Joseph Charles Philpot
J.C. Philpot

Parels van Philpot — deel 11: Soevereine, hoogste beschikking

Philpot laat zien dat Christus soeverein over alle omstandigheden regeert. Hij wijst ons naar het kruis als bron van vergeving en heiliging en naar de Geest die ons leert bidden.

God heeft alle dingen, gebeurtenissen en omstandigheden onder het gezag van Christus gesteld! Hoe groot, hoe talrijk en hoe ingewikkeld zijn de gebeurtenissen en omstandigheden die de kinderen van God op hun reis naar hun hemelse huis hier beneden vergezellen! Wat lijkt het vaak een ondoorzichtig doolhof! En hoe vijandig lijkt alles ons gezind, alsof wij er nooit doorheen zouden komen en er nauwelijks onder kunnen leven!

Toch is er geen enkele omstandigheid waarover Jezus niet de hoogste macht heeft. Alles in de voorzienigheid en alles in de genade is op gelijke wijze aan Zijn beschikking onderworpen. Er is geen … beproeving, verzoeking of kwelling van lichaam of ziel. Er is geen verlies, kruis, pijnlijk gemis, ergernis, verdriet of teleurstelling. Er is geen geval, toestand of omstandigheid die niet onder het gezag van Jezus is gesteld!

Hij beschikt soeverein en oppermachtig over alle gebeurtenissen en omstandigheden! Omdat Hij oneindige kennis bezit, ziet Hij ze. Omdat Hij oneindige wijsheid bezit, kan Hij ze besturen. Omdat Hij oneindige macht bezit, kan Hij ze schikken en richten tot ons welzijn en tot Zijn eigen eer! Hoeveel moeite en bezorgdheid zouden wij onszelf besparen als wij dit vast konden geloven, beseffen en ernaar handelen!

Als wij met het oog van het geloof konden zien dat … elke vijand en elke vrees, elke moeilijkheid en verlegenheid, elke beproevende of pijnlijke omstandigheid, elke verwachte of onverwachte gebeurtenis en elke bron van bezorgdheid — nu of in het vooruitzicht — allemaal onder Zijn heerschappij vallen en door Hem soeverein worden beschikt — wat een last van zorg en bezorgdheid zou dan van onze schouders worden genomen!

Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. (Mattheüs 28:18)

Hoogmoed, wereldsgezindheid en hebzucht

Hoogmoed, wereldsgezindheid en hebzucht kunnen welig tieren waar grovere zonden niet worden begaan of voor het oog van anderen verborgen blijven.

Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen? Ik, de HEERE, doorgrond het hart, en proef de nieren; en dat, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner handelingen. (Jeremia 17:9-10)

Wij leefden allemaal zo

En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden In welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar den overste van de macht der lucht, van den geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid Onder dewelke ook wij allen eertijds verkeerd hebben in de begeerlijkheden onzes vleses, doende den wil des vleses en der gedachten; en wij waren van nature kinderen des toorns, gelijk ook de anderen (Efeze 2:1-3)

Paulus herinnert ons aan de staat waarin wij vroeger leefden. Zo wil hij de rijkdom van Gods genade groot maken en ons voorhouden wat ons diep zou moeten vernederen en met afkeer van onszelf zou moeten vervullen. Hoe duidelijk laat hij zien dat er geen verschil is tussen de geredden en de verlorenen — behalve het verschil dat de genade tussen hen maakt! Allen, uitverkorenen en niet-uitverkorenen, zijn even dood in de zonde.

Allen leven in hun onwedergeboren staat even goed naar de wegen van deze wereld. En allen worden even goed geleid en bewogen door Satan, die vuile en vervloekte geest die wij nu overal om ons heen zien werken in de kinderen van de ongehoorzaamheid.

Als wij de kinderen van God alleen bekijken zoals zij van nature zijn, is er geen verschil tussen hen en de verlorenen. Hun zonden zijn even groot of nog groter. Hun natuur is even verdorven en hun hart even boos. De hele neiging en loop van hun gedachten, woorden en werken was even doordrenkt van zonde en misdaad. En dit alles verdient toorn en zou de toorn als hun eeuwig deel over hen brengen — als de soevereine genade van God er niet was! Juist de zoetheid van de genade ligt hierin dat zij de verdiende toorn heeft weggedaan!

Het doel van Paulus is ons te herinneren aan wat wij verschuldigd zijn aan de onderscheidende, soevereine genade. Hij laat ons zien dat wij van Gods hand niets anders verdienen dan toorn. Kregen wij wat ons rechtmatig toekomt, dan zou de toorn tot het uiterste over ons worden uitgegoten! Wie iets van Gods toorn heeft gevoeld als zijn verdiende deel vanwege zijn persoonlijke zonden, zal zeker vrijuit erkennen dat hij van nature een kind van de toorn is. Hij zal erkennen dat er duizenden in de hel zijn die minder zwaar hebben gezondigd dan hij!

Maar God, Die rijk is in barmhartigheid door Zijn grote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus uit genade zijt gij zalig geworden (Efeze 2:4-5)

Val neer in eerbiedig verbazen

Zijn grote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft (Efeze 2:4)

en hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt (Johannes 17:23)

De liefde van God voor Zijn dierbare Zoon moet zo oneindig zijn dat geen mens of engel haar kan bevatten. Dat Hij nu het volk van Zijn keuze met dezelfde liefde zou liefhebben — dezelfde van aard en dezelfde van mate als de liefde waarmee Hij Zijn dierbare Zoon liefheeft — is een van de overweldigendste gedachten die een mensenhart kunnen bewegen en raken!

Zo overweldigend is zij in haar verheven geheimenis en ontoegankelijke diepte dat zij alleen door het geloof kan worden aanvaard. Zelfs het geloof kan slechts in eerbiedig verbazen en bewondering voor haar neervallen en uitroepen: “O de diepte! O de zaligheid van deze liefde!”

Gelijkerwijs de Vader Mij liefgehad heeft, heb Ik ook u liefgehad (Johannes 15:9)

Weet u het niet?

Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt, en de Geest Gods in ulieden woont? (1 Korinthe 3:16)

Helaas! Hoe weinig wordt deze waarheid overdacht en in praktijk gebracht!

Waren wij dieper en krachtiger onder de indruk van de plechtige waarheid dat God Zelf door de Geest in ons woont — hoeveel zorgvuldiger zouden wij dan … waarheid en werkelijkheid, leven en kracht in de bevinding en godzaligheid en heiligheid in de wandel bewaren!

Wat een eerbiedige vrees zou ons gemoed vervullen om de tempel van de Heere niet te ontheiligen en niet te zondigen tegen en voor het aangezicht van een zo heilige en alziende Gast!

Beseften wij dit en leefden wij onder dit plechtige gewicht en deze invloed, hoe zorgvuldig zouden wij dan zijn om dat lichaam niet te ontheiligen dat de tempel van de Heilige Geest is. Hoe verlangend en bezorgd zouden wij zijn om niet te verontreinigen … onze ogen door dwalende begeerten, onze oren door te luisteren naar werelds en vleselijk gepraat, onze lippen door bedrog te spreken of luchtig en schuimend geklets, onze handen door ze te leggen aan wat kwaad is, onze voeten door op boodschappen van ijdelheid en dwaasheid te lopen.

Wij moeten ons lichaam beschouwen als de tempel van God en dus als geheiligd aan Zijn dienst en Zijn eer!

Want gij zijt duur gekocht: zo verheerlijkt dan God in uw lichaam (1 Korinthe 6:20)

Vreemdelingen!

Aan de uitverkorenen van God, vreemdelingen in de wereld. (1 Petrus 1:1)

ik ben een vreemdeling bij U, een bijwoner, gelijk al mijn vaders (Psalm 39:13)

Ik ben een vreemdeling op de aarde (Psalm 119:19)

hebben beleden, dat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren (Hebreeën 11:13)

Het voornaamste kenmerk van een kind van God is dat hij een vreemdeling is op aarde. Een van de eerste uitwerkingen van de genade van God op onze ziel was dat zij ons van de wereld afscheidde en ons deed voelen dat wij er vreemdelingen in zijn.

De wereld was eens ons thuis — het drukke, bedrijvige middelpunt van al onze gedachten, verlangens en genegenheden. Maar toen de genade onvergankelijke beginselen van leven in ons hart plantte, scheidde zij ons meteen in hart en geest van de wereld af — al was het niet in het feitelijke leven en de wandel. Wij zijn vreemdelingen van binnen en uit eigen bevinding, doordat de kracht van de goddelijke genade deze wereld voor ons tot een woestijn maakt.

Geld!

de mensen zullen zijn liefhebbers van zichzelven, geldgierig (2 Timotheüs 3:2)

Want de geldgierigheid is een wortel van alle kwaad (1 Timotheüs 6:10)

Geld voedt de lusten van het vlees doordat het zijn bezitter de macht geeft ze te bevredigen.

Geld voedt zijn hoogmoed doordat het zijn bezitter als het ware onafhankelijk maakt van de voorzienigheid van God.

Geld bevordert de liefde tot de wereld doordat het zijn bezitter een deel in haar geeft.

gij kunt God niet dienen en den Mammon (Lukas 16:13)

noch om vuil gewin (1 Petrus 5:2)

Uw wandel zij zonder geldgierigheid; en zijt vergenoegd met het tegenwoordige (Hebreeën 13:5)

En al deze dingen hoorden ook de Farizeen, die geldgierig waren, en zij beschimpten Hem (Lukas 16:14)

Alle verrukkingen van Zijn tegenwoordigheid en liefde!

Verkrijgende het einde uws geloofs, namelijk de zaligheid der zielen (1 Petrus 1:9)

Wat is te vergelijken met de zaligheid van de ziel? Wat zijn rijkdom, eer, gezondheid en een lang leven? Wat zijn alle genoegens die de wereld kan bieden, de zonde kan beloven of het vlees kan genieten? Wat is alles wat mensen goed of groot noemen? Wat is alles wat het uiterlijke oog heeft gezien of het natuurlijke oor heeft gehoord of wat in het vleselijke hart van de mens is opgekomen — naast het feit dat men door Jezus met een eeuwige zaligheid wordt gered?

Bedenk waarvan wij gered worden — en ook waartoe wij gered worden. Uit een brandende hel — naar een gelukzalige hemel! Uit eindeloze toorn — naar eeuwige heerlijkheid! Uit het verschrikkelijke gezelschap van duivels en verdoemde geesten die elkaar kwellen en door elkaar worden gekweld — naar de gezegende gemeenschap van de verheerlijkte heiligen, die naar lichaam en ziel volmaakt aan het beeld van Christus gelijkvormig zijn, te midden van duizenden en tienduizenden heilige engelen!

En bovenal naar het zien van de heerlijke Zoon van God zoals Hij is, in alle volmaaktheid van Zijn schoonheid en alle verrukkingen van Zijn tegenwoordigheid en liefde!

Voorgoed klaar te zijn met … al het verdriet, de moeite en de ellende van dit leven, alle pijnen en kwalen van deze arme lemen tent, alle duisternis, slavernij en ellende van het lichaam van de zonde en de dood — volmaakt heilig te zijn naar lichaam en ziel en in beide zonder vlek of gebrek — en voor altijd ongestoord één te zijn met God en gemeenschap met Hem te hebben!

O, welke hemel ligt er voor de kinderen van God!

Modezonden

Als gehoorzame kinderen, wordt niet gelijkvormig aan de begeerlijkheden, die te voren in uw onwetendheid waren (1 Petrus 1:14)

Petrus waarschuwt ons ertegen ons over te geven aan de macht en de praktijk van de lusten die in de dagen van onze onwetendheid over ons heersten. Dat zijn de lage en zinnelijke lusten van het vlees. Het zijn ook de verfijndere lusten van … geld, macht, genot, mode, hoogmoed, wereldsgezindheid en vleselijk gemak. Dit zijn de modezonden waarin een mens kan leven en wandelen en toch zijn karakter en goede naam behoudt.

Laten de kinderen van de ongehoorzaamheid al deze wereldse lusten volgen en eraan gelijkvormig worden. Maar de kinderen van de gehoorzaamheid moeten ze mijden en verafschuwen als … hatelijk voor God, bedrieglijk en gevaarlijk voor henzelf en strijdig met een heilige, godzalige belijdenis.

Maar gelijk Hij, Die u geroepen heeft, heilig is, zo wordt ook gijzelven heilig in al uw wandel (1 Petrus 1:15)

Alleen bij het kruis

Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing (1 Korinthe 1:30)

Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus; door Welken de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld (Galaten 6:14)

Een bevindelijke kennis van de kruisiging met zijn gekruisigde Heere deed Paulus het kruis prediken — niet alleen in zijn kracht om te redden maar ook in zijn kracht om te heiligen.

Het kruis is niet alleen de verdienende oorzaak van alle zaligheid maar ook het middel tot alle heiliging. Zoals er geen andere weg tot zaligheid is dan door het bloed van het kruis, zo is er ook geen andere weg tot heiligheid dan door de kracht van het kruis.

Door het kruis — dat wil zeggen door de vereniging en gemeenschap met Hem Die eraan heeft geleden — is er niet alleen een fontein geopend voor alle zonde maar ook voor alle onreinheid!

Al ons … pardon en vrede, aanvaarding en rechtvaardiging, geluk en heiligheid, wijsheid en kracht — het ontspringt allemaal aan het kruis! Ook de overwinning over de wereld en de doding van het lichaam van de zonde en de dood. Hoop en vertrouwen, gebed en lofprijs. Genadige gevoelens, geestelijke verlangens, warme smekingen, oprechte belijdenissen en godzalig leedwezen over de zonde — het ontspringt allemaal aan het kruis!

Alleen bij het kruis kunnen wij … wijs worden tot zaligheid, rechtvaardig worden door een vrije rechtvaardiging, van Zijn Geest ontvangen om heilig te worden en verlost en bevrijd worden van … zonde, Satan, dood en hel.

Naar het kruis moeten wij … onze smarten, onze beproevingen, onze verzoekingen en ons lijden brengen om leven te halen uit Zijn dood, vergeving en vrede uit Zijn verzoenend bloed, rechtvaardiging uit Zijn goddelijke gehoorzaamheid en overgave aan de wil van God uit Zijn heilig voorbeeld.

Alleen bij het kruis is … de wereld voor ons gekruisigd en wij voor de wereld, de zonde gedood en haar heersende macht onttroond, de oude mens gekruisigd en afgelegd en de nieuwe mens aangedaan.

Over het algemeen komt het kind van God pas na een lange reeks van … ellende, het verlies van dierbaren, teleurstellingen en ergernissen bij het kruis. Ook ziekten, pijnen van lichaam en geest, hete ovens en diepe wateren brengen hem daar — als die door de Heilige Geest tot nut van zijn ziel zijn geheiligd.

Het koningschap van Christus

Koning der koningen, en Heere der heren (Openbaring 19:16)

Het koningschap van Christus is vol zoete troost voor de beproefde familie van God. Als Sions Koning op Zijn troon voorziet Hij Zijn volk uit Zijn eigen onuitputtelijke volheid!

Aan Hem als onze Koning op Zijn troon geven wij de trouw van ons hart. Voor Zijn voeten liggen wij nederig neer als voor onze rechtmatige Vorst. En wij smeken Hem als de Bezitter van alle macht onze ongerechtigheden en opstandige lusten te onderwerpen en Zijn vreedzame scepter te zwaaien over elk vermogen van onze ziel.

Het koningschap van Christus is een gezegend onderwerp van overdenking wanneer wij letten op de betekenis ervan voor onze hulpeloze, weerloze toestand. Wij staan omringd door vijanden … innerlijke, uiterlijke en helse — allemaal gewapend met dodelijke vijandschap tegen ons!

Elk kind van God is omringd door een menigte vijanden buiten en binnen. Als zij niet worden overwonnen, zullen zij hem zeker overwinnen. En overwonnen worden is verloren gaan, voor eeuwig verloren gaan en vergaan onder de toorn van God!

Welke hoop of hulp kunnen wij hebben, behalve in … dat alziende oog dat onze toestand ziet, dat alle meevoelende hart dat met ons meeleeft en die almachtige hand die de voorwerpen van Zijn liefde uit alle strikken en vallen bevrijdt en alle plannen en bedoelingen van deze machtige, onverzoenlijke vijanden verijdelt?

Dagelijks en ieder uur voelen wij de werking van onze … machtige zonden, woedende lusten, krachtige verzoekingen en aanklevende kwaden. Tegen het geringste en zwakste daarvan hebben wij geen kracht!

Maar naarmate het oog van het geloof onze Koning op Zijn troon aanschouwt, worden wij door de kracht van Zijn genade geleid om … naar Hem op te zien, aan Hem te hangen en hulp van Hem te zoeken.

Er zijn beproevingen in de voorzienigheid en tegenspoed in het gezin. Er is ziekte en zwakheid van het lichaam en er zijn tegenstand en vervolging van de wereld. Wij hebben een snood, ongelovig hart dat wij niet kunnen heiligen of onderwerpen en een ruw en hobbelig pad dat moeilijker wordt naarmate wij verder reizen. Er zijn twijfels, vrees en bange vermoedens in ons eigen binnenste en innerlijke misstappen en vallen.

Wij dwalen af, springen opzij en wijken ieder uur af van het smalle pad. En jaloerse vijanden letten er voortdurend op dat wij struikelen — terwijl er geen oog is dat medelijden heeft en geen arm die helpt, behalve die van de Heere!

Hoe doen al deze vijanden en vrezen ons voelen dat wij een Koning op Zijn troon nodig hebben, een Hoofd en Echtgenoot … Wiens tedere hart week is om medelijden te hebben en Wiens machtige arm sterk is om te verlichten!

Wij moeten voortdurend opzien naar onze Koning op Zijn troon. Niet alleen opdat Hij Zijn scepter over ons hart zwaait, onze opstandige wil beteugelt en ons onderwerpt aan Zijn zachte macht, maar ook als Koning over al onze vijanden — waarvan onze innerlijke vijanden veel talrijker en machtiger zijn dan alle uiterlijke!

Wanneer wij de macht van de zonde voelen, de tirannie van onze snode lusten en driften en waartoe onze natuur in staat is als zij aan haar eigen wil en weg wordt overgelaten — hoe zoet en passend is dan de belofte: Hij zal Zich onzer weder ontfermen; Hij zal onze ongerechtigheden dempen; ja, Gij zult al hun zonden in de diepten der zee werpen (Micha 7:19)

in ons is geen kracht tegen deze grote menigte, die tegen ons komt, en wij weten niet, wat wij doen zullen; maar onze ogen zijn op U (2 Kronieken 20:12)

De HEERE uw God, is in het midden van u, een Held, Die verlossen zal (Zefanja 3:17)

De voornaamste last van de kinderen van de Heere

De voornaamste last van de kinderen van de Heere is de zonde. Dit is de hoofdoorzaak van al hun zuchten en kreunen, vanaf de eerste levendmakende ademtocht van de Geest van God in hun hart tot zij hun lichaam in het stof neerleggen. De toorn van God die hun toekwam, is op Hem neergekomen!

Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt (2 Korinthe 5:21)

Want Christus heeft ook eens voor de zonden geleden, Hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen (1 Petrus 3:18)

Willen wij de uitnemende zondigheid van de zonde zien, voelen en beseffen? Dan gebeurt dat niet door de bliksems te aanschouwen en de donderslagen te horen van Sinaïs vurige top. Het gebeurt door de doodsangst en het bloedige zweet te zien en het kermen en roepen te horen van de lijdende Zoon van God, als zonde voor ons gemaakt — in de hof en aan het kruis.

Naar Hem te zien Die wij doorstoken hebben, zal hart en ogen vervullen met godzalig leedwezen over de zonde en met heilige rouw over en om een gemartelde, verongelijkte Heere. (Zacharia 12:10)

Met het oog van het geloof te zien — zoals het door de kracht van God aan de ziel wordt geopenbaard — hoe de geliefde Zoon van God wordt gebonden, gegeseld, geslagen, bespuwd en bespot en dan, als hoogtepunt van wrede hoon en helse wreedheid, tussen twee dieven wordt gekruisigd: dit gelovige aanschouwen van het lijden van Christus zal het hardste hart doen smelten tot berouw en bekering.

Maar wanneer wij met het oog van het geloof zien dat dit het kleinste deel van Zijn lijden was, dan beginnen wij te begrijpen wat Hij op Zich nam.

Er waren diepten van zielenood en onverdraaglijke angst en doodsstrijd van de hand van God als een verterend vuur — als de onbuigzame rechtvaardigheid en rechtvaardige verontwaardiging tegen de zonde.

Onze gezegende Heere moest de toorn van God dragen totdat Hij werd uitgegoten als water en Zijn zachte, tedere hart in de vlammen van de verontwaardiging werd als was en in Hem smolt. Dan kunnen wij ons enigszins voorstellen wat Hij op Zich nam toen Hij een zondoffer werd. Want zoals alle zonden van Zijn volk op Hem werden gelegd, zo viel de toorn van God die hun toekwam op Hem!

Niet minder echt en veel zwaarder was de doodsstrijd van Zijn ziel — want de toorn van God in het hart van de Verlosser was even echt als de spijkers die Zijn handen en voeten doorboorden!

Toen de zonden van de uitverkorenen op Christus werden gevonden, zag en behandelde de gerechtigheid Hem als de schuldige misdadiger. Gescheiden zijn van God, onder het besef van Zijn verschrikkelijk mishagen vanwege de zonde — dat afschuwelijke ding dat Zijn heilige ziel haat — is dat niet de hel? Dit was dan de hel die de lijdende Verlosser onderging toen de Heere de ongerechtigheid van ons allen op Hem liet aankomen.

Welk hart kan zich voorstellen en welke tong kan uitspreken wat de gevoelens van de ziel van de Verlosser moeten zijn geweest toen Hij, de geliefde Zoon van God, Die van alle eeuwigheid in de schoot van de Vader had gelegen, door toerekening een zondaar werd gemaakt? Wat een diepe wonden van lijdende liefde voelde de Zoon van God toen Zijn Vader, Zijn eigen Vader, Zijn aangezicht voor Hem verborg!

Een genadige invloed

De liefde van Jezus heeft een genadige invloed op het leven, de wandel en het gesprek van een ware gelovige. De boom wordt aan zijn vrucht gekend. Alleen de ranken die vrucht voor God dragen, zijn in zichtbare vereniging met de enige ware Wijnstok.

Liefde tot Jezus is het dwingende beginsel van alle heilige gehoorzaamheid. Indien gij Mij liefhebt, zo bewaart Mijn geboden (Johannes 14:15) was Zijn laatste opdracht aan Zijn discipelen vlak voor Zijn sterven. Als dan Zijn bloedende liefde uit eigen bevinding bekend is, zal er … gelijkvormigheid zijn aan Zijn beeld, gehoorzaamheid aan Zijn wil en een wandelen in Zijn voetstappen.

Bij het kruis van de Heere Jezus Christus

Door de dood van Jezus is al onze afschuwelijke smet en bezoedeling — hoe zwart, monsterlijk, verzwaard en verfoeilijk, hoe diep en vreselijk ook — grondig en voorgoed … weggedaan, achter Gods rug geworpen, uitgewist als een dikke wolk en verdronken in de diepten van de zee!

In de doorboorde handen, voeten en zijde van Immanuël is een fontein geopend voor alle zonde en onreinheid!

Bij het kruis van de Heere Jezus Christus … ontmoetten gerechtigheid en barmhartigheid elkaar, kusten rechtvaardigheid en vrede elkaar, verheugde de barmhartigheid zich over het oordeel en werd de genade overvloedig boven de zonde!

De gerechtigheid werd met al haar onbuigzame eisen volkomen voldaan. De wet werd met al haar heilige, onwrikbare eisen volkomen groot gemaakt. Elke volmaaktheid van God werd eeuwig verheerlijkt en elke schijnbaar belemmerende eigenschap volkomen in overeenstemming gebracht. Zo kan Jehova, in heel de glans van onuitsprekelijke reinheid, majesteit, macht en heiligheid, nu rechtvaardig zijn — oneindig rechtvaardig — en toch de Rechtvaardigmaker van wie in Jezus geloven.

Hier, aan de voet van het kruis, is dan vergeving en vrede voor schuldige misdadigers! Hier is volkomen rechtvaardiging voor wie zichzelf veroordelen en verafschuwen! Hier is een volkomen en eeuwige zaligheid voor heel de verloste familie van God!

Hier is een fontein die altijd open is, vol en vrij! Hier is een gewaad waarin de bruid van Jezus zonder gebrek en zonder vlek voor de troon van God staat! Hier wordt de barmhartigheid voor eeuwig groot gemaakt! Hier toont de stervende liefde zich in heel haar breedte en lengte en diepte en hoogte! Hier heerst de genade — alheerlijke, alles overwinnende genade — tot het eeuwige leven door Jezus Christus onze Heere!

Gezag, heerlijkheid en soevereine macht!

Halleluja, want de Heere, de almachtige God, heeft als Koning geheerst (Openbaring 19:6)

De onbeperkte heerschappij van Koning Jezus strekt zich uit over … alle dingen, alle gebeurtenissen, alle omstandigheden, alle mensen! Allen zijn onderworpen aan de soevereine beheersing van de Koning van de koningen en Heere van de heren!

Overal op deze aardbol — zo ver als golven rollen, winden waaien, de zon schijnt of sterren hun nachtelijke baan houden — bestuurt de scepter van Jezus het lot van de mensen en beheerst zij hun plannen en daden.

En Hem werd gegeven heerschappij, en eer, en het Koninkrijk, dat Hem alle volken, natien en tongen eren zouden; Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet vergaan zal, en Zijn Koninkrijk zal niet verdorven worden (Daniël 7:14)

Pelgrims en vreemdelingen op deze aardkloot

Aan de uitverkorenen van God, vreemdelingen in de wereld. (1 Petrus 1:1)

zo wandelt in vreze den tijd uwer inwoning (1 Petrus 1:17)

Ons leven op aarde is slechts een damp! Wij zijn maar pelgrims en vreemdelingen op deze aardkloot — louter bijwoners zonder vaste of blijvende woonplaats, die door deze wereld trekken als door een plaats die niet ons huis of onze rustplaats is. De apostel gebiedt ons daarom die tijd van ons verblijf op aarde — of die nu kort of lang is — door te brengen onder de invloed en in de beoefening van eerbiedige vrees.

Wij zijn omringd door vijanden die ons als het ware allemaal naar het leven staan. Daarom worden wij opgeroepen met grote voorzichtigheid te gaan. Wij weten hoe snel wij kunnen uitglijden en vallen en zo ons eigen geweten kunnen verwonden, onze vrienden kunnen bedroeven, onze vijanden kunnen verblijden en een wolk van duisternis over onszelf kunnen brengen die lang boven onze ziel kan hangen.

Ons leven hier beneden is geen leven van gemak en rust — maar een oorlog, een strijd, een wedloop, een worsteling niet alleen tegen vlees en bloed maar tegen overheden en machten en geestelijke boosheden in de hemelse plaatsen. Wij moeten onszelf meer vrezen dan wat of wie ook en ons vlees beschouwen als onze grootste vijand!

Geliefden, ik vermaan u als inwoners en vreemdelingen, dat gij u onthoudt van de vleselijke begeerlijkheden, welke krijg voeren tegen de ziel (1 Petrus 2:11)

In dit toneel van verwarring en afleiding

En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen (Romeinen 8:26)

wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort. Hoe vaak ondervinden en voelen wij dat dit onze toestand is.

Duisternis bedekt ons gemoed. Onwetendheid doortrekt onze ziel. Ongeloof kwelt onze geest. Schuld benauwt ons geweten. Een menigte boze verbeeldingen of dwaze of nog ergere afdwalingen verstrooit onze gedachten. Satan werpt zijn vurige pijlen dik en snel. Een dichte wolk is over de genadetroon uitgespreid. Het ongeloof fluistert zijn gemene ingevingen — totdat te midden van al deze chaos zulke verwarring en slavernij heersen dat woorden ijdele adem lijken en het gebed tot de God van de hemel slechts lege spot.

In dit toneel van verwarring en afleiding, wanneer alles op een schipbreuk lijkt uit te lopen, hoe vriendelijk en genadig is het dan van de gezegende Geest om als het ware de arme, verbijsterde heilige te hulp te komen en hem te leren hoe hij moet bidden en wat hij moet bidden.

Daarom wordt van Hem gezegd dat Hij ons in onze zwakheden te hulp komt.

Want de kwaden waarover wij spraken zijn geen opzettelijke, welbewuste zonden maar ellendige zwakheden van het vlees. Hij komt onze zwakheden dus te hulp … door de macht en overhand van het ongeloof te breken, door in het gemoed een plechtige stilte te gebieden, door Satan en zijn vurige pijlen te bestraffen en te verjagen, door de ziel met een eerbiedig besef van de macht en tegenwoordigheid van God met ontzag te vervullen, door Jezus voor onze ogen te stellen en geloof op te wekken in Zijn Persoon en werk en bovenal door Zelf voor ons en in ons te bidden met onuitsprekelijke zuchtingen.

Wanneer de ziel de gunst heeft zo te mogen bidden, zijn haar smekingen een geestelijk offer en komen haar roepingen in de oren van de almachtige Heere. Want Die de harten doorzoekt, weet, welke de mening des Geestes zij, dewijl Hij naar God voor de heiligen bidt (Romeinen 8:27).

Dat waren sommigen van u!

De Heilige Geest neemt het op Zich de voorwerpen van de eeuwige keuze van de Vader en van de verlossende dood van de Zoon te heiligen.

De heiliging is voor de zaligheid van de gemeente even noodzakelijk en onmisbaar als de verlossing!

Want o, hoe diep was de gemeente gezonken in de val van Adam!

Het beeld van God waarin zij geschapen was — hoe geschonden en als het ware uitgewist! De dood breidde zich met noodlottig gevolg uit over al haar geestelijke en lichamelijke vermogens! De zonde besmette haar als een afzichtelijke melaatsheid tot in de kern van het hart! Duizend snode lusten dompelden haar dieper en dieper in een zee van schuld en misdaad! De vijandschap tegen God kookte op in golven van onophoudelijke opstand! Satan tiranniseerde haar met wrede heerschappij en trok of dreef haar — maar sleepte haar hoe dan ook zonder hoop of hulp naar de rand van de bodemloze put!

Hoor die brutale godslasteraar!

Zie die dronken, razende prostituee!

Kijk naar die moordenaar die met zijn bloedrode hand wegsluipt van zijn verminkte slachtoffer!

Of schrikt u terug voor zulke geluiden en gezichten? Stel u dan de verachtelijkste ellendeling voor die ooit de menselijke natuur te schande maakte — en u ziet in dat beeld de trekken van de gemeente zoals zij verstrikt is in de val van Adam en gezonken in erfzonde en dadelijke overtreding!

Wat een werk nam dan die allergenadigste en neerbuigende Geest op Zich, Die Zichzelf plechtig verbond in het eeuwige verbond om zulke ellendelingen te heiligen en hen toe te rusten en te vormen om deel te hebben aan heiligheid en eeuwig te leven in Gods vlekkeloze tegenwoordigheid!

Het zou gemakkelijker zijn dat de wolf bij het lam woont en de luipaard bij het schaap neerligt — dan dat goddeloze zondaars, ongewassen, niet wedergeboren en ongeheiligd, voor eeuwig voor de troon van God en van het Lam wonen!

Maar o, de wonderen van wijsheid, genade en liefde!

Zondaars, de snoodste zondaars, de ergste ellendelingen, de laagste stervelingen — kunnen en zullen door de poorten de heilige stad binnengaan!

Paulus somt enkele van de snoodste misdaden op die de menselijke natuur bevlekken en haar lager doen zinken dan de beesten die vergaan. Dan zegt hij: En dit waart gij sommigen; maar gij zijt afgewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd, in den Naam van den Heere Jezus, en door den Geest onzes Gods (1 Korinthe 6:11)

Afgewassen en geheiligd worden is even noodzakelijk en onmisbaar als gerechtvaardigd worden.

Verborgen schat!

Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting den gansen dag (Psalm 119:97)

Daarom heb ik Uw geboden lief, meer dan goud, ja, meer dan het fijnste goud (Psalm 119:127)

Ik heb Uw getuigenissen genomen tot een eeuwige erve, want zij zijn mijns harten vrolijkheid (Psalm 119:111)

Voor een geestelijk gemoed is het onderzoeken van het Woord als naar een verborgen schat zoet en loont het de ziel.

Er is geen zoetere en betere bezigheid voor hart en handen dan te zoeken door te dringen in de hemelse geheimen die in de Schrift zijn opgeslagen. Dat moet gebeuren in een geest van … gebed en overdenking, van afscheiding van de wereld, van heilige vrees, van een verlangen om de wil van God te kennen en te doen en van nederigheid, eenvoud en godzalige oprechtheid. En het moet niet gebeuren om het hoofd met denkbeelden te vullen maar om de ziel te voeden met het brood van het leven!

De waarheid, ontvangen in de liefde en de kracht ervan … vormt en bevestigt het oordeel en vertedert het hart en doet het smelten. Zij verwarmt de genegenheden en trekt ze omhoog en maakt en houdt het geweten levend en gevoelig. Zij is het voedsel van het geloof, de kracht van de hoop en de drijfveer van de liefde.

Mijn zoon! zo gij mijn redenen aanneemt, en mijn geboden bij u weglegt Zo gij haar zoekt als zilver, en naspeurt als verborgen schatten (Spreuken 2:1, Spreuken 2:4)

Het koninkrijk van Christus

het Koninkrijk Gods is binnen ulieden (Lukas 17:21)

Een ware bevindelijke kennis van Christus als Heere en Koning heeft een heilige, heiligende invloed op het hart en het leven van een gelovige!

Opdat Christus in het hart regeert en heerst, moet er eerst een verbrijzeling zijn van alle ander gezag en alle andere macht … De heerschappij van de zonde moet wijken voor de heerschappij van de genade. Afgoden moeten onttroond worden en rivalen verbannen. Lusten moeten onderworpen worden en het vlees gedood en gekruisigd. De oude mens moet worden afgelegd en de nieuwe mens aangedaan.

Hoogmoed en eigengerechtigheid, ongeloof en ongodsdienstigheid, huichelarij en ijdel vertrouwen, vleselijkheid en wereldse gezindheid, zonde en het eigen ik in al hun uiteenlopende gedaanten en vormen moeten als met een dodelijke slag worden getroffen en naar de vier windstreken van de hemel verstrooid!

Deze val en ondergang van het eigen ik maakt de weg vrij voor de oprichting van het koninkrijk van Christus in het hart. Jezus openbaart Zich aan de ziel die zo gebroken en vernederd is als haar Heere en Koning.

Maar wie is hiertoe bekwaam? Wie zal zijn eigen rechteroog uitrukken of zijn eigen rechterhand afhouwen? Wie zal de spijkers van de kruisiging in zijn eigen sidderende vlees slaan? Niemand! De Heere moet dan alles voor ons en in ons doen door Zijn Geest en genade.

Niet door kracht noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden, zegt de HEERE der heirscharen (Zacharia 4:6)

Het heeft invloed op het leven

als gij het Woord der prediking van God van ons ontvangen hebt, gij dat aangenomen hebt, niet als der mensen woord, maar (gelijk het waarlijk is) als Gods Woord, dat ook werkt in u, die gelooft (1 Thessalonicenzen 2:13)

Waar het woord van God krachtig werkt in het hart, heeft het invloed op het leven. Het … scheidt af van de wereld en haar geest. Het houdt het geweten levend en gevoelig in de vreze van God en brengt oprechtheid en rechtschapenheid van gedrag voort. Het strekt zijn invloed uit tot de verschillende verhoudingen van het leven en onderwerpt hoogmoed, hebzucht en zelfzucht. Het maakt de geest zacht en zachtmoedig en geeft tedere gevoelens en genadige genegenheden. Het bevordert gebed, overdenking en geestelijkheid van gemoed en maakt zich openbaar in leven, wandel en gesprek.

De levensregel van de gelovige

Als er in het Nieuwe Testament geen voorschriften stonden, zouden wij geen geïnspireerde levensregel hebben en geen gezaghebbende gids voor onze wandel en ons gedrag voor de gemeente en de wereld. Terecht leggen wij de ‘wet van Mozes’ als levensregel van de gelovige ter zijde en verwerpen wij haar.

Wat is dan onze regel? Zijn wij een stelletje wetteloze ellendelingen die mogen leven zoals zij willen, zoals de vijanden van de waarheid ons lasterlijk beschuldigen? God verhoede het! Wij hebben een goddelijke, gezaghebbende levensregel. Het is een code van aanwijzingen van de ruimste, volledigste en meest minutieuze aard, bedoeld en toereikend om elke gedachte, elk woord en elke handeling van ons leven te regelen en te beheersen. Zij vloeit geheel voort uit de eeuwige wijsheid en wil van de Vader, is verzegeld en bekrachtigd door het bloed van de Zoon en is ingegeven en geopenbaard door de Heilige Geest.

Wordt ons dan voor de voeten geworpen dat wij door de ‘wet van Mozes’ als onze levensregel te verwerpen bewijzen losbandige, wetteloze antinomianen te zijn? Dit is dan ons antwoord, en laat God en Zijn woord beslissen of het geen voldoende antwoord is. Wij hebben een levensregel die de ‘wet van Mozes’ zo ver overtreft als het nieuwe verbond van genade en waarheid het oude verbond van werken overtreft en overstraalt. En even ver als de bediening van de Geest, van het leven en van de gerechtigheid in heerlijkheid de bediening van de letter, van de dood en van de verdoemenis overtreft. (2 Korinthe 3:6-11)

Het evangelie en niet de wet van Mozes is de levensregel van de gelovige.

Kortom: de voorschriften van het Nieuwe Testament, in al hun volheid, nauwkeurigheid en omvang, zijn de levensregel van de gelovige.

Is er een plek te laag voor mij om in te kruipen en erin te liggen?

Vernedert u dan onder de krachtige hand Gods (1 Petrus 5:6). Mij wordt hier opgedragen en geboden mij te vernederen onder de krachtige hand van God. Maar kan ik dat? Nee, ik kan het niet! Ik kan een poging doen. Ik kan op mijn knieën vallen, mijn zonden belijden en mijn mond in het stof steken — althans dat alles in woorden doen.

Maar kan ik in mijn ziel … die plechtige vernedering van heel mijn geest voor God teweegbrengen, die zelfverfoeiing, die zelfverafschuwing, die gebrokenheid en verslagenheid van hart, dat liggen aan Zijn voeten met tranen en smekingen, dat overgeven van mijzelf in Zijn handen? Zonder dit alles is al mijn vernedering van mezelf slechts lippendienst. Nee! Niets daarvan kan ik!

Ik ben zo geheel arm en hulpeloos dat ik niet één korreltje echte nederigheid in mijn eigen ziel kan voortbrengen.

Maar laat de Heilige Geest genadig op mijn hart werken. Laat Hem mij vervullen met een diep besef van de krachtige hand van God over mij en onder mij. Laat Hem mij in mijn binnenste vernederen als de allergrootste van de zondaren. Laat mijn hart gebroken worden en mijn geest verslagen onder het zien van mijn zonden — en ook onder het zien van het leven, het lijden en het sterven van mijn dierbare Verlosser. Hoe zou ik mij dan niet kunnen vernederen onder de krachtige hand van God?

Is er een plek te laag voor mij om in te kruipen en erin te liggen?

Waar zijn mijn hoogmoed en eigengerechtigheid nu?

Vervult en bezit niet zoete nederigheid mijn ziel?

Alle leer, alle bevinding, alle voorschrift

Alle leer, alle bevinding, alle voorschrift komen als één groot, harmonisch geheel samen in de heerlijke Persoon van de Zoon van God. Van Hem komen zij allemaal voort en naar Hem stromen zij allemaal toe.

Los van Hem … blijkt de leer slechts een verdorde tak, de bevinding slechts een misleidende droom en het voorschrift slechts een wettische dienst.

Maar wanneer Zijn licht verlicht, Zijn leven levend maakt en Zijn kracht het woord van Zijn genade vergezelt, dan blijkt de leer niet langer een droge en dode leer te zijn maar een heerlijke waarheid. Dan blijkt de bevinding niet slechts een zaak van wisselend gevoel maar een gezegende werkelijkheid, het koninkrijk van God zelf dat met goddelijke kracht in het hart is opgericht. En dan is gehoorzaamheid geen wettische plicht maar een hoge, heilige en aangename dienst.

Evangelievrucht

Of maakt den boom goed en zijn vrucht goed; of maakt den boom kwaad en zijn vrucht kwaad; want uit de vrucht wordt de boom gekend (Mattheüs 12:33)

Evangelievrucht kan alleen groeien aan een evangelieboom. Zo moeten de vruchten van een heilig en godzalig leven voortkomen uit de goddelijke werkingen van de Heilige Geest op het hart.

Steun J.C. Philpot

Beste bezoeker,

U kunt jcphilpot.nl steunen met een donatie. Dankzij uw gift kunnen wij deze website blijven onderhouden en beschikbaar houden. Uw bijdrage wordt gebruikt voor de jaarlijkse kosten van hosting en het beheer van de site.

Elke donatie, groot of klein, helpt ons om dit werk voort te zetten. Hartelijk dank voor uw steun!