1 de junio
Doe uw mond wijd open, en Ik zal hem vervullen.
Psalm 81:11
Wanneer de Heere uw ziel begunstigt met de liefelijke toegang tot de troon der genade, dan weet gij het te waarderen. Wat zouden wij denken van een scheepskapitein die, de rivier opkomende, als de wind en het getij gunstig waren, zijn anker niet lichtte, of alleen zijn voorzeil hees en geen vol gebruik maakte van wind en getij? Nu is het somtijds zo met onze ziel; een stevige koelte waait, een koelte van genade in de ziel, en het getij van het geloof wast. Is het niet onze wijsheid en is het niet onze genade, die in zulk een gunstige toestand er gebruik van moeten maken? Indien de Heere ons een oor wil verlenen, is het niet onze genade, die Hem alles moet zeggen wat onze ziel begeert?
Herinnert gij u wat de profeet zeide tot de koning, die met zijn pijlen slechts drie malen op de grond sloeg en daarna stilstond? „Toen werd de man Gods zeer toornig op hem en zeide: ‘Gij zoudt vijf- of zesmaal geslagen hebben, dan zoudt gij de Syriërs tot verdoens toe geslagen hebben; doch nu zult gij de Syriërs driemaal slaan’” (2 Kon. 13:19). Somtijds is het zo met ons. Indien de Heere ons enige toegang tot Zich geeft, maken wij er geen gebruik genoeg van. Satan werpt er een vurige pijl in; wereldse aangelegenheden trekken ons af; de een of andere vuile gedachte komt in onze boezem op, en in plaats van de duivel te weerstaan, opdat hij van ons vliede, maken wij hem plaats; de gelegenheid is voorbij; het zoete ogenblik is verloren en er kunnen weder maanden verlopen vóórdat wij weder van de Koning een geopend oor ontvangen.
Het zal daarom uw wijsheid en uw genade zijn, wanneer de koelte blaast en het water wast, om alle zeilen bij te zetten en te trachten zo ver te komen als gij het kunt brengen op de reis naar de haven van eeuwige rust en blijdschap.
Ik ben nooddruftig, arm en naakt,
o God, mijn helper uit ellenden,
haast U tot mij, wil bijstand zenden;
Uw komst is ’t, die mijn heil volmaakt.
Ps. 70:3
Aan de lezer…
Soms schenkt de Heere een uur waarin het gemakkelijk valt te bidden, waarin de koelte der genade waait en het hart als vanzelf naar de troon der genade uitgaat; hebt u zo’n uur gekend? Zulke uren zijn kostbaar, en zij komen niet op ons bevel. Hoe dikwijls hebben wij dan slechts het voorzeil gehesen, of hebben wij, als die koning, driemaal geslagen en stilgestaan, terwijl de Heere meer wilde geven.
Laat dit u geen reden tot wanhoop zijn, maar een les. Hij, Die zegt: „Doe uw mond wijd open, en Ik zal hem vervullen”, is niet karig in Zijn geven. Komt de koelte weder, zet dan alle zeilen bij; zeg Hem alles wat uw ziel begeert, en laat u niet door wereldse zorgen of door een vurige pijl des satans afleiden. En ligt u thans stil, zonder wind en zonder getij, wacht dan op Hem. Hij is het Die de wind doet waaien, en Hij brengt Zijn arme reizigers veilig in de haven der eeuwige rust.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Doe uw mond wijd open, en Ik zal hem vervullen.
Psalm 81:11
Wanneer de Heere uw ziel begunstigt met lieflijke toegang tot de troon van de genade, dan weet u dat te waarderen. Wat zouden wij denken van een scheepskapitein die de rivier opvaart en, als wind en getij gunstig zijn, zijn anker niet licht, of alleen zijn voorzeil hijst en geen volledig gebruik maakt van wind en getij? Zo is het soms met onze ziel: er waait een stevige bries, een bries van genade in de ziel, en het getij van het geloof komt op. Is het dan niet onze wijsheid en onze genade dat wij er in zo’n gunstige toestand gebruik van maken? Als de Heere ons Zijn oor wil lenen, is het dan niet onze genade dat wij Hem alles zeggen wat onze ziel begeert?
Herinnert u zich wat de profeet zei tegen de koning, die met zijn pijlen maar drie keer op de grond sloeg en toen ophield? „Toen werd de man Gods zeer toornig op hem en zeide: ‘Gij zoudt vijf- of zesmaal geslagen hebben, dan zoudt gij de Syriërs tot verdoens toe geslagen hebben; doch nu zult gij de Syriërs driemaal slaan’” (2 Kon. 13:19). Soms is het zo met ons. Als de Heere ons enige toegang tot Zich geeft, maken wij daar niet genoeg gebruik van. De satan werpt er een vurige pijl tussen; wereldse zaken trekken ons af; een of andere onreine gedachte komt in ons hart op, en in plaats van de duivel te weerstaan, zodat hij van ons vlucht, maken wij plaats voor hem. De gelegenheid is voorbij, het zoete ogenblik is verloren, en er kunnen weer maanden verstrijken voordat wij opnieuw een geopend oor bij de Koning vinden.
Daarom zal het uw wijsheid en uw genade zijn om, wanneer de bries waait en het water opkomt, alle zeilen bij te zetten en te proberen zo ver te komen als u kunt op de reis naar de haven van eeuwige rust en blijdschap.
Ik ben nooddruftig, arm en naakt,
o God, mijn helper uit ellenden,
haast U tot mij, wil bijstand zenden;
Uw komst is ’t, die mijn heil volmaakt.
Ps. 70:3
Aan de lezer…
Soms schenkt de Heere een uur waarin het gemakkelijk is om te bidden, waarin de bries van de genade waait en het hart als vanzelf naar de troon van de genade uitgaat; hebt u zo’n uur gekend? Zulke uren zijn kostbaar, en zij komen niet op ons bevel. Hoe vaak hebben wij dan alleen het voorzeil gehesen, of hebben wij, als die koning, drie keer geslagen en zijn wij opgehouden, terwijl de Heere meer wilde geven.
Laat dit voor u geen reden tot wanhoop zijn, maar een les. Hij Die zegt: „Doe uw mond wijd open, en Ik zal hem vervullen”, is niet karig in Zijn geven. Komt de bries terug, zet dan alle zeilen bij; zeg Hem alles wat uw ziel begeert, en laat u niet afleiden door wereldse zorgen of door een vurige pijl van de satan. En ligt u nu stil, zonder wind en zonder getij, wacht dan op Hem. Hij is het Die de wind doet waaien, en Hij brengt Zijn arme reizigers veilig in de haven van de eeuwige rust.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Open thy mouth wide, and I will fill it.
Psalm 81:10
When the Lord favors your soul with sweet access at a throne of grace, make the most of it. What would we think of the master of a vessel coming up the river, if, when the wind was favorable and the tide served, he would not heave her anchor, or hoisted but her fore-sail to the breeze, and would not take full advantage of wind and tide? Now it is so sometimes with our souls; a gale blows, a gale of grace on the soul, and the tide of faith rises. Is it not our wisdom, and is it not our mercy, at such a rare season, to make the most of it? If the Lord condescends to give us an ear, is it not our mercy to tell Him all that our souls desire?
Do you recollect what the prophet said to the king who only struck his arrows three times on the ground, and then stopped? “But the man of God was angry with him. ‘You should have struck the ground five or six times!’ he exclaimed. ‘Then you would have beaten Aram until they were entirely destroyed. Now you will be victorious only three times.’”
(2 Kings 13:19). Sometimes it is so with us. When the Lord gives us some little access unto Himself, we do not make the most of it. Satan casts in some fiery dart, some worldly circumstance distracts our mind, some filthy imagination rises up in our bosom; and instead of resisting the devil that he may flee from us, we give way to him; the opportunity is gone, the sweet moment is lost, and it may be months before we get the ear of the King again. It will, therefore, be your wisdom and your mercy, when the gale blows, and the tide rises, to spread every sail, and to get as far as you can on your course to the haven of eternal rest and joy.
To the reader…
Sometimes the Lord grants an hour in which it is easy to pray, in which the breeze of grace blows and the heart goes out to the throne of grace almost of itself; have you known such an hour? Such hours are precious, and they do not come at our command. How often have we then hoisted only the fore-sail, or, like that king, struck three times and stopped, while the Lord was willing to give more.
Let this be no reason for despair to you, but a lesson. He Who says, “Open thy mouth wide, and I will fill it,” is not sparing in His giving. When the breeze returns, spread every sail; tell Him all that your soul desires, and do not let yourself be distracted by worldly cares or by a fiery dart of Satan. And if you now lie still, without wind and without tide, then wait upon Him. It is He Who makes the wind to blow, and He brings His poor travellers safely into the haven of eternal rest.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Ensancha tu boca, y henchirla he.
Salmo 81:10
Cuando el Señor favorece su alma con un dulce acceso ante el trono de la gracia, aprovéchelo al máximo. ¿Qué pensaríamos del capitán de un barco que remonta el río si, cuando el viento es favorable y la marea acompaña, no levara el ancla, o izara solo la vela de proa a la brisa, y no aprovechara plenamente el viento y la marea? Pues así sucede a veces con nuestras almas; sopla un viento, un viento de gracia sobre el alma, y sube la marea de la fe. ¿No es nuestra sabiduría, y no es nuestra misericordia, en una ocasión tan rara, aprovecharla al máximo? Si el Señor se digna prestarnos oído, ¿no es misericordia para nosotros decirle todo lo que nuestras almas desean?
¿Recuerda usted lo que el profeta dijo al rey que solo golpeó la tierra con sus saetas tres veces, y luego se detuvo? “Entonces el varón de Dios, enojado con él, le dijo: A dar cinco o seis golpes, herirías a Siria, hasta no quedar ninguno: empero ahora tres veces herirás a Siria”.
(2 Reyes 13:19). A veces sucede así con nosotros. Cuando el Señor nos da un poco de acceso a Sí mismo, no lo aprovechamos al máximo. Satanás lanza algún dardo de fuego, alguna circunstancia mundana distrae nuestra mente, alguna imaginación impura se levanta en nuestro pecho; y en lugar de resistir al diablo para que huya de nosotros, cedemos ante él; la oportunidad se va, el dulce momento se pierde, y pueden pasar meses antes de que tengamos de nuevo el oído del Rey. Será, pues, su sabiduría y su misericordia, cuando sople el viento y suba la marea, desplegar toda vela y avanzar cuanto pueda en su rumbo hacia el puerto del eterno descanso y gozo.
Al lector…
A veces el Señor concede una hora en la que es fácil orar, en la que sopla la brisa de la gracia y el corazón sale casi por sí mismo hacia el trono de la gracia; ¿ha conocido usted una hora así? Tales horas son preciosas, y no vienen cuando nosotros mandamos. Cuántas veces hemos izado entonces solo la vela de proa, o, como aquel rey, hemos golpeado tres veces y nos hemos detenido, mientras el Señor estaba dispuesto a dar más.
Que esto no sea para usted motivo de desesperación, sino una lección. El que dice: “Ensancha tu boca, y henchirla he”, no es escaso en Su dar. Cuando vuelva la brisa, despliegue toda vela; dígale todo lo que su alma desea, y no se deje distraer por preocupaciones mundanas ni por un dardo de fuego de Satanás. Y si ahora está quieto, sin viento y sin marea, entonces espere en Él. Es Él Quien hace soplar el viento, y lleva a salvo a Sus pobres viajeros al puerto del eterno descanso.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl