Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

365 dagen met Philpot

9 maart

Het gebed van Salomo

Vandaag

3 min. lezen

Wanneer ook Uw volk Israël voor het aangezicht des vijands zal geslagen worden, omdat zij tegen U gezondigd zullen hebben, en zij zich bekeren, en Uw Naam belijden, en voor Uw aangezicht in dit huis bidden en smeken zullen, hoor Gij dan uit de hemel, en vergeef de zonden van Uw volk Israël.
2 Kronieken 6:24-25

Het eerste geval waarin Salomo de Heere nederig om barmhartigheid vraagt, is: „Wanneer ook Uw volk Israël voor het aangezicht des vijands zal geslagen worden, omdat zij tegen U gezondigd zullen hebben” (vs. 24). Hoe vaak worden wij voor het aangezicht van de vijand geslagen! Vijanden hebben we zeker, en we moeten ze ook hebben als we de weg gaan die naar de heerlijkheid leidt, want: „Allen, die godzaliglijk willen leven in Christus Jezus, die zullen vervolgd worden” (2 Tim. 3:12).

Maar de grootste vijand met wie we te maken krijgen, is de vijand van het eigen ik. Misschien hebt u veel vijanden; maar weinigen hebben er geen. Toch is geen vijand zo listig, zo gevaarlijk, zo onvermoeibaar en altijd zo dichtbij als de vijand die u in uw eigen borst meedraagt. Iemand kan zichzelf in vijf minuten meer kwaad doen dan al zijn vijanden samen in vijftig jaar zouden kunnen. Het eigen ik is daarom de grootste en ergste vijand van een mens, en zal dat altijd blijven. En hoe vaak worden we voor het aangezicht van deze vijand geslagen!

Het eigen ik krijgt de overhand. Hoogmoed, hebzucht of vleselijke begeerten, zinnelijkheid en wereldsgezindheid, ongeloof, een bepaald kwaad of een zonde die ons gemakkelijk omringt, overwinnen een tijdlang de ziel. Dan worden we voor het aangezicht van de vijand geslagen. Salomo heeft de juiste reden genoemd waarom we „voor het aangezicht des vijands worden geslagen”. Als we op onze wachttoren stonden, sterk in genade en geloof, zouden we overwinnen. Maar al te vaak worden Gods kinderen voor het aangezicht van de vijand geslagen „omdat zij tegen U gezondigd hebben”.

We hoeven geen enkele vijand te vrezen, tenzij we onszelf eerst verzwakken door tegen God te zondigen. Daardoor worden we geslagen voor het aangezicht van de drie machtigste vijanden: de wet, het geweten en de duivel. Als er geen zonde was, zou de wet onze vijand niet zijn; als de wet niets kon vinden om ons te veroordelen, zouden we nooit voor haar aangezicht geslagen worden. Is een schuldig geweten, hoewel in één opzicht onze vriend, niet in een ander opzicht onze vijand? Maar zou een schuldig geweten macht over ons kunnen hebben, of zouden we ooit voor het aangezicht van deze vijand geslagen kunnen worden, als we niet tegen God gezondigd hadden?

Lezen: 2 Kronieken 6:12-28

Aan de lezer…

Misschien vraagt u zich af wie uw grootste vijand is. Niet de wereld, niet de mensen die u tegenstaan, maar die vijand die u in uw eigen borst meedraagt. Hoe vaak hebt u al ervaren dat hoogmoed, wereldsgezindheid, ongeloof of een omringende zonde het een tijd van u won, en u voor het aangezicht van de vijand geslagen werd? Het is pijnlijk dat te erkennen, maar Salomo noemt de oorzaak eerlijk: omdat wij tegen de Heere gezondigd hebben.

Toch staat er in deze bede niet alleen een oorzaak, maar ook een weg terug. Wet, geweten en duivel hebben alleen macht over ons waar de zonde hun die macht geeft. Laat het u dan uitdrijven naar Hem Die de zonde wegneemt. Hij, Die beloofde het gebed in het huis des gebeds te horen, hoort ook nu de zucht van een geslagen ziel. Zoek uw kracht niet in uzelf, maar in Zijn genade, want alleen daar staat u sterk.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl