4 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
11 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Dit zal Zijn naam zijn, waarmede men Hem zal noemen: de Heere onze Gerechtigheid.
Jeremia 23:6
Welk een liefelijke voorstelling geven deze woorden van de Heere Jezus. Wij zien vaak op Zijn gerechtigheid als afgescheiden van Christus. Zal ik een beeld gebruiken? Wij zien naar het kleed als afgescheiden van de Maker en van Hem, Die het draagt. Wij zien zoveel op de gerechtigheid, dat wij nauwelijks zien op Hem, Die deze gerechtigheid heeft teweeggebracht. Nu moeten wij de Heere Jezus niet afscheiden van Zijn gerechtigheid. Wij moeten niet slechts zien naar het kleed, dat toegewezen kleed, en Hem vergeten, Die het maakte, het aandeed en het nu nog bezit.
Maar wanneer wij kunnen zien dat niet alleen de gehoorzaamheid van Christus, maar Christus Zelf — al wat de Heere Jezus is en heeft, als Hoofd Zijner gemeente, als de verrezen Middelaar, als de grote Hogepriester over het huis Gods — wanneer wij kunnen zien dat die Godmens, Immanuël, Zijn volk geworden is tot gerechtigheid, hoe breidt zich dat gezicht dan uit. Dan zien wij niet slechts in het kleed zelf schoonheid, bevalligheid, heerlijkheid; wij zien verder — wij zien op Hem, Die het gemaakt heeft. Wij zien naar het kleed als van Hem onderscheiden. Wij zien naar Hem, Die het gemaakt heeft wat het is — Jezus, Die altijd leeft aan de rechterhand des Vaders, om ons ten Voorspraak te zijn.
Dit is voor mijn ziel een heerlijk gezicht. Als ik nederzink in mijn zonde, schande en schuld, en de Heere Jezus door God gemaakt is tot mijn gerechtigheid, wat behoef ik dan meer? Heeft God Hem als zodanig gemaakt? Wie kan het dan ongedaan maken? God heeft de Zoon Zijner liefde gerechtigheid gemaakt voor mijn ziel, opdat ik zijn zoude in Hem zonder vlek en zonder rimpel! Wie kan dat veranderen? Kan de zonde het veranderen? Die is verzoend. Kan de duivel het veranderen? Hij is gekluisterd tot het oordeel van de grote dag. Kan de wereld het veranderen? Niets of niemand kan een vinger uitsteken om één draad van dat kleed, één trek van het gelaat des Verlossers aan te raken. Zo Hij mij tot gerechtigheid gemaakt is, wat behoef ik dan meer? Zo ik in Hem als mijn gerechtigheid een schild, een schuilplaats en een toevlucht vinden mag, wat kan ik dan meer behoeven om mij te bewaren tegen de aanklacht van mensen of duivelen?
Zijn naam is heilig en geducht,
de vijand beeft op Zijn gerucht!
Maar ’s Heeren vrees zal altoos wezen
’t begin der wijsheid: wien Gods hand
die doet betrachten, heeft verstand.
Zijn naam blijft eeuwiglijk geprezen!
Ps. 111:6
Aan de lezer…
Hoe dikwijls zinkt u neer in uw zonde, schande en schuld, zodat u niets meer in uzelf vindt om op te steunen! Ziet dan niet alleen naar het kleed, maar naar Hem Die het gemaakt heeft en het nog bezit. Uw gerechtigheid is geen los stuk dat u bewaren moet, maar een levende Persoon: de Heere Jezus, Die altijd leeft aan de rechterhand des Vaders om ons ten Voorspraak te zijn.
Heeft God Hem tot gerechtigheid gemaakt voor een arme zondaar, wat behoeft u dan meer? Uw gestalte wisselt, uw gevoel bezwijkt, maar niets of niemand kan één draad van dat kleed aanraken. Zo mag een bestreden ziel, die niets heeft, toch roemen in deze Naam: de Heere onze Gerechtigheid. Bid dan dat uw oog niet bij uzelf blijft staan, maar op Hem gericht wordt, in Wie u zonder vlek en zonder rimpel bent.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Dit zal Zijn naam zijn, waarmede men Hem zal noemen: de Heere onze Gerechtigheid.
Jeremia 23:6
Wat geven deze woorden een lieflijke voorstelling van de Heere Jezus! Wij zien Zijn gerechtigheid vaak los van Christus. Mag ik een beeld gebruiken? Wij kijken naar het kleed los van de Maker en los van Hem Die het draagt. Wij kijken zoveel naar de gerechtigheid, dat wij nauwelijks zien op Hem Die deze gerechtigheid heeft aangebracht. Nu moeten wij de Heere Jezus niet losmaken van Zijn gerechtigheid. Wij moeten niet alleen naar het kleed kijken, dat toegewezen kleed, en Hem vergeten Die het maakte, het aandeed en het nu nog bezit.
Maar wanneer wij kunnen zien dat niet alleen de gehoorzaamheid van Christus, maar Christus Zelf — alles wat de Heere Jezus is en heeft als Hoofd van Zijn gemeente, als de opgestane Middelaar, als de grote Hogepriester over het huis van God — wanneer wij kunnen zien dat die Godmens, Immanuël, voor Zijn volk gerechtigheid geworden is, hoe wordt ons gezicht dan verruimd! Dan zien wij niet alleen schoonheid, bevalligheid en heerlijkheid in het kleed zelf; wij zien verder — wij zien op Hem Die het gemaakt heeft. Wij zien het kleed als onderscheiden van Hem. Wij zien op Hem Die het gemaakt heeft tot wat het is — Jezus, Die altijd leeft aan de rechterhand van de Vader, om ons tot Voorspraak te zijn.
Dit is voor mijn ziel een heerlijk gezicht. Als ik wegzink in mijn zonde, schande en schuld, en de Heere Jezus door God gemaakt is tot mijn gerechtigheid, wat heb ik dan meer nodig? Heeft God Hem daartoe gemaakt? Wie kan dat dan ongedaan maken? God heeft de Zoon van Zijn liefde tot gerechtigheid gemaakt voor mijn ziel, opdat ik in Hem zou zijn zonder vlek en zonder rimpel! Wie kan dat veranderen? Kan de zonde het veranderen? Die is verzoend. Kan de duivel het veranderen? Hij ligt geketend tot het oordeel van de grote dag. Kan de wereld het veranderen? Niets of niemand kan een vinger uitsteken om één draad van dat kleed, één trek van het gelaat van de Verlosser aan te raken. Als Hij mij tot gerechtigheid gemaakt is, wat heb ik dan meer nodig? Als ik in Hem als mijn gerechtigheid een schild, een schuilplaats en een toevlucht mag vinden, wat heb ik dan nog meer nodig om bewaard te blijven voor de aanklacht van mensen of duivelen?
Zijn naam is heilig en geducht,
de vijand beeft op Zijn gerucht!
Maar ’s Heeren vrees zal altoos wezen
’t begin der wijsheid: wien Gods hand
die doet betrachten, heeft verstand.
Zijn naam blijft eeuwiglijk geprezen!
Ps. 111:6
Aan de lezer…
Hoe vaak zinkt u weg in uw zonde, schande en schuld, zodat u niets meer in uzelf vindt om op te steunen! Zie dan niet alleen naar het kleed, maar naar Hem Die het gemaakt heeft en het nog bezit. Uw gerechtigheid is geen los stuk dat u moet bewaren, maar een levende Persoon: de Heere Jezus, Die altijd leeft aan de rechterhand van de Vader om ons tot Voorspraak te zijn.
Heeft God Hem tot gerechtigheid gemaakt voor een arme zondaar, wat hebt u dan meer nodig? Uw gestalte wisselt, uw gevoel bezwijkt, maar niets of niemand kan één draad van dat kleed aanraken. Zo mag een bestreden ziel die niets heeft, toch roemen in deze Naam: de Heere onze Gerechtigheid. Bid dan dat uw oog niet bij uzelf blijft staan, maar op Hem gericht wordt, in Wie u zonder vlek en zonder rimpel bent.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
This is His Name whereby He shall be called, THE LORD OUR RIGHTEOUSNESS.
Jeremiah 23:6
What a sweet view does this give of Jesus! We look sometimes at Christ’s righteousness as distinct from Christ. Shall I use a figure? We look at the garment as distinct from the Maker and Wearer of the garment. We look at the righteousness so much, that we scarcely look at Him Who wrought out that righteousness. Now, we must not separate Jesus from His righteousness. We must not look merely at the garment, the imputed robe, and forget Him that wrought it out, that puts it on, and that keeps it to this day in firm possession.
But when we can see, that not only the obedience of Christ, but Christ Himself—all that Jesus is—all that Jesus has, as Head of His Church, as the risen Mediator, as the great High Priest over the house of God—when we can see that this God-man, Immanuel, is made unto His people righteousness, how it expands the prospect! Then we look, not merely at the robe itself, beautiful, lovely, and glorious; we look farther—we look at Him that made it. We do not look merely at the robe as distinct from Him. We look at Him Who made that robe what it is—Jesus, Who ever lives at the right hand of the Father to make intercession for us. This, to my mind, is a sweet view.
If I sink down into creature sinfulness, shame, and guilt, and see Jesus made of God unto me righteousness, what need I more? Has God made Him so? Who can unmake Him so? Has God made the Son of His love, righteousness to my soul, that I may stand in Him without spot, speck, or blemish? Who is to alter it?
Can sin alter it? That is atoned for. Can the devil alter it? He is chained down unto the judgment of the great day. Can the world alter it? They cannot stretch forth their finger to touch one thread of that robe, to touch one lineament of the Redeemer’s countenance. If He is made unto me righteousness, what more do I need? If I can find a shield, a shelter, and a refuge in Him as my righteousness, what more can I need to preserve me from the charge of men or devils?
To the reader…
How often you sink down into your sin, shame, and guilt, until you find nothing left in yourself to lean upon! Then do not look only at the robe, but at Him Who made it and still possesses it. Your righteousness is not a loose piece of cloth that you must guard yourself, but a living Person: the Lord Jesus, Who ever lives at the right hand of the Father to make intercession for us.
If God has made Him righteousness for a poor sinner, what more do you need? Your frame changes, your feelings fail, but nothing and no one can touch one thread of that robe. So a tried soul who has nothing may still glory in this Name: the Lord our Righteousness. Pray, then, that your eye may not rest upon yourself, but be fixed on Him, in Whom you stand without spot and without wrinkle.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y este será su nombre que le llamarán: JEHOVÁ, JUSTICIA NUESTRA.
Jeremías 23:6
¡Qué dulce visión nos da esto de Jesús! A veces miramos la justicia de Cristo como algo distinto de Cristo. ¿Usaré una figura? Miramos el vestido como algo distinto del Hacedor y Portador del vestido. Miramos tanto la justicia, que apenas miramos a Aquel que obró esa justicia. Ahora bien, no debemos separar a Jesús de Su justicia. No debemos mirar meramente el vestido, el manto imputado, y olvidar a Aquel que lo obró, que lo pone, y que hasta el día de hoy lo guarda en firme posesión.
Pero cuando podemos ver que no solo la obediencia de Cristo, sino Cristo mismo, todo lo que Jesús es, todo lo que Jesús tiene como Cabeza de Su Iglesia, como el Mediador resucitado, como el gran Sumo Sacerdote sobre la casa de Dios; cuando podemos ver que este Dios-Hombre, Emmanuel, es hecho justicia para Su pueblo, ¡cómo se ensancha la perspectiva! Entonces no miramos meramente el manto en sí, hermoso, precioso y glorioso; miramos más allá: miramos a Aquel que lo hizo. No miramos meramente el manto como algo distinto de Él. Miramos a Aquel que hizo ese manto lo que es: a Jesús, que vive siempre a la diestra del Padre para interceder por nosotros. Esta es, a mi parecer, una visión dulce.
Si me hundo en la pecaminosidad, la vergüenza y la culpa de la criatura, y veo a Jesús hecho por Dios justicia para mí, ¿qué más necesito? ¿Le ha hecho Dios así? ¿Quién puede deshacerlo? ¿Ha hecho Dios al Hijo de Su amor justicia para mi alma, para que yo esté en Él sin mancha, ni mácula, ni defecto? ¿Quién lo va a cambiar?
¿Puede cambiarlo el pecado? Ha sido expiado. ¿Puede cambiarlo el diablo? Está encadenado para el juicio del gran día. ¿Puede cambiarlo el mundo? No pueden extender el dedo para tocar un solo hilo de ese manto, para tocar un solo rasgo del semblante del Redentor. Si Él es hecho justicia para mí, ¿qué más necesito? Si puedo hallar en Él, como mi justicia, un escudo, un abrigo y un refugio, ¿qué más puedo necesitar para guardarme de la acusación de hombres o demonios?
Al lector…
¡Cuántas veces se hunde usted en su pecado, su vergüenza y su culpa, hasta no hallar en sí mismo nada en que apoyarse! Entonces no mire solo el manto, sino a Aquel que lo hizo y todavía lo posee. Su justicia no es un pedazo suelto de tela que usted mismo deba guardar, sino una Persona viva: el Señor Jesús, que vive siempre a la diestra del Padre para interceder por nosotros.
Si Dios le ha hecho a Él justicia para un pobre pecador, ¿qué más necesita usted? Su estado de ánimo cambia, sus sentimientos fallan, pero nada ni nadie puede tocar un solo hilo de ese manto. Así, un alma probada que no tiene nada puede aún gloriarse en este Nombre: Jehová, Justicia nuestra. Ore, pues, para que su mirada no repose en sí mismo, sino que esté fija en Él, en Quien usted está sin mancha y sin arruga.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Leren wat nut is
Alzo zegt de Heere, uw Verlosser, de Heilige Israëls: Ik ben de Heere, uw God, Die u leert, wat nut is, Die u leidt op de weg die gij gaan moet.
Jesaja 48:17
Als de Heere ooit een blik van liefde aan u heeft geschonken, zegt Hij: „Ik ben de Heere, uw God.” Hij heeft bezit van u genomen en heeft het u laten weten. Hij heeft Zijn liefde aan uw hart verzegeld, en u bent één door een heilige band, als het ware met Hem verloofd. Hebt u al uw andere minnaars afgewezen en uw maagdelijk hart en uw geestelijke aandoeningen aan Jezus geschonken, opdat Hij de uwe mag worden? En heeft Hij u van Zijn kant al zover aangenomen dat Hij u soms een glimlach, soms een aanraking met Zijn genadige hand heeft gegeven, of een zoete belofte krachtig in uw ziel heeft gezonden?
Als u niet met toe-eigenend geloof kunt zeggen: „Mijn Liefste is mijn”, en u hebt Hem toch lief, dan heeft Hij u het hof gemaakt, en u wilt geen andere minnaar; Hij heeft uw genegenheid opgeroepen en Zichzelf aan u geopenbaard, zodat u Hem vurig liefhebt met een zuiver hart. Als u niet verder dan dit kunt gaan, is dit barmhartig, want Hij is een Verlosser alsmede de Heere God.
Als u zich een arme zondaar voelt die niets kan doen om zijn ziel te verlossen, en u toch hulp zoekt uit het heiligdom, dan zal de heugelijke dag komen dat u, de gevangene, vrijuit zult gaan. Wellicht heeft een grote meerderheid van de heiligen Gods lange tijd in de gevangenis moeten doorbrengen voordat ze werden uitgelaten in de heerlijke vrijheid van de kinderen van God, naar het zoete genieten van de evangeliedag; toch kregen ze allen hun vrijheid toen de tijd rijp was.
Lezen: Hooglied 1
Aan de lezer…
Kunt u, waarde lezer, nog niet met toe-eigenend geloof zeggen: „Mijn Liefste is mijn”? Durft u het niet uit te spreken, en hebt u Hem toch lief? Wilt u geen andere minnaar meer, en trekt uw hart uit naar Hem, ook al ziet u Zijn aangezicht nog maar van verre? Wees dan niet moedeloos. Waar die liefde gewekt is, heeft Hij u het hof gemaakt; zij is niet uit uzelf opgekomen, maar uit Zijn blik van liefde.
Voelt u zich een arme zondaar, gevangen en machteloos om uw eigen ziel te verlossen, en zoekt u toch hulp uit het heiligdom? Hij Die zegt: „Ik ben de Heere, uw God”, is ook uw Verlosser. Velen van Zijn heiligen hebben lang in de gevangenis gezucht, maar zij kregen allen hun vrijheid toen de tijd rijp was. Wacht dan op Hem, Die u leert wat nut is en u leidt op de weg die u gaan moet; de heugelijke dag zal ook voor u aanbreken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Alzo zegt de Heere, uw Verlosser, de Heilige Israëls: Ik ben de Heere, uw God, Die u leert, wat nut is, Die u leidt op de weg die gij gaan moet.
Jesaja 48:17
Als de Heere u ooit een blik van liefde heeft geschonken, zegt Hij: „Ik ben de Heere, uw God.” Hij heeft bezit van u genomen en heeft u dat laten weten. Hij heeft Zijn liefde aan uw hart verzegeld, en u bent door een heilige band met Hem één, als het ware met Hem verloofd. Hebt u al uw andere minnaars afgewezen en uw maagdelijk hart en uw geestelijke genegenheden aan Jezus geschonken, zodat Hij de uwe mag worden? En heeft Hij u van Zijn kant al zo ver aangenomen dat Hij u soms een glimlach of een aanraking van Zijn genadige hand heeft gegeven, of een zoete belofte met kracht in uw ziel heeft gezonden?
Als u niet met toe-eigenend geloof kunt zeggen: „Mijn Liefste is mijn”, en u hebt Hem toch lief, dan heeft Hij u het hof gemaakt en wilt u geen andere minnaar. Hij heeft uw genegenheid gewekt en Zichzelf aan u geopenbaard, zodat u Hem vurig liefhebt met een zuiver hart. Als u niet verder kunt gaan dan dit, dan is dat barmhartigheid, want Hij is een Verlosser en ook de Heere God.
Als u zich een arme zondaar voelt die niets kan doen om zijn ziel te verlossen, en u toch hulp zoekt uit het heiligdom, dan zal de blijde dag komen dat u, de gevangene, vrijuit zult gaan. Misschien heeft een grote meerderheid van Gods heiligen lange tijd in de gevangenis moeten doorbrengen voordat ze werden vrijgelaten in de heerlijke vrijheid van de kinderen van God, in het zoete genieten van de dag van het Evangelie; toch kregen ze allemaal hun vrijheid toen de tijd daar was.
Lezen: Hooglied 1
Aan de lezer…
Kunt u, waarde lezer, nog niet met toe-eigenend geloof zeggen: „Mijn Liefste is mijn”? Durft u het niet uit te spreken, en hebt u Hem toch lief? Wilt u geen andere minnaar meer, en gaat uw hart naar Hem uit, ook al ziet u Zijn aangezicht nog maar van verre? Wees dan niet moedeloos. Waar die liefde gewekt is, heeft Hij u het hof gemaakt; zij is niet uit uzelf opgekomen, maar uit Zijn blik van liefde.
Voelt u zich een arme zondaar, gevangen en machteloos om uw eigen ziel te verlossen, en zoekt u toch hulp uit het heiligdom? Hij Die zegt: „Ik ben de Heere, uw God”, is ook uw Verlosser. Velen van Zijn heiligen hebben lang in de gevangenis gezucht, maar zij kregen allemaal hun vrijheid toen de tijd daar was. Wacht dan op Hem, Die u leert wat nut is en u leidt op de weg die u gaan moet; de blijde dag zal ook voor u aanbreken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Thus saith the LORD, thy Redeemer, the Holy One of Israel; I am the LORD thy God which teacheth thee to profit, which leadeth thee by the way that thou shouldest go.
Isaiah 48:17
If the Lord has ever given you a look of love, He says, “I am the LORD thy God.” He has taken possession of you and has made you know it. He has sealed His love upon your heart, and you are one with Him by a holy bond, betrothed to Him, as it were. Have you rejected all your other lovers and given your virgin heart and your spiritual affections to Jesus, that He may become yours? And has He, on His part, so far accepted you that He has sometimes given you a smile or a touch of His gracious hand, or sent a sweet promise with power into your soul?
If you cannot say with appropriating faith, “My Beloved is mine,” and yet you love Him, then He has wooed you, and you will have no other lover. He has drawn out your affections and revealed Himself to you, so that you love Him fervently with a pure heart. If you can go no further than this, it is mercy, for He is a Redeemer as well as the Lord God.
If you feel yourself a poor sinner who can do nothing to redeem his soul, and yet you seek help out of the sanctuary, the happy day will come when you, the captive, shall go free. Perhaps a great majority of God’s saints have had to spend a long time in prison before they were set at liberty in the glorious liberty of the children of God, in the sweet enjoyment of the Gospel day; yet they all received their freedom when the time had come.
Reading: Song of Solomon 1
To the reader…
Can you, dear reader, not yet say with appropriating faith, “My Beloved is mine”? Do you not dare to speak it, and yet you love Him? Do you want no other lover any more, and does your heart go out after Him, even though you see His face only from afar? Then do not be downcast. Where that love has been awakened, He has wooed you; it did not spring up from yourself, but from His look of love.
Do you feel yourself a poor sinner, a captive, powerless to redeem your own soul, and yet do you seek help out of the sanctuary? He Who says, “I am the LORD thy God,” is also your Redeemer. Many of His saints have long sighed in prison, but they all received their freedom when the time had come. Wait then upon Him Who teaches you to profit and leads you by the way that you should go; the happy day will dawn for you too.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Así ha dicho Jehová, Redentor tuyo, el Santo de Israel: Yo Jehová Dios tuyo, que te enseña provechosamente, que te encamina por el camino que andas.
Isaías 48:17
Si el Señor le ha dado alguna vez una mirada de amor, Él dice: “Yo Jehová Dios tuyo”. Ha tomado posesión de usted y se lo ha hecho saber. Ha sellado Su amor sobre su corazón, y usted es uno con Él por un santo vínculo, desposado con Él, por así decirlo. ¿Ha rechazado a todos sus otros amantes y ha dado su corazón virgen y sus afectos espirituales a Jesús, para que Él llegue a ser suyo? ¿Y le ha aceptado Él, por Su parte, de tal manera que a veces le ha dado una sonrisa o un toque de Su mano llena de gracia, o ha enviado con poder a su alma una dulce promesa?
Si no puede decir con fe apropiadora: “Mi amado es mío”, y sin embargo le ama, entonces Él le ha cortejado, y usted no querrá otro amante. Él ha atraído sus afectos y se le ha revelado, de modo que usted le ama fervientemente con corazón puro. Si no puede ir más allá de esto, es misericordia, porque Él es Redentor además de Señor Dios.
Si se siente un pobre pecador que no puede hacer nada para redimir su alma, y sin embargo busca ayuda desde el santuario, vendrá el día feliz en que usted, el cautivo, saldrá libre. Quizá una gran mayoría de los santos de Dios han tenido que pasar mucho tiempo en prisión antes de ser puestos en libertad en la gloriosa libertad de los hijos de Dios, en el dulce goce del día del Evangelio; sin embargo, todos recibieron su libertad cuando llegó el tiempo.
Lectura: Cantares 1
Al lector…
¿No puede usted, querido lector, decir todavía con fe apropiadora: “Mi amado es mío”? ¿No se atreve a pronunciarlo, y sin embargo le ama? ¿No quiere ya otro amante, y va su corazón tras Él, aunque vea Su rostro solo de lejos? Entonces no se desanime. Donde ha sido despertado ese amor, Él le ha cortejado; no brotó de usted mismo, sino de Su mirada de amor.
¿Se siente un pobre pecador, un cautivo, impotente para redimir su propia alma, y sin embargo busca ayuda desde el santuario? Aquel que dice: “Yo Jehová Dios tuyo”, es también su Redentor. Muchos de Sus santos han suspirado largo tiempo en prisión, pero todos recibieron su libertad cuando llegó el tiempo. Espere, pues, en Aquel que le enseña provechosamente y le encamina por el camino que debe andar; el día feliz amanecerá también para usted.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Maar nu zien wij nog niet, dat Hem alle dingen onderworpen zijn.
Hebreeën 2:8
Het is Gods bijzonder voorrecht, uit het kwade het goede te doen voortkomen en dat Hij uit verwarring orde schept. Indien gij vanuit een sterrenwacht zorgvuldig de bewegingen der planeten zoudt gadeslaan, zoudt gij niets anders bemerken dan de grootste disorde. Soms zouden zij schijnen voorwaarts te gaan, dan weer achterwaarts, en soms geheel stil te staan. Deze verwarde en tegenstrijdige bewegingen hebben menige astronoom verlegen doen staan, tot Sir Isaac Newton opstond en de gehele zaak in het helderste daglicht stelde; toen werd alles gezien in de schoonste harmonie en orde, waar tevoren alles enkel verwarring scheen te zijn.
Maar neem een Schriftuurlijk voorbeeld, het hoogste en grootste dat wij kunnen geven, om aan te tonen dat, waar het naar het uitwendig voorkomen enkel verwarring schijnt, daarin de grootste wijsheid en de bepalende wil regeert. Let op de kruisiging van de Heere Jezus. Kunt gij dit toneel niet zien zoals het in het Woord Gods getekend wordt? Zie het planberamend priesterdom, het woeste gepeupel, de ruwe soldaten, de wankelende Romeinse stadhouder, die bleke en verschrikte discipelen, de wenende vrouwen, en bovenal de onschuldige Lijder, met de doornenkroon op het hoofd, doorworstelende het laatste toneel van een alles overtreffend leed, waarbij de aarde beefde en de zon haar licht introk. Welk een verwarring! Welk een wanorde! Hier triomfeert de schuld en wordt de onschuld verdrukt en overwonnen.
Maar was het in waarheid zo? Was er geen wijsheid of macht van God, Die hier Zijn eeuwig besluit in vervulling bracht, en dat door de goddeloosheid des mensen als middel? Hoort Zijn eigen Goddelijk getuigenis: „Deze, door de bepaalde raad en voorkennis Gods overgegeven zijnde, hebt gij genomen en door de handen der onrechtvaardigen aan het kruis gehecht en gedood” (Hand. 2:23). De bepaalde raad en voorkennis van God, in het grote en heerlijke werk der verlossing, werd volbracht door de goddeloze handen der mensen. En indien dit zo is in de ergste van alle voorkomende gevallen, wordt dan niet dezelfde eeuwige wil ook nu uitgevoerd in voorbeelden van gelijksoortige natuur, ofschoon zij voor het ogenblik minder zichtbaar zijn?
Aan de lezer…
Er zijn dagen dat u in uw leven niets dan verwarring ziet. Lijkt het u, als bij de planeten aan de hemel, dat alles nu eens voorwaarts, dan weer achterwaarts gaat, en soms geheel stilstaat? Nu zien wij nog niet dat Hem alle dingen onderworpen zijn; dat is eerlijk gezegd, en het is ook uw ervaring. Maar wend uw oog naar het kruis. Daar scheen de schuld te triomferen en werd de Onschuldige verdrukt, en toch werd juist daar de bepaalde raad en voorkennis Gods volbracht.
Als de Heere in het donkerste uur der geschiedenis Zijn eeuwig besluit vervulde, zou Hij dan uw weg uit het oog verliezen? Wat u nu wanorde dunkt, is in Zijn hand geen toeval. Hij heeft het voorrecht uit het kwade het goede te doen voortkomen. Wacht dan op de dag waarop Hij het in het helderste daglicht zal stellen, en u in harmonie zult zien wat u nu niet verstaat.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Maar nu zien wij nog niet, dat Hem alle dingen onderworpen zijn.
Hebreeën 2:8
Het is Gods bijzondere voorrecht om uit het kwade het goede te laten voortkomen en uit verwarring orde te scheppen. Als u vanuit een sterrenwacht zorgvuldig de bewegingen van de planeten zou gadeslaan, zou u niets anders zien dan de grootste wanorde. Soms zouden zij vooruit lijken te gaan, dan weer achteruit, en soms helemaal stil te staan. Deze verwarde en tegenstrijdige bewegingen hebben menige sterrenkundige met de handen in het haar doen zitten, totdat Sir Isaac Newton opstond en de hele zaak in het helderste daglicht stelde. Toen zag men alles in de schoonste harmonie en orde, waar eerder alles enkel verwarring leek te zijn.
Maar neem een voorbeeld uit de Schrift, het hoogste en grootste dat wij kunnen geven, om te laten zien dat waar het uiterlijk enkel verwarring lijkt, daarin de grootste wijsheid en de besturende wil regeert. Let op de kruisiging van de Heere Jezus. Kunt u dat tafereel niet zien zoals het in het Woord van God getekend wordt? Zie de samenzwerende priesters, het woeste gepeupel, de ruwe soldaten, de weifelende Romeinse stadhouder, de bleke en verschrikte discipelen, de wenende vrouwen, en bovenal de onschuldige Lijder, met de doornenkroon op het hoofd, worstelend door het laatste tafereel van een alles overtreffend lijden, terwijl de aarde beefde en de zon haar licht introk. Wat een verwarring! Wat een wanorde! Hier triomfeert de schuld en wordt de onschuld verdrukt en overwonnen.
Maar was het werkelijk zo? Was er geen wijsheid of macht van God, Die hier Zijn eeuwig besluit vervulde, en dat door de goddeloosheid van de mens als middel? Hoor Zijn eigen Goddelijk getuigenis: „Deze, door de bepaalde raad en voorkennis Gods overgegeven zijnde, hebt gij genomen en door de handen der onrechtvaardigen aan het kruis gehecht en gedood” (Hand. 2:23). De bepaalde raad en voorkennis van God in het grote en heerlijke werk van de verlossing werd volbracht door de goddeloze handen van mensen. En als dat zo is in het ergste van alle denkbare gevallen, wordt dan niet dezelfde eeuwige wil ook nu uitgevoerd in gevallen van gelijke aard, ook al zijn ze op dit moment minder zichtbaar?
Aan de lezer…
Er zijn dagen dat u in uw leven niets dan verwarring ziet. Lijkt het u, zoals bij de planeten aan de hemel, dat alles nu eens vooruit, dan weer achteruit gaat, en soms helemaal stilstaat? Nu zien wij nog niet dat Hem alle dingen onderworpen zijn; dat is eerlijk gezegd, en het is ook uw ervaring. Maar richt uw oog op het kruis. Daar leek de schuld te triomferen en werd de Onschuldige verdrukt, en toch werd juist daar de bepaalde raad en voorkennis van God volbracht.
Als de Heere in het donkerste uur van de geschiedenis Zijn eeuwig besluit vervulde, zou Hij dan uw weg uit het oog verliezen? Wat u nu wanorde lijkt, is in Zijn hand geen toeval. Hij heeft het voorrecht om uit het kwade het goede te laten voortkomen. Wacht dan op de dag waarop Hij het in het helderste daglicht zal stellen, en u in harmonie zult zien wat u nu niet begrijpt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
But now we see not yet all things put under Him.
Hebrews 2:8
It is God’s special prerogative to bring good out of evil, and order out of confusion. If you were to watch carefully from an astronomical observatory the movements of the planets, you would see them all in the greatest apparent disorder. Sometimes they would seem to move forward, sometimes backward, and sometimes not to move at all. These confused and contradictory movements sadly puzzled astronomers, until Sir Isaac Newton explained the whole; then all was seen to be the most beautiful harmony and order, where before there was the most puzzling confusion.
But take a scriptural instance, the highest and greatest that we can give, to show that where, to outward appearance, all is disorder, there the greatest wisdom and most determinate will reign. Look at the crucifixion of our blessed Lord. Can you not almost see the scene as painted in the Word of truth? See those scheming priests, that wild mob, those rough soldiers, that faltering Roman governor, the pale and terrified disciples, the weeping women, and, above all, the innocent Sufferer with the crown of thorns, and enduring that last scene of surpassing woe, which made the earth quake, and the sun withdraw his light. What confusion! What disorder! What triumphant guilt! What oppressed and vanquished innocence!
But was it really so? Was there no wisdom or power of God here accomplishing, even by the instrumentality of human wickedness, His own eternal purposes? Hear His own testimony to this point—“Him, being delivered by the determinate counsel and foreknowledge of God, you have taken, and by wicked hands have crucified and slain” (Acts 2:23). The “determinate counsel and foreknowledge of God,” in the great and glorious work of redemption, was accomplished by the wicked hands of man; and if so, in this the worst and wickedest of all possible cases, is not the same eternal will also now executed in instances of a similar nature, though to us at present less visible?
To the reader…
There are days when you see nothing in your life but confusion. Does it seem to you, as with the planets in the heavens, that everything now goes forward, then backward, and sometimes stands quite still? “We see not yet all things put under Him”; that is honestly said, and it is your experience too. But fix your eye on the cross. There guilt seemed to triumph and the Innocent One was crushed, and yet it was precisely there that the determinate counsel and foreknowledge of God was accomplished.
If the Lord fulfilled His eternal purpose in the darkest hour of history, would He then lose sight of your path? What now looks like disorder to you is no accident in His hand. It is His prerogative to bring good out of evil. Wait, then, for the day when He will set it in the clearest light, and you will see in harmony what you do not now understand.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Mas aún no vemos que todas las cosas Le sean sujetas.
Hebreos 2:8
Es prerrogativa especial de Dios sacar bien del mal y orden de la confusión. Si usted observara atentamente desde un observatorio astronómico los movimientos de los planetas, los vería todos en el mayor desorden aparente. A veces parecerían avanzar, a veces retroceder, y a veces no moverse en absoluto. Estos movimientos confusos y contradictorios desconcertaron mucho a los astrónomos, hasta que Sir Isaac Newton lo explicó todo; entonces se vio que todo era la más hermosa armonía y orden, donde antes había la más desconcertante confusión.
Pero tome un ejemplo de la Escritura, el más alto y el más grande que podemos dar, para mostrar que donde, en apariencia exterior, todo es desorden, allí reinan la mayor sabiduría y la voluntad más determinada. Mire la crucifixión de nuestro bendito Señor. ¿No puede casi ver la escena tal como está pintada en la Palabra de verdad? Vea a esos sacerdotes intrigantes, esa turba enfurecida, esos soldados rudos, ese vacilante gobernador romano, los discípulos pálidos y aterrados, las mujeres que lloran y, sobre todo, al inocente Sufriente con la corona de espinas, soportando aquella última escena de dolor incomparable, que hizo temblar la tierra y retirar al sol su luz. ¡Qué confusión! ¡Qué desorden! ¡Qué culpa triunfante! ¡Qué inocencia oprimida y vencida!
¿Pero era realmente así? ¿No había aquí sabiduría ni poder de Dios cumpliendo, aun por medio de la maldad humana, Sus propios propósitos eternos? Oiga Su propio testimonio sobre este punto: “A Este, entregado por determinado consejo y providencia de Dios, prendisteis y matasteis por manos de los inicuos, crucificándole” (Hechos 2:23). El “determinado consejo y providencia de Dios”, en la grande y gloriosa obra de la redención, se cumplió por las manos inicuas del hombre; y si es así en este, el peor y más perverso de todos los casos posibles, ¿no se ejecuta también ahora la misma voluntad eterna en casos de naturaleza semejante, aunque por el momento sean menos visibles para nosotros?
Al lector…
Hay días en que usted no ve en su vida más que confusión. ¿Le parece, como con los planetas en el cielo, que todo ahora avanza, luego retrocede, y a veces se queda del todo quieto? “Aún no vemos que todas las cosas Le sean sujetas”; eso está dicho con sinceridad, y es también su experiencia. Pero fije su mirada en la cruz. Allí la culpa parecía triunfar y el Inocente fue quebrantado, y sin embargo fue precisamente allí donde se cumplió el determinado consejo y providencia de Dios.
Si el Señor cumplió Su propósito eterno en la hora más oscura de la historia, ¿perdería entonces de vista su camino? Lo que ahora le parece desorden no es casualidad en Su mano. Es Su prerrogativa sacar bien del mal. Espere, pues, el día en que Él lo ponga a la luz más clara, y verá en armonía lo que ahora no entiende.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl