September 28
Maar nu zijn zij begerig naar een beter, dat is, naar het hemelse. Daarom schaamt zich God hunner niet, om hun God genaamd te worden; want Hij had hun een stad bereid.
Hebreeën 11:16
Door een beter land te begeren, wilden die pelgrims iets hemels; iets dat smaakte, geurde en riekte naar God en gegeven was van God; een hemelse godsdienst; een geestelijk geloof; een genadige hoop en een liefde door de Heilige Geest in het hart uitgestort; iets dat van de hemel kwam en naar de hemel voerde; dat hemelse gevoelens, hemelse gewaarwordingen, hemelse vreugde, hemelse blijdschap schonk, waardoor het hart werd gereinigd van de liefde tot de zonde, vleselijkheid en wereldsgezindheid, doordat ze iets zoeters te smaken, meer te beminnen en heiliger te genieten hadden. Het zijn die hemelse bezoeken, dat indruipen van de gunst, de goedheid en de genade Gods in de ziel, waardoor zij levend gehouden wordt te midden der dodigheid; die haar verzoeten te midden van al het bittere, haar schragen te midden van haar zinken en haar verhinderen te verdrinken, ofschoon zij worstelt met vele wateren.
Een vleselijk gemoed heeft geen smaak voor hemelse dingen; geen zoete vreugde in het Woord van God; geen genoegen in de Heere Jezus, zoals Hij Zich in het Woord heeft geopenbaard; geen genoegen in de stille overdenkingen der binnenkamer, in het onderzoeken der Schriften, in gemeenschap met God, of zelfs in de omgang met God, of zelfs in de omgang met Gods volk. Er moet een hemels beginsel zijn in de ziel, om hemelse dingen te verstaan, te genieten en er zich in te verheugen. De Heilige Geest moet in ons een nieuw hart, een nieuwe natuur hebben gewerkt, in staat om hemelse dingen te verstaan, te genieten en er zich in te verheugen, daar zij alles in zich bevatten wat lieflijk en kostbaar voor de ziel is.
Zij waren daarom begerig naar een beter vaderland, dat is, naar een hemelse stad; een stad die fundamenten heeft, welker Bouwmeester God is; waar lieflijkheden zijn aan Gods rechterhand eeuwig en altoos; waar de zuivere rivier van het water des levens altijd vloeit; waar de boom groeit waaraan bladeren gevonden worden tot genezing der volkeren; zulk een stad als Johannes beschrijft in het boek der Openbaring, waar alles geluk, harmonie en vrede is.
Ps. 119:1
Aan de lezer…
Weet u eigenlijk wat u begeert? Bent u tevreden met een godsdienst die naar de aarde smaakt, of hongert u naar iets wat geurt en riekt naar God, iets wat van de hemel komt en naar de hemel voert? Misschien voelt u uw dodigheid, uw zinken, uw worstelen met vele wateren, en vreest u dat er geen hemels beginsel in u is. Maar wie in de stille binnenkamer, in de Schriften en in de Heere Jezus iets zoeters zoekt dan de wereld kan geven, die heeft dat verlangen niet van zichzelf.
Het zijn de hemelse bezoeken, het indruipen van Gods gunst en goedheid, die uw ziel levend houden, haar verzoeten in het bittere en haar verhinderen te verdrinken. Laat uw hart dan uitgaan naar de stad die fundamenten heeft, waar de rivier van het water des levens altijd vloeit. Want van zulke pelgrims schaamt God Zich niet; Hij heeft hun een stad bereid.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Maar nu zijn zij begerig naar een beter, dat is, naar het hemelse. Daarom schaamt zich God hunner niet, om hun God genaamd te worden; want Hij had hun een stad bereid.
Hebreeën 11:16
Door een beter land te begeren, wilden die pelgrims iets hemels: iets dat smaakte, geurde en rook naar God en dat van God gegeven was. Zij wilden een hemelse godsdienst, een geestelijk geloof, een genadige hoop en een liefde die door de Heilige Geest in het hart is uitgestort. Zij wilden iets dat van de hemel kwam en naar de hemel leidde. Het schonk hemelse gevoelens, hemelse gewaarwordingen, hemelse vreugde en hemelse blijdschap, waardoor het hart werd gereinigd van de liefde tot de zonde, van vleselijkheid en wereldsgezindheid, omdat zij iets zoeters te smaken, iets om meer lief te hebben en iets heiligers te genieten hadden. Het zijn die hemelse bezoeken, dat indruppelen van de gunst, de goedheid en de genade van God in de ziel, waardoor zij levend gehouden wordt te midden van de doodheid. Zij verzoeten haar te midden van al het bittere, zij schragen haar wanneer zij wegzinkt en zij verhinderen dat zij verdrinkt, ook al worstelt zij met vele wateren.
Een vleselijk gemoed heeft geen smaak voor hemelse dingen. Het heeft geen zoete vreugde in het Woord van God, geen genoegen in de Heere Jezus zoals Hij Zich in het Woord heeft geopenbaard, geen genoegen in de stille overdenkingen in de binnenkamer, in het onderzoeken van de Schriften, in gemeenschap met God, of zelfs in de omgang met God, of zelfs in de omgang met Gods volk. Er moet een hemels beginsel in de ziel zijn om hemelse dingen te verstaan, te genieten en zich erin te verheugen. De Heilige Geest moet in ons een nieuw hart, een nieuwe natuur gewerkt hebben, die in staat is hemelse dingen te verstaan, te genieten en zich erin te verheugen, omdat zij alles in zich bevatten wat lieflijk en kostbaar is voor de ziel.
Daarom verlangden zij naar een beter vaderland, dat is: naar een hemelse stad. Een stad die fundamenten heeft, waarvan God de Bouwmeester is; waar lieflijkheden zijn aan Gods rechterhand, eeuwig en altoos; waar de zuivere rivier van het water des levens altijd stroomt; waar de boom groeit waarvan de bladeren zijn tot genezing van de volken. Het is zo’n stad als Johannes beschrijft in het boek Openbaring, waar alles geluk, harmonie en vrede is.
Ps. 119:1
Aan de lezer…
Weet u eigenlijk wat u begeert? Bent u tevreden met een godsdienst die naar de aarde smaakt, of hongert u naar iets wat geurt en ruikt naar God, iets wat van de hemel komt en naar de hemel leidt? Misschien voelt u uw doodheid, uw wegzinken, uw worstelen met vele wateren, en vreest u dat er geen hemels beginsel in u is. Maar wie in de stille binnenkamer, in de Schriften en in de Heere Jezus iets zoeters zoekt dan de wereld kan geven, heeft dat verlangen niet van zichzelf.
Het zijn de hemelse bezoeken, het indruppelen van Gods gunst en goedheid, die uw ziel levend houden, haar verzoeten in het bittere en haar verhinderen te verdrinken. Laat uw hart dan uitgaan naar de stad die fundamenten heeft, waar de rivier van het water des levens altijd stroomt. Want voor zulke pelgrims schaamt God Zich niet; Hij heeft hun een stad bereid.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
But now they desire a better country, that is, an heavenly: wherefore God is not ashamed to be called their God: for He hath prepared for them a city.
Hebrews 11:16
In desiring a better country these ancient pilgrims wanted something heavenly, something that tasted of God, savored of God, smelt of God, and was given of God—a heavenly religion, a spiritual faith, a gracious hope, and a love shed abroad in the heart by the Holy Spirit—something which came from heaven and led to heaven; which gave heavenly feelings, heavenly sensations, heavenly delights, and heavenly joys, whereby the heart was purified from the love of sin, carnality, and worldliness by having something sweeter to taste, better to love, and more holy to enjoy.
It is these heavenly visitations, droppings-in of the favor, goodness, and mercy of God, which keep the soul alive in its many deaths, sweeten it amid its many bitters, hold it up amid its many sinkings, and keep it from being drowned while conflicting with many waters.
A carnal mind has no taste for heavenly things, no sweet delight in the Word of God; no delight in the Lord Jesus as revealing Himself in the Word; no delight in closet duties, secret meditation, searching the Scriptures, communion with God, or even in the company of God’s dear family. There must be a ‘heavenly element’ in the soul to understand, realize, enjoy, and delight in heavenly things. The Holy Spirit must have wrought in us a new heart, a new nature, capable of understanding, enjoying, and delighting in heavenly realities, as containing in them, that which is sweet and precious to the soul.
They desired, therefore, a better country, that is, a heavenly, a city which has foundations, whose Builder and Maker is God; where pleasures are at God’s right hand for evermore; where the pure river of the water of life ever flows; where the tree grows on which are found leaves for the healing of the nations; such a city as John describes in the book of Revelation, where all is happiness, harmony, and peace.
To the reader…
Do you actually know what you desire? Are you content with a religion that tastes of the earth, or do you hunger for something that savours and smells of God, something that comes from heaven and leads to heaven? Perhaps you feel your deadness, your sinking, your struggling with many waters, and you fear there is no heavenly principle in you. But whoever seeks something sweeter than the world can give, in the quiet closet, in the Scriptures, and in the Lord Jesus, does not have that longing of himself.
It is the heavenly visitations, the droppings-in of God’s favour and goodness, that keep your soul alive, sweeten it amid the bitter, and keep it from being drowned. Let your heart go out, then, after the city which has foundations, where the river of the water of life ever flows. For of such pilgrims God is not ashamed; He has prepared for them a city.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Empero deseaban la mejor, es a saber, la celestial; por lo cual Dios no se avergüenza de llamarse Dios de ellos: porque les había aparejado ciudad.
Hebreos 11:16
Al desear una patria mejor, estos antiguos peregrinos querían algo celestial, algo que supiera a Dios, que tuviera el sabor de Dios, el olor de Dios, y que fuera dado por Dios: una religión celestial, una fe espiritual, una esperanza llena de gracia y un amor derramado en el corazón por el Espíritu Santo; algo que viniera del cielo y condujera al cielo; que diera sentimientos celestiales, sensaciones celestiales, deleites celestiales y gozos celestiales, por los cuales el corazón fuera purificado del amor al pecado, a la carnalidad y a la mundanalidad, al tener algo más dulce que gustar, mejor que amar y más santo que disfrutar.
Son estas visitaciones celestiales, estas gotas del favor, la bondad y la misericordia de Dios que caen en el alma, las que mantienen viva el alma en sus muchas muertes, la endulzan en medio de sus muchas amarguras, la sostienen en medio de sus muchos hundimientos y la guardan de ahogarse mientras lucha con muchas aguas.
Una mente carnal no tiene gusto por las cosas celestiales, ni dulce deleite en la Palabra de Dios; ni deleite en el Señor Jesús tal como Él se revela en la Palabra; ni deleite en los deberes de la cámara secreta, en la meditación a solas, en escudriñar las Escrituras, en la comunión con Dios, ni aun en la compañía de la amada familia de Dios. Tiene que haber un ‘elemento celestial’ en el alma para entender, percibir, disfrutar y deleitarse en las cosas celestiales. El Espíritu Santo tiene que haber obrado en nosotros un corazón nuevo, una naturaleza nueva, capaz de entender, disfrutar y deleitarse en las realidades celestiales, como cosas que contienen lo que es dulce y precioso para el alma.
Deseaban, pues, una patria mejor, es a saber, la celestial, la ciudad con fundamentos, el artífice y hacedor de la cual es Dios; donde hay deleites a la diestra de Dios para siempre; donde fluye siempre el río limpio del agua de vida; donde crece el árbol en el que se hallan hojas para la sanidad de las naciones; una ciudad tal como la describe Juan en el libro del Apocalipsis, donde todo es felicidad, armonía y paz.
Al lector…
¿Sabe usted realmente lo que desea? ¿Se contenta con una religión que sabe a la tierra, o tiene hambre de algo que tenga el sabor y el olor de Dios, algo que viene del cielo y conduce al cielo? Quizá siente su muerte interior, su hundimiento, su lucha con muchas aguas, y teme que no haya en usted ningún principio celestial. Pero quien busca algo más dulce de lo que el mundo puede dar, en la cámara secreta, en las Escrituras y en el Señor Jesús, no tiene ese anhelo por sí mismo.
Son las visitaciones celestiales, las gotas del favor y de la bondad de Dios que caen en el alma, las que mantienen viva su alma, la endulzan en medio de lo amargo y la guardan de ahogarse. Deje, pues, que su corazón se dirija a la ciudad que tiene fundamentos, donde fluye siempre el río del agua de vida. Porque de tales peregrinos Dios no se avergüenza; les ha aparejado ciudad.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl