13 de noviembre
En verlossen zoude al degenen, die met vrees des doods door al hun leven de dienstbaarheid onderworpen waren.
Hebreeën 2:15
Het bewijst niets tegen u als gij de dienstbaarheid onderworpen zijt, noch ook is het een bewijs tegen u als gij de dood niet in het aangezicht kunt zien zonder schrik en vrees. Zijn het niet de „kinderen” die de dienstbaarheid gewaarworden? En is niet de Heere gekomen om hen daarvan te verlossen? Zoudt gij dan geen kind zijn, omdat gij de dood vreest? Indien gij geen gevoel van zonde hadt, noch teder van consciëntie waart, gij zoudt even zorgeloos omtrent de dood zijn als alle andere mensen. Zo zijn dus uw dienstbaarheid en vrees, indien zij u doen zuchten en roepen om verlossing, kenmerken van het leven.
En de dag zal gewisselijk komen dat de Heere deze koude vrezen en deze dodende twijfelingen zal doen eindigen. Wanneer gij nabij de oever der Jordaan zult gekomen zijn, zal de Heere u nabij zijn om u te verlossen, gij die door vrees des doods nu de dienstbaarheid onderworpen zijt. Hij zal de prikkel des doods wegnemen en het graf van de overwinning beroven en u doen roepen: „Zaligheid!” door Zijn bloed, zelfs op het ogenblik dat de natuur het laagst wegzinkt en de laatste vijand zich het meest nabij vertoont.
O, wat een dierbare Jezus hebben wij; wat een hemelse Vriend, wat een Goddelijke Middelaar tussen een heilig God en onze schuldige zielen! Wat een liefde heeft Hij betoond in het aannemen van ons vlees en bloed, wat een onvriendelijkheid Zich laten welgevallen, wat een wonderlijke diepten van onuitsprekelijke genade! Hij beminde ons volkomen, om Zijn leven voor ons af te leggen. Verdroeg Hij niet om onzentwil de smarten van het kruis, de verberging van Gods aangezicht, de last der zonden, de angsten der hel? En waar Hij dit alles heeft willen doorstaan hier op aarde, zal Hij dan Zijn werk laten steken in de hemel?
Hij heeft u levend gemaakt, gaf u gevoel van uw zonden, onderwees u om naar genade te zien, verwekte een goede hoop in uw ziel, paste een belofte aan uw ziel toe, gaf u een getuigenis. Hij kan dit alles aan u gedaan hebben en toch kan uw consciëntie in dienstbaarheid en gevangenschap gehouden worden. Doch dit alles is slechts om Zijn genade des te meer te ontsluiten; om meer en meer Zijn gewilligheid en bekwaamheid om uit de grootste nood te redden te openbaren aan degenen die door Hem tot God gaan. Het is alleen om Zichzelf meer dierbaar voor uw ziel te doen zijn, u meer te tonen van Zijn volbracht werk, meer van Zijn stervende liefde en verzoenend bloed, en meer van hetgeen waartoe Hij tot wegneming van al uw vrezen in staat is.
Dus, gelijk de val van Adam overschaduwd werd door de wijsheid Gods tot openbaring van de rijkdommen Zijner eeuwige liefde, barmhartigheid en genade, zo zullen uw twijfelingen, vrees en dienstbaarheid dierbaar overschaduwd worden, om u verdere ontdekking van Christus te geven, om u meer en meer te spenen van een vlezen arm, en om u meer bevindelijk te doen verstaan wat de Heere Jezus is voor degenen die Zijn aangezicht zoeken, van Hem afhangen en op Hem vertrouwen, en op Hem alleen. Iemand die gelooft dat hij veilig leven en sterven kan, en dat zonder dat hij bevindelijke kennis van Christus heeft, zal nooit Zijn Naam aanroepen en niet verlangen naar de openbaringen Zijner liefde.
Maar hij die gevoelt dat hij niet leven en sterven kan zonder Hem; die weet dat hij een ziel heeft die Christus alleen kan redden; die zonden heeft welke alleen door Christus’ bloed kunnen vergeven worden, en ongerechtigheden die alleen door Christus’ gerechtigheid kunnen bedekt worden, die zal menigmaal tot de Heere uitschreeuwen om zijn ziel te bezoeken met Zijn zaligheid, en hij zal geen rust vinden tenzij Christus verschijnt. Doch wanneer Christus verschijnt tot blijdschap zijner ziel, zal hij Hem zegenen en roemen met vrolijk zingende lippen. En o, welk een heerlijk zegeteken zal die man zijn van Christus’ eeuwige overwinning over de zonde en satan, wanneer hij met Hem en met Zijn vergaderde heiligen zal heersen in de gewesten der eeuwige heerlijkheid.
Aan de lezer…
Wie met schrik naar de dood ziet, vreest soms dat juist die vrees bewijst dat hij geen kind van God is. Hoor dan: het zijn de kinderen die de dienstbaarheid gewaarworden. Was er geen gevoel van zonde, geen tedere consciëntie, u zou even zorgeloos zijn als de wereld. Uw zuchten en roepen om verlossing zijn geen tekenen des doods, maar kenmerken van het leven.
Hij Die de smarten van het kruis en de verberging van Gods aangezicht om Zijn volk verdroeg, zal Zijn werk niet laten steken. Hij laat u misschien nog in vrees, maar dat is om u te spenen van een vlezen arm en u meer te tonen van Zijn stervende liefde en verzoenend bloed. Roep dan tot Hem, en rust niet voordat Hij verschijnt. Wanneer u aan de oever der Jordaan komt, zal Hij u nabij zijn, en dan zult u, waar de natuur het laagst wegzinkt, mogen roepen: „Zaligheid!”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En verlossen zoude al degenen, die met vrees des doods door al hun leven de dienstbaarheid onderworpen waren.
Hebreeën 2:15
Het bewijst niets tegen u als u aan dienstbaarheid onderworpen bent, en het is ook geen bewijs tegen u als u de dood niet zonder schrik en vrees in de ogen kunt zien. Zijn het niet juist de „kinderen” die de dienstbaarheid voelen? En is de Heere niet gekomen om hen daarvan te verlossen? Zou u dan geen kind zijn omdat u de dood vreest? Als u geen besef van zonde had en geen teder geweten, zou u net zo zorgeloos over de dood zijn als alle andere mensen. Zo zijn uw dienstbaarheid en vrees dus kenmerken van het leven, als zij u doen zuchten en roepen om verlossing.
En de dag zal zeker komen dat de Heere een einde maakt aan deze koude vrezen en deze dodende twijfels. Wanneer u bij de oever van de Jordaan gekomen bent, zal de Heere u nabij zijn om u te verlossen, u die nu door vrees voor de dood aan dienstbaarheid onderworpen bent. Hij zal de prikkel van de dood wegnemen, het graf van de overwinning beroven en u door Zijn bloed doen roepen: „Zaligheid!”, juist op het ogenblik dat de natuur het diepst wegzinkt en de laatste vijand het dichtst nadert.
O, wat een dierbare Jezus hebben wij; wat een hemelse Vriend, wat een goddelijke Middelaar tussen een heilig God en onze schuldige zielen! Wat een liefde heeft Hij getoond door ons vlees en bloed aan te nemen, wat een onvriendelijkheid heeft Hij Zich laten welgevallen, wat een wonderlijke diepten van onuitsprekelijke genade! Hij had ons zo volkomen lief dat Hij Zijn leven voor ons aflegde. Heeft Hij niet om onzentwil de smarten van het kruis, de verberging van Gods aangezicht, de last van de zonden en de angsten van de hel verdragen? En als Hij dit alles hier op aarde heeft willen doorstaan, zal Hij dan Zijn werk in de hemel laten steken?
Hij heeft u levend gemaakt, u besef van uw zonden gegeven, u geleerd naar genade uit te zien, een goede hoop in uw ziel gewekt, een belofte aan uw ziel toegepast en u een getuigenis gegeven. Hij kan dit alles aan u gedaan hebben, en toch kan uw geweten in dienstbaarheid en gevangenschap gehouden worden. Maar dit alles is alleen om Zijn genade des te meer te ontsluiten, en om steeds meer Zijn gewilligheid en bekwaamheid te openbaren om uit de grootste nood te redden wie door Hem tot God gaan. Het is alleen om Zich dierbaarder te maken voor uw ziel en u meer te laten zien van Zijn volbrachte werk, meer van Zijn stervende liefde en verzoenend bloed, en meer van wat Hij vermag om al uw vrezen weg te nemen.
Zoals dus de val van Adam door de wijsheid van God overschaduwd werd tot openbaring van de rijkdommen van Zijn eeuwige liefde, barmhartigheid en genade, zo zullen uw twijfels, vrees en dienstbaarheid op een kostbare manier overschaduwd worden. Ze zullen dienen om u Christus verder te laten ontdekken, u steeds meer te spenen van een vleselijke arm, en u bevindelijk beter te laten verstaan wat de Heere Jezus is voor hen die Zijn aangezicht zoeken, van Hem afhangen en op Hem vertrouwen, en op Hem alleen. Iemand die gelooft dat hij veilig kan leven en sterven zonder bevindelijke kennis van Christus, zal nooit Zijn Naam aanroepen en niet verlangen naar de openbaringen van Zijn liefde.
Maar wie voelt dat hij niet kan leven en sterven zonder Hem; wie weet dat hij een ziel heeft die alleen Christus kan redden, zonden die alleen door Christus’ bloed vergeven kunnen worden, en ongerechtigheden die alleen door Christus’ gerechtigheid bedekt kunnen worden, die zal menigmaal tot de Heere roepen om zijn ziel te bezoeken met Zijn zaligheid. Hij zal geen rust vinden tenzij Christus verschijnt. Maar wanneer Christus verschijnt tot blijdschap van zijn ziel, zal hij Hem zegenen en roemen met vrolijk zingende lippen. En o, wat een heerlijk zegeteken van Christus’ eeuwige overwinning over de zonde en satan zal die man zijn, wanneer hij met Hem en met Zijn vergaderde heiligen zal heersen in de gewesten van de eeuwige heerlijkheid.
Aan de lezer…
Wie met schrik naar de dood kijkt, vreest soms dat juist die vrees bewijst dat hij geen kind van God is. Hoor dan: het zijn de kinderen die de dienstbaarheid voelen. Was er geen besef van zonde, geen teder geweten, dan zou u net zo zorgeloos zijn als de wereld. Uw zuchten en roepen om verlossing zijn geen tekenen van de dood, maar kenmerken van het leven.
Hij Die de smarten van het kruis en de verberging van Gods aangezicht voor Zijn volk verdroeg, zal Zijn werk niet laten steken. Hij laat u misschien nog in vrees, maar dat is om u te spenen van een vleselijke arm en u meer te laten zien van Zijn stervende liefde en verzoenend bloed. Roep dan tot Hem, en rust niet voordat Hij verschijnt. Wanneer u bij de oever van de Jordaan komt, zal Hij u nabij zijn, en dan zult u, juist waar de natuur het diepst wegzinkt, mogen roepen: „Zaligheid!”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“And deliver them who through fear of death were all their lifetime subject to bondage.”
Hebrews 2:15
It is no evidence against you if you are subject to bondage; it is no mark against you if you cannot look death in the face without doubt or fear. Is it not “the children” who feel the bondage? And did not the Lord come to deliver them from it? Are you then not a child because you fear death? If you had no sense of sin, no tenderness of conscience, you would be as careless about death as most other people are.
Thus your very bondage, your very fears, if they make you sigh and cry for deliverance, are marks of life. And the day will surely come when the Lord will remove these chilling fears and put an end to these killing doubts. As you draw near to the brink of Jordan, the Lord will be with you to deliver you, who, through fear of death, are now subject to bondage; He will extract its sting, and rob the grave of its victory, enabling you to shout “Salvation!” through His blood, even at the moment when nature sinks lowest and the last enemy appears nearest in view.
Oh, what a blessed Jesus we have; what a heavenly Friend; what a divine Mediator between a holy God and our guilty souls! What love He displayed in taking our flesh and blood; what kind condescension, what wondrous depths of unspeakable grace! He loved us sufficiently to lay down His life for us. Did He not for our sakes endure the agony of the cross, the hidings of God’s face, the burden of sin, the pangs of hell? And if He has done all this for us on earth, will He leave His work undone in heaven?
Has He quickened you into life, made you feel your sin, taught you to seek for mercy, raised up a good hope in your heart, applied a promise to your soul, given you a testimony? He may have done all this, and yet at times your conscience may be held down in bondage and imprisonment. But it is only to make further way for His grace; to open up more and more of His willingness and ability to save to the uttermost all that come unto God by Him. It is only to make Himself in the end more precious to you; to show you more of His finished work, more of His dying love and atoning blood, and more of what He is able to do in delivering you from all your fears.
Thus, as the Adam fall was overruled by the wisdom of God to make manifest the riches of His eternal love, mercy, and grace, so your very doubts, fears, and bondage will be blessedly overruled to give you further discoveries of Christ, to wean you more from an arm of flesh, and to make you know more experimentally what the Lord Jesus Christ is to those who seek His face and hang upon and trust Him and Him alone.
A man who believes that he may live and die, and that safely, without an experimental knowledge of Christ, will never seek His face, never call upon His Name, never long for the manifestations of His love. But he who feels that he can neither live nor die without Him, who knows that he has a soul that only Christ can save, who has sins which only Christ’s blood can pardon, iniquities that only Christ’s righteousness can cover, will be often crying to the Lord to visit his soul with His salvation, and will find no rest till Christ appears; but when Christ appears to the joy of his soul, will bless and praise Him with joyful lips. And oh, what a glorious trophy will that man be of Christ’s eternal victory over sin and Satan, when he will reign with Him and with His assembled saints in one immortal day!
To the reader…
Whoever looks at death with dread sometimes fears that this very fear proves he is not a child of God. Then hear this: it is the children who feel the bondage. If there were no sense of sin, no tender conscience, you would be just as careless as the world. Your sighs and cries for deliverance are not signs of death, but marks of life.
He Who bore the agonies of the cross and the hiding of God’s face for His people will not leave His work unfinished. He may still leave you in fear, but that is to wean you from an arm of flesh and to show you more of His dying love and atoning blood. Cry to Him, then, and do not rest until He appears. When you come to the brink of Jordan, He will be near you, and then, just where nature sinks lowest, you will be able to cry, “Salvation!”
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Y librar a los que por el temor de la muerte estaban por toda la vida sujetos a servidumbre.”
Hebreos 2:15
No es prueba contra usted el que esté sujeto a servidumbre; no es señal contra usted el que no pueda mirar la muerte cara a cara sin duda ni temor. ¿No son acaso “los hijos” quienes sienten la servidumbre? ¿Y no vino el Señor a librarlos de ella? ¿Deja usted, pues, de ser hijo porque teme la muerte? Si no tuviera sentido del pecado, ni ternura de conciencia, estaría tan despreocupado de la muerte como lo está la mayoría de la gente.
Así, su misma servidumbre, sus mismos temores, si le hacen suspirar y clamar por liberación, son señales de vida. Y el día vendrá ciertamente en que el Señor quitará estos temores que hielan y pondrá fin a estas dudas que matan. Cuando usted se acerque a la orilla del Jordán, el Señor estará con usted para librarle a usted, que por el temor de la muerte está ahora sujeto a servidumbre; Él le quitará su aguijón y robará al sepulcro su victoria, capacitándole para exclamar “¡Salvación!” por Su sangre, aun en el momento en que la naturaleza se hunda más y el postrer enemigo aparezca más cercano a la vista.
¡Oh, qué Jesús tan bendito tenemos; qué Amigo celestial; qué Mediador divino entre un Dios santo y nuestras almas culpables! ¡Qué amor mostró al tomar nuestra carne y sangre; qué bondadosa condescendencia, qué profundidades maravillosas de gracia inefable! Nos amó lo bastante para poner Su vida por nosotros. ¿No soportó por nosotros la agonía de la cruz, el ocultamiento del rostro de Dios, la carga del pecado, los dolores del infierno? Y si ha hecho todo esto por nosotros en la tierra, ¿dejará sin acabar Su obra en el cielo?
¿Le ha vivificado a usted, le ha hecho sentir su pecado, le ha enseñado a buscar misericordia, ha levantado una buena esperanza en su corazón, ha aplicado una promesa a su alma, le ha dado un testimonio? Puede haber hecho todo esto, y aun así a veces su conciencia puede verse sujeta en servidumbre y prisión. Pero es solo para abrir más camino a Su gracia; para descubrir más y más Su voluntad y Su poder de salvar perpetuamente a todos los que por Él se allegan a Dios. Es solo para hacerse al fin más precioso para usted; para mostrarle más de Su obra consumada, más de Su amor agonizante y de Su sangre expiatoria, y más de lo que Él es capaz de hacer al librarle de todos sus temores.
Así como la caída de Adán fue dirigida por la sabiduría de Dios para manifestar las riquezas de Su eterno amor, misericordia y gracia, así sus mismas dudas, temores y servidumbre serán dirigidos benditamente para darle nuevos descubrimientos de Cristo, para apartarle más del brazo de carne y para hacerle conocer más experimentalmente lo que el Señor Jesucristo es para aquellos que buscan Su rostro, se aferran a Él y confían en Él y solo en Él.
El hombre que cree que puede vivir y morir, y eso con seguridad, sin un conocimiento experimental de Cristo, nunca buscará Su rostro, nunca invocará Su Nombre, nunca anhelará las manifestaciones de Su amor. Pero aquel que siente que no puede vivir ni morir sin Él, que sabe que tiene un alma que solo Cristo puede salvar, que tiene pecados que solo la sangre de Cristo puede perdonar, iniquidades que solo la justicia de Cristo puede cubrir, clamará a menudo al Señor que visite su alma con Su salvación, y no hallará descanso hasta que Cristo aparezca; pero cuando Cristo aparezca para gozo de su alma, le bendecirá y alabará con labios de júbilo. ¡Y oh, qué glorioso trofeo será ese hombre de la eterna victoria de Cristo sobre el pecado y Satanás, cuando reine con Él y con Sus santos reunidos en un día inmortal!
Al lector…
Quien mira la muerte con pavor teme a veces que precisamente ese temor demuestre que no es hijo de Dios. Oiga, pues, esto: son los hijos quienes sienten la servidumbre. Si no hubiera sentido del pecado ni conciencia tierna, usted estaría tan despreocupado como el mundo. Sus suspiros y clamores por liberación no son señales de muerte, sino señales de vida.
Aquel que llevó las agonías de la cruz y el ocultamiento del rostro de Dios por Su pueblo no dejará Su obra sin acabar. Puede que todavía le deje en temor, pero es para apartarle del brazo de carne y mostrarle más de Su amor agonizante y de Su sangre expiatoria. Clame, pues, a Él, y no descanse hasta que Él aparezca. Cuando llegue a la orilla del Jordán, Él estará cerca de usted, y entonces, precisamente donde la naturaleza se hunde más, podrá exclamar: “¡Salvación!”
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl