Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 2 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

1 januari Korenaren uit de volle oogst

Leer ons alzo onze dagen tellen, opdat wij een wijs harte bekomen.
Psalm 90:12

Als we terugzien op het jaar dat achter ons ligt, zijn er dan geen barmhartigheden die van ons een blijk van dank en dankzegging vragen? Het is fijn om de liefdevolle hand van de Heere te zien in Zijn voorzienigheid, maar het is nog veel fijner om Zijn hand uitgestrekt te zien in barmhartigheid. Letten wij dan zo weinig op de genadige hand van de Heere in de verschillende manieren waarop Hij met onze zielen omging, dat wij al die verstreken twaalf maanden zouden beschouwen als een onbeschreven blad? Alsof wij daarin nooit Zijn aangezicht hebben gezien, Zijn stem hebben gehoord of Zijn kracht hebben gevoeld? Liefdevol vraagt de Heere: „Ben Ik Israël een woestijn geweest? of een land der uiterste donkerheid?” (Jer. 2:31). Is Hij dat ook voor ons geweest, twaalf lange en vermoeiende maanden lang?

Wat! Was er onderweg dan geen hulp, geen teken ten goede, geen glans van Zijn licht, geen bezoek van Zijn tegenwoordigheid en macht, geen openbaring van Zijn goedheid in die lange en droevige tijd? Hoe verdrietig moet het zijn geweest voor een levende ziel, als zij zo lang door de Heere verlaten en aan zichzelf overgelaten is! Misschien zijn wij niet gezegend met bijzondere openbaringen van Christus, met duidelijke openbaringen van Zijn Persoon en werk, Zijn bloed en liefde, Zijn genade en heerlijkheid; want zulke bijzondere tijden zijn er niet veel. Maar hebben wij dan niet ondervonden dat Hij de Weg, de Waarheid en het Leven is?

Als wij werkelijk een persoonlijke en geestelijke gemeenschap hebben met de Zoon van God als ons levend Hoofd, dan zal er ook gemeenschap zijn vanuit Zijn volheid. Dan zal Hij in al onze behoeften voorzien, ons geloof, onze hoop en onze liefde doen opleven, ons steunen in beproevingen en ons verlossen uit aanvechtingen. Dan zal Zijn vreze in ons hart toenemen, en zal er dat voortgaande werk van genade zijn waardoor wij in staat worden gesteld een leven van geloof in de Zoon van God te leiden.

Helaas, het best van onze beste dagen
Baart dikwijls smart, geeft dikwijls stof tot klagen;
Daar zorg, verdriet en jammerlijke plagen
Steeds, beurt om beurt, de matte ziel doorknagen.
De levensdraad wordt schielijk afgesneên;
Wij schenen sterk, en ach, wij vliegen heen.

Psalm 90:6

Aan de lezer…

Hoe vaak ziet een hart aan het begin van een nieuw jaar meer naar het verlies dan naar de winst! Staat u ook zo aan het begin van dit jaar? Kijkt u terug op twaalf maanden en lijkt het u een onbeschreven blad, alsof de Heere aan u voorbijging? Sta dan even stil voordat u tot die conclusie komt. Hij Die vraagt: „Ben Ik Israël een woestijn geweest?”, vraagt het ook aan u. Hij vraagt het niet om u iets te verwijten, maar om u te laten gedenken. Was er niet een woord dat u staande hield, een zucht die verhoord werd, een uur waarin de last lichter werd zonder dat u wist waarom?

Zulke kleine tekenen ten goede zijn geen toeval; het zijn de voetstappen van de goede Herder langs de weg. En ook als u weinig van Zijn aangezicht hebt gezien, is Hij daarom niet minder de Weg, de Waarheid en het Leven voor een arme, behoeftige ziel. Leer dan uw dagen tellen, niet met angst, maar met de bede dat Hij u in dit nieuwe jaar uit Zijn volheid zal vervullen. Hij Die u tot hiertoe gedragen heeft, zal u niet loslaten.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

1 januari 365 dagen met Philpot

Leer mij Uw paden

Heere! Maak mij Uw wegen bekend, leer mij Uw paden.
Psalm 25:4

Alleen al het feit dat de psalmist deze woorden uit de grond van zijn hart uitspreekt, laat zien dat hij er zelf sterk van overtuigd was dat de mens volkomen onmachtig is om zonder Goddelijk onderricht Gods wegen te doorgronden. Evenmin kan de mens ze uit zichzelf ontvangen met die instemming en berusting waardoor alleen wij hun schoonheid en zaligheid deelachtig kunnen worden. Want als hij de aangeboren kracht en wijsheid had bezeten om deze kennis in zijn eigen ziel aan te brengen, dan zou het op zijn best huichelachtig zijn geweest om God te vragen dit voor hem te doen.

Maar hij was er vanuit diepe en pijnlijke ervaring sterk van overtuigd dat Gods wegen, zoals de Heilige Schrift zegt, buiten zijn gezichtsveld liggen. „Uw weg”, zegt hij elders, „was in de zee, en Uw pad in grote wateren, en Uw voetstappen werden niet bekend” (Ps. 77:20). Hij besefte heel goed dat er van nature een sluier van onwetendheid en blindheid over zijn ogen lag, die de hemelse wegen aan zijn blik onttrok. Daarom wist hij dat hij alleen, als het God behaagde hem die wegen te tonen, enigszins in staat was ze te zien of ze als Gods wegen te aanvaarden. Alleen dan kon hij hun zaligheid innerlijk enigszins waarderen, of zich ervoor buigen en erin berusten wanneer ze zijn eigen natuurlijke gedachten en neigingen doorkruisten.

Gods wegen zijn dus in de eerste plaats wegen van oneindige wijsheid. Ze kunnen niets anders zijn. Hoe beoordelen we iemands wijsheid? Door de woorden die hij spreekt, maar vooral door de daden die hij doet. Gods wegen moeten wegen van oneindige wijsheid zijn, omdat Hij de oneindig wijze God is. Maar Zijn wijsheid staat lijnrecht tegenover die van onszelf. Daarom lezen we: „de wijsheid dezer wereld is dwaasheid bij God” (1 Kor. 3:19), en we lezen ook dat de wijsheid van God dwaasheid is in de ogen van de wereld.

Maar hoewel op deze wegen de kenmerken van oneindige wijsheid gestempeld zijn, is die wijsheid zo, dat de wegen buiten het gezicht van de mens liggen. Dat blijft zo totdat ze binnen het bereik van zijn geestelijke blik worden gebracht, en de wijsheid die erop gestempeld is en erin aanwezig is, door Goddelijk onderricht aan zijn ziel wordt bekendgemaakt. Om de wijsheid van Gods wegen te begrijpen, moeten we zelf deel hebben aan de Goddelijke wijsheid, zoals de apostel zegt: „Maar wij hebben de zin van Christus” (1 Kor. 2:16). Daarom kunnen we alleen deel hebben aan de wijsheid van Gods wegen als we de zin van Christus hebben en enige wijsheid van boven bezitten.

Lezen: Psalm 25

Aan de lezer…

Misschien hebt u ook moeten leren dat u Gods wegen niet uit uzelf kunt doorgronden. De psalmist bad niet uit gewoonte: „Heere, maak mij Uw wegen bekend”; hij bad zo omdat hij uit diepe en pijnlijke ervaring wist dat er van nature een sluier van onwetendheid en blindheid over zijn ogen lag. Had hij die kennis zelf in zijn ziel kunnen aanbrengen, dan was zijn gebed huichelachtig geweest.

Misschien staat u nu voor een weg die u onbegrijpelijk is, een weg in de zee, waarvan u de voetstappen niet ziet. Weet dan dat Gods wegen altijd wegen van oneindige wijsheid zijn, ook wanneer die wijsheid in uw ogen dwaasheid lijkt. Wat ons verstand niet kan, kan Hij door Zijn onderricht geven. Bid daarom om de zin van Christus, opdat u Zijn wegen niet alleen mag zien, maar u er ook voor mag buigen en erin mag berusten.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

1 januari Door Baca’s vallei

Houdende mijn gangen in Uw sporen, opdat mijn voetstappen niet zouden wankelen.
Psalm 17:5

Zonder op een twijfelachtige of bijgelovige manier stil te staan bij dagen, maanden en jaren, zijn er over het algemeen maar weinigen onder ons die zo’n gewichtig moment als het aanbreken van een nieuw jaar op ons levenspad voorbij laten gaan zonder er tegenover God of mensen iets van te erkennen. Wanneer wij op de eerste morgen van het jaar onze ogen openen, zeggen wij heel gewoon: „Het is vandaag Nieuwjaarsdag.” Maar dat zou niet de enige opmerking moeten zijn die wij maken over het pas begonnen jaar, waarvan wij immers het einde niet kunnen overzien. Wanneer wij onze knieën buigen voor de troon van de genade, brengen wij daar onze dankbare erkenning voor de weldaden die ons het afgelopen jaar geschonken zijn, zowel in de voorzienigheid als in de genade. En wij zenden ernstige gebeden op om in het begonnen jaar bijzondere weldaden te mogen ervaren en genieten. Op de laatste avond van het afgelopen jaar getuigden onze belijdenissen van de vele, vele zware zonden, omzwervingen, afwijkingen en het verlaten van de levende God in het vervlogen jaar. Deze morgen daarentegen getuigen onze smeekbeden ervan dat wij genade vragen, dat onze gangen in Zijn sporen gehouden mogen worden, opdat onze voetstappen niet zouden wankelen.

Tranen passen het best bij de begrafenis van de doden, hoop en wensen bij de geboorte van de levenden. Het afgelopen jaar was als de gestorven vader, afgetakeld door ouderdom en zwakheid; het nieuwe jaar is het pasgeboren kind in de armen van de lachende kraamverzorgster. De eerste dag van het nieuwe jaar verschilt uiterlijk maar weinig van de laatste dag van het vorige jaar, de laatste van de voorgaande dagen. Het is nog midden in de winter. Maar het peinzende, biddende gemoed let maar weinig op het winterweer. Het ziet dat het oude, versleten jaar in zijn graf is weggezonken, met al zijn beproevingen en verdrukkingen, en dat er een nieuw jaar voor in de plaats gekomen is, met nieuwe verwachtingen en nieuwe weldaden. En mocht het nieuwe beproevingen brengen, dan blijft de belofte van kracht dat er nieuwe ondersteuning gegeven zal worden om die te overwinnen.

Verkwikt en versterkt door zulke oefeningen van gemeenschap met de God van alle genade aan de troon van de genade, gaan wij onze familieleden ontmoeten, en meteen worden wij van alle kanten begroet met: „Ik wens u een gelukkig Nieuwjaar”. Die groet beantwoorden wij evengoed met hartelijkheid en genegenheid. Bijna iedere vriend, bijna iedere bekende die wij in de loop van de dag ontmoeten, groet ons met dezelfde hartelijke wens. Nu kan er in dit alles veel uiterlijke schijn, lippenwerk of gewoonte zitten, maar er kan ook veel oprechtheid, vriendelijkheid en genegenheid in zijn. Wij zijn werkelijk niet zo in ons ellendige eigen ik gekeerd, dat wij onze familieleden en vrienden, en ook onze bekenden, geen gezondheid en welzijn zouden toewensen, zowel naar het tijdelijke als naar het geestelijke. En wanneer wij hun het goede toewensen, hoeven wij ons niet terughoudend of afkerig te tonen om dat in een paar vriendelijke woorden uit te spreken.

„Zijt vreedzaam onder elkander”, „barmhartig, vriendelijk”, „niet hooghartig”, „indien het mogelijk is, zoveel in u is, houdt vrede met alle mensen”: dit zijn voorschriften die in het Evangelie gegrond zijn. Zij mogen, ja, moeten zelfs beoefend worden, zonder ook maar iets op te offeren van de trouw die past bij hen die dagelijks in de vreze Gods willen wandelen. Er kan een voorbeeld zijn van vriendelijke woorden, net zo goed als een voorbeeld van gezonde woorden. Als wij de gezonde woorden gebruiken in volkomen overeenstemming met de leer van het Evangelie, dan mogen wij de vriendelijke woorden gebruiken in volkomen overeenstemming met de geest van het Evangelie.

Aan de lezer…

Er zijn tijden die om een bijzondere bede vragen, en nu er een nieuw jaar voor u ligt waarvan u het einde niet kunt overzien, is zo’n tijd gekomen. Met welke bede gaat u het in? Achter u liggen vele zonden, omzwervingen en afwijkingen; voor u liggen wegen die u niet kent. U weet hoe gemakkelijk uw voet uitglijdt en hoe snel uw hart afdwaalt. Breng dat alles eerlijk voor de troon van de genade, en zeg de dichter na: „Houdende mijn gangen in Uw sporen, opdat mijn voetstappen niet zouden wankelen.”

Want het oude jaar is met zijn beproevingen in het graf gezonken, en als het nieuwe jaar nieuwe beproevingen brengt, blijft de belofte van kracht dat er nieuwe ondersteuning gegeven zal worden. En wanneer u dan uw naasten tegemoetgaat, groet hen met oprechte, vriendelijke woorden. Wie zelf genade nodig heeft, mag ook een ander van harte het goede toewensen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina