September 1
Dit zal Zijn naam zijn, waarmede men Hem zal noemen: de Heere onze Gerechtigheid.
Jeremia 23:6
Welk een liefelijke voorstelling geven deze woorden van de Heere Jezus. Wij zien vaak op Zijn gerechtigheid als afgescheiden van Christus. Zal ik een beeld gebruiken? Wij zien naar het kleed als afgescheiden van de Maker en van Hem, Die het draagt. Wij zien zoveel op de gerechtigheid, dat wij nauwelijks zien op Hem, Die deze gerechtigheid heeft teweeggebracht. Nu moeten wij de Heere Jezus niet afscheiden van Zijn gerechtigheid. Wij moeten niet slechts zien naar het kleed, dat toegewezen kleed, en Hem vergeten, Die het maakte, het aandeed en het nu nog bezit.
Maar wanneer wij kunnen zien dat niet alleen de gehoorzaamheid van Christus, maar Christus Zelf — al wat de Heere Jezus is en heeft, als Hoofd Zijner gemeente, als de verrezen Middelaar, als de grote Hogepriester over het huis Gods — wanneer wij kunnen zien dat die Godmens, Immanuël, Zijn volk geworden is tot gerechtigheid, hoe breidt zich dat gezicht dan uit. Dan zien wij niet slechts in het kleed zelf schoonheid, bevalligheid, heerlijkheid; wij zien verder — wij zien op Hem, Die het gemaakt heeft. Wij zien naar het kleed als van Hem onderscheiden. Wij zien naar Hem, Die het gemaakt heeft wat het is — Jezus, Die altijd leeft aan de rechterhand des Vaders, om ons ten Voorspraak te zijn.
Dit is voor mijn ziel een heerlijk gezicht. Als ik nederzink in mijn zonde, schande en schuld, en de Heere Jezus door God gemaakt is tot mijn gerechtigheid, wat behoef ik dan meer? Heeft God Hem als zodanig gemaakt? Wie kan het dan ongedaan maken? God heeft de Zoon Zijner liefde gerechtigheid gemaakt voor mijn ziel, opdat ik zijn zoude in Hem zonder vlek en zonder rimpel! Wie kan dat veranderen? Kan de zonde het veranderen? Die is verzoend. Kan de duivel het veranderen? Hij is gekluisterd tot het oordeel van de grote dag. Kan de wereld het veranderen? Niets of niemand kan een vinger uitsteken om één draad van dat kleed, één trek van het gelaat des Verlossers aan te raken. Zo Hij mij tot gerechtigheid gemaakt is, wat behoef ik dan meer? Zo ik in Hem als mijn gerechtigheid een schild, een schuilplaats en een toevlucht vinden mag, wat kan ik dan meer behoeven om mij te bewaren tegen de aanklacht van mensen of duivelen?
Zijn naam is heilig en geducht,
de vijand beeft op Zijn gerucht!
Maar ’s Heeren vrees zal altoos wezen
’t begin der wijsheid: wien Gods hand
die doet betrachten, heeft verstand.
Zijn naam blijft eeuwiglijk geprezen!
Ps. 111:6
Aan de lezer…
Hoe dikwijls zinkt u neer in uw zonde, schande en schuld, zodat u niets meer in uzelf vindt om op te steunen! Ziet dan niet alleen naar het kleed, maar naar Hem Die het gemaakt heeft en het nog bezit. Uw gerechtigheid is geen los stuk dat u bewaren moet, maar een levende Persoon: de Heere Jezus, Die altijd leeft aan de rechterhand des Vaders om ons ten Voorspraak te zijn.
Heeft God Hem tot gerechtigheid gemaakt voor een arme zondaar, wat behoeft u dan meer? Uw gestalte wisselt, uw gevoel bezwijkt, maar niets of niemand kan één draad van dat kleed aanraken. Zo mag een bestreden ziel, die niets heeft, toch roemen in deze Naam: de Heere onze Gerechtigheid. Bid dan dat uw oog niet bij uzelf blijft staan, maar op Hem gericht wordt, in Wie u zonder vlek en zonder rimpel bent.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Dit zal Zijn naam zijn, waarmede men Hem zal noemen: de Heere onze Gerechtigheid.
Jeremia 23:6
Wat geven deze woorden een lieflijke voorstelling van de Heere Jezus! Wij zien Zijn gerechtigheid vaak los van Christus. Mag ik een beeld gebruiken? Wij kijken naar het kleed los van de Maker en los van Hem Die het draagt. Wij kijken zoveel naar de gerechtigheid, dat wij nauwelijks zien op Hem Die deze gerechtigheid heeft aangebracht. Nu moeten wij de Heere Jezus niet losmaken van Zijn gerechtigheid. Wij moeten niet alleen naar het kleed kijken, dat toegewezen kleed, en Hem vergeten Die het maakte, het aandeed en het nu nog bezit.
Maar wanneer wij kunnen zien dat niet alleen de gehoorzaamheid van Christus, maar Christus Zelf — alles wat de Heere Jezus is en heeft als Hoofd van Zijn gemeente, als de opgestane Middelaar, als de grote Hogepriester over het huis van God — wanneer wij kunnen zien dat die Godmens, Immanuël, voor Zijn volk gerechtigheid geworden is, hoe wordt ons gezicht dan verruimd! Dan zien wij niet alleen schoonheid, bevalligheid en heerlijkheid in het kleed zelf; wij zien verder — wij zien op Hem Die het gemaakt heeft. Wij zien het kleed als onderscheiden van Hem. Wij zien op Hem Die het gemaakt heeft tot wat het is — Jezus, Die altijd leeft aan de rechterhand van de Vader, om ons tot Voorspraak te zijn.
Dit is voor mijn ziel een heerlijk gezicht. Als ik wegzink in mijn zonde, schande en schuld, en de Heere Jezus door God gemaakt is tot mijn gerechtigheid, wat heb ik dan meer nodig? Heeft God Hem daartoe gemaakt? Wie kan dat dan ongedaan maken? God heeft de Zoon van Zijn liefde tot gerechtigheid gemaakt voor mijn ziel, opdat ik in Hem zou zijn zonder vlek en zonder rimpel! Wie kan dat veranderen? Kan de zonde het veranderen? Die is verzoend. Kan de duivel het veranderen? Hij ligt geketend tot het oordeel van de grote dag. Kan de wereld het veranderen? Niets of niemand kan een vinger uitsteken om één draad van dat kleed, één trek van het gelaat van de Verlosser aan te raken. Als Hij mij tot gerechtigheid gemaakt is, wat heb ik dan meer nodig? Als ik in Hem als mijn gerechtigheid een schild, een schuilplaats en een toevlucht mag vinden, wat heb ik dan nog meer nodig om bewaard te blijven voor de aanklacht van mensen of duivelen?
Zijn naam is heilig en geducht,
de vijand beeft op Zijn gerucht!
Maar ’s Heeren vrees zal altoos wezen
’t begin der wijsheid: wien Gods hand
die doet betrachten, heeft verstand.
Zijn naam blijft eeuwiglijk geprezen!
Ps. 111:6
Aan de lezer…
Hoe vaak zinkt u weg in uw zonde, schande en schuld, zodat u niets meer in uzelf vindt om op te steunen! Zie dan niet alleen naar het kleed, maar naar Hem Die het gemaakt heeft en het nog bezit. Uw gerechtigheid is geen los stuk dat u moet bewaren, maar een levende Persoon: de Heere Jezus, Die altijd leeft aan de rechterhand van de Vader om ons tot Voorspraak te zijn.
Heeft God Hem tot gerechtigheid gemaakt voor een arme zondaar, wat hebt u dan meer nodig? Uw gestalte wisselt, uw gevoel bezwijkt, maar niets of niemand kan één draad van dat kleed aanraken. Zo mag een bestreden ziel die niets heeft, toch roemen in deze Naam: de Heere onze Gerechtigheid. Bid dan dat uw oog niet bij uzelf blijft staan, maar op Hem gericht wordt, in Wie u zonder vlek en zonder rimpel bent.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
This is His Name whereby He shall be called, THE LORD OUR RIGHTEOUSNESS.
Jeremiah 23:6
What a sweet view does this give of Jesus! We look sometimes at Christ’s righteousness as distinct from Christ. Shall I use a figure? We look at the garment as distinct from the Maker and Wearer of the garment. We look at the righteousness so much, that we scarcely look at Him Who wrought out that righteousness. Now, we must not separate Jesus from His righteousness. We must not look merely at the garment, the imputed robe, and forget Him that wrought it out, that puts it on, and that keeps it to this day in firm possession.
But when we can see, that not only the obedience of Christ, but Christ Himself—all that Jesus is—all that Jesus has, as Head of His Church, as the risen Mediator, as the great High Priest over the house of God—when we can see that this God-man, Immanuel, is made unto His people righteousness, how it expands the prospect! Then we look, not merely at the robe itself, beautiful, lovely, and glorious; we look farther—we look at Him that made it. We do not look merely at the robe as distinct from Him. We look at Him Who made that robe what it is—Jesus, Who ever lives at the right hand of the Father to make intercession for us. This, to my mind, is a sweet view.
If I sink down into creature sinfulness, shame, and guilt, and see Jesus made of God unto me righteousness, what need I more? Has God made Him so? Who can unmake Him so? Has God made the Son of His love, righteousness to my soul, that I may stand in Him without spot, speck, or blemish? Who is to alter it?
Can sin alter it? That is atoned for. Can the devil alter it? He is chained down unto the judgment of the great day. Can the world alter it? They cannot stretch forth their finger to touch one thread of that robe, to touch one lineament of the Redeemer’s countenance. If He is made unto me righteousness, what more do I need? If I can find a shield, a shelter, and a refuge in Him as my righteousness, what more can I need to preserve me from the charge of men or devils?
To the reader…
How often you sink down into your sin, shame, and guilt, until you find nothing left in yourself to lean upon! Then do not look only at the robe, but at Him Who made it and still possesses it. Your righteousness is not a loose piece of cloth that you must guard yourself, but a living Person: the Lord Jesus, Who ever lives at the right hand of the Father to make intercession for us.
If God has made Him righteousness for a poor sinner, what more do you need? Your frame changes, your feelings fail, but nothing and no one can touch one thread of that robe. So a tried soul who has nothing may still glory in this Name: the Lord our Righteousness. Pray, then, that your eye may not rest upon yourself, but be fixed on Him, in Whom you stand without spot and without wrinkle.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y este será su nombre que le llamarán: JEHOVÁ, JUSTICIA NUESTRA.
Jeremías 23:6
¡Qué dulce visión nos da esto de Jesús! A veces miramos la justicia de Cristo como algo distinto de Cristo. ¿Usaré una figura? Miramos el vestido como algo distinto del Hacedor y Portador del vestido. Miramos tanto la justicia, que apenas miramos a Aquel que obró esa justicia. Ahora bien, no debemos separar a Jesús de Su justicia. No debemos mirar meramente el vestido, el manto imputado, y olvidar a Aquel que lo obró, que lo pone, y que hasta el día de hoy lo guarda en firme posesión.
Pero cuando podemos ver que no solo la obediencia de Cristo, sino Cristo mismo, todo lo que Jesús es, todo lo que Jesús tiene como Cabeza de Su Iglesia, como el Mediador resucitado, como el gran Sumo Sacerdote sobre la casa de Dios; cuando podemos ver que este Dios-Hombre, Emmanuel, es hecho justicia para Su pueblo, ¡cómo se ensancha la perspectiva! Entonces no miramos meramente el manto en sí, hermoso, precioso y glorioso; miramos más allá: miramos a Aquel que lo hizo. No miramos meramente el manto como algo distinto de Él. Miramos a Aquel que hizo ese manto lo que es: a Jesús, que vive siempre a la diestra del Padre para interceder por nosotros. Esta es, a mi parecer, una visión dulce.
Si me hundo en la pecaminosidad, la vergüenza y la culpa de la criatura, y veo a Jesús hecho por Dios justicia para mí, ¿qué más necesito? ¿Le ha hecho Dios así? ¿Quién puede deshacerlo? ¿Ha hecho Dios al Hijo de Su amor justicia para mi alma, para que yo esté en Él sin mancha, ni mácula, ni defecto? ¿Quién lo va a cambiar?
¿Puede cambiarlo el pecado? Ha sido expiado. ¿Puede cambiarlo el diablo? Está encadenado para el juicio del gran día. ¿Puede cambiarlo el mundo? No pueden extender el dedo para tocar un solo hilo de ese manto, para tocar un solo rasgo del semblante del Redentor. Si Él es hecho justicia para mí, ¿qué más necesito? Si puedo hallar en Él, como mi justicia, un escudo, un abrigo y un refugio, ¿qué más puedo necesitar para guardarme de la acusación de hombres o demonios?
Al lector…
¡Cuántas veces se hunde usted en su pecado, su vergüenza y su culpa, hasta no hallar en sí mismo nada en que apoyarse! Entonces no mire solo el manto, sino a Aquel que lo hizo y todavía lo posee. Su justicia no es un pedazo suelto de tela que usted mismo deba guardar, sino una Persona viva: el Señor Jesús, que vive siempre a la diestra del Padre para interceder por nosotros.
Si Dios le ha hecho a Él justicia para un pobre pecador, ¿qué más necesita usted? Su estado de ánimo cambia, sus sentimientos fallan, pero nada ni nadie puede tocar un solo hilo de ese manto. Así, un alma probada que no tiene nada puede aún gloriarse en este Nombre: Jehová, Justicia nuestra. Ore, pues, para que su mirada no repose en sí mismo, sino que esté fija en Él, en Quien usted está sin mancha y sin arruga.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl