Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

1 juni Korenaren uit de volle oogst

Doe uw mond wijd open, en Ik zal hem vervullen.
Psalm 81:11

Wanneer de Heere uw ziel begunstigt met lieflijke toegang tot de troon van de genade, dan weet u dat te waarderen. Wat zouden wij denken van een scheepskapitein die de rivier opvaart en, als wind en getij gunstig zijn, zijn anker niet licht, of alleen zijn voorzeil hijst en geen volledig gebruik maakt van wind en getij? Zo is het soms met onze ziel: er waait een stevige bries, een bries van genade in de ziel, en het getij van het geloof komt op. Is het dan niet onze wijsheid en onze genade dat wij er in zo’n gunstige toestand gebruik van maken? Als de Heere ons Zijn oor wil lenen, is het dan niet onze genade dat wij Hem alles zeggen wat onze ziel begeert?

Herinnert u zich wat de profeet zei tegen de koning, die met zijn pijlen maar drie keer op de grond sloeg en toen ophield? „Toen werd de man Gods zeer toornig op hem en zeide: ‘Gij zoudt vijf- of zesmaal geslagen hebben, dan zoudt gij de Syriërs tot verdoens toe geslagen hebben; doch nu zult gij de Syriërs driemaal slaan’” (2 Kon. 13:19). Soms is het zo met ons. Als de Heere ons enige toegang tot Zich geeft, maken wij daar niet genoeg gebruik van. De satan werpt er een vurige pijl tussen; wereldse zaken trekken ons af; een of andere onreine gedachte komt in ons hart op, en in plaats van de duivel te weerstaan, zodat hij van ons vlucht, maken wij plaats voor hem. De gelegenheid is voorbij, het zoete ogenblik is verloren, en er kunnen weer maanden verstrijken voordat wij opnieuw een geopend oor bij de Koning vinden.

Daarom zal het uw wijsheid en uw genade zijn om, wanneer de bries waait en het water opkomt, alle zeilen bij te zetten en te proberen zo ver te komen als u kunt op de reis naar de haven van eeuwige rust en blijdschap.

Ik ben nooddruftig, arm en naakt,
o God, mijn helper uit ellenden,
haast U tot mij, wil bijstand zenden;
Uw komst is ’t, die mijn heil volmaakt.

Ps. 70:3

Aan de lezer…

Soms schenkt de Heere een uur waarin het gemakkelijk is om te bidden, waarin de bries van de genade waait en het hart als vanzelf naar de troon van de genade uitgaat; hebt u zo’n uur gekend? Zulke uren zijn kostbaar, en zij komen niet op ons bevel. Hoe vaak hebben wij dan alleen het voorzeil gehesen, of hebben wij, als die koning, drie keer geslagen en zijn wij opgehouden, terwijl de Heere meer wilde geven.

Laat dit voor u geen reden tot wanhoop zijn, maar een les. Hij Die zegt: „Doe uw mond wijd open, en Ik zal hem vervullen”, is niet karig in Zijn geven. Komt de bries terug, zet dan alle zeilen bij; zeg Hem alles wat uw ziel begeert, en laat u niet afleiden door wereldse zorgen of door een vurige pijl van de satan. En ligt u nu stil, zonder wind en zonder getij, wacht dan op Hem. Hij is het Die de wind doet waaien, en Hij brengt Zijn arme reizigers veilig in de haven van de eeuwige rust.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

1 juni 365 dagen met Philpot

Christus’ zitten ter rechterhand Gods

Op een verse en levende weg, welke Hij ons ingewijd heeft door het voorhangsel, dat is, door Zijn vlees.
Hebreeën 10:20

Volgens de wet deed de hogepriester elk jaar op de Grote Verzoendag, die eenmaal per jaar viel, op de tiende dag van de zevende maand, een plechtige verzoening: eerst voor de zonden van hemzelf en zijn huis, en daarna voor de ongerechtigheden van de kinderen Israëls (Lev. 16:34). Dit deed hij op twee manieren. Ten eerste offerde hij een jonge stier als zondoffer voor zichzelf, en een bok waarop het lot voor de Heere was gevallen als zondoffer voor zijn volk (Lev. 16:6, 9, 11). Ten tweede nam hij een wierookvat vol vurige kolen van het altaar, vulde zijn handen met reukwerk van welriekende specerijen, fijngestoten, en ging daarmee het heilige der heiligen binnen (Lev. 16:12). Dit was die heilige plaats die „het heilige der heiligen” of het „heiligdom” werd genoemd (Hebr. 9:3). Daar stond de ark van het verbond, waarop zich tussen de cherubs de Shechinah bevond, de zichtbare openbaring van de tegenwoordigheid en heerlijkheid van God.

Dit heilige der heiligen betrad de hogepriester alleen op de Grote Verzoendag. Zelfs op die dag was het hem op straffe van de dood verboden binnen het voorhangsel te komen dat het van de heilige plaats scheidde, tenzij hij zijn vlees had gewassen, de heilige linnen kleding had aangetrokken, het bloed van het offer had meegenomen en wierook op de brandende kolen in het wierookvat had gelegd. Al deze dingen waren in hoge mate zinnebeelden van Jezus als de grote Hogepriester. Het wassen van het vlees wees op Zijn reinheid als Hogepriester; de heilige linnen kleding op de heiligheid van Zijn menselijke natuur; het bloed op het verzoenend bloed dat aan het kruis vergoten is; en de wierook op Zijn welriekende voorspraak.

De heiligste plaats was een beeld van de hemel, en het voorhangsel van de scheiding tussen God en ons, en ervan dat „de weg des heiligdoms nog niet openbaar gemaakt was, zolang de eerste tabernakel nog stand had” (Hebr. 9:8). Toen Jezus stierf, scheurde het voorhangsel van de tempel in tweeën, van boven tot beneden (Matt. 27:51), om aan te geven dat God en Zijn kinderen niet langer door een voorhangsel van elkaar gescheiden waren.

Lezen: Hebreeën 10:19-39

Aan de lezer…

Het kan zijn dat u weet hoe het onder het oude verbond ging: eenmaal per jaar, en alleen op straffe van de dood als het niet volgens het voorschrift ging, mocht de hogepriester achter het voorhangsel komen. Voor het volk bleef de weg tot God gesloten. Voelt u in uw hart nog zo’n voorhangsel? Denkt u dat u eerst rein en waardig moet worden, voordat u tot Hem mag naderen?

Zie dan op de grote Hogepriester. In Zijn reinheid, in de heiligheid van Zijn menselijke natuur, met Zijn verzoenend bloed en Zijn welriekende voorspraak is Hij voor ons ingegaan. Toen Hij stierf, scheurde het voorhangsel van boven tot beneden. Het was God Die het scheurde, niet de mens. Nu zijn God en Zijn kinderen niet langer gescheiden. Kom dan, niet op grond van uw eigen waardigheid, maar langs de verse en levende weg die Hij voor u heeft ingewijd.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

1 juni Door Baca’s vallei

Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt.
Romeinen 8:34

Zoals de ziel geleid en onderwezen wordt door de Geest, zo volgt zij de Heere in alle verschillende daden en lijdensgangen van Zijn leven. De eerste plaats waar de Heilige Geest de arme zondaar brengt, is het kruis van Jezus. Dat is het eerste straaltje licht van de verlossing dat we van de Heere van het leven en van de heerlijkheid ontvangen. De Heilige Geest brengt de arme, schuldige zondaar, beladen met het gewicht van duizenden zonden, aan de voet van het kruis en opent zijn ogen om de Zoon van God te zien, zoals Hij daar bloedend hangt als een verzoening voor onze zonden. Daar gebracht te worden door de kracht van de Heilige Geest, en die gezegende verborgenheid van de bloedende, lijdende en met de dood worstelende Zoon van God in ons hart en ons geweten verklaard te vinden, is de eerste zalige ontdekking waarmee God de Heilige Geest ons begunstigt.

Maar van daaruit gaan we verder om Jezus te zien zoals Hij in het graf ligt. Want ook wij moeten sterven, en we moeten zien dat de Voorloper voor ons het graf is ingegaan. We moeten beseffen dat we in het graf kunnen neerliggen, en dat die enge, nauwe slaapplaats, waarin ons lichaam op een dag uitgestrekt zal neerdalen, in zekere zin door Jezus welriekend gemaakt is, doordat Hij daar vóór ons gelegen heeft. En wanneer we van het kruis naar het graf zijn gegaan, dan gaan we een stap verder, namelijk naar de opstanding van de Heere van het leven en van de heerlijkheid. Dan zien we Hem door het geloof op de derde dag uit het graf waarin Hij was neergelegd tevoorschijn komen, in heerlijkheid en kracht, en dat tot onze rechtvaardigmaking. En zo zien we in de opstanding van de Heere Jezus de hoop van de ziel op een zalige onsterfelijkheid.

Maar we blijven hier niet staan. Wanneer de Geest van de Heere ons ogen geeft om te zien en ons hart beweegt, dan gaan we een stap verder, namelijk naar de hemelvaart van de Heere. We blijven niet op aarde (want ook Hij bleef hier niet), maar we klimmen op om Hem te zien zitten aan de rechterhand van de Vader. Daar is Hij de Middelaar Die tussen God en mensen in treedt, de Goddelijke Pleitbezorger, het heerlijke Hoofd van de genade, Dat uit Zijn volheid genade en gaven meedeelt aan arme en nooddruftige zielen, die elke dag en elk uur hun bankroet opnieuw beseffen. Zij moeten al de dagen van hun leven uit Zijn volheid nieuwe ondersteuning van leven, licht en genade ontvangen, om bewaard te worden op de weg waarop de Heere Jezus hun voet gezet heeft.

Zo zijn de hemelvaart van de Heere Jezus en Zijn zitten aan de rechterhand van God, wanneer dit door de kracht van de Geest in het geweten geopenbaard wordt, geen droge of dorre dogmatiek, geen dode beenderen van een uitgedroogd geraamte. Nee, het staat in zo’n nauw verband met wat er in ons hart leeft, met onze diepe val en ellende, met al onze schuld, met al onze dagelijkse behoeften, met alles wat we nodig hebben, en dat op elk ogenblik, dat het voor ons een waarheid van uitnemend genoegen en zaligheid wordt, wanneer we door het onderwijs van de Geest mogen opzien naar deze Middelaar aan de rechterhand van de Vader.

Aan de lezer…

Wie zal u verdoemen, bekommerde lezer? U kent uw schuld, misschien wel duizenden zonden, en elke dag beseft u uw bankroet opnieuw. Laat de Geest u dan leiden langs de weg die hier gewezen wordt: eerst naar het kruis, waar de Zoon van God bloedend hangt als verzoening voor de zonde; dan naar het graf, dat Hij voor de Zijnen welriekend heeft gemaakt; dan naar de opstanding, tot rechtvaardigmaking van Zijn volk.

En blijf daar niet staan, maar zie omhoog. Hij zit aan de rechterhand van God en bidt voor de Zijnen. Dat is geen dorre leer, maar een waarheid die raakt aan uw diepe val, uw dagelijkse behoeften en elk ogenblik van uw leven. Uit Zijn volheid deelt Hij genade mee aan arme en nooddruftige zielen. Hebt u niets, Hij heeft alles. „Christus is het, Die gestorven is.” Wie is het dan, die verdoemt?

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina