June 1
Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt.
Romeinen 8:34
Zoals de ziel geleid en onderwezen wordt door de Geest, zo volgt zij de Heere in al de verschillende daden en lijdensgangen van Zijn leven. De eerste plaats waar de Heilige Geest de arme zondaar bij brengt, is het kruis van Jezus. Dit is het eerste lichtstraaltje der verlossing dat wij krijgen van de Heere des levens en der heerlijkheid. De Heilige Geest brengt de arme, schuldige zondaar, belast met een gewicht van duizenden zonden, tot de voet van het kruis en opent zijn ogen om de Zoon van God te zien, zoals Hij daar hangt, bloedende, als een verzoening voor onze zonden. Aldaar gebracht te worden door de kracht des Heiligen Geestes en die gezegende verborgenheid van de bloedende, lijdende en de doodsstrijd strijdende Zoon Gods in ons hart en onze consciëntie verklaard te mogen vinden, is de eerste zalige ontdekking waarmede God de Heilige Geest ons begunstigt.
Doch vandaar gaan wij voort om Jezus te beschouwen, liggende in het graf; want wij moeten ook sterven, en wij hebben nodig te zien dat de Voorloper in het graf gegaan is voor ons. Wij hebben nodig te beseffen dat wij in het graf kunnen neerliggen en dat die enge, bekrompen slaapplaats, waarin ons lichaam op zekere dag uitgestrekt zal nederdalen, in zekere mate door Jezus welriekend is gemaakt, doordat Hij daarin vóór ons gelegen heeft. En als wij gewandeld hebben van het kruis naar het graf, dan gaan wij een stap verder, namelijk tot de opstanding van de Heere des levens en der heerlijkheid. Voorts zien wij Hem door het geloof op de derde dag het graf, waarin Hij was neergelegd, uitgaan, in heerlijkheid en kracht, en dat tot onze rechtvaardigmaking. En aldus zien wij in de opstanding van de Heere Jezus de hoop der ziel op een zalige onsterfelijkheid.
Doch blijven wij hier niet staan. Als de Geest des Heeren ons ogen geeft om te zien, en ons hart beweegt, dan gaan wij een stap verder, namelijk tot de hemelvaart des Heeren. Wij blijven niet op aarde vertoeven (want Hij bleef ook niet hier), maar wij klimmen op om Hem te zien, zittende aan de rechterhand des Vaders, als Middelaar tredende tussen God en mensen, als de Goddelijke Pleitbezorger, als het heerlijk Hoofd der genade, uit Zijn volheid mededelende genade en gaven aan arme en nooddruftige zielen, die elke dag en elk uur hun bankroet inleven. Zij hebben al de dagen huns levens nieuwe onderstand van leven, licht en genade nodig uit Zijn volheid te ontvangen, om gehouden te worden in de weg waarop de Heere Jezus hun voet gezet heeft.
Zodat de hemelvaart van de Heere Jezus en Zijn zitten aan de rechterhand Gods, wanneer dit door de kracht des Geestes in de consciëntie wordt geopenbaard, geen droge of dorre dogmatiek is, niet wat dode beenderen van een uitgedroogd geraamte; maar zij staat in zo nauw verband met de gewaarwordingen onzes harten, met onze diepe val en ongeluk, met al onze schuld, met al onze dagelijkse behoeften, met al onze benodigdheden, en dat elk ogenblik, dat wanneer wij door des Geestes onderricht mogen zien op deze Middelaar aan de rechterhand des Vaders, het voor ons een waarheid wordt van uitnemend genoegen en zaligheid.
Aan de lezer…
Wie zal u verdoemen, bekommerde lezer? U kent uw schuld, misschien wel duizenden zonden, en elke dag leeft u uw bankroet opnieuw in. Laat dan de Geest u leiden langs de weg die ik u hier wijs: eerst naar het kruis, waar de Zoon van God bloedend hangt als verzoening voor de zonde; dan naar het graf, dat Hij voor de Zijnen welriekend heeft gemaakt; dan naar de opstanding, tot rechtvaardigmaking van Zijn volk.
En blijf daar niet staan, maar zie omhoog. Hij zit aan de rechterhand Gods en bidt voor de Zijnen. Dat is geen dorre leer, maar een waarheid die raakt aan uw diepe val, uw dagelijkse behoeften en elk ogenblik van uw leven. Uit Zijn volheid deelt Hij genade mee aan arme en nooddruftige zielen. Hebt u niets, Hij heeft alles. „Christus is het, Die gestorven is.” Wie is het dan, die verdoemt?
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt.
Romeinen 8:34
Zoals de ziel geleid en onderwezen wordt door de Geest, zo volgt zij de Heere in alle verschillende daden en lijdensgangen van Zijn leven. De eerste plaats waar de Heilige Geest de arme zondaar brengt, is het kruis van Jezus. Dat is het eerste straaltje licht van de verlossing dat we van de Heere van het leven en van de heerlijkheid ontvangen. De Heilige Geest brengt de arme, schuldige zondaar, beladen met het gewicht van duizenden zonden, aan de voet van het kruis en opent zijn ogen om de Zoon van God te zien, zoals Hij daar bloedend hangt als een verzoening voor onze zonden. Daar gebracht te worden door de kracht van de Heilige Geest, en die gezegende verborgenheid van de bloedende, lijdende en met de dood worstelende Zoon van God in ons hart en ons geweten verklaard te vinden, is de eerste zalige ontdekking waarmee God de Heilige Geest ons begunstigt.
Maar van daaruit gaan we verder om Jezus te zien zoals Hij in het graf ligt. Want ook wij moeten sterven, en we moeten zien dat de Voorloper voor ons het graf is ingegaan. We moeten beseffen dat we in het graf kunnen neerliggen, en dat die enge, nauwe slaapplaats, waarin ons lichaam op een dag uitgestrekt zal neerdalen, in zekere zin door Jezus welriekend gemaakt is, doordat Hij daar vóór ons gelegen heeft. En wanneer we van het kruis naar het graf zijn gegaan, dan gaan we een stap verder, namelijk naar de opstanding van de Heere van het leven en van de heerlijkheid. Dan zien we Hem door het geloof op de derde dag uit het graf waarin Hij was neergelegd tevoorschijn komen, in heerlijkheid en kracht, en dat tot onze rechtvaardigmaking. En zo zien we in de opstanding van de Heere Jezus de hoop van de ziel op een zalige onsterfelijkheid.
Maar we blijven hier niet staan. Wanneer de Geest van de Heere ons ogen geeft om te zien en ons hart beweegt, dan gaan we een stap verder, namelijk naar de hemelvaart van de Heere. We blijven niet op aarde (want ook Hij bleef hier niet), maar we klimmen op om Hem te zien zitten aan de rechterhand van de Vader. Daar is Hij de Middelaar Die tussen God en mensen in treedt, de Goddelijke Pleitbezorger, het heerlijke Hoofd van de genade, Dat uit Zijn volheid genade en gaven meedeelt aan arme en nooddruftige zielen, die elke dag en elk uur hun bankroet opnieuw beseffen. Zij moeten al de dagen van hun leven uit Zijn volheid nieuwe ondersteuning van leven, licht en genade ontvangen, om bewaard te worden op de weg waarop de Heere Jezus hun voet gezet heeft.
Zo zijn de hemelvaart van de Heere Jezus en Zijn zitten aan de rechterhand van God, wanneer dit door de kracht van de Geest in het geweten geopenbaard wordt, geen droge of dorre dogmatiek, geen dode beenderen van een uitgedroogd geraamte. Nee, het staat in zo’n nauw verband met wat er in ons hart leeft, met onze diepe val en ellende, met al onze schuld, met al onze dagelijkse behoeften, met alles wat we nodig hebben, en dat op elk ogenblik, dat het voor ons een waarheid van uitnemend genoegen en zaligheid wordt, wanneer we door het onderwijs van de Geest mogen opzien naar deze Middelaar aan de rechterhand van de Vader.
Aan de lezer…
Wie zal u verdoemen, bekommerde lezer? U kent uw schuld, misschien wel duizenden zonden, en elke dag beseft u uw bankroet opnieuw. Laat de Geest u dan leiden langs de weg die hier gewezen wordt: eerst naar het kruis, waar de Zoon van God bloedend hangt als verzoening voor de zonde; dan naar het graf, dat Hij voor de Zijnen welriekend heeft gemaakt; dan naar de opstanding, tot rechtvaardigmaking van Zijn volk.
En blijf daar niet staan, maar zie omhoog. Hij zit aan de rechterhand van God en bidt voor de Zijnen. Dat is geen dorre leer, maar een waarheid die raakt aan uw diepe val, uw dagelijkse behoeften en elk ogenblik van uw leven. Uit Zijn volheid deelt Hij genade mee aan arme en nooddruftige zielen. Hebt u niets, Hij heeft alles. „Christus is het, Die gestorven is.” Wie is het dan, die verdoemt?
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Who is he that condemneth? It is Christ that died, yea rather, that is risen again, Who is even at the right hand of God, Who also maketh intercession for us.
Romans 8:34
As the soul is led and taught by the Spirit, it follows the Lord through all the various acts and sufferings of His life. The first spot to which the Holy Spirit takes the poor sinner is the cross of Jesus. That is the first real saving view we get of the Lord of life and glory; the Holy Spirit taking the poor guilty sinner, laden with the weight of a thousand sins, to the foot of the cross, and opening his eyes to see the Son of God bleeding there as an atoning sacrifice for sin. To be brought there by the power of the Holy Spirit, and receive that blessed mystery of the bleeding, suffering, and agonizing Son of God into our hearts and consciences, is the first blessed discovery that God the Spirit favors us with.
But we pass on from that to see Jesus sleeping in the sepulcher; for we have to die ourselves, and we need to see the Forerunner Who has entered into the grave for us. We need to feel that we can lie down in the grave, and see that narrow bed in which our body will one day be stretched, in a measure perfumed by Jesus having lain there before us.
And when we have traveled from the cross to the sepulcher, we then go a step farther; to the resurrection of the Lord of life and glory. On the third day we view Him by faith springing out of the sepulcher in which He lay entombed, rising up in glory and power for our justification. And thus we see in the resurrection of the Lord Jesus the hope of the soul for a blessed immortality.
But we do not tarry there; as the Lord the Spirit gives us eyes to see, and moves our heart to feel, we travel one step farther; this is, to the ascension of the Lord of life and glory; not tarrying on earth (for He tarried not there), but mounting up to see Him sitting at the right hand of the Father, as the Mediator between God and man, as the divine Intercessor, as the glorious Head of grace, as communicating out of His own fullness gifts and graces unto poor and needy souls, who are living in daily and hourly bankruptcy. These need to receive perpetual supplies of life, light, and grace out of His fullness, to keep them in the way wherein the Lord has set their feet.
So that the ascension of the Lord Jesus up on high, and His sitting at the right hand of God, when received into the conscience under the power of the Spirit, is not a dry doctrine, not a dead bone of a withered skeleton; but is so connected with all the feelings of our heart, with all our misery and ruin, with all our wretchedness, with all our guilt, with all our daily needs, with all our hourly necessities, that, when led by the Spirit’s teaching to look at this Mediator at the right hand of the Father, it becomes a truth full of blessed sweetness and power to the heaven-taught soul.
To the reader…
Who shall condemn you, troubled reader? You know your guilt, perhaps thousands of sins, and every day you feel your bankruptcy afresh. Let the Spirit, then, lead you along the way that is pointed out here: first to the cross, where the Son of God hangs bleeding as an atonement for sin; then to the grave, which He has made fragrant for His own; then to the resurrection, for the justification of His people.
And do not stop there, but look up. He sits at the right hand of God and intercedes for His own. That is no dry doctrine, but a truth that touches your deep fall, your daily needs and every moment of your life. Out of His fullness He imparts grace to poor and needy souls. If you have nothing, He has everything. “It is Christ that died.” Who is he, then, that condemneth?
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
¿Quién es el que condenará? Cristo es el que murió; más aún, el que también resucitó, quien además está a la diestra de Dios, el que también intercede por nosotros.
Romanos 8:34
Conforme el alma es guiada y enseñada por el Espíritu, sigue al Señor a través de todos los diversos actos y sufrimientos de Su vida. El primer lugar al que el Espíritu Santo lleva al pobre pecador es la cruz de Jesús. Esa es la primera visión verdaderamente salvadora que obtenemos del Señor de la vida y de la gloria: el Espíritu Santo tomando al pobre pecador culpable, cargado con el peso de mil pecados, y llevándole al pie de la cruz, y abriéndole los ojos para ver allí al Hijo de Dios sangrando como sacrificio expiatorio por el pecado. Ser llevados allí por el poder del Espíritu Santo y recibir en nuestro corazón y conciencia ese bendito misterio del Hijo de Dios que sangra, sufre y agoniza, es el primer bendito descubrimiento con que Dios el Espíritu nos favorece.
Pero de allí pasamos a ver a Jesús durmiendo en el sepulcro; porque nosotros mismos hemos de morir, y necesitamos ver al Precursor que ha entrado en la tumba por nosotros. Necesitamos sentir que podemos acostarnos en la tumba, y ver ese lecho estrecho en el que un día será tendido nuestro cuerpo, perfumado en cierta medida por haber yacido Jesús allí antes que nosotros.
Y cuando hemos viajado de la cruz al sepulcro, damos entonces un paso más: a la resurrección del Señor de la vida y de la gloria. Al tercer día Le contemplamos por la fe saliendo del sepulcro en que yacía, levantándose en gloria y poder para nuestra justificación. Y así vemos en la resurrección del Señor Jesús la esperanza del alma de una bendita inmortalidad.
Pero no nos detenemos allí; conforme el Señor el Espíritu nos da ojos para ver y mueve nuestro corazón a sentir, avanzamos un paso más, es decir, a la ascensión del Señor de la vida y de la gloria; no deteniéndonos en la tierra (porque Él no se detuvo allí), sino subiendo para verle sentado a la diestra del Padre, como el Mediador entre Dios y los hombres, como el divino Intercesor, como la gloriosa Cabeza de la gracia, que comunica de Su propia plenitud dones y gracias a almas pobres y necesitadas que viven en una bancarrota diaria y de cada hora. Estas necesitan recibir continuamente de Su plenitud provisiones de vida, luz y gracia, para que sean guardadas en el camino en que el Señor ha puesto sus pies.
De modo que la ascensión del Señor Jesús a lo alto, y Su estar sentado a la diestra de Dios, cuando es recibida en la conciencia bajo el poder del Espíritu, no es una doctrina seca, no es un hueso muerto de un esqueleto marchito; sino que está tan unida a todos los sentimientos de nuestro corazón, a toda nuestra miseria y ruina, a toda nuestra desdicha, a toda nuestra culpa, a todas nuestras necesidades diarias, a todas nuestras necesidades de cada hora, que, cuando somos llevados por la enseñanza del Espíritu a mirar a este Mediador a la diestra del Padre, se convierte en una verdad llena de bendita dulzura y poder para el alma enseñada del cielo.
Al lector…
¿Quién le condenará, lector atribulado? Usted conoce su culpa, quizá miles de pecados, y cada día siente de nuevo su bancarrota. Deje, pues, que el Espíritu le conduzca por el camino que aquí se señala: primero a la cruz, donde el Hijo de Dios cuelga sangrando como expiación por el pecado; luego al sepulcro, que Él ha perfumado para los Suyos; luego a la resurrección, para la justificación de Su pueblo.
Y no se detenga allí, sino mire hacia arriba. Él está sentado a la diestra de Dios e intercede por los Suyos. No es una doctrina seca, sino una verdad que toca su profunda caída, sus necesidades diarias y cada momento de su vida. De Su plenitud comunica gracia a almas pobres y necesitadas. Si usted no tiene nada, Él lo tiene todo. “Cristo es el que murió.” ¿Quién es, pues, el que condenará?
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl