5 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
12 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Ik zal Israël zijn als de dauw.
Hosea 14:6
Somtijds doet de Heere, zonder Zijn Woord met grote kracht op de ziel toe te passen, Zijn Waarheid met zekere mate van liefelijkheid in de ziel droppelen. Dat is als de regen of de dauw, volgens Zijn eigen verklaring: „Mijn leer druppe als een regen; mijn rede vloeie als een dauw” (Deut. 32:2). Het droppelen van Zijn leer, of, zoals het woord betekent, Zijn onderricht, doet als de regen, en het afdruipen van Zijn genadige woorden als de dauw in de ziel een liefde tot de Waarheid ontbranden, en waar deze gevoeld wordt is zaligheid, want wij lezen van hen die ontkomen, dat „zij de liefde der Waarheid niet aangenomen hebben, om zalig te worden” (2 Thess. 2:10).
Er is een ontvangen der Waarheid, en een ontvangen van de liefde der Waarheid. Deze twee zaken verschillen zeer veel. De Waarheid ontvangen heeft niet noodzakelijk behoudenis ten gevolge, want velen ontvangen de Waarheid die nooit de liefde tot de Waarheid ontvangen. Duizenden geleerden ontvangen de Waarheid in hun verstand en nemen het reddingsplan aan als hun geloofsbelijdenis, maar worden er niet door gezaligd, noch geheiligd. Maar de liefde tot de Waarheid te ontvangen door de Waarheid, in Jezus liefelijk en kostelijk voor de ziel gemaakt, is de zaliging zelve ontvangen.
Aldus wordt het Evangelie de kracht Gods tot zaligheid, en daarom zegt de apostel, van het kruis sprekende: „dat het voor hen, die verloren gaan, dwaasheid en voor hen, die behouden worden, de kracht Gods is.” Nu is het onmogelijk dat deze kracht zou kunnen gevoeld worden zonder een verlokkelijke uitwerking op de ziel uit te oefenen, waarbij zij aan iedere boze zaak ontworstelt en zich met het hart aan de Heere hecht.
Dat Isrel op de Heer vertrouw’,
zijn hoop op Gods ontferming bouw’,
en stil berust’ in zijn beleid
van nu tot in all’ eeuwigheid.
Ps. 131:4
Aan de lezer…
Kent u de waarheid alleen met uw verstand, of hebt u haar ook liefgekregen? Dat zijn twee heel verschillende dingen. Velen ontvangen de waarheid als hun geloofsbelijdenis en worden er toch niet door gezaligd. Het is goed om daar eerlijk bij stil te staan en te vragen of Christus u ooit liefelijk en kostelijk geworden is.
Maar wees ook niet te snel met uzelf te veroordelen. De Heere werkt niet altijd met grote kracht; somtijds laat Hij Zijn waarheid als dauw in de ziel droppelen, stil en liefelijk, zodat er een liefde tot haar ontbrandt. Ondervindt u iets van die zachte trekking, waardoor uw hart zich losmaakt van het kwade en zich aan de Heere hecht? Dat is geen geringe zaak. Bid dan dat Hij zij als de dauw, voor u en voor Zijn ganse Israël.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Ik zal Israël zijn als de dauw.
Hosea 14:6
Soms laat de Heere, zonder Zijn Woord met grote kracht op de ziel toe te passen, Zijn Waarheid met een zekere lieflijkheid in de ziel druppelen. Dat is als de regen of de dauw, volgens Zijn eigen woord: „Mijn leer druppe als een regen; mijn rede vloeie als een dauw” (Deut. 32:2). Het druppelen van Zijn leer, of, zoals het woord betekent, Zijn onderricht, werkt als de regen, en het neerdruppelen van Zijn genadige woorden werkt als de dauw. Zo ontsteken zij in de ziel een liefde tot de Waarheid. En waar die liefde gevoeld wordt, is zaligheid, want wij lezen van hen die verloren gaan, dat „zij de liefde der Waarheid niet aangenomen hebben, om zalig te worden” (2 Thess. 2:10).
Er is een ontvangen van de Waarheid, en er is een ontvangen van de liefde tot de Waarheid. Deze twee zaken verschillen sterk van elkaar. Wie de Waarheid ontvangt, wordt daardoor niet noodzakelijk behouden, want velen ontvangen de Waarheid zonder ooit de liefde tot de Waarheid te ontvangen. Duizenden geleerden ontvangen de Waarheid in hun verstand en nemen het plan van verlossing aan als hun geloofsbelijdenis, maar worden er niet door gezaligd en ook niet geheiligd. Maar wie de liefde tot de Waarheid ontvangt, doordat de Waarheid zoals die in Jezus is lieflijk en kostbaar voor de ziel gemaakt wordt, ontvangt de zaligheid zelf.
Zo wordt het Evangelie de kracht van God tot zaligheid. Daarom zegt de apostel, wanneer hij over het kruis spreekt: „dat het voor hen, die verloren gaan, dwaasheid en voor hen, die behouden worden, de kracht Gods is.” Nu is het onmogelijk dat deze kracht gevoeld wordt zonder dat zij een lokkende uitwerking op de ziel heeft, waardoor de ziel zich losworstelt van alles wat boos is en zich met het hart aan de Heere hecht.
Dat Isrel op de Heer vertrouw’,
zijn hoop op Gods ontferming bouw’,
en stil berust’ in zijn beleid
van nu tot in all’ eeuwigheid.
Ps. 131:4
Aan de lezer…
Kent u de waarheid alleen met uw verstand, of hebt u haar ook liefgekregen? Dat zijn twee heel verschillende dingen. Velen ontvangen de waarheid als hun geloofsbelijdenis en worden er toch niet door gezaligd. Het is goed om daar eerlijk bij stil te staan en u af te vragen of Christus ooit lieflijk en kostbaar voor u geworden is.
Maar wees ook niet te snel in het veroordelen van uzelf. De Heere werkt niet altijd met grote kracht. Soms laat Hij Zijn waarheid als dauw in de ziel druppelen, stil en lieflijk, zodat er een liefde tot haar ontbrandt. Ervaart u iets van die zachte trekking, waardoor uw hart zich losmaakt van het kwade en zich aan de Heere hecht? Dat is geen kleinigheid. Bid dan dat Hij zal zijn als de dauw, voor u en voor heel Zijn Israël.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
I will be as the dew unto Israel.
Hosea 14:5
Sometimes the Lord, without applying His Word with any very great and distinguishing power to the heart, makes His truth to drop with a measure of sweetness into the soul. This is as rain or dew, according to His own gracious declaration, “My teaching shall drop as the rain; My speech shall distill as the dew” (Deut. 32:2). The dropping, then, of His teaching as rain, and the distilling of His gracious speech as dew, kindle in the soul a love of the truth, and wherever this is felt there is salvation, for we read of those who perish that “they received not the love of the truth that they might be saved” (2 Thess. 2:10).
There is a receiving of the truth, and a receiving of the love of the truth. These two things widely differ. To receive the truth will not necessarily save; for many receive the truth who never receive the love of the truth. Professors by thousands receive the truth into their judgment, and adopt the plan of salvation as their creed; but are neither saved nor sanctified thereby.
But to receive the love of the truth by the truth as it is in Jesus being made sweet and precious to the soul, is to receive salvation itself. It is in this way that the gospel is made the power of God unto salvation; and therefore the Apostle, speaking of “the preaching of the cross,” says that “it is to those who perish foolishness, but unto us which are saved it is the power of God.” Now it is impossible that this power should be felt without its having an alluring effect upon the soul, whereby it comes out from every evil thing and cleaves to the Lord with purpose of heart.
To the reader…
Do you know the truth only with your understanding, or have you also come to love it? Those are two very different things. Many receive the truth as their creed and yet are not saved by it. It is good to pause honestly over this and ask yourself whether Christ has ever become sweet and precious to you.
But do not be too quick to condemn yourself either. The Lord does not always work with great power. Sometimes He lets His truth drop like dew into the soul, quietly and sweetly, so that a love for it is kindled. Do you experience something of that gentle drawing, by which your heart loosens itself from what is evil and cleaves to the Lord? That is no small thing. Then pray that He will be as the dew, for you and for all His Israel.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Yo seré a Israel como rocío.
Oseas 14:5
A veces el Señor, sin aplicar Su Palabra al corazón con un poder muy grande y distintivo, hace que Su verdad gotee en el alma con una medida de dulzura. Esto es como lluvia o rocío, según Su propia declaración llena de gracia: “Goteará como la lluvia Mi doctrina; destilará como el rocío Mi razonamiento” (Deuteronomio 32:2). El goteo, pues, de Su doctrina como lluvia, y el destilar de Su palabra llena de gracia como rocío, encienden en el alma un amor a la verdad, y dondequiera que esto se siente hay salvación; porque leemos de los que se pierden que “no recibieron el amor de la verdad para ser salvos” (2 Tesalonicenses 2:10).
Hay un recibir la verdad y un recibir el amor de la verdad. Estas dos cosas difieren grandemente. Recibir la verdad no salva necesariamente; porque muchos reciben la verdad sin recibir nunca el amor de la verdad. Profesantes por millares reciben la verdad en su juicio y adoptan el plan de salvación como su credo; pero no son salvados ni santificados por ello.
Pero recibir el amor de la verdad, al hacerse dulce y preciosa para el alma la verdad tal como está en Jesús, es recibir la salvación misma. Es de esta manera como el evangelio se hace poder de Dios para salvación; y por eso el Apóstol, hablando de “la palabra de la cruz”, dice que “es locura a los que se pierden; mas a los que se salvan, es a saber, a nosotros, es potencia de Dios”. Ahora bien, es imposible que este poder se sienta sin que tenga un efecto atrayente sobre el alma, por el cual esta sale de toda cosa mala y se allega al Señor con propósito de corazón.
Al lector…
¿Conoce usted la verdad solo con su entendimiento, o ha llegado también a amarla? Son dos cosas muy diferentes. Muchos reciben la verdad como su credo y, sin embargo, no son salvados por ella. Es bueno detenerse con sinceridad en esto y preguntarse si Cristo ha llegado alguna vez a ser dulce y precioso para usted.
Pero tampoco se condene demasiado pronto. El Señor no siempre obra con gran poder. A veces deja que Su verdad gotee como rocío en el alma, callada y dulcemente, de modo que se enciende un amor a ella. ¿Experimenta usted algo de esa atracción suave, por la cual su corazón se desprende de lo malo y se allega al Señor? Eso no es poca cosa. Ore entonces para que Él sea como el rocío, para usted y para todo Su Israel.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Het lijden en sterven van Christus
Zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.
Romeinen 8:17
Om Christus’ kroon deelachtig te zijn, moeten we Christus’ kruis deelachtig zijn. Vereniging met Hem in het lijden moet voorafgaan aan vereniging met Hem in de heerlijkheid. Dit is de uitdrukkelijke getuigenis van de Heilige Geest: „Zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden” (Rom. 8:17). „Indien wij met Hem gestorven zijn, zo zullen wij ook met Hem leven; indien wij verdragen, wij zullen ook met Hem heersen” (2 Tim. 2:11, 12). Het vlees en de wereld moeten voor ons worden gekruisigd, en wij voor hen, en dit kan alleen maar geschieden ingevolge een levende vereniging met een gekruisigde Heere.
Dit deed de apostel zeggen: „Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons van God, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelf voor mij overgegeven heeft” (Gal. 2:20). En nogmaals: „Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onze Heere Jezus Christus; door Welke de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld” (Gal. 6:14). Bevindelijke kennis van kruisiging met zijn gekruisigde Heere deed Paulus het kruis verkondigen, niet alleen wat betreft de kracht ervan om te behouden, maar ook wat betreft de kracht ervan om te heiligen. Maar zoals toen is ook nu deze verkondiging van het kruis als niet alleen de lofwaardige oorzaak van alle verlossing, maar als de gedienstige oorzaak van alle heiliging, „dengenen, die verloren gaan, dwaasheid” (1 Kor. 1:18).
Zoals men andere wijzen van verlossing dan door het bloed van het kruis heeft ontdekt, zo heeft men andere wegen tot heiligheid dan door de kracht van het kruis gevonden. Of liever gezegd, men heeft gehoorzaamheid, vruchtbaarheid, zelfverloochening, doding van lichamelijke handelingen, kruisiging van het vlees en van de wereld geheel terzijde geschoven. Maar „zonder heiligmaking zal niemand de Heere zien” (Hebr. 12:14) is evenzeer op de poort tot het leven geschreven als: „Uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof” (Ef. 2:8). Door het kruis, dat wil zeggen, door vereniging en nauwe verbondenheid met Degene Die leed aan het kruis, wordt niet alleen een fontein tegen alle zonde geopend, maar ook tegen alle onreinheid (Zach. 13:1).
Lezen: Romeinen 8:1-17
Aan de lezer…
Valt het u zwaar, lezer, dat de weg naar de kroon over het kruis gaat? U had misschien gedacht dat het leven van een kind van God lichter zou zijn. Maar het is de uitdrukkelijke getuigenis van de Heilige Geest: „Zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.” Het vlees en de wereld moeten voor ons gekruisigd worden, en dat geschiedt niet door eigen inspanning, maar alleen door een levende vereniging met een gekruisigde Heere.
Is dat een harde les? Zij is vol troost. Het kruis waaraan Hij leed, is niet alleen de bron van uw verlossing, maar ook van uw heiliging; daar is een fontein geopend tegen alle zonde en onreinheid. Zoek dus geen andere weg tot heiligheid dan Hem. Wie met Hem lijdt, zal ook met Hem leven, en wie met Hem verdraagt, zal ook met Hem heersen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.
Romeinen 8:17
Om deel te hebben aan Christus’ kroon, moeten we deel hebben aan Christus’ kruis. Vereniging met Hem in het lijden moet voorafgaan aan vereniging met Hem in de heerlijkheid. Dat is het uitdrukkelijke getuigenis van de Heilige Geest: „Zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden” (Rom. 8:17). „Indien wij met Hem gestorven zijn, zo zullen wij ook met Hem leven; indien wij verdragen, wij zullen ook met Hem heersen” (2 Tim. 2:11, 12). Het vlees en de wereld moeten voor ons gekruisigd worden, en wij voor hen, en dat kan alleen gebeuren door een levende vereniging met een gekruisigde Heere.
Daarom zei de apostel: „Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons van God, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelf voor mij overgegeven heeft” (Gal. 2:20). En ook: „Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onze Heere Jezus Christus; door Welke de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld” (Gal. 6:14). Doordat Paulus bevindelijk kende wat het is met zijn gekruisigde Heere gekruisigd te zijn, verkondigde hij het kruis, niet alleen om de kracht ervan om te behouden, maar ook om de kracht ervan om te heiligen. Maar zoals toen is ook nu deze verkondiging van het kruis, als niet alleen de verdienende oorzaak van alle verlossing, maar ook als de werkende oorzaak van alle heiliging, „dengenen, die verloren gaan, dwaasheid” (1 Kor. 1:18).
Zoals men andere wegen tot verlossing heeft bedacht dan door het bloed van het kruis, zo heeft men ook andere wegen tot heiligheid gevonden dan door de kracht van het kruis. Of liever gezegd: men heeft gehoorzaamheid, vruchtbaarheid, zelfverloochening, de doding van de werken van het lichaam en de kruisiging van het vlees en van de wereld helemaal terzijde geschoven. Maar „zonder heiligmaking zal niemand de Heere zien” (Hebr. 12:14) staat even goed op de poort van het leven geschreven als: „Uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof” (Ef. 2:8). Door het kruis, dat wil zeggen door vereniging en nauwe gemeenschap met Hem Die aan het kruis leed, wordt niet alleen een fontein geopend tegen alle zonde, maar ook tegen alle onreinheid (Zach. 13:1).
Lezen: Romeinen 8:1-17
Aan de lezer…
Valt het u zwaar, lezer, dat de weg naar de kroon over het kruis gaat? U had misschien gedacht dat het leven van een kind van God lichter zou zijn. Maar het is het uitdrukkelijke getuigenis van de Heilige Geest: „Zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.” Het vlees en de wereld moeten voor ons gekruisigd worden, en dat gebeurt niet door eigen inspanning, maar alleen door een levende vereniging met een gekruisigde Heere.
Is dat een harde les? Zij is vol troost. Het kruis waaraan Hij leed, is niet alleen de bron van uw verlossing, maar ook van uw heiliging; daar is een fontein geopend tegen alle zonde en onreinheid. Zoek dus geen andere weg tot heiligheid dan Hem. Wie met Hem lijdt, zal ook met Hem leven, en wie met Hem verdraagt, zal ook met Hem heersen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
If so be that we suffer with Him, that we may be also glorified together.
Romans 8:17
To share in Christ’s crown, we must share in Christ’s cross. Union with Him in suffering must precede union with Him in glory. That is the express testimony of the Holy Ghost: “If so be that we suffer with Him, that we may be also glorified together” (Romans 8:17). “If we be dead with Him, we shall also live with Him: if we suffer, we shall also reign with Him” (2 Timothy 2:11,12). The flesh and the world must be crucified to us, and we to them, and that can only be by a living union with a crucified Lord.
Therefore the apostle said, “I am crucified with Christ: nevertheless I live; yet not I, but Christ liveth in me: and the life which I now live in the flesh I live by the faith of the Son of God, Who loved me, and gave Himself for me” (Galatians 2:20). And again, “But God forbid that I should glory, save in the cross of our Lord Jesus Christ, by Whom the world is crucified unto me, and I unto the world” (Galatians 6:14). Because Paul knew experimentally what it is to be crucified with his crucified Lord, he preached the cross, not only for its power to save, but also for its power to sanctify. But as then, so now, this preaching of the cross, as not only the meritorious cause of all salvation, but also the efficient cause of all sanctification, is “to them that perish foolishness” (1 Corinthians 1:18).
As men have devised other ways of salvation than by the blood of the cross, so they have found other ways to holiness than by the power of the cross. Or rather, they have set aside altogether obedience, fruitfulness, self-denial, the mortifying of the deeds of the body, and the crucifixion of the flesh and of the world. But “without holiness no man shall see the Lord” (Hebrews 12:14) is as much written over the gate of life as “By grace are ye saved through faith” (Ephesians 2:8). By the cross, that is, by union and close communion with Him Who suffered upon it, a fountain is opened not only for all sin, but also for all uncleanness (Zechariah 13:1).
Reading: Romans 8:1-17
To the reader…
Is it hard for you, dear reader, that the way to the crown leads over the cross? Perhaps you had thought that the life of a child of God would be lighter. But it is the express testimony of the Holy Ghost: “If so be that we suffer with Him, that we may be also glorified together.” The flesh and the world must be crucified to us, and that does not happen by our own effort, but only by a living union with a crucified Lord.
Is that a hard lesson? It is full of comfort. The cross on which He suffered is not only the source of your salvation, but also of your sanctification; there a fountain is opened for all sin and uncleanness. So seek no other way to holiness than Him. Whoever suffers with Him shall also live with Him, and whoever endures with Him shall also reign with Him.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Si empero padecemos juntamente con Él, para que juntamente con Él seamos glorificados.
Romanos 8:17
Para tener parte en la corona de Cristo, hemos de tener parte en la cruz de Cristo. La unión con Él en el padecimiento ha de preceder a la unión con Él en la gloria. Ese es el testimonio expreso del Espíritu Santo: “Si empero padecemos juntamente con Él, para que juntamente con Él seamos glorificados” (Romanos 8:17). “Que si somos muertos con Él, también viviremos con Él: si sufrimos, también reinaremos con Él” (2 Timoteo 2:11, 12). La carne y el mundo nos han de ser crucificados, y nosotros a ellos, y eso solo puede ser por una unión viva con un Señor crucificado.
Por eso dijo el apóstol: “Con Cristo estoy juntamente crucificado, y vivo, no ya yo, mas vive Cristo en mí: y lo que ahora vivo en la carne, lo vivo en la fe del Hijo de Dios, el Cual me amó, y se entregó a Sí mismo por mí” (Gálatas 2:20). Y también: “Mas lejos esté de mí gloriarme, sino en la cruz de nuestro Señor Jesucristo, por el Cual el mundo me es crucificado a mí, y yo al mundo” (Gálatas 6:14). Porque Pablo sabía por experiencia lo que es estar crucificado con su Señor crucificado, predicaba la cruz, no solo por su poder para salvar, sino también por su poder para santificar. Pero, como entonces, también ahora esta predicación de la cruz, no solo como causa meritoria de toda salvación, sino también como causa eficiente de toda santificación, es “a los que se pierden locura” (1 Corintios 1:18).
Así como los hombres han ideado otros caminos de salvación que no son por la sangre de la cruz, así también han hallado otros caminos a la santidad que no son por el poder de la cruz. O más bien, han dejado de lado por completo la obediencia, el fruto, la negación de sí mismo, la mortificación de las obras de la carne y la crucifixión de la carne y del mundo. Pero “sin la cual nadie verá al Señor” (Hebreos 12:14) está escrito sobre la puerta de la vida tanto como “Por gracia sois salvos por la fe” (Efesios 2:8). Por la cruz, es decir, por la unión y la íntima comunión con Aquel que padeció en ella, se abre un manantial no solo para todo pecado, sino también para toda inmundicia (Zacarías 13:1).
Lectura: Romanos 8:1-17
Al lector…
¿Le resulta duro, querido lector, que el camino a la corona pase por la cruz? Quizá había pensado que la vida de un hijo de Dios sería más ligera. Pero es el testimonio expreso del Espíritu Santo: “Si empero padecemos juntamente con Él, para que juntamente con Él seamos glorificados”. La carne y el mundo nos han de ser crucificados, y eso no sucede por nuestro propio esfuerzo, sino solo por una unión viva con un Señor crucificado.
¿Es una lección dura? Está llena de consuelo. La cruz en la que Él padeció no es solo la fuente de su salvación, sino también de su santificación; allí se abre un manantial para todo pecado e inmundicia. No busque, pues, otro camino a la santidad que Él. El que padece con Él, también vivirá con Él, y el que sufre con Él, también reinará con Él.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
En wij allen, met ongedekten aangezichte de heerlijkheid des Heeren als in een spiegel aanschouwende, worden naar hetzelfde beeld in gedaante veranderd van heerlijkheid tot heerlijkheid, als van des Heeren Geest.
2 Corinthe 3:18
Een blik op Christus’ heerlijkheid en een voorsmaak van de zoetheid en zaligheid die daaruit vloeit, heeft een herscheppende en verlevendigende kracht op de ziel. Wij zijn van nature hoogmoedig, vervuld met boze lusten, werelds, dikwijls terzijde afgeleid door en droevig verward in verscheidene begeerlijkheden; geneigd tot het kwade, afkerig van het goede, spoedig opgeblazen in een weg van voorspoed, spoedig terneergeslagen in een weg van tegenspoed, gemelijk onder beproevingen, opstandig onder zware slagen, ondankbaar onder de dagelijkse weldaden van voedsel en kleding, en in vele andere wegen betonen wij ons zoals wij oorspronkelijk zijn. Om van onder de heerschappij van deze ongestalten uit te komen en pasklaar gemaakt te worden voor de erve der heiligen in het licht, hebben wij nodig veranderd te worden door de vernieuwing van ons gemoed en zo den beelde Christi gelijkvormig te worden.
Nu, dit kan alleen plaatshebben door het beschouwen van Zijn heerlijkheid door het geloof, gelijk de apostel spreekt: „Doch wij allen, met ongedekten aangezichte de heerlijkheid des Heeren als in een spiegel aanschouwende, worden naar datzelfde beeld veranderd van heerlijkheid tot heerlijkheid, als van des Heeren Geest.” Het is dit geloofsaanschouwen van de heerlijkheid van Christus dat ons ondersteunt onder hevige beproevingen en dat nederigheid en onderwerping aan de wil van God teweegbrengt. Daarom worden wij vermaand op Hem te zien, Die de tegenspreking der zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat wij niet zouden bezwijken in ons gemoed en dat wij met lijdzaamheid zouden lopen de loopbaan die ons is voorgesteld, ziende op Jezus.
Wij behoeven ook bijzondere ondersteuning wanneer wij somtijds in ziekte geraken en het uurglas van onze tijd bijna is uitgelopen. Wij kunnen het glas niet omkeren; onze dagen gaan henen als jachtschepen, gelijk een arend zich haast tot de roof; de dood en de eeuwigheid komen met vaste tred op ons aan. Wanneer het lichaam als het ware wegzinkt onder zware pijn en ongesteldheid, en alle bronnen van geluk en blijdschap, van gezondheid en kracht worden toegesloten; als vlees en hart bezwijken, terwijl de oogzenuwen door de dood gebroken worden, wat anders kan dan de ziel ondersteunen of veilig door de zwellende Jordaanstroom heen helpen dan een blik op de heerlijkheid van Christus? Die alleen maakt ons ziek van de wereld, van de zonde en van het eigen ik en doet ons gewillig zijn om het zwakke en vergankelijke lichaam aan het graf toe te vertrouwen, opdat het voor eeuwig zich moge verlustigen in Zijn heerlijkheid en liefde.
Zo zien wij dus hoe de heerlijkheid van Christus niet slechts in de hemel het onuitsprekelijk vermaak is der heiligen, wier verheerlijkte zielen en lichamen dan zullen dragen een uitnemend en eeuwig gewicht der heerlijkheid, maar zelfs hier op aarde, in hun dagen van verdrukking en smart, deze zelfde heerlijkheid wordt geopenbaard in hun harten, hetwelk hen ondersteunt en hun voetstappen vast doet zijn. Dit trekt hen van de wereld af, verlost hen van de kracht der zonde, geeft hun vereniging en gemeenschap met Christus, maakt hen Zijn beeld gelijkvormig, vertroost hen in de dood en doet hen aanlanden in de heerlijkheid. Wij zien dus Christus als de zon, niet slechts de hemel verlichtende door Zijn heerlijkheid, het vermaak des Vaders, de blijdschap van de geesten der gerechtvaardigden, de aanbidding van de legerscharen der engelen; maar wij zien Hem ook verlichten het pad der rechtvaardigen op aarde, Zijn gezegende stralen werpende op al hun wederwaardigheden en smarten, en verlichtende de weg waarin zij hun Heere volgen van het lijden van het kruis tot de kroon der overwinning.
Aan de lezer…
Misschien kent u uzelf maar al te goed, lezer: hoogmoedig, werelds, gemelijk onder beproevingen, ondankbaar voor de dagelijkse weldaden van voedsel en kleding. U wilt anders zijn, maar hoe meer u aan uzelf werkt, hoe duidelijker u ziet dat u bent zoals u oorspronkelijk bent. Dan wijst dit woord u niet naar uzelf, maar naar Hem. Niet door eigen inspanning, maar door het aanschouwen van Zijn heerlijkheid worden wij naar hetzelfde beeld in gedaante veranderd, als van des Heeren Geest.
Zie dan op Jezus, Die de tegenspreking der zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat u niet bezwijkt in uw gemoed. Eén blik op Hem door het geloof maakt de ziel ziek van de wereld, van de zonde en van het eigen ik, en geeft nederigheid onder zware slagen. En komt eens de ure dat vlees en hart bezwijken en het uurglas is uitgelopen, dan zal datzelfde gezicht op Christus u veilig door de zwellende Jordaan heen helpen, van het kruis tot de kroon.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En wij allen, met ongedekten aangezichte de heerlijkheid des Heeren als in een spiegel aanschouwende, worden naar hetzelfde beeld in gedaante veranderd van heerlijkheid tot heerlijkheid, als van des Heeren Geest.
2 Corinthe 3:18
Een blik op de heerlijkheid van Christus en een voorsmaak van de zoetheid en zaligheid die daaruit voortvloeit, heeft een herscheppende en verlevendigende kracht op de ziel. Van nature zijn wij hoogmoedig, vol boze lusten en werelds. Vaak worden we op een zijspoor gebracht en raken we droevig verward in allerlei begeerten. We zijn geneigd tot het kwade en afkerig van het goede, snel opgeblazen in tijden van voorspoed en snel terneergeslagen in tijden van tegenspoed. We zijn knorrig onder beproevingen, opstandig onder zware slagen en ondankbaar voor de dagelijkse weldaden van voedsel en kleding, en op nog veel meer manieren laten we zien wat we van oorsprong zijn. Om onder de heerschappij van deze verkeerde gestalten uit te komen en geschikt gemaakt te worden voor de erve der heiligen in het licht, moeten wij veranderd worden door de vernieuwing van ons gemoed en zo aan het beeld van Christus gelijkvormig worden.
Dit kan alleen gebeuren door het aanschouwen van Zijn heerlijkheid door het geloof, zoals de apostel zegt: „Doch wij allen, met ongedekten aangezichte de heerlijkheid des Heeren als in een spiegel aanschouwende, worden naar datzelfde beeld veranderd van heerlijkheid tot heerlijkheid, als van des Heeren Geest.” Het is dit aanschouwen van de heerlijkheid van Christus door het geloof dat ons ondersteunt onder hevige beproevingen en dat nederigheid en onderwerping aan de wil van God teweegbrengt. Daarom worden wij vermaand om te zien op Hem, Die de tegenspreking van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, zodat wij niet zouden bezwijken in ons gemoed en met volharding de loopbaan zouden lopen die ons is voorgesteld, ziend op Jezus.
Wij hebben ook bijzondere ondersteuning nodig wanneer wij soms ziek worden en het uurglas van onze tijd bijna is uitgelopen. Wij kunnen het glas niet omkeren. Onze dagen gaan voorbij als snelle schepen, zoals een arend zich haast naar zijn prooi; de dood en de eeuwigheid komen met vaste tred op ons af. Het lichaam zinkt als het ware weg onder zware pijn en ziekte, alle bronnen van geluk en blijdschap, van gezondheid en kracht worden afgesloten, vlees en hart bezwijken en de ogen breken in de dood. Wat anders kan de ziel dan ondersteunen of veilig door de zwellende Jordaanstroom heen helpen dan een blik op de heerlijkheid van Christus? Alleen die maakt ons ziek van de wereld, van de zonde en van het eigen ik, en maakt ons gewillig om het zwakke en vergankelijke lichaam aan het graf toe te vertrouwen, zodat het zich voor eeuwig mag verlustigen in Zijn heerlijkheid en liefde.
Zo zien we hoe de heerlijkheid van Christus niet alleen in de hemel de onuitsprekelijke vreugde is van de heiligen, wier verheerlijkte zielen en lichamen dan een uitnemend en eeuwig gewicht van heerlijkheid zullen dragen. Ook hier op aarde, in hun dagen van verdrukking en smart, wordt deze zelfde heerlijkheid in hun harten geopenbaard; dat ondersteunt hen en maakt hun voetstappen vast. Dit trekt hen van de wereld af, verlost hen van de kracht van de zonde, geeft hun vereniging en gemeenschap met Christus, maakt hen aan Zijn beeld gelijkvormig, troost hen in de dood en doet hen aankomen in de heerlijkheid.
Wij zien Christus dus als de zon. Hij verlicht niet alleen de hemel met Zijn heerlijkheid, Hij is niet alleen de vreugde van de Vader, de blijdschap van de geesten van de rechtvaardigen en Degene Die door de legerscharen van de engelen wordt aanbeden. Wij zien Hem ook het pad van de rechtvaardigen op aarde verlichten. Hij werpt Zijn gezegende stralen op al hun tegenspoed en smarten, en verlicht de weg waarop zij hun Heere volgen, van het lijden van het kruis tot de kroon van de overwinning.
Aan de lezer…
Misschien kent u uzelf maar al te goed: hoogmoedig, werelds, knorrig onder beproevingen, ondankbaar voor de dagelijkse weldaden van voedsel en kleding. U wilt anders zijn, maar hoe meer u aan uzelf werkt, hoe duidelijker u ziet dat u bent zoals u van oorsprong bent. Dan wijst dit woord u niet naar uzelf, maar naar Hem. Niet door eigen inspanning, maar door het aanschouwen van Zijn heerlijkheid worden wij naar hetzelfde beeld in gedaante veranderd, als van des Heeren Geest.
Zie dan op Jezus, Die de tegenspreking van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, zodat u niet bezwijkt in uw gemoed. Eén blik op Hem door het geloof maakt de ziel ziek van de wereld, van de zonde en van het eigen ik, en geeft nederigheid onder zware slagen. En als eens het uur komt dat vlees en hart bezwijken en het uurglas is uitgelopen, dan zal datzelfde zicht op Christus u veilig door de zwellende Jordaan heen helpen, van het kruis tot de kroon.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“But we all, with open face beholding as in a glass the glory of the Lord, are changed into the same image from glory to glory, even as by the Spirit of the Lord.”
2 Corinthians 3:18
A view of Christ’s glory, and a foretaste of the bliss and blessedness it communicates, has a transforming effect upon the soul. We are naturally proud, covetous, and worldly, often led aside by, and grievously entangled in various lusts and passions, prone to evil, averse to good, easily elated by prosperity, soon dejected by adversity, peevish under trials, rebellious under heavy strokes, unthankful for daily mercies of food and clothing, and in other ways ever manifesting our vile origin. To be brought from under the power of these abounding evils, and be made “fit for the inheritance of the saints in light,” we need to be “transformed by the renewing of our mind,” and conformed to the image of Christ.
Now this can only be by beholding His glory by faith, as the Apostle speaks, “But we all, with open face beholding as in a glass the glory of the Lord, are changed into the same image from glory to glory, even as by the Spirit of the Lord.” It is this believing view of the glory of Christ which supports under heavy TRIALS, producing meekness and resignation to the will of God. We are, therefore, bidden to “consider Him Who endured such contradiction of sinners against Himself, lest we be wearied and faint in our minds;” and to “run with patience the race that is set before us, looking unto Jesus.”
SICKNESSES, also, sometimes befall us, when we need special support; the sands of our time are fast running out, and there is no turning the glass; our “days are passing away as the swift ships, as the eagle that hastens to the prey;” and death and eternity are fast hastening on. When the body sinks under a load of pain and disease, and all sources of happiness and enjoyment from health and strength are cut off; when flesh and heart fail, and the eye-strings are breaking in death, what can support the soul or bear it safe through Jordan’s swelling flood, but those discoveries of the glory of Christ, that shall make it sick of earth, sin and self, and willing to lay the poor body in the grave, that it may be forever ravished with His glory and His love?
Thus we see how the glory of Christ is not only in heaven the unspeakable delight of the saints, whose glorified souls and bodies will then bear “an exceeding and eternal weight of glory;” but here on earth, in their days of tribulation and sorrow, this same glory, as revealed to their hearts, supports and upholds their steps, draws them out of the world, delivers them from the power of sin, gives them union and communion with Christ, conforms them to His image, comforts them in death, and lands them in glory.
We thus see Christ, like the sun, not only illuminating all heaven with His glory, the delight of the Father, the joy of the spirits of just men made perfect, and the adoration of all the angelic host, but irradiating also the path of the just on earth, casting His blessed beams on all their troubles and sorrows, and lighting up the way wherein they follow their Lord from the suffering cross to the triumphant crown.
To the reader…
Perhaps you know yourself all too well: proud, worldly, peevish under trials, unthankful for the daily mercies of food and clothing. You want to be different, but the more you work on yourself, the more clearly you see that you are as you were by origin. Then this word does not point you to yourself, but to Him. Not by our own effort, but by beholding His glory, we are changed into the same image, even as by the Spirit of the Lord.
Look, then, to Jesus, Who endured such contradiction of sinners against Himself, so that you do not faint in your mind. One look at Him by faith makes the soul sick of the world, of sin and of self, and gives humility under heavy strokes. And when the hour comes that flesh and heart fail and the hourglass has run out, that same sight of Christ will help you safely through the swelling Jordan, from the cross to the crown.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Por tanto, nosotros todos, mirando a cara descubierta como en un espejo la gloria del Señor, somos transformados de gloria en gloria en la misma semejanza, como por el Espíritu del Señor.
2 Corintios 3:18
Una visión de la gloria de Cristo, y un anticipo de la dicha y bienaventuranza que ella comunica, tiene un efecto transformador sobre el alma. Somos por naturaleza orgullosos, codiciosos y mundanos, a menudo desviados por diversas concupiscencias y pasiones y gravemente enredados en ellas, inclinados al mal, reacios al bien, fácilmente envanecidos por la prosperidad, pronto abatidos por la adversidad, malhumorados en las pruebas, rebeldes bajo los golpes duros, ingratos por las misericordias diarias del alimento y el vestido, y de otras maneras manifestando siempre nuestro vil origen. Para ser sacados de debajo del poder de estos males que abundan, y ser hechos “aptos para participar de la suerte de los santos en luz”, necesitamos ser “transformados por la renovación de nuestro entendimiento”, y conformados a la imagen de Cristo.
Ahora bien, esto solo puede ser contemplando Su gloria por la fe, como habla el apóstol: “Por tanto, nosotros todos, mirando a cara descubierta como en un espejo la gloria del Señor, somos transformados de gloria en gloria en la misma semejanza, como por el Espíritu del Señor.” Es esta visión creyente de la gloria de Cristo la que sostiene bajo las PRUEBAS pesadas, produciendo mansedumbre y resignación a la voluntad de Dios. Por eso se nos manda que “reduzcamos a nuestro pensamiento a Aquel que sufrió tal contradicción de pecadores contra Sí mismo, para que no nos fatiguemos en nuestros ánimos desmayando”; y que “corramos con paciencia la carrera que nos es propuesta, puestos los ojos en Jesús”.
También nos sobrevienen a veces ENFERMEDADES, cuando necesitamos un sostén especial; las arenas de nuestro tiempo se escurren rápidamente, y no hay manera de dar la vuelta al reloj; nuestros “días pasan cual navíos veloces, como el águila que se arroja a la comida”; y la muerte y la eternidad se acercan aprisa. Cuando el cuerpo se hunde bajo una carga de dolor y enfermedad, y todas las fuentes de felicidad y gozo que vienen de la salud y la fuerza quedan cortadas; cuando desfallecen la carne y el corazón, y los ojos se quiebran en la muerte, ¿qué puede sostener al alma o llevarla a salvo a través de la crecida del Jordán, sino aquellas revelaciones de la gloria de Cristo que la hagan hastiarse de la tierra, del pecado y del yo, y estar dispuesta a depositar el pobre cuerpo en la tumba, para ser arrebatada para siempre por Su gloria y Su amor?
Así vemos cómo la gloria de Cristo no es solo en el cielo el deleite inefable de los santos, cuyas almas y cuerpos glorificados llevarán entonces “un sobremanera alto y eterno peso de gloria”; sino que aquí en la tierra, en sus días de tribulación y tristeza, esta misma gloria, revelada a su corazón, sostiene y afirma sus pasos, los saca del mundo, los libra del poder del pecado, les da unión y comunión con Cristo, los conforma a Su imagen, los consuela en la muerte y los lleva a la gloria.
Así vemos a Cristo, como el sol, no solo iluminando todo el cielo con Su gloria, el deleite del Padre, el gozo de los espíritus de los justos hechos perfectos y la adoración de toda la hueste angélica, sino irradiando también la senda de los justos en la tierra, derramando Sus benditos rayos sobre todas sus angustias y tristezas, e iluminando el camino por el cual siguen a su Señor desde la cruz del sufrimiento hasta la corona del triunfo.
Al lector…
Quizá usted se conoce demasiado bien: orgulloso, mundano, malhumorado en las pruebas, ingrato por las misericordias diarias del alimento y el vestido. Quiere ser diferente, pero cuanto más trabaja en sí mismo, más claramente ve que es tal como era por su origen. Entonces esta palabra no le señala a usted mismo, sino a Él. No por nuestro propio esfuerzo, sino contemplando Su gloria, somos transformados en la misma semejanza, como por el Espíritu del Señor.
Mire, pues, a Jesús, Quien sufrió tal contradicción de pecadores contra Sí mismo, para que no desmaye en su ánimo. Una sola mirada a Él por la fe hace que el alma se hastíe del mundo, del pecado y del yo, y da humildad bajo los golpes duros. Y cuando llegue la hora en que desfallezcan la carne y el corazón y el reloj de arena se haya agotado, esa misma visión de Cristo le ayudará a pasar a salvo la crecida del Jordán, de la cruz a la corona.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl