Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 4 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

3 februari Korenaren uit de volle oogst

Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, daar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.
Kol. 3:1

Hoevelen zijn er, zelfs onder hen die God willen vrezen, die toch aan de wereld vastzitten en voor wie zij haar aantrekkingskracht niet verloren heeft! Zij zijn door wereldse beslommeringen, tenminste voor een tijd, geketend, of door wereldse mensen of wereldse zaken verstrikt. Hun deelgenoten in zaken of hun deelgenoten in het leven, hun vleselijke verwanten of hun wereldse kinderen, hun talrijke verbintenissen of hun maatschappelijke gewoonten, hun hevige hartstochten of hun diepgewortelde vooroordelen: zij binden en kluisteren hen volkomen aan de aarde. Daar kruipen en liggen zij, zoals Milton het uitdrukt:

„De rook en de bezigheden van dat donkere stipje, dat de mensen aarde noemen.”

Zij zijn zo gebonden door de koorden van hun zinnen, dat zij nauwelijks proberen ervan bevrijd te worden. Zij verlangen er zelfs nauwelijks naar zich boven de mist en de dampen van dat donkere stipje te verheffen in een zuiverder licht, om een hemelse lucht in te ademen en met Jezus op te staan uit het graf van de vertering. Maar als zij als leden van dat geheimzinnige lichaam met Christus zijn opgestaan — omdat het niet mogelijk was, dat Hij van dezelve dood zou gehouden worden, toen God de smarten des doods ontbonden had (Hand. 2:24) — dan zullen ook zij niet altijd begraven blijven in het graf van vleselijkheid en wereldsgezindheid. Zij moeten geestelijk opstaan. Als zij werkelijk deel hebben aan de werkelijkheid van Christus’ opstanding, moeten zij ook de kracht van Christus’ opstanding kennen.

Gedenk niet meer aan ’t kwaad dat wij bedreven,
onz’ euveldaad word’ ons uit gunst vergeven.
Waak op, o God, en wil van verder lijden
ons klein getal door Uwe kracht bevrijden!

Ps. 79:4

Aan de lezer…

Hoe staat het met uw hart, lezer? Wilt u God vrezen, en merkt u toch hoe de wereld u telkens weer bindt? Zaken, zorgen, verwanten en gewoonten trekken u naar beneden. U kruipt in de mist en de dampen van de aarde, terwijl uw ziel naar een zuiverder licht verlangt. Ik verzwijg niet hoe velen zo geketend liggen, zelfs onder hen die de Heere zoeken. Herkent u uzelf daarin, laat het u dan tot verootmoediging zijn.

Toch heeft dit woord ook een rijke belofte. Zoals het niet mogelijk was dat Christus door de dood werd vastgehouden, zo zullen Zijn leden niet altijd begraven blijven in het graf van vleselijkheid en wereldsgezindheid. Wie werkelijk deel heeft aan Zijn opstanding, zal ook de kracht ervan leren kennen. Zie dan op naar Hem, Die zit aan de rechterhand van God. Vraag Hem de koorden te breken die u aan de aarde binden, zodat u de dingen zoekt die boven zijn, waar uw schat en uw leven is.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

3 februari 365 dagen met Philpot

De loopbaan lopen

Daarom dan ook, alzo wij zo groot een wolk der getuigen rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen alle last, en de zonde, die ons lichtelijk omringt, en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is.
Hebreeën 12:1

Hoezeer hinderde het ongeloof Abraham toen hij over zijn vrouw loog; Sara toen ze Hagar in diskrediet bracht; Izak toen hij Ezau in stilte boven Jakob verkoos; Rebekka toen ze door bedrog de zegen verwierf; Job en Jeremia toen ze de dag van hun geboorte vervloekten; David toen hij het volk telde; Jona toen hij naar Tarsis vluchtte; en Petrus toen hij zijn Heere en Meester verloochende. En ik zou een beroep willen doen op de ervaring van iedere heilige van God die de loopbaan loopt: merkt hij niet dat het ongeloof de zonde is die hem het meest belemmert? Hij moet het dus afleggen, anders kan hij niet zo lopen dat hij wint.

Maar hoe legt hij het af, vraagt u misschien? Kan hij dat zonder bijzondere hulp? Nee, beslist niet. Zeggen dat hij dat zou kunnen, betekent kracht toekennen aan het schepsel; het betekent de kroon van de genade van het hoofd van de Verlosser nemen en op het hoofd van de mens zetten. Dezelfde genade die eerst zijn ogen opende om de loopbaan te zien die hem is voorgesteld, en die zijn voeten op het rechte pad zette, diezelfde genade stelt hem, wanneer zij gezegend werkzaam is, door een daad van het geloof in staat „de zonde af te leggen die ons zo lichtelijk omringt”.

Maar er is een verschil tussen de hemelse loopbaan en de aardse. In de aardse loopbaan voelt men een last niet meer als men die eenmaal heeft weggelegd. Het gewaad dat is afgelegd, wordt niet meer opgepakt. Maar zo is het niet in de hemelse loopbaan. De lasten, of in elk geval veel ervan, worden weer opgepakt, of er komen nieuwe voor in de plaats. En als de zonde die ons zo gemakkelijk omringt, is afgelegd, pakt ons hart haar weer op, want het ongeloof is diep in onze aard geworteld en komt voortdurend uit de diepte van ons vleselijk gemoed weer naar boven.

Als we dus op een dag alle last en ook de zonde die ons zo gemakkelijk omringt, kunnen afleggen, zijn de lasten de volgende dag even zwaar als altijd en omringt het ongeloof ons krachtiger en heftiger dan ooit. Toch moeten we lopen, en dat zullen we ook, geholpen door de genade van God. Elke stap die we zetten, zetten we alleen door de lasten af te leggen, en de zonde die ons zo lichtelijk omringt.

Lezen: 1 Korinthe 9:14-27

Aan de lezer…

Misschien, lieve lezer, was u gisteren nog zo blij dat de last van u afgevallen was, en ligt hij vandaag weer zwaar op uw schouders. Het ongeloof dat u meende te hebben afgelegd, omringt u opnieuw, en heftiger dan ooit. Zegt u dan: „Er is met mij niets veranderd”? Laat ik eerlijk zijn. In de aardse loopbaan blijft een afgelegd gewaad liggen; in de hemelse pakt ons hart het telkens weer op, want het ongeloof is diep in onze aard geworteld.

Zelfs Abraham, David en Petrus werden erdoor gehinderd. U bent dus niet de enige die struikelt. En u kunt het ook niet in eigen kracht afleggen; wie dat beweert, neemt de kroon van het hoofd van de Verlosser. Maar dezelfde genade die uw ogen opende en uw voeten op het rechte pad zette, stelt u ook vandaag in staat om het opnieuw af te leggen. Toch moeten wij lopen, en dat zullen wij ook, geholpen door de genade van God.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

3 februari Door Baca’s vallei

De offeranden Gods zijn een gebroken geest; een gebroken en verslagen hart zult Gij, o God! niet verachten.
Psalm 51:19

Het hart dat de last van de zonden voelt, dat lijdt onder de verzoekingen van de satan, dat kreunt onder de vurige pijlen van de duivel, dat bloedt uit de wonden die het bedreven kwaad heeft geslagen: dat hart is gebroken en verslagen. Deze gebrokenheid van het hart en verslagenheid van de geest is iets wat alleen een kind van God kan voelen. Hoe hard zijn hart soms ook lijkt te zijn, er komen ogenblikken van geestelijke opwekking. Hoe verhard hij ook mag lijken tegenover elk besef van liefde en barmhartigheid, of tegenover ellende en schuld, van tijd tot tijd komt er een verbrokenheid van het hart voor de Heere, juist wanneer hij het het minst verwacht of er zelfs naar uitziet.

Dan beklaagt hij zichzelf, en keert hij zich af van de wereld om de gunst van de Heere te mogen genieten. Dan werpt hij zich als zondaar neer en pleit hij op onverdiende genade. De tranen lopen hem over de wangen, de verzuchtingen stijgen uit zijn hart op en hij ligt vernederd aan de voeten van de Zaligmaker. Als uw ziel hier niet vreemd aan is, dan hebt u een beter deel dan welke gave ook. Want de gebrokenheid van het hart is iets waarmee de zaligheid gepaard gaat, en het is een offerande die God niet zal verachten.

Aan de lezer…

Wanneer uw hart gebroken is onder de last van de zonde, weet u er dan geen raad mee? Misschien schaamt u zich voor uw tranen, of vreest u dat God u om uw ellende zal afwijzen. Maar hoor wat er geschreven staat: een gebroken en verslagen hart zal Hij niet verachten.

Juist wat u het diepst neerdrukt, is een offerande die Hem welgevallig is. Ligt u als zondaar aan de voeten van de Zaligmaker, pleitend op onverdiende genade, dan hebt u een beter deel dan welke gave ook. Zo’n verbrokenheid is geen teken dat de Heere u verlaten heeft, maar dat Hij Zelf aan uw hart werkt. Blijf daar liggen en zie uit naar Zijn gunst; Hij zal u niet versmaden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina