Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 4 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

1 februari Korenaren uit de volle oogst

Zij zullen komen met geween, en met smekingen zal Ik ze voeren.
Jeremia 31:9

Pas wanneer het God behaagd heeft de Geest van de genade en van de smekingen over ons uit te storten, kunnen wij Hem aanbidden zoals het behoort. Want God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in Geest en in waarheid. Ook kunnen wij zonder deze Geest niet de geestelijke offerande brengen die alleen door Hem, door Jezus Christus, kan worden aangenomen. Wanneer die Geest eenmaal gegeven en in het hart van een gelovige ontstoken is, kan Hij nooit worden uitgedoofd. Het is zoals met het vuur op het koperen altaar, dat eerst door de Heere Zelf uit de hemel gegeven werd, en waarover God Zelf dit gebod gaf: „Het vuur zal geduriglijk op het altaar brandende gehouden worden; het zal niet uitgeblust worden” (Lev. 6:13). Dit vuur mocht verflauwen en het mocht bedekt raken met de as van de offerande, maar het mocht nooit uitgaan door gebrek aan brandstof.

Zo kan het soms ook bij u zijn, alsof er nauwelijks een Geest van het gebed in uw boezem is. Soms kunt u zich zo volkomen ontbloot voelen van de Geest van het gebed en de smekingen, alsof u Zijn levende bewegingen en werkingen nooit gevoeld hebt. Maar door omstandigheden zult u Hem weer voelen ontwaken. U zult in bijzondere beproevingen gebracht worden, waarin u nergens anders uitkomst kunt vinden dan voor de troon van de genade. Of God zal in Zijn ontfermende genade Zijn eigen genadige Geest over uw ziel blazen en door Zijn levendmakende adem dat vuur doen opflikkeren. Ik wil niet zeggen ontbranden, want het was niet uitgedoofd: dat heilige vuur dat onder de as van de verdorvenheid begraven leek, die inwendige geest van het gebed die Hij u bij uw wedergeboorte gaf, en die nooit zal ophouden totdat hij verandert in eeuwige lof.

Aanbidt Hem need’rig al uw leven,
Hem, die in ’t heiligdom verheven,
een godd’lijk licht van zich verspreidt.
Leer, aarde, voor zijn majesteit,
leer voor zijn aangezichte beven!

Ps. 96:6

Aan de lezer…

Bestreden ziel, kent u die tijden waarin het lijkt alsof er geen gebed meer in u is? U knielt neer, maar uw hart is dor; u wilt roepen, maar er komt geen zucht. Dan vreest u dat de Geest van de genade en de smekingen van u geweken is, en dat het nooit echt geweest is. Ik ken die gestalte en spreek er eerlijk over: soms is het alsof het vuur helemaal is uitgegaan.

Maar het vuur op het altaar mocht verflauwen en onder de as bedekt raken; uitgaan mocht het nooit. Zo is het ook met de geest van het gebed die God Zelf in het hart van Zijn kind ontstoken heeft. Hij kan u door beproevingen opnieuw naar de troon van de genade drijven, of in Zijn ontferming met Zijn levendmakende adem het vuur doen opflikkeren. Wanhoop dus niet om uw dorheid. Hij Die u leerde smeken, laat Zijn werk niet varen. Hij zal u met geween en smekingen voeren, totdat het gebed verandert in eeuwige lof.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

1 februari 365 dagen met Philpot

De loopbaan lopen

Daarom dan ook, alzo wij zo groot een wolk der getuigen rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen alle last, en de zonde, die ons lichtelijk omringt, en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is.
Hebreeën 12:1

Door de genade in het hart kan iemand alle hindernissen die hem tegenwerken, aan. Hij breekt er dwars doorheen en ontdekt dat ze hem niet kunnen weerhouden van start te gaan. Hij legt de lasten af en begint aan de wedloop die voor hem is uitgezet. Als een hardloper die aan een wedstrijd begint, is hij eerst een en al vuur, vol kracht en energie. Zijn blik is op de kroon gericht en zijn voeten zijn onvermoeid; zo loopt hij ijverig verder. Maar na een tijd merkt hij dat hij nog niet iedere last heeft afgelegd, en naarmate zijn kracht afneemt, worden de lasten die hij draagt steeds hinderlijker.

Hij heeft de wereld nog niet helemaal opgegeven. Misschien heeft hij de wereld buiten hem afgeworpen, maar van de wereld in hem komt hij niet zo gemakkelijk af. Hij heeft uiterlijke zonden opzijgezet, die hem eens naar de aarde drukten en een blok aan zijn been waren, maar hij merkt dat hij de zonden vanbinnen niet zo gemakkelijk kwijtraakt. Wel kan hij door de genade ophouden met het bedrijven van uiterlijke zonden, maar er is nog steeds een boos hart dat telkens nieuwe gelegenheden en verlokkingen tot het kwaad voortbrengt.

Hij merkt ook dat hij deze lasten alleen door de genade kan afleggen. Alles wat geen genade is, is last; alles wat niet helpt, belemmert; en alles wat niet voortdrijft, houdt tegen. Zo ontdekt hij dat hij veel dingen moet afwerpen waarvan hij eerst niet voelde dat het lasten waren. Hij moet veel gewoonten, beginselen en diep gekoesterde afgoden opgeven, want hij merkt nu dat hij, als hij ze niet aflegt, er zo door belemmerd en gehinderd wordt dat hij zeker weet dat hij nooit zal overwinnen.

Hij begint te merken dat niet alleen de zonden in allerlei gedaanten in zijn hart, wanneer ze aan het licht komen en bevrediging eisen, lasten worden die een blok aan zijn been zijn. Ook zijn eigen kracht, wijsheid en gerechtigheid, zijn eigen besluiten en beloften, zijn eigen vleselijke vroomheid en menselijke heiligheid zijn zware lasten die hij moet afleggen.

Lezen: 2 Korinthe 6:11-7:1

Aan de lezer…

Herkent u het, waarde lezer? Eerst een en al vuur, de blik op de kroon, de voeten onvermoeid; en dan, na een tijd, de ontdekking dat er nog zoveel last is meegegaan. De uiterlijke zonden zijn misschien afgeworpen, maar het boze hart blijft nieuwe verlokkingen voortbrengen. En wat het zwaarst valt: ook uw eigen kracht, wijsheid en gerechtigheid, uw besluiten en beloften, blijken lasten te zijn die u hinderen in plaats van helpen.

Laat u daardoor niet ontmoedigen, alsof u achteruit bent gegaan. Het is juist een vrucht van genade dat u leert zien wat last is. Alles wat geen genade is, belemmert; daarom wordt u steeds armer in uzelf, zodat u rijker zou worden in Hem. Leg dan ook uw vleselijke vroomheid af, en loop niet langer op uw eigen beloften, maar alleen op de genade. Zij is het die u deed beginnen, en alleen zij kan u dragen tot aan het einde.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

1 februari Door Baca’s vallei

En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen; erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus.
Romeinen 8:17

Dit is de bijzondere zegen die alleen een kind van God geldt: de dood, die alle hoop en blijdschap van de kinderen van de mensen uitblust, brengt hem de vervulling van al zijn verwachtingen en de voltooiing van zijn volkomen geluk. Want de dood plaatst hem in het bezit van een onverderfelijke en onverwelkelijke erfenis, die in de hemelen bewaard wordt in de kracht van God, door het geloof tot de zaligheid. In dit leven hebben wij soms een voorproef van ons kindschap, zwak weliswaar en onderbroken, zodat het ons gaat zoals Hart zegt:

Ofschoon gij hier ontvangt niet veel
En schaars genoeg;
’t Is slechts een proef
Van ’t volle deel.

Toch zijn het onderpanden van de toekomstige erfenis. Dit leven is slechts een inleiding tot een beter leven. In dit leven zijn wij maar kinderen; wel erfgenamen, maar erfgenamen die nog minderjarig zijn. Maar in het toekomende leven, als wij werkelijk zijn wat wij belijden te zijn, namelijk zonen en dochters van de almachtige God, dan zullen wij in het volle bezit van de eeuwige erfenis gesteld worden.

En wat is die erfenis? Niets minder dan God Zelf. „Erfgenamen Gods”, zegt de apostel. Zoals de Heere tot Abraham zei: „Ik ben uw Schild en Loon zeer groot”, en zoals Hij van de Levieten zei: „Ik ben hun erfenis”, zo is God Zelf de erfenis van Zijn volk, ja, Hijzelf in al Zijn heerlijke volmaaktheden. Heel de liefde van God, de goedheid van God, de heiligheid van God, al Zijn gelukzaligheid, Zijn heil en zegen, al Zijn macht, majesteit en heerlijkheid, zoals die geopenbaard worden in de Persoon van Zijn geliefde Zoon, in alle lichtstralen van een eeuwige, onbewolkte dag: dat is de erfenis van de heiligen. Laten wij dan niet vertragen in het weldoen, en niet verflauwen of moe worden in het lopen van de loopbaan die ons is voorgesteld, met de prijs voor ogen. Laten wij door geloof en gebed volharden om de eeuwige en heerlijke kroon te behalen.

Aan de lezer…

Wie zijn deel hier beneden bekijkt, vindt het vaak klein en schaars. Lijkt het u ook zo? Hebt u slechts nu en dan een voorproef gesmaakt, zwak en onderbroken, en vreest u soms dat het daarbij blijft? Bedenk dan dat dit leven maar een inleiding is. Hier zijn Gods kinderen erfgenamen die nog minderjarig zijn; het volle deel ligt nog voor hen, bewaard in de hemelen in de kracht van God, door het geloof tot de zaligheid.

En wat is die erfenis? Niets minder dan God Zelf, in al Zijn liefde, goedheid, heiligheid en heerlijkheid, geopenbaard in de Persoon van Zijn geliefde Zoon. Waar de dood voor de wereld alle hoop uitblust, daar brengt hij een kind van God in het bezit van wat voor hem bewaard is. Word dan niet moe als de weg lang is. Volhard door geloof en gebed, en houd de prijs voor ogen. Hij Die u de voorproef gaf, zal u het volle deel niet onthouden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina