Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · gisteren
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

30 december Korenaren uit de volle oogst

Het einde eens dings is beter dan zijn beginsel.
Prediker 7:8

Zo spreekt de wijze man, en het is vaak waar in het natuurlijke, maar altijd waar in het geestelijke. Zelden kunnen wij bij het begin de afloop voorzien van iets wat wij ondernemen. Wij kunnen het met veel hoop beginnen, en aan het einde zien hoe die hoop deerlijk bedrogen uitkomt. Soms beginnen wij het met vrees, en merken wij bij de afloop dat die vrees volkomen ongegrond was. Wat wij ook ondernemen, het gebeurt maar zelden dat het einde aan onze verwachting beantwoordt. Want wij moeten telkens weer leren dat „de mens zijn weg overdenkt, maar dat de Heere zijn gangen bestuurt”, en dat er veel overleggingen zijn in het hart van een mens, maar dat toch de raad van de Heere, en die alleen, zal bestaan.

Maar voor zover wij tot de kinderen van God behoren, en dus onder een bijzondere regering en Goddelijk onderwijs en leiding staan, drukt het einde op alle wegen van God met ons, zowel in de voorzienigheid als in de genade, de stempel van wijsheid en goedheid, of onze eerste verwachtingen nu vervuld worden of niet. Hoe belemmerd het pad van een kind van God ook geweest is; hoe zeer zijn plannen, ja de gedachten van zijn hart, zoals Job zegt, ook verijdeld zijn; hoewel wat hij zelf goed vond ten kwade uitliep, en hij, uitziend naar licht, niets dan duisternis zag; welke bittere dingen God ook tegen hem leek te schrijven, toen Hij hem de zonden van zijn jeugd toerekende: vroeg of laat zal hij toch kunnen zeggen: „O hoe groot is Uw goedheid, die Gij weggelegd hebt voor degenen, die U vrezen!” En dat zal hem de vrijmoedigheid geven om eraan toe te voegen: „Waarlijk, goedheid en barmhartigheid zullen mij al de dagen mijns levens volgen, zoals zij mij reeds gevolgd zijn, en ik zal in het huis des Heeren wonen eeuwiglijk en altoos.”

Laat ieder ’s Heeren goedheid loven,
want goed is d’ Oppermajesteit:
zijn goedheid gaat het al te boven,
zijn goedheid duurt in eeuwigheid!
Laat Isrel nu Gods goedheid loven
en zeggen: „Roemt Gods majesteit!
Zijn goedheid gaat het al te boven,
zijn goedheid duurt in eeuwigheid!”

Ps. 118:1

Aan de lezer…

Hoe vaak werden uw plannen verijdeld en uw verwachtingen deerlijk beschaamd! Nu het jaar ten einde loopt, kijkt u daar misschien op terug. U zocht licht en vond duisternis; wat u goed vond, liep ten kwade uit, en soms leek God bittere dingen tegen u te schrijven. Wij overdenken onze weg, maar de Heere bestuurt onze gangen, en dat is voor het vlees een harde les.

Toch is het einde van een zaak beter dan het begin. Voor een kind van God drukt het einde op al Zijn wegen, in de voorzienigheid en in de genade, de stempel van wijsheid en goedheid. Wat u nu nog niet begrijpt, zult u vroeg of laat met verwondering erkennen. Dan zult u zeggen: „O hoe groot is Uw goedheid!”, en met vrijmoedigheid eraan toevoegen dat goedheid en barmhartigheid u al de dagen van uw leven gevolgd zijn.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

30 december 365 dagen met Philpot

Christus’ wederkomst

En Hij gezonden zal hebben Jezus Christus, Die u tevoren gepredikt is; Welke de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen.
Handelingen 3:20-21

Als we iets van de heerlijkheid van Christus hebben gezien, en Zijn wederkomst door een levend geloof wordt beseft, dan ziet de ziel voorbij deze tijdelijke toestand en alle zorgen en smarten van dit tranendal. Zij ziet uit naar die heerlijke dag waarop zij volmaakt gelijkvormig zal zijn aan het beeld van Christus en nooit meer tegen Hem zal zondigen. Bij Zijn wederkomst zal Hij ons vernederd lichaam veranderen, opdat het gelijkvormig wordt aan Zijn heerlijk lichaam, naar de werking waardoor Hij ook alle dingen aan Zichzelf kan onderwerpen (Fil. 3:21). En „alsdan zal het woord geschieden, dat geschreven is: De dood is verslonden tot overwinning. Dood, waar is uw prikkel? Hel, waar is uw overwinning?” (1 Kor. 15:54, 55).

Welnu, als dit zo is, als Jezus is heengegaan om ons een plaats te bereiden en heeft beloofd dat Hij terugkomt om ons tot Zich te nemen, opdat ook wij zijn waar Hij is (Joh. 14:3), zal deze hemelse waarheid dan niet, als zij in een gelovig hart ontvangen wordt, een genadige invloed hebben op onze dagelijkse wandel? Dat is in elk geval het getuigenis van Johannes: „Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is. En een iegelijk, die deze hoop op Hem heeft, die reinigt zichzelven, gelijk Hij rein is” (1 Joh. 3:2, 3).

Stel dat we door goddelijk onderwijs zijn gaan inzien dat deze tegenwoordige wereld een boze wereld is, waaruit Christus ons kwam verlossen door Zichzelf te geven voor onze zonden, en die als zodanig onder de toorn en de vloek van God ligt. Stel dat we beseffen dat alles wat erin is door zonde en smart bedorven is, en dat we door genade erop vertrouwen dat we, wanneer de Heere verschijnt, met Hem in heerlijkheid zullen verschijnen. Zal dit ons dan niet in hart en geest van de wereld afzonderen? Zal het ons dan niet, met Gods hulp en zegen, het Evangelie waardig doen wandelen (Filipp. 1:27), en doen spreken en handelen als een eigen volk, ijverig in goede werken (Tit. 2:14)?

Lezen: Johannes 14:1-14

Aan de lezer…

Misschien gaat uw blik in deze laatste dagen van het jaar niet verder dan de zorgen en smarten van dit tranendal. Kijk dan, door een levend geloof, eens voorbij deze tijdelijke toestand. Jezus is heengegaan om een plaats te bereiden, en Hij heeft beloofd terug te komen om de Zijnen tot Zich te nemen. Dan zal Hij ons vernederd lichaam veranderen, en dan zal de ziel nooit meer tegen Hem zondigen.

Zo’n hoop is geen droom die ons lui maakt, maar een kracht die ons reinigt. Wie deze hoop op Hem heeft, reinigt zichzelf, zoals Hij rein is. Ziet u dat deze wereld een boze wereld is, waaruit Christus Zijn volk kwam verlossen door Zichzelf te geven? Laat uw hart er dan niet langer aan vastzitten. Wandel het Evangelie waardig, en houd uw ogen gericht op die heerlijke dag waarop u Hem zult zien zoals Hij is.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

30 december Door Baca’s vallei

Een levende Steen, van de mensen wel verworpen, maar bij God uitverkoren en dierbaar.
1 Petrus 2:4

Hoewel Hij door de mensen verworpen is, is de Heere Jezus Christus door God uitverkoren; en God, ik zeg het met eerbied, kan geen onbezonnen keuze maken. Dat te denken zou betekenen dat men de allerhoogste Majesteit een dwaze eigenschap toeschrijft. Hij is door God uitverkoren, omdat Hij alleen geschikt was voor het werk.

Het zou een aartsengel verbrijzeld hebben, als hij had moeten dragen wat Jezus gedragen heeft. Geen stralende engel, geen heerlijke serafijn, geen geschapen wezen, hoe hoog ook verheven, had deze last van de zonde kunnen dragen. Daarom kon niemand anders dan Gods eigen Zoon het gewicht dragen van de zonde en schuld die Hem werden toegerekend; niet Zoon door Zijn ambt, maar door eeuwige generatie de Zoon van de Vader in waarheid en liefde. Zoals Hart het uitdrukt:

Zo’n last van schuld, op Hem gelegd,
Was nauw’ voor Hem te dragen.

Maar Hij was door God uitverkoren om de Vertegenwoordiger van Sion te zijn, de Zondedrager van Sion en het heerlijke Hoofd van Sion; zodat er een fundament zou zijn waarop de kerk kon rusten. Rusten met al haar ellende, al haar zonden, al haar smarten, al haar snode afdwalingen en afgoderijen, al haar gewicht van smart en diepten van schuld. Om deze kerk te dragen met zo’n gewicht van verdorvenheid, schande en schaamte, is een sterk fundament nodig! Gods eigen Zoon, en niemand anders in de hemel of op de aarde, kon dit alles dragen. „Wendt u naar Mij toe en wordt behouden, alle gij einden der aarde, want Ik ben God en niemand meer.”

Hij was al in de eeuwigheid, in de raad van de vrede, door God uitverkoren om Middelaar te zijn. Hij was uitverkoren om mens te worden, om de Rots der eeuwen te worden, de rustplaats van Sion, de haven, de ankerplaats, het huis. Daarom was Jezus altijd onuitsprekelijk dierbaar voor het hart van de Vader, en dat zal Hij altijd blijven. De mens veracht Hem; God eert Hem. De mens neemt Hem niet aan, maar God heeft Hem lief als Zijn volkomen gelijke Zoon.

God heeft Hem dus niet alleen lief als Zijn „Medegenoot” en heeft Hem ook uitverkoren om Middelaar te zijn, maar Hij is in Zijn ogen onuitsprekelijk dierbaar: dierbaar in Zijn Godheid, dierbaar in Zijn mensheid, dierbaar in Zijn bloed, dierbaar in Zijn gehoorzaamheid, dierbaar in Zijn lijden, dierbaar in Zijn dood, dierbaar in Zijn opstanding, dierbaar in Zijn hemelvaart, dierbaar aan de rechterhand van God, dierbaar in de ogen van God als de grote Hogepriester over het huis van God en de enige Middelaar tussen God en mensen. Is Hij niet al uw krediet, al uw vertrouwen en al uw hoop waard, en dat u Hem helemaal aanneemt?

Waar wij ook kijken, Hij is onze enige hoop. Kijk naar de wereld: wat kunt u daar anders van oogsten dan een oogst van smart? Kijk naar alles wat de mensen goed en groot noemen, naar alles wat zo hoog gewaardeerd wordt; het mag misschien goed zijn voor de tijd, maar het is waardeloos voor de eeuwigheid.

Niemand kon misschien meer dan ik waarde hechten aan wat de natuurlijke mens goed en groot vindt, in het bijzonder menselijke geleerdheid en het verwerven van kennis. Maar toen ik die dingen bekeek in het licht van de eeuwigheid, waren zij niet meer dan damp en rook, een damp die een korte tijd gezien wordt en daarna verdwijnt. Maar de dingen van de eeuwigheid, de vrede van God in het hart, het werk van de Geest in de ziel, met alle gezegende vruchten van de verlossing, zijn niet als de vluchtige dampen van de tijd, de dampen die uit de aarde opkomen en tot de aarde terugkeren; zij zullen de eeuwigheid verduren; zij behoren tot de onverderfelijke, onbevlekte erfenis die voor Gods kinderen in de hemel is weggelegd.

Aan de lezer…

Er zijn dagen dat u zich moet afvragen of u met uw ellende, uw zonden en uw diepten van schuld rust op een fundament dat dit gewicht kan dragen. Geen engel, geen serafijn, geen geschapen wezen kon die last torsen; het zou een aartsengel verbrijzeld hebben. Maar Gods eigen Zoon is daartoe door God uitverkoren, en Hij is sterk genoeg om de kerk met al haar snode afdwalingen en smarten te dragen. „Wendt u naar Mij toe en wordt behouden,” zegt Hij.

De mens veracht Hem nog, maar in de ogen van de Vader is Hij onuitsprekelijk dierbaar: in Zijn bloed, in Zijn gehoorzaamheid, in Zijn lijden en aan Gods rechterhand. Zou Hij dan voor u minder dierbaar mogen zijn? Alles wat de wereld goed en groot noemt, is in het licht van de eeuwigheid niet meer dan damp en rook. Kijk dan waar u wilt; Hij is de enige hoop. Geef Hem al uw vertrouwen; wat in Hem gegrond is, zal de eeuwigheid verduren.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina