5 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
12 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Daarom, broeders! benaarstigt u te meer om uw roeping en verkiezing vast te maken. Want dat doende zult gij nimmermeer struikelen.
2 Petrus 1:10
Hebt u een bewijs werkelijk geroepen te zijn? Heeft de genade waarlijk intrek in uw hart genomen? O! mocht u het meer volkomen, krachtiger weten, welk een gezegende hoop van eeuwig leven in de boezem is weggelegd van die hemelse roeping, opdat zij u opbeure en aanmoedige om u meer en meer te haasten alles wat u in Christus, zo voor hier als hiernamaals, in de tegenwoordige genade en de toekomstige heerlijkheid geschonken is, te verwezenlijken! Wetende welke de hoop is hunner roeping, leren de heiligen Gods dat deze hoop alle dingen omvat die hun in Christus geschonken zijn, hetzij leven of dood, tegenwoordige of toekomende dingen; dat alles is hun eigendom, en wel om deze gezegende en afdoende reden, dat zij van Christus zijn en Christus is Gods.
Door onze roeping vast te maken, maken wij onze verkiezing vast – want het ene is het zekere bewijs van het andere; en zo er dus twijfel en onzekerheid bestaat over onze roeping, dan bestaat ook dezelfde twijfel en onzekerheid over onze verkiezing voor het eeuwige leven. Maar wanneer die twijfel en onzekerheid zijn weggenomen door de Geest der wijsheid en der openbaring in de kennis van Christus, en wij duidelijk kunnen zien en volkomen geloven dat de genade Gods ons werkelijk geroepen heeft uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht, dan zien wij door het geloof wat er in deze roeping is weggelegd en welk een heerlijke hoop van eeuwig leven daarbij is aangeboden, als een veilig en onwrikbaar anker voor de ziel, en dus een overvloedige hoop door de kracht des Heiligen Geestes.
Doch gij, mijn ziel, het ga zo ’t wil,
stel u gerust, zwijg Gode stil.
Ik wacht op Hem, zijn hulp zal blijken.
Hij is mijn rots, mijn heil in nood,
mijn hoog vertrek: zijn macht is groot,
ik zal noch wank’len, noch bezwijken.
Ps. 62:4
Aan de lezer…
Misschien worstelt u met de vraag die hier gesteld wordt: heeft de genade waarlijk intrek genomen in mijn hart? U durft het niet te ontkennen, maar evenmin vrijmoedig te zeggen. En omdat uw roeping u onzeker is, staat ook uw verkiezing u als een gesloten boek voor ogen. Dat is een zware en eenzame weg. Blijf er echter niet bij stilstaan alsof het zo moet blijven, want de apostel zegt: „benaarstigt u.”
Waarde lezer, u hoeft niet in de verborgen raad Gods op te klimmen om uw verkiezing te weten; zie naar uw roeping. Hebt u iets gekend van het geroepen worden uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht? Vraag dan de Geest der wijsheid en der openbaring in de kennis van Christus, dat Hij de twijfel wegneemt. Wie van Christus is, voor die is alles weggelegd, leven en dood, het tegenwoordige en het toekomende. Die hoop is een veilig en onwrikbaar anker voor de ziel, en wie zo verankerd is, zal nimmermeer struikelen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Daarom, broeders! benaarstigt u te meer om uw roeping en verkiezing vast te maken. Want dat doende zult gij nimmermeer struikelen.
2 Petrus 1:10
Hebt u een bewijs dat u werkelijk geroepen bent? Heeft de genade werkelijk haar intrek in uw hart genomen? O, mocht u vollediger en krachtiger weten welk een gezegende hoop op eeuwig leven er in die hemelse roeping is weggelegd! Dan zou zij u opbeuren en aanmoedigen om u steeds meer te haasten om alles wat u in Christus geschonken is, zowel voor hier als voor hiernamaals, in de tegenwoordige genade en de toekomstige heerlijkheid, werkelijkheid te laten worden. Omdat de heiligen van God weten wat de hoop van hun roeping is, leren zij dat deze hoop alle dingen omvat die hun in Christus geschonken zijn, of het nu leven is of dood, tegenwoordige of toekomstige dingen. Dat alles is hun eigendom, en wel om deze gezegende en afdoende reden: dat zij van Christus zijn en Christus van God is.
Door onze roeping vast te maken, maken wij onze verkiezing vast, want het ene is het zekere bewijs van het andere. Als er dus twijfel en onzekerheid bestaat over onze roeping, dan bestaat dezelfde twijfel en onzekerheid ook over onze verkiezing tot het eeuwige leven. Maar wanneer die twijfel en onzekerheid zijn weggenomen door de Geest van de wijsheid en de openbaring in de kennis van Christus, en wij duidelijk kunnen zien en vast kunnen geloven dat de genade van God ons werkelijk geroepen heeft uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht, dan zien wij door het geloof wat er in deze roeping is weggelegd. Dan zien wij ook welk een heerlijke hoop op eeuwig leven daarbij wordt aangeboden, als een veilig en onwrikbaar anker voor de ziel, en dus een overvloedige hoop door de kracht van de Heilige Geest.
Doch gij, mijn ziel, het ga zo ’t wil,
stel u gerust, zwijg Gode stil.
Ik wacht op Hem, zijn hulp zal blijken.
Hij is mijn rots, mijn heil in nood,
mijn hoog vertrek: zijn macht is groot,
ik zal noch wank’len, noch bezwijken.
Ps. 62:4
Aan de lezer…
Misschien worstelt u met de vraag die hier gesteld wordt: heeft de genade werkelijk haar intrek genomen in mijn hart? U durft het niet te ontkennen, maar evenmin vrijmoedig te zeggen. En omdat uw roeping u onzeker is, staat ook uw verkiezing u als een gesloten boek voor ogen. Dat is een zware en eenzame weg. Blijf er echter niet bij stilstaan alsof het zo moet blijven, want de apostel zegt: „benaarstigt u.”
U hoeft niet op te klimmen in de verborgen raad van God om uw verkiezing te weten; zie naar uw roeping. Hebt u iets gekend van het geroepen worden uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht? Vraag dan om de Geest van de wijsheid en de openbaring in de kennis van Christus, en bid dat Hij de twijfel wegneemt. Voor wie van Christus is, ligt alles klaar: leven en dood, het tegenwoordige en het toekomende. Die hoop is een veilig en onwrikbaar anker voor de ziel, en wie zo verankerd is, zal nimmermeer struikelen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wherefore the rather, brethren, give diligence to make your calling and election sure: for if ye do these things, ye shall never fall.
2 Peter 1:10
Have you any testimony to your effectual calling? Has grace indeed laid hold of your heart? O that you might know more fully—more powerfully—what a blessed hope of eternal life is laid up in the bosom of this heavenly calling, that it might cheer and encourage you to press on more and more to realize all that is given you in Christ, both for here and hereafter, in present grace and in future glory! In knowing what is the hope of their effectual calling, the saints of God learn that this hope embraces all things which are made theirs in Christ, whether life or death, or things present or things to come, that all are theirs; and for this blessed and all-sufficient reason, that they are Christ’s and Christ is God’s.
It is by making sure our calling that we make sure our election—for the one is the sure evidence of the other; and thus, if doubt and uncertainty hang over our calling, the same doubt and uncertainty must rest upon our election to eternal life. But as these doubts and fears are removed by the spirit of wisdom and revelation in the knowledge of Christ, and we can clearly see and fully believe that the grace of God effectually called us out of darkness into His marvelous light, then we see by faith what is laid up in the bosom of this calling, and what a glorious hope of eternal life is thereby afforded as an anchor of the soul, both sure and steadfast, and thus abound in hope through the power of the Holy Spirit.
To the reader…
Perhaps you are wrestling with the question asked here: has grace truly taken up its dwelling in my heart? You dare not deny it, but neither can you say it with boldness. And because your calling is uncertain to you, your election also stands before your eyes like a closed book. That is a heavy and lonely road. But do not stand still there as if it must always remain so, for the apostle says: “Give diligence.”
You do not need to climb up into the secret counsel of God to know your election; look at your calling. Have you known anything of being called out of darkness into His marvellous light? Then ask for the spirit of wisdom and revelation in the knowledge of Christ, and pray that He would take away the doubt. For those who are Christ’s, everything lies ready: life and death, things present and things to come. That hope is an anchor of the soul, both sure and steadfast, and whoever is anchored like this shall never fall.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Por lo cual, hermanos, procurad tanto más de hacer firme vuestra vocación y elección; porque haciendo estas cosas, no caeréis jamás.
2 Pedro 1:10
¿Tiene usted algún testimonio de su llamamiento eficaz? ¿Se ha apoderado verdaderamente la gracia de su corazón? ¡Oh, que pudiera conocer más plenamente, con más poder, qué bienaventurada esperanza de vida eterna está guardada en el seno de este llamamiento celestial, para que le alentara y animara a avanzar más y más en hacer suyo todo lo que le es dado en Cristo, tanto para aquí como para el más allá, en gracia presente y en gloria futura! Al conocer cuál es la esperanza de su llamamiento eficaz, los santos de Dios aprenden que esta esperanza abarca todas las cosas que les han sido hechas suyas en Cristo, sea la vida, sea la muerte, sea lo presente, sea lo por venir, que todo es suyo; y esto por la bendita y todo suficiente razón de que ellos son de Cristo y Cristo es de Dios.
Es haciendo firme nuestro llamamiento como hacemos firme nuestra elección, pues lo uno es la evidencia segura de lo otro; y así, si la duda y la incertidumbre se ciernen sobre nuestro llamamiento, la misma duda e incertidumbre ha de pesar sobre nuestra elección para vida eterna. Pero a medida que estas dudas y temores son quitados por el espíritu de sabiduría y de revelación en el conocimiento de Cristo, y podemos ver claramente y creer plenamente que la gracia de Dios nos llamó eficazmente de las tinieblas a Su luz admirable, entonces vemos por la fe lo que está guardado en el seno de este llamamiento, y qué gloriosa esperanza de vida eterna se nos da por ello como ancla del alma, segura y firme, y así abundamos en esperanza por el poder del Espíritu Santo.
Al lector…
Quizá esté usted luchando con la pregunta que aquí se plantea: ¿ha establecido verdaderamente la gracia su morada en mi corazón? No se atreve a negarlo, pero tampoco puede afirmarlo con confianza. Y como su llamamiento le resulta incierto, también su elección está ante sus ojos como un libro cerrado. Es un camino pesado y solitario. Pero no se quede quieto allí como si siempre tuviera que seguir así, porque el apóstol dice: “Procurad”.
No necesita subir al consejo secreto de Dios para conocer su elección; mire su llamamiento. ¿Ha conocido algo de ser llamado de las tinieblas a Su luz admirable? Entonces pida el espíritu de sabiduría y de revelación en el conocimiento de Cristo, y ruegue que Él quite la duda. Para los que son de Cristo, todo está preparado: la vida y la muerte, lo presente y lo por venir. Esa esperanza es un ancla del alma, segura y firme, y quien está así anclado no caerá jamás.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
De Doorbreker
De Doorbreker zal voor hun aangezicht optrekken; zij zullen doorbreken, en door de poort gaan, en door dezelve uittrekken. En hun Koning zal voor hun aangezicht heengaan; en de Heere in hun spits.
Micha 2:13
In de tweede helft van dit vers lezen we: „En hun Koning zal voor hun aangezicht heengaan; en de Heere in hun spits.” Nu is deze Koning dezelfde als de Doorbreker; dezelfde als de Heere. Deze Koning is Koning Jezus, de Koning van Sion, de Koning en het Hoofd van Zijn verbondsvolk. En waarom wordt deze uitdrukking gebruikt? Niet alleen omdat Hij hun Koning is, maar ook omdat zij Zijn onderdanen zijn.
De titels die in de Heilige Schrift aan de Heere Jezus Christus zijn gegeven, zijn niet zomaar verspreid door het Woord van God, zonder een betekenis te hebben. Maar elke titel die aan de Heere Jezus Christus wordt gegeven, is niet alleen precies aangepast aan de behoeften van Zijn kinderen, maar ook geschikt voor de tekst waarin hij voorkomt. Dus in elke tekst waarin over Jezus wordt gesproken met een bepaalde titel, past de tekst bij de titel en de titel bij de tekst, en Hij is de heerlijkheid ervan. Zo wordt Hij hier „de Koning” genoemd, niet alleen omdat Hij een Koning is, maar omdat zij Hem als gehoorzame onderdanen volgen.
En we geven nooit onszelf, ons hart en onze ziel aan Jezus; we geven nooit onze genegenheden aan Hem over, totdat Hij komt en Zichzelf openbaart als een Doorbreker. Maar als Hij in deze grote en heerlijke woorden als Doorbreker verschijnt, om het harde hart om te zetten in berouw, nederigheid en liefde; om de moeilijkheden en obstakels weg te nemen die op de weg naar Sion liggen; als Hij elke verzoeking, elke belegering en elke valstrik, elke zonde en alles wat beangstigend is voor een levende ziel, afbreekt – als Hij deze dingen afbreekt door middel van Zijn almachtige liefde en kracht, gaan Zijn kinderen naar binnen door de poort en lopen voorwaarts, en dan gaat de Koning voor hun aangezicht heen.
Lezen: Psalm 24
Aan de lezer…
Misschien, lezer, voelt u hoe koud en hard uw hart soms is tegenover de Heere Jezus. U weet dat u Hem toebehoren moet, en toch krijgt u uw genegenheden niet aan Hem gegeven. Wees daarover eerlijk, maar wanhoop niet. Niemand geeft zichzelf, zijn hart en zijn ziel aan Jezus, totdat Hij komt en Zich als de Doorbreker openbaart.
Wanneer Hij dat doet, smelt Hij het harde hart tot berouw, nederigheid en liefde. Dan breekt Hij af wat beangstigend was: de verzoeking, de valstrik, de zonde die u terneerdrukte. En dan gaat u door de poort, niet als een slaaf die gedreven wordt, maar als een gewillige onderdaan die zijn Koning volgt. Smeek dan of Hij ook voor u zo verschijnen wil. Elke titel die Hij draagt, past juist bij de nood van Zijn kinderen, en dus ook bij de uwe.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
De Doorbreker zal voor hun aangezicht optrekken; zij zullen doorbreken, en door de poort gaan, en door dezelve uittrekken. En hun Koning zal voor hun aangezicht heengaan; en de Heere in hun spits.
Micha 2:13
In de tweede helft van dit vers lezen we: „En hun Koning zal voor hun aangezicht heengaan; en de Heere in hun spits.” Deze Koning is Dezelfde als de Doorbreker, Dezelfde als de Heere. Deze Koning is Koning Jezus, de Koning van Sion, de Koning en het Hoofd van Zijn verbondsvolk. En waarom wordt deze uitdrukking gebruikt? Niet alleen omdat Hij hun Koning is, maar ook omdat zij Zijn onderdanen zijn.
De titels die de Heilige Schrift aan de Heere Jezus Christus geeft, zijn niet zomaar door het Woord van God verspreid, zonder betekenis. Elke titel die aan de Heere Jezus Christus wordt gegeven, past niet alleen precies bij de noden van Zijn kinderen, maar ook bij de tekst waarin hij voorkomt. In elke tekst waarin met een bepaalde titel over Jezus wordt gesproken, past de tekst dus bij de titel en de titel bij de tekst, en Hij is er de heerlijkheid van. Zo wordt Hij hier „de Koning” genoemd, niet alleen omdat Hij een Koning is, maar omdat zij Hem als gehoorzame onderdanen volgen.
We geven onszelf, ons hart en onze ziel nooit aan Jezus, en we geven Hem nooit onze genegenheden, totdat Hij komt en Zich openbaart als een Doorbreker. Maar wanneer Hij in deze grote en heerlijke woorden als Doorbreker verschijnt, om het harde hart te veranderen in berouw, nederigheid en liefde, en om de moeilijkheden en hindernissen op de weg naar Sion weg te nemen; wanneer Hij elke verzoeking, elke belegering en elke strik, elke zonde en alles wat een levende ziel beangstigt, afbreekt – wanneer Hij deze dingen door Zijn almachtige liefde en kracht afbreekt, dan gaan Zijn kinderen door de poort naar binnen en trekken verder, en dan gaat de Koning voor hun aangezicht heen.
Lezen: Psalm 24
Aan de lezer…
Misschien, lezer, voelt u hoe koud en hard uw hart soms is tegenover de Heere Jezus. U weet dat u Hem zou moeten toebehoren, en toch lukt het u niet uw genegenheden aan Hem te geven. Wees daarover eerlijk, maar wanhoop niet. Niemand geeft zichzelf, zijn hart en zijn ziel aan Jezus, totdat Hij komt en Zich als de Doorbreker openbaart.
Wanneer Hij dat doet, verandert Hij het harde hart in berouw, nederigheid en liefde. Dan breekt Hij af wat beangstigend was: de verzoeking, de strik, de zonde die u terneerdrukte. En dan gaat u door de poort, niet als een slaaf die gedreven wordt, maar als een gewillige onderdaan die zijn Koning volgt. Smeek dan of Hij ook voor u zo wil verschijnen. Elke titel die Hij draagt, past juist bij de nood van Zijn kinderen, en dus ook bij de uwe.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
The breaker is come up before them: they have broken up, and have passed through the gate, and are gone out by it: and their King shall pass before them, and the LORD on the head of them.
Micah 2:13
In the second half of this verse we read: “And their King shall pass before them, and the LORD on the head of them.” This King is the same as the Breaker, the same as the LORD. This King is King Jesus, the King of Zion, the King and Head of His covenant people. And why is this expression used? Not only because He is their King, but also because they are His subjects.
The titles which the Holy Scripture gives to the Lord Jesus Christ are not simply scattered through the Word of God without meaning. Every title given to the Lord Jesus Christ fits not only the needs of His children exactly, but also the text in which it occurs. So in every text in which Jesus is spoken of by a particular title, the text fits the title and the title the text, and He is the glory of it. So here He is called “the King,” not only because He is a King, but because they follow Him as obedient subjects.
We never give ourselves, our heart and our soul to Jesus, and we never give Him our affections, until He comes and reveals Himself as a Breaker. But when He appears as a Breaker in these great and glorious words, to change the hard heart into repentance, humility and love, and to remove the difficulties and obstacles on the way to Zion; when He breaks down every temptation, every siege and every snare, every sin and everything that frightens a living soul – when He breaks these things down by His almighty love and power, then His children pass through the gate and go out by it, and then the King passes before them.
Reading: Psalm 24
To the reader…
Perhaps, reader, you feel how cold and hard your heart sometimes is towards the Lord Jesus. You know that you ought to belong to Him, and yet you cannot manage to give Him your affections. Be honest about that, but do not despair. No one gives himself, his heart and his soul to Jesus until He comes and reveals Himself as the Breaker.
When He does, He changes the hard heart into repentance, humility and love. Then He breaks down what was frightening: the temptation, the snare, the sin that weighed you down. And then you pass through the gate, not as a slave who is driven, but as a willing subject following his King. Plead with Him, then, that He would appear so for you as well. Every title He bears fits exactly the need of His children, and so it fits yours too.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Subirá rompedor delante de ellos; romperán y pasarán la puerta, y saldrán por ella: y su Rey pasará delante de ellos, y a la cabeza de ellos Jehová.
Miqueas 2:13
En la segunda mitad de este versículo leemos: “Y su Rey pasará delante de ellos, y a la cabeza de ellos Jehová”. Este Rey es el mismo que el Rompedor, el mismo que Jehová. Este Rey es el Rey Jesús, el Rey de Sion, el Rey y Cabeza de Su pueblo del pacto. ¿Y por qué se usa esta expresión? No solo porque Él es su Rey, sino también porque ellos son Sus súbditos.
Los títulos que la Santa Escritura da al Señor Jesucristo no están simplemente esparcidos por la Palabra de Dios sin sentido. Cada título dado al Señor Jesucristo corresponde exactamente no solo a las necesidades de Sus hijos, sino también al texto en que aparece. Así, en cada texto en que se habla de Jesús con un título particular, el texto corresponde al título y el título al texto, y Él es la gloria de ello. Así aquí se le llama “el Rey”, no solo porque es Rey, sino porque ellos le siguen como súbditos obedientes.
Nunca nos entregamos a Jesús, ni nuestro corazón ni nuestra alma, y nunca le damos nuestros afectos, hasta que Él viene y se revela como Rompedor. Pero cuando aparece como Rompedor en estas grandes y gloriosas palabras, para cambiar el corazón duro en arrepentimiento, humildad y amor, y para quitar las dificultades y obstáculos en el camino a Sion; cuando derriba toda tentación, todo asedio y todo lazo, todo pecado y todo lo que atemoriza a un alma viviente; cuando derriba estas cosas por Su amor y poder todopoderosos, entonces Sus hijos pasan la puerta y salen por ella, y entonces el Rey pasa delante de ellos.
Lectura: Salmo 24
Al lector…
Quizá, lector, siente cuán frío y duro es a veces su corazón para con el Señor Jesús. Sabe que debería pertenecerle, y sin embargo no logra darle sus afectos. Sea sincero en eso, pero no desespere. Nadie se entrega a Jesús, ni su corazón ni su alma, hasta que Él viene y se revela como el Rompedor.
Cuando lo hace, cambia el corazón duro en arrepentimiento, humildad y amor. Entonces derriba lo que atemorizaba: la tentación, el lazo, el pecado que le abrumaba. Y entonces usted pasa la puerta, no como un esclavo que es arreado, sino como un súbdito voluntario que sigue a su Rey. Ruéguele, pues, que aparezca así también para usted. Cada título que Él lleva corresponde exactamente a la necesidad de Sus hijos, y por eso corresponde también a la suya.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Wendt u naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde, want Ik ben God en niemand meer.
Jesaja 45:22
Hoe menigmaal schijnen wij zonder enige ware godsdienst of zonder enige genieting van ware troost te zijn. Hoe vaak zijn onze bevindingen verduisterd en bewolkt en is onze geest bedekt met grote duisternis. Hoe dikwijls verbergt de Heere Zijn aangezicht voor ons, zodat wij Hem niet aanschouwen, noch enige toegang tot Hem vinden kunnen; en hoe menigmaal wordt de grond waarop wij dachten te staan, onder onze voeten weggenomen, zodat wij geen genoegzame standplaats vinden. Welk een moeilijk pad is dit om te bewandelen; maar hoe profijtelijk!
Wanneer wij dan tot armoede en bedelarij geraken, leren wij de waarde kennen van Christus’ heerlijke rijkdommen. Hoe geringer gedachten wij hebben van ons eigen hart, en hoe bedriegelijker en goddelozer wij het vinden, des te meer zetten wij ons vertrouwen op Zijn getrouwheid; en hoe zwarter wij zijn in eigen achting, hoe schoner en aangenamer schijnt Hij ons toe. Wanneer wij zinken, staat Hij op; wanneer wij zwak worden, brengt Hij Zijn sterkte toe; komen wij in gevaar, Hij brengt uitredding. Komen wij in verzoeking, Hij verbreekt de strik; en als wij in de duisternis zijn opgesloten, dan laat Hij het licht Zijns aanschijns lichten.
Welnu, door in deze weg geleid te worden en te wandelen in deze paden, komen wij eerst recht te weten wie Jezus is, en zien en ontwaren wij hoe gepast en dierbaar zulk een Zaligmaker is voor onze behoeftige zielen. Zijn wij behoeftig, Hij bezit alle rijkdom; zijn wij hongerig, Hij is het Brood des levens; zijn wij dorstig, Hij zegt: „Zo iemand dorst, hij kome tot Mij en drinke.” Zijn wij naakt, Hij heeft klederen om weg te schenken; zijn wij dwazen, Hij heeft wijsheid om mede te delen; zijn wij verloren, dan spreekt Hij: „Zie op Mij en word behouden.”
Het is er ver vandaan dat onze ellende ons zou uitsluiten van Gods barmhartigheid. Hij is daartoe het enige „Nodige”. Het is er ver vandaan dat onze schuld ons zou uitsluiten van Zijn vergeving; Hij alleen kan ze ons schenken. Het is er ver vandaan dat onze hulpeloosheid onze zielen zou doen ten onder gaan, want zij is de noodwendige voorbereidster voor de openbaring van Zijn kracht in onze zwakheid. Wij kunnen onze eigen wonden en zweren niet helen; en dit is de reden waarom Hij Zijn krachtige arm openbaart. Het is daarom, terwijl er geen zaligheid in onszelf is, noch in enig schepsel, dat Hij zegt: „Wendt u naar Mij toe, want Ik ben God en niemand meer.”
Aan de lezer…
Misschien is de grond waarop u dacht te staan onder uw voeten weggenomen. U zoekt de Heere, maar Hij verbergt Zijn aangezicht; uw bevindingen zijn bewolkt, en u voelt u arm als een bedelaar. Het is een moeilijk pad, en niemand kiest het graag. Maar het is ook een profijtelijk pad, want juist daar leert u wie Jezus is en hoe dierbaar zulk een Zaligmaker is voor een behoeftige ziel.
Bent u hongerig? Hij is het Brood des levens. Bent u naakt? Hij heeft klederen om weg te schenken. Bent u verloren? Hij spreekt: „Zie op Mij en word behouden.” Uw ellende sluit u niet buiten van Zijn barmhartigheid, en uw hulpeloosheid is geen reden om ten onder te gaan; zij is de voorbereiding voor de openbaring van Zijn kracht in uw zwakheid. Daar er geen zaligheid in uzelf is, noch in enig schepsel, roept Hij u toe: „Wendt u naar Mij toe, want Ik ben God en niemand meer.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wendt u naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde, want Ik ben God en niemand meer.
Jesaja 45:22
Hoe vaak lijkt het alsof wij zonder enige ware godsdienst zijn, of zonder enig genieten van ware troost. Hoe vaak zijn onze bevindingen verduisterd en bewolkt, en is onze geest met grote duisternis bedekt. Hoe vaak verbergt de Heere Zijn aangezicht voor ons, zodat wij Hem niet zien en geen toegang tot Hem kunnen vinden. En hoe vaak wordt de grond waarop wij dachten te staan onder onze voeten weggenomen, zodat wij geen vaste plaats meer vinden om te staan. Wat een moeilijk pad is dit om te gaan; maar hoe nuttig!
Wanneer wij dan in armoede en bedelarij terechtkomen, leren wij de waarde kennen van de heerlijke rijkdommen van Christus. Hoe geringer wij denken over ons eigen hart, en hoe bedrieglijker en goddelozer wij het bevinden, des te meer stellen wij ons vertrouwen op Zijn trouw. En hoe zwarter wij zijn in eigen ogen, hoe schoner en lieflijker Hij ons toeschijnt. Wanneer wij zinken, staat Hij op; wanneer wij zwak worden, geeft Hij Zijn kracht; komen wij in gevaar, dan brengt Hij uitredding. Komen wij in verzoeking, dan verbreekt Hij de strik; en als wij in de duisternis zijn opgesloten, dan laat Hij het licht van Zijn aangezicht schijnen.
Welnu, door op deze weg geleid te worden en op deze paden te wandelen, leren wij pas goed wie Jezus is. Dan zien en ervaren wij hoe passend en dierbaar zo’n Zaligmaker is voor onze behoeftige zielen. Zijn wij behoeftig, Hij bezit alle rijkdom; zijn wij hongerig, Hij is het Brood des levens; zijn wij dorstig, Hij zegt: „Zo iemand dorst, hij kome tot Mij en drinke.” Zijn wij naakt, Hij heeft kleren om weg te schenken; zijn wij dwazen, Hij heeft wijsheid om uit te delen; zijn wij verloren, dan spreekt Hij: „Zie op Mij en word behouden.”
Het is er ver vandaan dat onze ellende ons zou uitsluiten van Gods barmhartigheid. Hij is daarvoor het enige „Nodige”. Het is er ver vandaan dat onze schuld ons zou uitsluiten van Zijn vergeving; Hij alleen kan die schenken. Het is er ver vandaan dat onze hulpeloosheid onze zielen ten onder zou doen gaan, want zij is de noodzakelijke voorbereiding voor de openbaring van Zijn kracht in onze zwakheid. Wij kunnen onze eigen wonden en zweren niet genezen; en daarom openbaart Hij Zijn krachtige arm. Juist omdat er geen zaligheid is in onszelf of in enig schepsel, zegt Hij: „Wendt u naar Mij toe, want Ik ben God en niemand meer.”
Aan de lezer…
Misschien is de grond waarop u dacht te staan onder uw voeten weggenomen. U zoekt de Heere, maar Hij verbergt Zijn aangezicht; uw bevindingen zijn bewolkt, en u voelt u arm als een bedelaar. Het is een moeilijk pad, en niemand kiest het graag. Maar het is ook een nuttig pad, want juist daar leert u wie Jezus is en hoe dierbaar zo’n Zaligmaker is voor een behoeftige ziel.
Bent u hongerig? Hij is het Brood des levens. Bent u naakt? Hij heeft kleren om weg te schenken. Bent u verloren? Hij spreekt: „Zie op Mij en word behouden.” Uw ellende sluit u niet buiten Zijn barmhartigheid, en uw hulpeloosheid is geen reden om ten onder te gaan; zij is de voorbereiding voor de openbaring van Zijn kracht in uw zwakheid. Omdat er geen zaligheid is in uzelf of in enig schepsel, roept Hij u toe: „Wendt u naar Mij toe, want Ik ben God en niemand meer.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Look unto me, and be ye saved, all the ends of the earth: for I am God, and there is none else.
Isaiah 45:22
How often we seem not to have any real religion, or enjoy any solid comfort! How often are our evidences obscured and beclouded, and our minds covered with deep darkness! How often does the Lord hide Himself, so that we cannot behold Him, nor get near to Him; and how often the ground on which we thought we stood is cut from under our feet, and we have no firm standing! What a painful path is this to walk in, but how profitable!
When we are reduced to poverty and beggary, we learn to value Christ’s glorious riches; the worse opinion we have of our own heart, and the more deceitful and desperately wicked that we find it, the more we put our trust in His faithfulness. The more black we are in our own esteem, the more beautiful and lovely does He appear in our eyes. As we sink, Jesus rises. As we become feeble, He puts forth His strength. As we come into danger, He brings deliverance; as we get into temptation, He breaks the snare. As we are shut up in darkness and obscurity, He causes the light of His countenance to shine.
Now it is by being led in this way, and walking in these paths, that we come rightly to know Who Jesus is, and to see and feel how suitable and precious such a Savior is to our undone souls. We are needy, He has in Himself all riches; we are hungry, He is the Bread of life; we are thirsty, He says, “If any man thirst, let him come unto Me, and drink;” we are naked, and He has clothing to bestow; we are fools, and He has wisdom to grant; we are lost, and He speaks, “Look unto Me, and be saved.”
Thus, so far from our misery shutting us out from God’s mercy, it is the only requisite for it; so far from our guilt excluding His pardon, it is the only thing needful for it; so far from our helplessness ruining our souls, it is the needful preparation for the manifestation of His power in our weakness; we cannot heal our own wounds and sores; that is the very reason why He should stretch forth His arm. It is because there is no salvation in ourselves, or in any other creature, that He says, “Look unto Me, for I am God, and there is none else.”
To the reader…
Perhaps the ground on which you thought you stood has been taken from under your feet. You seek the Lord, but He hides His face; your evidences are clouded, and you feel as poor as a beggar. It is a hard path, and no one chooses it gladly. But it is also a profitable path, for it is just there that you learn Who Jesus is and how precious such a Saviour is to a needy soul.
Are you hungry? He is the Bread of life. Are you naked? He has clothing to bestow. Are you lost? He says, “Look unto Me, and be ye saved.” Your misery does not shut you out from His mercy, and your helplessness is no reason to perish; it is the preparation for the manifestation of His power in your weakness. Because there is no salvation in yourself or in any creature, He calls to you, “Look unto Me, for I am God, and there is none else.”
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Mirad a Mí, y sed salvos, todos los términos de la tierra: porque Yo soy Dios, y no hay más.
Isaías 45:22
¡Cuántas veces parece que no tenemos ninguna religión verdadera, ni gozamos de ningún consuelo sólido! ¡Cuántas veces nuestras evidencias están oscurecidas y nubladas, y nuestra mente cubierta de densas tinieblas! ¡Cuántas veces el Señor se esconde, de modo que no podemos contemplarle ni acercarnos a Él; y cuántas veces el suelo sobre el que creíamos estar firmes es cortado bajo nuestros pies, y no tenemos dónde afirmarnos! ¡Qué senda tan dolorosa para andar, pero cuán provechosa!
Cuando somos reducidos a la pobreza y a la mendicidad, aprendemos a valorar las gloriosas riquezas de Cristo; cuanto peor opinión tenemos de nuestro propio corazón, y cuanto más engañoso y perverso lo hallamos, tanto más ponemos nuestra confianza en Su fidelidad. Cuanto más negros somos a nuestros propios ojos, tanto más hermoso y amable nos parece Él. Cuando nosotros nos hundimos, Jesús se levanta. Cuando nos debilitamos, Él despliega Su fortaleza. Cuando caemos en peligro, Él trae liberación; cuando entramos en tentación, Él rompe el lazo. Cuando estamos encerrados en tinieblas y oscuridad, Él hace resplandecer la luz de Su rostro.
Pues bien, es siendo conducidos de este modo y andando por estas sendas como llegamos a conocer debidamente Quién es Jesús, y a ver y sentir cuán apropiado y precioso es tal Salvador para nuestras almas perdidas. Somos necesitados, y Él tiene en Sí mismo todas las riquezas; tenemos hambre, y Él es el Pan de vida; tenemos sed, y Él dice: “Si alguno tiene sed, venga a Mí y beba”; estamos desnudos, y Él tiene vestido que dar; somos necios, y Él tiene sabiduría que conceder; estamos perdidos, y Él dice: “Mirad a Mí, y sed salvos.”
Así, lejos de que nuestra miseria nos excluya de la misericordia de Dios, es el único requisito para ella; lejos de que nuestra culpa impida Su perdón, es lo único necesario para él; lejos de que nuestra impotencia arruine nuestras almas, es la preparación necesaria para la manifestación de Su poder en nuestra debilidad; no podemos sanar nuestras propias heridas y llagas, y esa es precisamente la razón por la que Él ha de extender Su brazo. Es porque no hay salvación en nosotros mismos ni en ninguna otra criatura por lo que Él dice: “Mirad a Mí, porque Yo soy Dios, y no hay más.”
Al lector…
Quizá el suelo sobre el que creía estar firme le ha sido quitado de debajo de los pies. Busca usted al Señor, pero Él esconde Su rostro; sus evidencias están nubladas, y se siente tan pobre como un mendigo. Es una senda dura, y nadie la escoge con gusto. Pero es también una senda provechosa, porque es precisamente allí donde aprende Quién es Jesús y cuán precioso es tal Salvador para un alma necesitada.
¿Tiene hambre? Él es el Pan de vida. ¿Está desnudo? Él tiene vestido que dar. ¿Está perdido? Él dice: “Mirad a Mí, y sed salvos.” Su miseria no le excluye de Su misericordia, y su impotencia no es razón para perecer; es la preparación para la manifestación de Su poder en su debilidad. Porque no hay salvación en usted mismo ni en ninguna criatura, Él le llama: “Mirad a Mí, porque Yo soy Dios, y no hay más.”
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl