4 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
11 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Des konings dochter is geheel verheerlijkt inwendig; haar kleding is van gouden borduursel. In gestikte klederen zal zij tot de Koning geleid worden.
Psalm 45:14, 15
Zodanig is de beschrijving van de bruidskleding van de kerk als koningin. Met goud moest haar kleding geborduurd, haar klederen gestikt zijn, met de bedoeling dat haar gewaad van rechtvaardigmakende gerechtigheid als het ware stuk voor stuk gestikt was, en ook dat elke draad geborduurd was met goud. Hier hebben wij de draad van de mensheid verenigd met het goud van de Godheid, en het is zodanig verenigd dat het één draad is. De schoonheid is in de gouden draad, de waarde is in het goud, en toch hoe nauw verenigd! Goud op zichzelf kan niet tot borduursel gemaakt worden. Zo ook kan de Godheid niet lijden, bloed storten of sterven, maar wel de mensheid in vereniging met haar.
Terwijl onze gezegende Heiland het ganse werk dat de Vader Hem gegeven had te doen, volbracht, bezegelde Zijn Godheid, verenigd met Zijn gehoorzame, lijdende mensheid, al Zijn bewegingen, terwijl Hij Zijn werk volbracht, met al de waarde en kracht van Zijn Goddelijkheid. Het is de vereniging van de Godheid met de mensheid die het werk van de verlossende liefde zo onuitsprekelijk heerlijk en zo verdienstelijk en krachtig maakt. Zoals Hart zegt:
„Almachtige God, zuchtte de menselijke borst.”
Het is inderdaad een verborgenheid; maar „groot is de verborgenheid der godzaligheid, God geopenbaard in het vlees.” O heerlijke verborgenheid!
„Te klein is ’t hoogste hemelwelf;
’t Is dieper dan de afgrond zelf,
’t Is meer dan ’t menselijk brein kan vatten,
De hoop verwacht, ’t geloof kan schatten.”
Gods verborgen omgang vinden
zielen waar zijn vrees in woont.
Ps. 25:7
Aan de lezer…
Misschien vraagt u zich af wat u aan te bieden hebt wanneer u voor de Koning moet verschijnen. Uw eigen kleed is vol vlekken; dat weet u beter dan iemand. Maar zie hoe de bruid hier tot de Koning wordt geleid: niet in eigen gewaad, maar in klederen van gouden borduursel, gestikt draad voor draad. Dat is de gerechtigheid van Christus, waarin de draad van Zijn mensheid en het goud van Zijn Godheid zo nauw verenigd zijn, dat het één draad is.
Hier ligt de kracht van al Zijn werk. Als mens kon Hij lijden, bloed storten en sterven; als God gaf Hij aan dat lijden een oneindige waarde. Daarom is Zijn verlossing zo heerlijk en zo krachtig, ook voor de schuldigste en armste ziel. Het is een verborgenheid die ons verstand te boven gaat, maar het geloof mag haar omhelzen: „God geopenbaard in het vlees.” Zoekt u een kleed waarin u voor God kunt bestaan? Het is in Hem bereid.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Des konings dochter is geheel verheerlijkt inwendig; haar kleding is van gouden borduursel. In gestikte klederen zal zij tot de Koning geleid worden.
Psalm 45:14, 15
Zo wordt de bruidskleding van de kerk als koningin beschreven. Haar kleding moest met goud geborduurd en haar klederen gestikt zijn. Daarmee wordt bedoeld dat haar gewaad van rechtvaardigmakende gerechtigheid als het ware stuk voor stuk gestikt was, en ook dat elke draad met goud geborduurd was. Hier hebben wij de draad van de mensheid verenigd met het goud van de Godheid, en zo verenigd dat het één draad is. De schoonheid zit in de gouden draad, de waarde zit in het goud, en toch zijn ze zo nauw verenigd! Goud op zichzelf kan niet tot borduursel gemaakt worden. Zo kan ook de Godheid niet lijden, bloed vergieten of sterven, maar de mensheid in vereniging met haar wel.
Terwijl onze gezegende Heiland heel het werk volbracht dat de Vader Hem gegeven had om te doen, bezegelde Zijn Godheid, verenigd met Zijn gehoorzame, lijdende mensheid, al Zijn handelingen met heel de waarde en kracht van Zijn Godheid, terwijl Hij Zijn werk volbracht. Het is de vereniging van de Godheid met de mensheid die het werk van de verlossende liefde zo onuitsprekelijk heerlijk, zo verdienstelijk en zo krachtig maakt. Zoals Hart zegt:
„Almachtige God, zuchtte de menselijke borst.”
Het is inderdaad een verborgenheid, maar „groot is de verborgenheid der godzaligheid, God geopenbaard in het vlees.” O heerlijke verborgenheid!
„Te klein is ’t hoogste hemelwelf;
’t Is dieper dan de afgrond zelf,
’t Is meer dan ’t menselijk brein kan vatten,
De hoop verwacht, ’t geloof kan schatten.”
Gods verborgen omgang vinden
zielen waar zijn vrees in woont.
Ps. 25:7
Aan de lezer…
Misschien vraagt u zich af wat u aan te bieden hebt wanneer u voor de Koning moet verschijnen. Uw eigen kleed is vol vlekken; dat weet u beter dan wie ook. Maar zie hoe de bruid hier tot de Koning wordt geleid: niet in haar eigen gewaad, maar in klederen van gouden borduursel, draad voor draad gestikt. Dat is de gerechtigheid van Christus, waarin de draad van Zijn mensheid en het goud van Zijn Godheid zo nauw verenigd zijn dat het één draad is.
Hier ligt de kracht van al Zijn werk. Als mens kon Hij lijden, bloed vergieten en sterven; als God gaf Hij aan dat lijden een oneindige waarde. Daarom is Zijn verlossing zo heerlijk en zo krachtig, ook voor de schuldigste en armste ziel. Het is een verborgenheid die ons verstand te boven gaat, maar het geloof mag haar omhelzen: „God geopenbaard in het vlees.” Zoekt u een kleed waarin u voor God kunt bestaan? Het is in Hem bereid.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
The king’s daughter is all glorious within: her clothing is of wrought gold. She shall be brought unto the king in raiment of needlework.
Psalm 45:13-14
This is a beautiful description of the bridal garments of the Church as the queen. The gold was to be wrought into her clothing, the clothing to be of needlework, intimating that her robe of justifying righteousness was wrought, as it were, as in needlework, stitch by stitch; yet that every thread was embroidered with gold. Here we have the thread of the humanity, in union with the gold of Deity—and yet each in such close union that the thread is but one. In gold thread the beauty, the value is in the gold; yet how close the union. Gold by itself could not be made into embroidery.
So Deity cannot suffer, bleed, or die; but humanity can in union with it. Thus, as our blessed Lord went through the whole work which the Father gave Him to do, His Deity, being in union with His obeying, suffering humanity, stamped each successive movement, as He went through it, with all the value and validity of Godhead. It is this union of Deity with humanity which made the work of redeeming love so unspeakably glorious, and so meritoriously efficacious. As Deer says, “Almighty God sighed human breath.”
It is indeed a mystery; but “great is the mystery of godliness: God was manifest in the flesh.” O glorious mystery!
“The highest heavens are short of this;
’Tis deeper than the vast abyss;
’Tis more than thought can e’er conceive,
Or hope expect, or faith believe.”
To the reader…
Perhaps you wonder what you have to offer when you must appear before the King. Your own garment is full of stains; you know that better than anyone. But see how the bride is brought to the King here: not in her own robe, but in clothing of wrought gold, embroidered thread by thread. That is the righteousness of Christ, in which the thread of His humanity and the gold of His Godhead are so closely united that it is one thread.
Here lies the power of all His work. As man He could suffer, shed His blood and die; as God He gave that suffering an infinite worth. That is why His redemption is so glorious and so mighty, even for the guiltiest and poorest soul. It is a mystery that passes our understanding, but faith may embrace it: “God was manifest in the flesh.” Are you looking for a robe in which you can stand before God? It has been prepared in Him.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Toda ilustre es de dentro la hija del rey: de brocado de oro es su vestido. Con vestidos bordados será llevada al rey.
Salmo 45:13-14
Esta es una hermosa descripción de las vestiduras nupciales de la Iglesia como reina. El oro había de ser labrado en su vestido, y el vestido había de ser de bordado, dando a entender que su manto de justicia justificadora fue labrado, por así decirlo, como en bordado, puntada a puntada; y sin embargo, cada hilo estaba bordado de oro. Aquí tenemos el hilo de la humanidad en unión con el oro de la Deidad, y cada uno en tan estrecha unión que el hilo es uno solo. En el hilo de oro la hermosura y el valor están en el oro; y sin embargo, ¡cuán estrecha es la unión! El oro por sí solo no podría convertirse en bordado.
Así la Deidad no puede sufrir, sangrar ni morir; pero la humanidad sí puede, en unión con ella. Así, mientras nuestro bendito Señor llevaba a cabo toda la obra que el Padre le dio que hiciese, Su Deidad, estando en unión con Su humanidad obediente y sufriente, imprimía a cada paso sucesivo, conforme lo daba, todo el valor y la validez de la Divinidad. Es esta unión de la Deidad con la humanidad lo que hizo la obra del amor redentor tan indeciblemente gloriosa y tan meritoriamente eficaz. Como dice Deer: “El Dios Todopoderoso suspiró con aliento humano”.
Es en verdad un misterio; pero “grande es el misterio de la piedad: Dios ha sido manifestado en carne”. ¡Oh glorioso misterio!
“Los más altos cielos no alcanzan esto;
es más profundo que el vasto abismo;
es más de lo que el pensamiento jamás puede concebir,
o la esperanza esperar, o la fe creer.”
Al lector…
Quizá se pregunta usted qué tiene que ofrecer cuando haya de comparecer ante el Rey. Su propio vestido está lleno de manchas; usted lo sabe mejor que nadie. Pero vea cómo es llevada aquí la esposa al Rey: no con su propio manto, sino con un vestido de brocado de oro, bordado hilo a hilo. Esa es la justicia de Cristo, en la que el hilo de Su humanidad y el oro de Su Divinidad están tan estrechamente unidos que forman un solo hilo.
Aquí está el poder de toda Su obra. Como hombre pudo sufrir, derramar Su sangre y morir; como Dios dio a ese sufrimiento un valor infinito. Por eso Su redención es tan gloriosa y tan poderosa, aun para el alma más culpable y más pobre. Es un misterio que sobrepasa nuestro entendimiento, pero la fe puede abrazarlo: “Dios ha sido manifestado en carne”. ¿Busca usted un manto con el que pueda estar delante de Dios? Ha sido preparado en Él.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
De loopbaan lopen
Daarom dan ook, alzo wij zo groot een wolk der getuigen rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen alle last, en de zonde, die ons lichtelijk omringt, en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is.
Hebreeën 12:1
Als iemand zich had verplicht een wedstrijd te lopen, niet voor een wereldse kroon, niet voor een armzalige geldbeloning, maar om voor zijn leven te rennen; te rennen als iemand die zijn buurman per ongeluk had gedood en die door de bloedwreker op de hielen werd gezeten, dan zou zo iemand zichzelf beslist niet met veel lasten bezwaren. Hij zou geen extra kleren dragen; hij zou geen zware schoenen aantrekken of zelfs een zware geldbuidel in zijn zak meenemen. Maar hij zou liever alle overbodige kleding, voor zover mogelijk, uittrekken. Als hij bij de start dan nog een bepaalde hoeveelheid kleding zou dragen en er onderweg achter kwam dat deze hem hinderde en dat hij er steeds zwakker door werd, zou hij kledingstuk na kledingstuk afwerpen, opdat hij niet overweldigd zou raken door het gewicht ervan.
Zo is het ook met het lopen van de geestelijke loopbaan. Voordat we van start gaan, zijn we al met lasten bezwaard. Meteen vanaf het begin liggen er moeilijkheden en obstakels op het pad, en deze zijn zo groot dat velen die lijken te willen rennen, ze nooit overwinnen. En dit lijkt vooral het geval te zijn bij het kind Gods. Wat staan hem toch voortdurend, als de genade Gods voor het eerst het zondaarshart beroert, moeilijkheden in de weg die onoverkomelijk lijken!
De tegenwerking van relaties, misschien van een vader die hem liever naar zijn graf zou volgen dan hem een godvruchtige te zien worden; misschien de vervolging door zijn geliefde levensgezel(lin); de vijandigheid en de onverhulde minachting van zijn eigen kinderen; zijn levensomstandigheden, met alle vooruitzichten; zijn zaak of beroep, die van dien aard kunnen zijn dat elke belijdenis van godvruchtigheid zijn werelds welzijn ernstig in gevaar brengt en hemzelf en zijn gezin tot armoede brengt – wat wordt iemand vaak geconfronteerd met dit soort moeilijkheden als hij voor het eerst naar de dingen Gods begint te verlangen!
Bovendien, hoe hoger iemands positie in het leven is, des te groter zijn de moeilijkheden. De armen kennen hun moeilijkheden en worden soms enigszins vervolgd, maar lang niet zo erg als degenen die een hogere positie op de maatschappelijke ladder innemen. Daarom zei de Heere: „Het is lichter, dat een kemel gaat door het oog van een naald, dan dat een rijke inga in het Koninkrijk Gods” (Matth. 19:24; Mark. 10:25).
Lezen: Hebreeën 12:1-15
Aan de lezer…
Vandaag wordt u aangesproken als u pas aan het begin van de loopbaan staat en de weg u al versperd lijkt. Misschien is het tegenstand in uw eigen huis, de onverhulde minachting van wie u het liefst zijn, of de vrees dat het belijden van de Heere u in uw werk of uw bestaan zal schaden. Ik ken die moeilijkheden en verzwijg ze niet; zij zijn zo groot dat velen die lijken te willen lopen, ze nooit te boven komen.
Maar bedenk waarvoor u loopt. Niet voor een wereldse kroon of een armzalige beloning, maar voor uw leven, zoals de doodslager die door de bloedwreker op de hielen werd gezeten. Wie zo loopt, werpt af wat hem hindert, stuk voor stuk. Wat voor mensen onmogelijk lijkt, is het voor God niet. Hebt u een begeerte naar de dingen Gods gekregen, dan is dat Zijn werk in u. Vraag Hem dan om kracht voor de eerste stap, en daarna voor de volgende.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Daarom dan ook, alzo wij zo groot een wolk der getuigen rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen alle last, en de zonde, die ons lichtelijk omringt, en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is.
Hebreeën 12:1
Stel dat iemand zich had verplicht een wedloop te lopen, niet voor een wereldse kroon en niet voor een armzalige geldprijs, maar om zijn leven te redden. Stel dat hij moest rennen als iemand die zijn naaste per ongeluk had gedood en door de bloedwreker op de hielen werd gezeten. Zo iemand zou zich zeker niet met veel lasten bezwaren. Hij zou geen extra kleren dragen, geen zware schoenen aantrekken en zelfs geen zware geldbuidel in zijn zak meenemen. Hij zou juist alle overbodige kleding, voor zover mogelijk, uittrekken. En als hij bij de start toch nog wat kleding droeg en onderweg merkte dat die hem hinderde en steeds zwakker maakte, zou hij het ene kledingstuk na het andere afwerpen, om niet door het gewicht ervan overmand te worden.
Zo is het ook met het lopen van de geestelijke loopbaan. Voordat we van start gaan, zijn we al met lasten bezwaard. Meteen vanaf het begin liggen er moeilijkheden en hindernissen op het pad, en die zijn zo groot dat velen die lijken te willen lopen, ze nooit overwinnen. Dit lijkt vooral zo te zijn bij het kind van God. Wat een moeilijkheden, die onoverkomelijk lijken, staan hem toch voortdurend in de weg wanneer de genade van God voor het eerst het hart van de zondaar aanraakt!
Daar is de tegenstand van verwanten: misschien van een vader die hem liever naar het graf zou brengen dan hem godvrezend te zien worden; misschien de vervolging door zijn geliefde levensgezel; de vijandschap en de openlijke minachting van zijn eigen kinderen; zijn levensomstandigheden met alle vooruitzichten; zijn zaak of beroep, die zo kunnen zijn dat elke belijdenis van godsvrucht zijn wereldse welzijn ernstig in gevaar brengt en hemzelf en zijn gezin tot armoede brengt. Hoe vaak komt iemand voor zulke moeilijkheden te staan wanneer hij voor het eerst naar de dingen van God begint te verlangen!
Bovendien: hoe hoger iemands positie in het leven is, des te groter zijn de moeilijkheden. De armen kennen hun moeilijkheden en worden soms ook enigszins vervolgd, maar lang niet zo erg als wie een hogere plaats in de samenleving inneemt. Daarom zei de Heere: „Het is lichter, dat een kemel gaat door het oog van een naald, dan dat een rijke inga in het Koninkrijk Gods” (Matth. 19:24; Mark. 10:25).
Lezen: Hebreeën 12:1-15
Aan de lezer…
Vandaag wordt u aangesproken als u pas aan het begin van de loopbaan staat en de weg al versperd lijkt. Misschien is het tegenstand in uw eigen huis, de openlijke minachting van wie u het liefst zijn, of de vrees dat het belijden van de Heere u in uw werk of uw bestaan zal schaden. Ik ken die moeilijkheden en verzwijg ze niet; ze zijn zo groot dat velen die lijken te willen lopen, ze nooit te boven komen.
Maar bedenk waarvoor u loopt. Niet voor een wereldse kroon of een armzalige beloning, maar voor uw leven, zoals de doodslager die door de bloedwreker op de hielen werd gezeten. Wie zo loopt, werpt af wat hem hindert, stuk voor stuk. Wat voor mensen onmogelijk lijkt, is dat voor God niet. Hebt u een verlangen naar de dingen van God gekregen, dan is dat Zijn werk in u. Vraag Hem dan om kracht voor de eerste stap, en daarna voor de volgende.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wherefore seeing we also are compassed about with so great a cloud of witnesses, let us lay aside every weight, and the sin which doth so easily beset us, and let us run with patience the race that is set before us.
Hebrews 12:1
Suppose a man had bound himself to run a race, not for an earthly crown nor for a paltry money prize, but to save his life. Suppose he had to run like one who had slain his neighbour unawares and was pursued hard at his heels by the avenger of blood. Such a man would certainly not burden himself with many weights. He would wear no extra clothes, put on no heavy shoes and not even carry a heavy purse in his pocket. He would rather strip off all needless clothing, as far as possible. And if at the start he still wore some clothing and found on the way that it hindered him and made him weaker and weaker, he would throw off one garment after another, so as not to be overcome by its weight.
So it is also with running the spiritual race. Before we set out, we are already burdened with weights. Right from the beginning difficulties and hindrances lie in the path, and these are so great that many who seem willing to run never overcome them. This seems especially so with the child of God. What difficulties, which seem insurmountable, continually stand in his way when the grace of God first touches the sinner’s heart!
There is the opposition of relatives: perhaps of a father who would rather carry him to the grave than see him become God-fearing; perhaps the persecution of his beloved partner in life; the enmity and open contempt of his own children; his circumstances in life with all their prospects; his trade or profession, which may be such that any profession of godliness seriously endangers his worldly welfare and brings himself and his family to poverty. How often a man is faced with such difficulties when he first begins to long after the things of God!
Moreover, the higher a man’s position in life, the greater the difficulties. The poor know their difficulties and are sometimes persecuted a little too, but not nearly so much as one who occupies a higher place in society. Therefore the Lord said, “It is easier for a camel to go through the eye of a needle, than for a rich man to enter into the kingdom of God” (Matt. 19:24; Mark 10:25).
Reading: Hebrews 12:1-15
To the reader…
Today you are addressed if you stand only at the beginning of the race and the way already seems blocked. Perhaps it is opposition in your own home, the open contempt of those dearest to you, or the fear that confessing the Lord will harm you in your work or your livelihood. These difficulties are known and are not hidden here; they are so great that many who seem willing to run never get past them.
But remember what you are running for. Not for an earthly crown or a paltry reward, but for your life, like the manslayer pursued hard at his heels by the avenger of blood. Whoever runs like that throws off what hinders him, piece by piece. What seems impossible with men is not so with God. If you have been given a longing after the things of God, that is His work in you. Ask Him then for strength for the first step, and after that for the next.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Por tanto nosotros también, teniendo en derredor nuestro una tan grande nube de testigos, dejando todo el peso del pecado que nos rodea, corramos con paciencia la carrera que nos es propuesta.
Hebreos 12:1
Supongamos que un hombre se hubiera comprometido a correr una carrera, no por una corona terrenal ni por un mezquino premio en dinero, sino para salvar su vida. Supongamos que tuviera que correr como uno que hubiera matado a su prójimo sin querer y fuera perseguido de cerca, pisándole los talones, por el vengador de la sangre. Tal hombre ciertamente no se cargaría con muchos pesos. No llevaría ropa de más, no se pondría zapatos pesados y ni siquiera llevaría una bolsa pesada en el bolsillo. Más bien se despojaría de toda ropa innecesaria, en cuanto fuera posible. Y si al principio aún llevaba alguna ropa y hallaba en el camino que le estorbaba y le hacía cada vez más débil, se quitaría una prenda tras otra, para no ser vencido por su peso.
Así es también al correr la carrera espiritual. Antes de partir, ya estamos cargados de pesos. Desde el mismo principio hay dificultades y estorbos en el camino, y son tan grandes que muchos que parecen dispuestos a correr nunca los vencen. Esto parece ser así especialmente con el hijo de Dios. ¡Qué dificultades, que parecen insuperables, se le ponen continuamente en el camino cuando la gracia de Dios toca por primera vez el corazón del pecador!
Está la oposición de los parientes: quizá de un padre que preferiría llevarle a la tumba antes que verle temeroso de Dios; quizá la persecución de su amado compañero de vida; la enemistad y el desprecio abierto de sus propios hijos; sus circunstancias en la vida con todas sus perspectivas; su oficio o profesión, que puede ser tal que cualquier profesión de piedad ponga seriamente en peligro su bienestar terrenal y lleve a él y a su familia a la pobreza. ¡Cuántas veces se ve un hombre ante tales dificultades cuando comienza a anhelar las cosas de Dios!
Además, cuanto más alta es la posición de un hombre en la vida, mayores son las dificultades. Los pobres conocen sus dificultades y a veces también son un poco perseguidos, pero ni de lejos tanto como uno que ocupa un lugar más alto en la sociedad. Por eso dijo el Señor: “Más liviano trabajo es pasar un camello por el ojo de una aguja, que entrar un rico en el reino de Dios” (Mt. 19:24; Mr. 10:25).
Lectura: Hebreos 12:1-15
Al lector…
Hoy se le habla a usted si está solo al comienzo de la carrera y el camino ya parece bloqueado. Quizá sea la oposición en su propia casa, el desprecio abierto de sus seres más queridos, o el temor de que confesar al Señor le perjudique en su trabajo o en su sustento. Estas dificultades son conocidas y aquí no se ocultan; son tan grandes que muchos que parecen dispuestos a correr nunca las superan.
Pero recuerde por qué corre. No por una corona terrenal ni por una recompensa mezquina, sino por su vida, como el homicida perseguido de cerca, pisándole los talones, por el vengador de la sangre. Quien corre así se quita lo que le estorba, pieza por pieza. Lo que parece imposible para los hombres no lo es para Dios. Si le ha sido dado un anhelo por las cosas de Dios, eso es obra Suya en usted. Pídale entonces fuerza para el primer paso, y después para el siguiente.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is.
Hebreeën 12:1
Niemand kan deze loopbaan lopen dan de heiligen van God; want het pad daarvan is heilig land, waarvan wij lezen: En geen onrein beest zal daarop gevonden worden. Alleen de verlosten wandelen daarop, en niemand heeft ooit de prijs gekregen dan diegenen die deze hemelse loopbaan gelopen hebben, als verlost door het dierbaar bloed. Zodra wij door het geloof de loopbaan zien die ons voorgesteld is, beginnen wij te lopen. En gelijk Christen in de „Christenreis” vlieden wij van de stad des verderfs, onze stappen gevleugeld met vrees en beving.
Dit alles, inzonderheid bij het begin, houdt in: beweging, werkzaamheid, een voortspoeden, lopende als het ware om onzes levens wil; als een Lot, zoekende te ontkomen naar het gebergte; vliedende, gelijk de profeet daarvan spreekt: „Gelijk gij vlood voor de aardbeving in de dagen van Uzzia” (Zach. 14:5); of als een doodslager, vliedende tot de vrijstad vanwege de bloedwreker. Gelijk dan de loper zijn handen, voeten en hoofd vooruitstrekt en alleen voor ogen heeft om het eerst het eindpunt te bereiken, zo is het eveneens in de geestelijke loopbaan. Er is een uitstrekken van de vermogens der wedergeboren ziel naar de voorgestelde hemelse prijs. Er is een zich uitstrekken van het geestelijk verstand om een klaar inzicht te krijgen in de hemelse waarheid.
Er is een uitstrekken van de begeerten des harten om de liefde Gods te mogen smaken en een toenadering tot Hem door het bloed der besprenging; om de weg der zaligheid voor zichzelf te kennen en een vaste overtuiging dat onze voeten daarop wandelen. Kortom, om een teken ten goede te mogen ontvangen en een openbaring van de vergevende liefde Gods; om te mogen wandelen in Zijn vrees, te leven tot Zijn eer, en de vereniging en gemeenschap met de Heere te mogen genieten. En er is een uitstrekken van de genegenheden des harten naar Jezus en naar de waarheid zoals die in Jezus is, met veel verlangen, ademtochten, ernstige beden en vurige worstelingen aan de troon der genade, om de waarheid te mogen kennen en door de waarheid geheiligd en vrijgemaakt te worden.
Zodat, wanneer gij het woord „loopbaan” als zinnebeeld van het pad van een christen begrijpt, gij verstaat dat het niet enkel een beweging van het lichaam voorstelt, wat de apostel een lichamelijke oefening noemt, maar dat bedoeld wordt een inwendige beweging der ziel, of liever van de genade die God in uw boezem gelegd heeft en waaraan geestelijke vermogens medegedeeld worden, waardoor zij voorwaarts schrijdt in de wegen Gods, onder de invloeden van de gezegende Geest.
Aan de lezer…
Loopt u op de loopbaan, of staat u nog stil? Wie eenmaal door het geloof gezien heeft welke weg hem voorgesteld is, kan niet blijven zitten. Hij vlucht als een doodslager naar de vrijstad, met stappen gevleugeld door vrees en beving. Het is geen lichamelijke oefening, maar een inwendige beweging van de ziel: een uitstrekken naar de liefde Gods, naar het bloed der besprenging, naar Jezus Zelf.
Misschien valt het lopen u zwaar en schijnt het u dat u nauwelijks vooruitkomt. Maar is er in u dat verlangen, die ademtocht, dat worstelen aan de troon der genade om de waarheid te mogen kennen? Dan is de genade die God in uw boezem gelegd heeft wel degelijk in beweging. Loop dan met lijdzaamheid, niet in eigen kracht, maar onder de invloeden van de gezegende Geest. Hij Die u op de weg gezet heeft, zal u daarop voortleiden tot aan de prijs.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is.
Hebreeën 12:1
Niemand kan deze loopbaan lopen dan de heiligen van God, want het pad ervan is heilig land, waarvan wij lezen: En geen onrein beest zal daarop gevonden worden. Alleen de verlosten wandelen daarop, en niemand heeft ooit de prijs gekregen dan zij die deze hemelse loopbaan gelopen hebben, als verlosten door het dierbaar bloed. Zodra wij door het geloof de loopbaan zien die ons voorgesteld is, beginnen wij te lopen. En zoals Christen in de „Christenreis” vluchten wij uit de stad van het verderf, onze stappen gevleugeld door vrees en beven.
Dit alles houdt, vooral in het begin, in: beweging, bezigheid, voortsnellen, lopen als het ware voor ons leven; zoals Lot, die probeerde te ontkomen naar het gebergte; vluchten, zoals de profeet daarover spreekt: „Gelijk gij vlood voor de aardbeving in de dagen van Uzzia” (Zach. 14:5); of zoals een doodslager die vanwege de bloedwreker naar de vrijstad vlucht. Zoals de hardloper zijn handen, voeten en hoofd vooruitsteekt en maar één doel voor ogen heeft, namelijk als eerste de eindstreep te bereiken, zo is het ook in de geestelijke loopbaan. Er is een uitstrekken van de vermogens van de wedergeboren ziel naar de hemelse prijs die voorgesteld is. Er is een zich uitstrekken van het geestelijk verstand om een helder inzicht te krijgen in de hemelse waarheid.
Er is een uitstrekken van de begeerten van het hart om de liefde van God te mogen smaken en tot Hem te naderen door het bloed der besprenging; om de weg van de zaligheid voor zichzelf te kennen en vast overtuigd te zijn dat onze voeten daarop wandelen. Kortom, om een teken ten goede te mogen ontvangen en een openbaring van de vergevende liefde van God; om te mogen wandelen in Zijn vreze, te leven tot Zijn eer, en de vereniging en gemeenschap met de Heere te mogen genieten. En er is een uitstrekken van de genegenheden van het hart naar Jezus en naar de waarheid zoals die in Jezus is, met veel verlangen, zuchten, ernstige gebeden en vurig worstelen aan de troon van de genade, om de waarheid te mogen kennen en door de waarheid geheiligd en vrijgemaakt te worden.
Wanneer u het woord „loopbaan” dus begrijpt als beeld van het pad van een christen, dan verstaat u dat het niet alleen een beweging van het lichaam voorstelt, wat de apostel een lichamelijke oefening noemt. Er wordt een innerlijke beweging van de ziel mee bedoeld, of liever van de genade die God in uw hart gelegd heeft en waaraan geestelijke vermogens worden meegedeeld, waardoor zij onder de invloed van de gezegende Geest voortgaat op de wegen van God.
Aan de lezer…
Loopt u op de loopbaan, of staat u nog stil? Wie eenmaal door het geloof gezien heeft welke weg hem voorgesteld is, kan niet blijven zitten. Hij vlucht als een doodslager naar de vrijstad, met stappen gevleugeld door vrees en beven. Het is geen lichamelijke oefening, maar een innerlijke beweging van de ziel: een uitstrekken naar de liefde van God, naar het bloed der besprenging, naar Jezus Zelf.
Misschien valt het lopen u zwaar en lijkt het alsof u nauwelijks vooruitkomt. Maar is er in u dat verlangen, dat zuchten, dat worstelen aan de troon van de genade om de waarheid te mogen kennen? Dan is de genade die God in uw hart gelegd heeft wel degelijk in beweging. Loop dan met lijdzaamheid, niet in eigen kracht, maar onder de invloed van de gezegende Geest. Hij Die u op de weg gezet heeft, zal u daarop verder leiden tot aan de prijs.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Let us run with patience the race that is set before us.
Hebrews 12:1
None can run this race but the saints of God, for the ground itself is holy ground, of which we read that “no unclean beast is to be found therein.” None but the redeemed walk there; and none have ever won the prize but those who have run this heavenly race—as redeemed by precious blood.
Now no sooner do we see by faith the race set before us than we begin to run; and, like Christian in the “Pilgrim’s Progress,” we run from the City of Destruction, our steps being winged with fear and apprehension. All this, especially in the outset, implies energy, movement, activity, pressing forward; running, as it were, for our life; escaping, as Lot, to the mountain; fleeing, as the prophet speaks, “like as you fled from before the earthquake in the days of Uzziah” (Zech. 14:5); or as the manslayer fled to the city of refuge from the avenger of blood.
As, then, the runner stretches forward hands, and feet, and head, intent only on being first to reach the goal, so in the spiritual race there is a stretching forth of the faculties of the new-born soul to win the heavenly prize. There is a stretching forth of the spiritual understanding to become possessed of clear views of heavenly truth. There is a stretching forth of the desires of the heart to experience the love of God; to feel acceptance with Him through the blood of sprinkling; to know the way of salvation for ourselves, and to have clear evidences that our feet are in it; to receive tokens for good, and manifestations of the pardoning love of God; to walk in His fear, live to His praise, and enjoy union and communion with the blessed Lord.
And there is a stretching forth of the affections of the heart after Jesus and the truth as it is in Jesus, with many longings, breathings, earnest cries, and fervent wrestlings at the throne of grace, that we may know the truth and by the truth be sanctified and made free. So that when you look at the word “race” as emblematic of a Christian’s path, you see that it is not any movement of the body, what the Apostle calls “bodily exercise,” that is intended, but an inward movement of the soul, or rather of the grace that God has lodged in your bosom, and to which are communicated spiritual faculties, whereby it moves forward in the ways of God, under the influences of the blessed Spirit.
To the reader…
Are you running the race, or are you still standing still? Whoever has once seen by faith the way that is set before him cannot remain sitting. He flees like the manslayer to the city of refuge, his steps winged with fear and trembling. It is not bodily exercise, but an inward movement of the soul: a stretching forth after the love of God, after the blood of sprinkling, after Jesus Himself.
Perhaps the running is hard for you, and it seems as though you scarcely make any progress. But is there within you that longing, that sighing, that wrestling at the throne of grace to know the truth? Then the grace God has lodged in your heart is truly in motion. Run, then, with patience, not in your own strength, but under the influence of the blessed Spirit. He Who set you on the way will lead you further along it, all the way to the prize.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Corramos con paciencia la carrera que nos es propuesta.
Hebreos 12:1
Nadie puede correr esta carrera sino los santos de Dios, porque el terreno mismo es terreno santo, del cual leemos que “no pasará por él inmundo” y que ninguna bestia fiera se hallará allí. Nadie sino los redimidos caminan por allí; y nadie ha ganado jamás el premio sino los que han corrido esta carrera celestial, como redimidos por la sangre preciosa.
Ahora bien, tan pronto como vemos por la fe la carrera que nos es propuesta, comenzamos a correr; y, como Cristiano en “El progreso del peregrino”, huimos de la Ciudad de Destrucción, con los pasos alados por el temor y la aprensión. Todo esto, especialmente al principio, implica energía, movimiento, actividad, un avanzar con empeño; un correr, por así decirlo, para salvar la vida; un escapar, como Lot, al monte; un huir, como dice el profeta, “como huisteis por causa del terremoto en los días de Uzías” (Zacarías 14:5); o como el homicida huía del vengador de la sangre a la ciudad de refugio.
Así pues, como el corredor extiende hacia adelante las manos, los pies y la cabeza, atento solo a llegar el primero a la meta, así en la carrera espiritual hay un extenderse de las facultades del alma nacida de nuevo para ganar el premio celestial. Hay un extenderse del entendimiento espiritual para llegar a poseer ideas claras de la verdad celestial. Hay un extenderse de los deseos del corazón por experimentar el amor de Dios; por sentir la aceptación ante Él por la sangre del esparcimiento; por conocer el camino de la salvación para nosotros mismos y tener evidencias claras de que nuestros pies están en él; por recibir señales para bien y manifestaciones del amor perdonador de Dios; por andar en Su temor, vivir para Su alabanza y gozar de unión y comunión con el bendito Señor.
Y hay un extenderse de los afectos del corazón tras Jesús y la verdad tal como está en Jesús, con muchos anhelos, suspiros, clamores fervientes y luchas ardientes ante el trono de la gracia, para que conozcamos la verdad y por la verdad seamos santificados y hechos libres. De modo que, cuando usted mira la palabra “carrera” como figura del camino del cristiano, ve que no se trata de un movimiento cualquiera del cuerpo, lo que el apóstol llama “el ejercicio corporal”, sino de un movimiento interior del alma, o más bien de la gracia que Dios ha depositado en su pecho y a la cual se le comunican facultades espirituales, por las cuales avanza en los caminos de Dios bajo las influencias del bendito Espíritu.
Al lector…
¿Está usted corriendo la carrera, o está todavía parado? Quien ha visto una vez por la fe el camino que le es propuesto no puede quedarse sentado. Huye como el homicida a la ciudad de refugio, con los pasos alados por el temor y el temblor. No es ejercicio corporal, sino un movimiento interior del alma: un extenderse tras el amor de Dios, tras la sangre del esparcimiento, tras Jesús mismo.
Quizá el correr se le hace pesado, y le parece que apenas avanza. Pero ¿hay dentro de usted ese anhelo, ese suspirar, ese luchar ante el trono de la gracia por conocer la verdad? Entonces la gracia que Dios ha depositado en su corazón está verdaderamente en movimiento. Corra, pues, con paciencia, no con sus propias fuerzas, sino bajo la influencia del bendito Espíritu. Aquel que le puso en el camino le llevará adelante por él, hasta el premio.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl