De Vader verheerlijkt de Zoon; de Zoon verheerlijkt de Vader; beiden zijn verenigd in het verheerlijken van Zijn uitverkoren en verlost volk; en dat volk verheerlijkt zowel de Vader als de Zoon, door Hun de heerlijkheid te geven die zij Zijn Naam schuldig zijn. Daarom lezen wij: „dat de heidenen God verheerlijken voor Zijn genade”. Maar hoe? „Weest vrolijk, gij heidenen, met Zijn volk!” (Rom. 15:9-11).

Dit wordt heel mooi ontvouwd in Psalm 103. Hij begint met God te loven en te prijzen. „Loof de Heere, o mijn ziel! en al wat binnen in mij is Zijn heilige Naam. Loof de Heere, mijn ziel! en vergeet geen van Zijn weldaden.” Waarom wekte David zijn ziel op om de Heere te loven, en wendde hij zich zelfs tot alle vermogens van zijn ziel om die samen Zijn heilige Naam te laten loven? Waarom vermaande hij zijn ziel om geen van Gods weldaden te vergeten, maar ze steeds in herinnering te houden? Om deze reden: dat hij God een schatting van dankbare lof zou mogen geven.

Daardoor wordt God verheerlijkt, want wie dank offert, zal Hem eren. Wij kunnen aan Zijn heerlijkheid niets toevoegen, want Zijn heerlijkheid is boven de hemelen. Zij is oneindig, eeuwig, onuitsprekelijk. Daarom kan geen schepsel Hem iets geven of ontnemen; maar Hij staat arme aardwormen toe Hem te verheerlijken door het offer van dankbaarheid en lofzegging. Maar dit kunnen wij alleen doen door te geloven in Zijn geliefde Zoon, uit Wiens volheid wij genade voor genade ontvangen. En dit kunnen wij doen door het loven en prijzen van Zijn heilige Naam voor de bewijzen van Zijn goedheid, genade en liefde, die door Zijn eigen Goddelijke kracht in onze ziel gewerkt zijn.

Aan de lezer…

Kind van God, voelt u zich te gering en te arm om God te verheerlijken? U kunt aan Zijn heerlijkheid niets toevoegen; zij is boven de hemelen. En toch staat Hij arme aardwormen toe Hem te eren met het offer van dankbaarheid. Hij vraagt geen grote daden van u, maar een hart dat Zijn weldaden niet vergeet.

Ga dan eens na wat de Heere aan uw ziel bewezen heeft: een woord dat u staande hield, een gebed dat verhoord werd, een ogenblik waarin Christus u dierbaar werd. Laat het niet wegzinken in vergetelheid. En lijkt uw hart koud en stom, vraag dan of Hij Zelf Zijn goedheid in uw ziel wil werken, want uit de volheid van Zijn Zoon ontvangt u genade voor genade. Dan zult u met de psalmdichter zeggen: „Loof de Heere, mijn ziel, en al wat binnen in mij is Zijn heilige Naam.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina