October 4
En het gebrokene zal Ik verbinden.
Ezechiël 34:16
Bijzondere ziekten eisen bijzondere middelen; maar hier is een algemeen geneesmiddel, een huismiddel. De Heere heeft niet alleen sterke middelen voor gevaarlijke kwalen, maar in de Goddelijke Apotheek heeft Hij versterkende en opwekkende middelen. „Ondersteunt gijlieden mij met de flessen, versterkt mij met de appelen; want ik ben krank van de liefde”, roept de Bruid. Zij was bezwijmd en had behoefte aan een opwekkend middel om haar te herstellen.
Zo kan een arme bezwijmende ziel komen om het Evangelie te horen prediken, of haar Bijbel openslaan, en zeggen: „Wat is hier voor mij? Wanneer ik een diepe ervaring hoor beschrijven, schijnt deze mij geheel af te snijden, als zijnde te diep voor mij; en wanneer ik van grote openbaringen hoor, dan snijden ook deze mij af, want zij zijn mij te hoog. Zo schijn ik een vreemdeling te zijn, een verdoolde, die noch kan duiken, noch vliegen, noch zinken, noch rijzen.” Wel, gij zijt ziek; een kranke gelijk in een gasthuis, lijdende aan een krankheid waarvoor de geneesheren stilstaan.
Eindelijk zegt er een, vernuftiger dan zijn ambtgenoten: „Er is geen bijzondere ziekte. Maar de man lijdt, gelijk zovelen in onze gasthuizen, aan gebrek aan voeding, stervende van uitputting. Er moet beter bloed in hem gebracht worden. Hij moet goed vlees en wijn hebben, en een leefregel waardoor hij steeds gevoed wordt, teneinde op deze wijze zijn krachten te herstellen en een nieuw leven in zijn lichaam te brengen.” Zo doet ook de grote Geneesheer Jehova-rophi. „Ik zal het gebrokene verbinden”, versterken, die ziek was.
Het bloed en de gerechtigheid van Jezus, dat vlees hetwelk waarlijk spijs, en dat bloed hetwelk waarlijk drank is, worden de hongerigen gegeven, om hen als met een hemels versterkend middel te doen herleven. Er is balsem in Gilead; daar is ook een Geneesheer; naar die balsem en die Geneesheer zoeken de zielen die krank zijn van de zonden. Zo gij in waarheid zo krank zijt, dan kunt gij er staat op maken: er is een middel in de familie-apotheek. Het is nog niet gevonden, althans gij kunt het niet vinden, maar er is een middel bedacht door oneindige wijsheid en bereid door eeuwige liefde. Het is het enige middel. En wanneer gij dit neemt, zult gij met David in de vreugde uws harten kunnen zeggen: „Loof de Heere, mijn ziel! en al wat binnen in mij is Zijn heilige Naam!”
Ps. 143:11
Aan de lezer…
Wie als een bezwijmende ziel de Bijbel openslaat, zucht: „Wat is hier voor mij?” Bent u zo’n ziel? Snijden de diepe ervaringen van anderen u af, en zijn hun hoge openbaringen u te hoog, zodat u zich een vreemdeling voelt, die noch kan zinken noch rijzen? Dan bent u niet zonder hoop, maar ziek, en wel ziek van gebrek aan voeding. Uw kwaal is niet zo bijzonder dat de grote Geneesheer er geen middel voor heeft.
In Zijn apotheek ligt een middel, bedacht door oneindige wijsheid en bereid door eeuwige liefde: het vlees van Jezus, dat waarlijk spijs is, en Zijn bloed, dat waarlijk drank is. Dat wordt juist de hongerigen gegeven. Er is balsem in Gilead, en daar is een Geneesheer. Zoek Hem dan, u die krank bent van de zonden. Hij heeft gezegd: „Het gebrokene zal Ik verbinden”, en Hij zal het doen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En het gebrokene zal Ik verbinden.
Ezechiël 34:16
Bijzondere ziekten vragen om bijzondere middelen, maar hier is een algemeen geneesmiddel, een huismiddel. De Heere heeft niet alleen sterke middelen voor gevaarlijke kwalen, maar in de Goddelijke apotheek heeft Hij ook versterkende en opwekkende middelen. „Ondersteunt gijlieden mij met de flessen, versterkt mij met de appelen; want ik ben krank van de liefde”, roept de bruid. Zij was bezwijmd en had een opwekkend middel nodig om weer op krachten te komen.
Zo kan een arme, bezwijmende ziel komen om het Evangelie te horen prediken, of haar Bijbel openslaan, en zeggen: „Wat is hier voor mij? Als ik een diepe ervaring hoor beschrijven, lijkt die mij helemaal buiten te sluiten, omdat zij te diep voor mij is; en als ik van grote openbaringen hoor, sluiten ook die mij buiten, want zij zijn mij te hoog. Zo lijk ik een vreemdeling, een verdwaalde, die niet kan duiken en niet kan vliegen, niet kan zinken en niet kan rijzen.” Welnu, u bent ziek. U bent als een zieke in een ziekenhuis, die lijdt aan een kwaal waar de artsen geen raad mee weten.
Ten slotte zegt er een, die schranderder is dan zijn collega’s: „Er is geen bijzondere ziekte. Deze man lijdt, zoals zovelen in onze ziekenhuizen, aan gebrek aan voeding; hij sterft van uitputting. Er moet beter bloed in hem komen. Hij moet goed vlees en wijn hebben, en een leefregel waardoor hij steeds gevoed wordt, om zo zijn krachten te herstellen en nieuw leven in zijn lichaam te brengen.” Zo doet ook de grote Geneesheer, Jehova-rophi. „Ik zal het gebrokene verbinden”, en versterken wie ziek was.
Het bloed en de gerechtigheid van Jezus, dat vlees dat waarlijk spijs is en dat bloed dat waarlijk drank is, worden aan de hongerigen gegeven, om hen als met een hemels versterkend middel te doen herleven. Er is balsem in Gilead, en daar is ook een Geneesheer. Naar die balsem en die Geneesheer zoeken de zielen die krank zijn van de zonden. Als u werkelijk zo krank bent, kunt u erop rekenen: er is een middel in de huisapotheek.
Het is nog niet gevonden, of in elk geval kunt u het niet vinden, maar er is een middel bedacht door oneindige wijsheid en bereid door eeuwige liefde. Het is het enige middel. En wanneer u het neemt, zult u met David in de vreugde van uw hart kunnen zeggen: „Loof de Heere, mijn ziel! en al wat binnen in mij is Zijn heilige Naam!”
Ps. 143:11
Aan de lezer…
Wie als een bezwijmende ziel de Bijbel openslaat, zucht: „Wat is hier voor mij?” Bent u zo’n ziel? Sluiten de diepe ervaringen van anderen u buiten, en zijn hun hoge openbaringen u te hoog, zodat u zich een vreemdeling voelt die niet kan zinken en niet kan rijzen? Dan bent u niet zonder hoop, maar ziek, en wel ziek van gebrek aan voeding. Uw kwaal is niet zo bijzonder dat de grote Geneesheer er geen middel voor heeft.
In Zijn apotheek ligt een middel, bedacht door oneindige wijsheid en bereid door eeuwige liefde: het vlees van Jezus, dat waarlijk spijs is, en Zijn bloed, dat waarlijk drank is. Dat wordt juist aan de hongerigen gegeven. Er is balsem in Gilead, en daar is een Geneesheer. Zoek Hem dan, u die krank bent van de zonden. Hij heeft gezegd: „Het gebrokene zal Ik verbinden”, en Hij zal het doen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And will bind up that which was broken, and will strengthen that which was sick.
Ezekiel 34:16
Peculiar maladies require peculiar remedies; but here is a general remedy, a family medicine. The Lord not only has strong remedies for desperate diseases; but in the divine medicine chest He has His restoratives and cordials. “Strengthen me with raisins, refresh me with apples,” cries the Bride, “for I am faint with love.” She was in a swoon, and needed a reviving cordial to restore her. So a poor fainting soul may come to hear the preached gospel, or may open his Bible, and say, “What is here for me? When I hear any deep experience described, that seems to cut me off as too deep; and when I hear great manifestations entered into, that cuts me off as too high. So I seem to be a strange being, a peculiar out-of-the-way creature, that can neither dive nor fly, sink nor rise.”
Well, you are sick; you are like one in a hospital, ill of a malady that puzzles all the doctors. At last, one more skillful than his brethren, says, “There is no peculiar disease. But the man, like many of our London patients, is suffering from lack of nourishment, dying from sheer exhaustion. He needs better blood put into him. He must have some good food and wine, and a nourishing diet to recruit his strength and put new life into his body.” Thus acts the great Physician—Jehovah-rophi. “I will strengthen the sick.” The blood and righteousness of Jesus—that flesh which is food indeed, and that blood which is drink indeed, is given to the hunger-bitten wretch to revive him as with a heavenly cordial.
There is balm in Gilead; there is a Physician there; to that balm and to that Physician sin-sick souls seek. If you have a real case, you may depend upon it, there is a remedy in the family medicine chest. It is not found out yet, at least you may not have found it, but there is a drawer, and in that drawer there is a draught devised by infinite wisdom and compounded by everlasting love. It is indeed a remedy such as no learned physician of the school of the pharisees ever prescribed, or an apothecary wise in his own conceit ever compounded; but yet the very thing, the very thing. And when that drawer is opened and the draught brought out, and you take it, you will be able to say with David in the joy of your heart, “Bless the Lord, O my soul, and all that is within me, bless His holy Name.”
To the reader…
Whoever opens the Bible as a fainting soul sighs, “What is here for me?” Are you such a soul? Do the deep experiences of others shut you out, and are their great manifestations too high for you, so that you feel a stranger who can neither sink nor rise? Then you are not without hope, but sick, and sick from lack of nourishment. Your malady is not so peculiar that the great Physician has no remedy for it.
In His medicine chest lies a draught devised by infinite wisdom and compounded by everlasting love: the flesh of Jesus, which is food indeed, and His blood, which is drink indeed. It is given to the very ones who hunger. There is balm in Gilead, and there is a Physician there. Seek Him, then, you who are sick of sin. He has said, “I will bind up that which was broken,” and He will do it.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y ligaré la perniquebrada, y corroboraré la enferma.
Ezequiel 34:16
Las dolencias particulares requieren remedios particulares; pero aquí hay un remedio general, una medicina de familia. El Señor no solo tiene remedios fuertes para enfermedades desesperadas, sino que en el botiquín divino tiene también Sus reconstituyentes y cordiales. “Sustentadme con frascos, corroboradme con manzanas; porque estoy enferma de amor”, clama la Esposa. Estaba desmayada y necesitaba un cordial que la reanimara. Así un alma pobre y desfallecida puede venir a oír el evangelio predicado, o abrir su Biblia, y decir: “¿Qué hay aquí para mí? Cuando oigo describir alguna experiencia profunda, parece excluirme por ser demasiado profunda; y cuando oigo hablar de grandes manifestaciones, eso me excluye por ser demasiado alto. Así parezco un ser extraño, una criatura singular y fuera de lo común, que no puede ni sumergirse ni volar, ni hundirse ni elevarse”.
Pues bien, usted está enfermo; es como uno que está en un hospital, aquejado de una dolencia que desconcierta a todos los médicos. Por fin, uno más hábil que sus colegas dice: “No hay ninguna enfermedad particular. Sino que este hombre, como muchos de nuestros pacientes de Londres, sufre de falta de alimento; se está muriendo de puro agotamiento. Necesita que se le ponga mejor sangre. Tiene que tomar buena comida y vino, y una dieta nutritiva que le devuelva las fuerzas y ponga nueva vida en su cuerpo”. Así obra el gran Médico, Jehová-rafa. “Corroboraré la enferma”. La sangre y la justicia de Jesús, esa carne que es verdaderamente comida y esa sangre que es verdaderamente bebida, se dan al desdichado consumido por el hambre para reanimarlo como con un cordial celestial.
Hay bálsamo en Galaad; hay allí Médico; a ese bálsamo y a ese Médico acuden las almas enfermas de pecado. Si su caso es real, puede estar seguro de que hay un remedio en el botiquín de la familia. Aún no se ha descubierto, al menos puede que usted no lo haya hallado, pero hay un cajón, y en ese cajón hay una poción ideada por la sabiduría infinita y preparada por el amor eterno. Es en verdad un remedio como ningún médico docto de la escuela de los fariseos recetó jamás, ni ningún boticario sabio en su propia opinión preparó nunca; pero es justamente lo que hace falta, justamente eso. Y cuando se abre ese cajón y se saca la poción, y usted la toma, podrá decir con David, en el gozo de su corazón: “Bendice, alma mía, a Jehová; y bendigan todas mis entrañas Su santo Nombre”.
Al lector…
Quien abre la Biblia como alma desfallecida suspira: “¿Qué hay aquí para mí?”. ¿Es usted una de esas almas? ¿Le excluyen las experiencias profundas de otros, y son sus grandes manifestaciones demasiado altas para usted, de modo que se siente un extraño que no puede ni hundirse ni elevarse? Entonces no está sin esperanza, sino enfermo, y enfermo por falta de alimento. Su dolencia no es tan particular que el gran Médico no tenga remedio para ella.
En Su botiquín hay una poción ideada por la sabiduría infinita y preparada por el amor eterno: la carne de Jesús, que es verdaderamente comida, y Su sangre, que es verdaderamente bebida. Se da precisamente a los que tienen hambre. Hay bálsamo en Galaad, y hay allí Médico. Búsquele, pues, usted que está enfermo de pecado. Él ha dicho: “Ligaré la perniquebrada”, y lo hará.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl