4 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
11 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, daar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.
Kol. 3:1
Hoevelen zijn er zelfs onder hen die God wensen te vrezen, maar toch aan de wereld verkleefd zijn en voor wie zij haar aanlokkend vermogen niet verloren heeft; die door wereldse beslommeringen, ten minste voor een tijd, geketend of door wereldse mensen of wereldse zaken verstrikt zijn. Hun deelgenoten in zaken of hun deelgenoten in het leven; hun vleselijke betrekkingen of hun wereldse kinderen, hun talrijke verbintenissen of hun maatschappelijke gewoonten; hun hevige hartstochten of hun diep gewortelde vooroordelen binden en kluisteren hen geheel aan de aarde. Daar kruipen en liggen zij, zoals Milton het uitdrukt:
„De rook en de bezigheden van dat donkere stipje, dat de mensen aarde noemen.”
En zo zijn zij gebonden door de koorden hunner zinnen, dat zij nauwelijks zoeken ervan bevrijd te worden, of zelfs verlangen zich boven de mist en de dampen van dat donkere stipje te verheffen in een zuiverder licht, om een hemelse dampkring in te ademen, en met Jezus op te staan uit het graf der vertering. Maar als zij, als leden van dat geheimzinnige lichaam, met Christus zijn opgestaan, alzo het niet mogelijk was, dat Hij van dezelve dood zou gehouden worden, wanneer God de smarten des doods ontbonden had (Hand. 2:24), zo zullen zij ook niet altijd begraven blijven in het graf van de vleselijkheid en wereldsgezindheid. Zij moeten geestelijk opstaan. Indien zij waarlijk belang stellen in de werkelijkheid van Christus’ opstanding, moeten zij ook de kracht van Christus’ opstanding kennen.
Gedenk niet meer aan ’t kwaad dat wij bedreven,
onz’ euveldaad word’ ons uit gunst vergeven.
Waak op, o God, en wil van verder lijden
ons klein getal door Uwe kracht bevrijden!
Ps. 79:4
Aan de lezer…
Hoe staat het met uw hart, lezer? Wenst u God te vrezen, en merkt u toch hoe de wereld u telkens weer bindt? Zaken, zorgen, betrekkingen en gewoonten trekken u naar beneden, en u kruipt in de mist en de dampen van de aarde, terwijl uw ziel naar een zuiverder licht verlangt. Ik verzwijg niet hoe velen zo geketend liggen, zelfs onder hen die de Heere zoeken. Herkent u uzelf daarin, laat het u dan tot verootmoediging zijn.
Toch heeft dit woord ook een rijke belofte. Zoals het niet mogelijk was dat Christus door de dood gehouden werd, zo zullen Zijn leden niet altijd begraven blijven in het graf van vleselijkheid en wereldsgezindheid. Wie werkelijk deel heeft aan Zijn opstanding, zal ook de kracht ervan leren kennen. Zie dan op naar Hem, Die zit aan de rechterhand Gods. Vraag Hem de koorden te breken die u aan de aarde binden, opdat u de dingen zoekt die boven zijn, daar uw schat en uw leven is.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, daar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.
Kol. 3:1
Hoevelen zijn er, zelfs onder hen die God willen vrezen, die toch aan de wereld vastzitten en voor wie zij haar aantrekkingskracht niet verloren heeft! Zij zijn door wereldse beslommeringen, tenminste voor een tijd, geketend, of door wereldse mensen of wereldse zaken verstrikt. Hun deelgenoten in zaken of hun deelgenoten in het leven, hun vleselijke verwanten of hun wereldse kinderen, hun talrijke verbintenissen of hun maatschappelijke gewoonten, hun hevige hartstochten of hun diepgewortelde vooroordelen: zij binden en kluisteren hen volkomen aan de aarde. Daar kruipen en liggen zij, zoals Milton het uitdrukt:
„De rook en de bezigheden van dat donkere stipje, dat de mensen aarde noemen.”
Zij zijn zo gebonden door de koorden van hun zinnen, dat zij nauwelijks proberen ervan bevrijd te worden. Zij verlangen er zelfs nauwelijks naar zich boven de mist en de dampen van dat donkere stipje te verheffen in een zuiverder licht, om een hemelse lucht in te ademen en met Jezus op te staan uit het graf van de vertering. Maar als zij als leden van dat geheimzinnige lichaam met Christus zijn opgestaan — omdat het niet mogelijk was, dat Hij van dezelve dood zou gehouden worden, toen God de smarten des doods ontbonden had (Hand. 2:24) — dan zullen ook zij niet altijd begraven blijven in het graf van vleselijkheid en wereldsgezindheid. Zij moeten geestelijk opstaan. Als zij werkelijk deel hebben aan de werkelijkheid van Christus’ opstanding, moeten zij ook de kracht van Christus’ opstanding kennen.
Gedenk niet meer aan ’t kwaad dat wij bedreven,
onz’ euveldaad word’ ons uit gunst vergeven.
Waak op, o God, en wil van verder lijden
ons klein getal door Uwe kracht bevrijden!
Ps. 79:4
Aan de lezer…
Hoe staat het met uw hart, lezer? Wilt u God vrezen, en merkt u toch hoe de wereld u telkens weer bindt? Zaken, zorgen, verwanten en gewoonten trekken u naar beneden. U kruipt in de mist en de dampen van de aarde, terwijl uw ziel naar een zuiverder licht verlangt. Ik verzwijg niet hoe velen zo geketend liggen, zelfs onder hen die de Heere zoeken. Herkent u uzelf daarin, laat het u dan tot verootmoediging zijn.
Toch heeft dit woord ook een rijke belofte. Zoals het niet mogelijk was dat Christus door de dood werd vastgehouden, zo zullen Zijn leden niet altijd begraven blijven in het graf van vleselijkheid en wereldsgezindheid. Wie werkelijk deel heeft aan Zijn opstanding, zal ook de kracht ervan leren kennen. Zie dan op naar Hem, Die zit aan de rechterhand van God. Vraag Hem de koorden te breken die u aan de aarde binden, zodat u de dingen zoekt die boven zijn, waar uw schat en uw leven is.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
If ye then be risen with Christ, seek those things which are above, where Christ sitteth on the right hand of God.
Colossians 3:1
How many there are even of those who desire to fear God who are kept down by the world, and to whom it has not lost its attractive power; who are held fast, at least for a time, by worldly business, or entangled by worldly people or worldly engagements. Their partners in business or their partners in life; their carnal relatives or their worldly children; their numerous connections or their social habits; their strong passions or their deep-rooted prejudices, all bind and fetter them down to earth.
There they grovel and lie amid, what Milton terms, “The smoke and stir of this dim spot which men call earth;” and so bound are they with the cords of their sins that they scarcely seek deliverance from them, or ever desire to rise beyond the mists and fogs of this dim spot into a purer air, so as to breathe a heavenly atmosphere, and rise up with Jesus from the grave of their corruptions.
But if, as members of His mystical body, they are already risen with Christ, as it was not possible for the Head to be held by death when God loosed the pains thereof (Acts 2:24), so neither shall they ever be buried in the grave of carnality and worldliness. They must rise spiritually if they rose mystically. If interested in the reality of Christ’s resurrection, they must know the power of Christ’s resurrection.
To the reader…
How is it with your heart, reader? Do you want to fear God, and yet notice how the world binds you again and again? Business, cares, relatives and habits pull you down. You creep about in the mists and fogs of the earth, while your soul longs for a purer light. I will not hide how many lie fettered like this, even among those who seek the Lord. If you recognise yourself in this, let it humble you.
Yet this word also holds a rich promise. Just as it was not possible for Christ to be held by death, so His members will not remain buried forever in the grave of carnality and worldliness. Whoever truly shares in His resurrection will also come to know its power. Look up, then, to Him Who sits at the right hand of God. Ask Him to break the cords that bind you to the earth, so that you seek those things which are above, where your treasure and your life are.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Si habéis pues resucitado con Cristo, buscad las cosas de arriba, donde está Cristo sentado a la diestra de Dios.
Colosenses 3:1
¡Cuántos hay, aun entre los que desean temer a Dios, que están oprimidos por el mundo, y para quienes este no ha perdido su poder de atracción; que están retenidos, al menos por un tiempo, por los negocios mundanos, o enredados por personas mundanas o compromisos mundanos! Sus socios en los negocios o sus compañeros de vida; sus parientes carnales o sus hijos mundanos; sus numerosas relaciones o sus hábitos sociales; sus fuertes pasiones o sus prejuicios profundamente arraigados, todo ello los ata y los encadena a la tierra.
Allí se arrastran y yacen en medio de lo que Milton llama “el humo y el bullicio de este oscuro rincón que los hombres llaman tierra”; y tan atados están con las cuerdas de sus pecados, que apenas buscan ser librados de ellas, ni desean jamás elevarse por encima de las nieblas y brumas de este oscuro rincón hacia un aire más puro, para respirar una atmósfera celestial y resucitar con Jesús de la tumba de sus corrupciones.
Pero si, como miembros de Su cuerpo místico, ya han resucitado con Cristo, así como no era posible que la Cabeza fuese retenida por la muerte cuando Dios soltó sus dolores (Hechos 2:24), tampoco ellos serán jamás sepultados en la tumba de la carnalidad y la mundanalidad. Deben resucitar espiritualmente si resucitaron místicamente. Si tienen parte en la realidad de la resurrección de Cristo, han de conocer el poder de la resurrección de Cristo.
Al lector…
¿Cómo está su corazón, lector? ¿Desea usted temer a Dios y, sin embargo, nota cómo el mundo le ata una y otra vez? Los negocios, las preocupaciones, los parientes y los hábitos le arrastran hacia abajo. Usted anda arrastrándose entre las nieblas y brumas de la tierra, mientras su alma anhela una luz más pura. No ocultaré cuántos yacen encadenados así, aun entre los que buscan al Señor. Si usted se reconoce en esto, que ello le humille.
Con todo, esta palabra encierra también una rica promesa. Así como no era posible que Cristo fuese retenido por la muerte, tampoco Sus miembros quedarán sepultados para siempre en la tumba de la carnalidad y la mundanalidad. Quien de veras tiene parte en Su resurrección llegará también a conocer su poder. Mire, pues, a Aquel que está sentado a la diestra de Dios. Pídale que rompa las cuerdas que le atan a la tierra, para que busque usted las cosas de arriba, donde están su tesoro y su vida.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
De loopbaan lopen
Daarom dan ook, alzo wij zo groot een wolk der getuigen rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen alle last, en de zonde, die ons lichtelijk omringt, en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is.
Hebreeën 12:1
Hoezeer hinderde het ongeloof Abraham toen hij over zijn vrouw loog; Sara toen ze Hagar in diskrediet bracht; Izak toen hij heimelijk Ezau de voorkeur boven Jakob gaf; Rebekka toen ze door bedrog de zegening verwierf; Job en Jeremia toen ze de dag van hun geboorte vervloekten; David toen hij het volk telde; Jona toen hij naar Tarsis vluchtte; en Petrus toen hij zijn Heere en Meester loochende. En ik zou een beroep willen doen op de ervaring van elke heilige Gods die de loopbaan loopt, of hij niet vindt dat ongeloof de zonde is die hem het meest belemmert. Hij moet hem dus afleggen, anders kan hij niet lopen om te winnen.
Maar hoe, vraagt u zich wellicht af, legt hij hem af? Kan hij dat zonder bijzondere hulp? Nee, beslist niet. Te zeggen dat hij dat zou kunnen, betekent dat aan het schepsel kracht wordt verleend; betekent dat de genadekroon van het hoofd van de Verlosser wordt genomen en op het hoofd van de mens wordt gezet. Dezelfde genade die aanvankelijk zijn ogen opende om de loopbaan te zien die hem is voorgesteld, die zijn voeten op het rechte pad plaatste; dezelfde genade in gezegende oefening stelt hem door een geloofsdaad in staat „de zonde af te leggen die ons zo lichtelijk omringt”.
Maar er is een verschil tussen de hemelse loopbaan en de aardse. In de aardse loopbaan voelt men de last, als die eenmaal is opgegeven, niet meer. Het gewaad dat is afgelegd, wordt niet meer opgepakt. Maar dat is niet zo in de hemelse loopbaan. De lasten, of tenminste vele ervan, worden weer opgepakt, of nieuwe komen ervoor in de plaats; en als de zonde die ons zo makkelijk omringt wordt afgelegd, pakt ons hart hem op, want ongeloof is diep geworteld in onze aard, en duikt voortdurend diep vanuit onze vleselijke geest weer op.
Als we derhalve op een dag elk gewicht kunnen afleggen alsmede de zonde die ons zo makkelijk omringt, zijn de volgende dag de lasten even zwaar als altijd, en omringt het ongeloof ons krachtiger en heftiger dan ooit. Toch moeten we lopen, en dat zullen we ook, geholpen door de genade Gods; en elke stap die we zetten wordt alleen bereikt door de lasten af te leggen en de zonde die ons zo lichtelijk omringt.
Lezen: 1 Korinthe 9:14-27
Aan de lezer…
Misschien, lieve lezer, was u gisteren nog zo blij dat de last van u afgevallen was, en ligt hij vandaag weer zwaar op uw schouders. Het ongeloof dat u meende te hebben afgelegd, omringt u opnieuw, en heftiger dan ooit. Zegt u dan: „Er is met mij niets veranderd”? Laat mij eerlijk zijn. In de aardse loopbaan blijft een afgelegd gewaad liggen; in de hemelse pakt ons hart het telkens weer op, want het ongeloof is diep in onze aard geworteld.
Zelfs Abraham, David en Petrus werden erdoor gehinderd. U bent dus niet de enige die struikelt. En u kunt het ook niet in eigen kracht afleggen; wie dat beweert, neemt de kroon van het hoofd van de Verlosser. Maar dezelfde genade die uw ogen opende en uw voeten op het rechte pad zette, stelt u ook vandaag in staat om het opnieuw af te leggen. Toch moeten wij lopen, en dat zullen wij ook, geholpen door de genade Gods.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Daarom dan ook, alzo wij zo groot een wolk der getuigen rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen alle last, en de zonde, die ons lichtelijk omringt, en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is.
Hebreeën 12:1
Hoezeer hinderde het ongeloof Abraham toen hij over zijn vrouw loog; Sara toen ze Hagar in diskrediet bracht; Izak toen hij Ezau in stilte boven Jakob verkoos; Rebekka toen ze door bedrog de zegen verwierf; Job en Jeremia toen ze de dag van hun geboorte vervloekten; David toen hij het volk telde; Jona toen hij naar Tarsis vluchtte; en Petrus toen hij zijn Heere en Meester verloochende. En ik zou een beroep willen doen op de ervaring van iedere heilige van God die de loopbaan loopt: merkt hij niet dat het ongeloof de zonde is die hem het meest belemmert? Hij moet het dus afleggen, anders kan hij niet zo lopen dat hij wint.
Maar hoe legt hij het af, vraagt u misschien? Kan hij dat zonder bijzondere hulp? Nee, beslist niet. Zeggen dat hij dat zou kunnen, betekent kracht toekennen aan het schepsel; het betekent de kroon van de genade van het hoofd van de Verlosser nemen en op het hoofd van de mens zetten. Dezelfde genade die eerst zijn ogen opende om de loopbaan te zien die hem is voorgesteld, en die zijn voeten op het rechte pad zette, diezelfde genade stelt hem, wanneer zij gezegend werkzaam is, door een daad van het geloof in staat „de zonde af te leggen die ons zo lichtelijk omringt”.
Maar er is een verschil tussen de hemelse loopbaan en de aardse. In de aardse loopbaan voelt men een last niet meer als men die eenmaal heeft weggelegd. Het gewaad dat is afgelegd, wordt niet meer opgepakt. Maar zo is het niet in de hemelse loopbaan. De lasten, of in elk geval veel ervan, worden weer opgepakt, of er komen nieuwe voor in de plaats. En als de zonde die ons zo gemakkelijk omringt, is afgelegd, pakt ons hart haar weer op, want het ongeloof is diep in onze aard geworteld en komt voortdurend uit de diepte van ons vleselijk gemoed weer naar boven.
Als we dus op een dag alle last en ook de zonde die ons zo gemakkelijk omringt, kunnen afleggen, zijn de lasten de volgende dag even zwaar als altijd en omringt het ongeloof ons krachtiger en heftiger dan ooit. Toch moeten we lopen, en dat zullen we ook, geholpen door de genade van God. Elke stap die we zetten, zetten we alleen door de lasten af te leggen, en de zonde die ons zo lichtelijk omringt.
Lezen: 1 Korinthe 9:14-27
Aan de lezer…
Misschien, lieve lezer, was u gisteren nog zo blij dat de last van u afgevallen was, en ligt hij vandaag weer zwaar op uw schouders. Het ongeloof dat u meende te hebben afgelegd, omringt u opnieuw, en heftiger dan ooit. Zegt u dan: „Er is met mij niets veranderd”? Laat ik eerlijk zijn. In de aardse loopbaan blijft een afgelegd gewaad liggen; in de hemelse pakt ons hart het telkens weer op, want het ongeloof is diep in onze aard geworteld.
Zelfs Abraham, David en Petrus werden erdoor gehinderd. U bent dus niet de enige die struikelt. En u kunt het ook niet in eigen kracht afleggen; wie dat beweert, neemt de kroon van het hoofd van de Verlosser. Maar dezelfde genade die uw ogen opende en uw voeten op het rechte pad zette, stelt u ook vandaag in staat om het opnieuw af te leggen. Toch moeten wij lopen, en dat zullen wij ook, geholpen door de genade van God.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wherefore seeing we also are compassed about with so great a cloud of witnesses, let us lay aside every weight, and the sin which doth so easily beset us, and let us run with patience the race that is set before us.
Hebrews 12:1
How greatly did unbelief hinder Abraham when he lied about his wife; Sarah when she brought Hagar into disfavour; Isaac when he silently preferred Esau to Jacob; Rebekah when she obtained the blessing by deceit; Job and Jeremiah when they cursed the day of their birth; David when he numbered the people; Jonah when he fled to Tarshish; and Peter when he denied his Lord and Master. And I would appeal to the experience of every saint of God who is running the race: does he not find that unbelief is the sin which hinders him most? He must therefore lay it aside, or he cannot so run as to obtain.
But how does he lay it aside, you may ask? Can he do it without special help? No, certainly not. To say that he could is to ascribe power to the creature; it is to take the crown of grace from the Redeemer’s head and set it on the head of man. The same grace which first opened his eyes to see the race that is set before him, and which set his feet in the right path, that same grace, when it is blessedly at work, enables him by an act of faith “to lay aside the sin which doth so easily beset us.”
But there is a difference between the heavenly race and the earthly. In the earthly race a man no longer feels a weight once he has put it away. The garment that has been laid aside is not taken up again. But it is not so in the heavenly race. The weights, or at any rate many of them, are taken up again, or new ones come in their place. And when the sin which so easily besets us has been laid aside, our heart takes it up again, for unbelief is deeply rooted in our nature and is continually rising up again from the depths of our carnal mind.
So if one day we are able to lay aside every weight, and the sin which so easily besets us, the next day the weights are as heavy as ever and unbelief besets us more powerfully and fiercely than before. Yet we must run, and run we shall, helped by the grace of God. Every step we take, we take only by laying aside the weights, and the sin which doth so easily beset us.
Reading: 1 Corinthians 9:14-27
To the reader…
Perhaps, dear reader, only yesterday you were so glad that the burden had fallen from you, and today it lies heavy on your shoulders again. The unbelief you thought you had laid aside besets you once more, and more fiercely than ever. Do you then say, “Nothing has changed in me”? Let me be honest. In the earthly race a garment laid aside stays where it fell; in the heavenly race our heart keeps taking it up again, for unbelief is deeply rooted in our nature.
Even Abraham, David and Peter were hindered by it. So you are not the only one who stumbles. Nor can you lay it aside in your own strength; whoever claims that takes the crown from the Redeemer’s head. But the same grace that opened your eyes and set your feet on the right path enables you today as well to lay it aside once more. Yet we must run, and run we shall, helped by the grace of God.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Por tanto nosotros también, teniendo en derredor nuestro una tan grande nube de testigos, dejando todo el peso del pecado que nos rodea, corramos con paciencia la carrera que nos es propuesta.
Hebreos 12:1
¡Cuánto estorbó la incredulidad a Abraham cuando mintió acerca de su mujer; a Sara cuando hizo caer en desgracia a Agar; a Isaac cuando en silencio prefirió a Esaú antes que a Jacob; a Rebeca cuando obtuvo la bendición con engaño; a Job y a Jeremías cuando maldijeron el día de su nacimiento; a David cuando contó al pueblo; a Jonás cuando huyó a Tarsis; y a Pedro cuando negó a su Señor y Maestro! Y apelaría a la experiencia de todo santo de Dios que corre la carrera: ¿no halla que la incredulidad es el pecado que más le estorba? Por tanto, debe dejarla, o no puede correr de tal manera que obtenga.
Pero ¿cómo la deja?, podría preguntar usted. ¿Puede hacerlo sin ayuda especial? No, ciertamente no. Decir que podría es atribuir poder a la criatura; es quitar la corona de la gracia de la cabeza del Redentor y ponerla sobre la cabeza del hombre. La misma gracia que primero abrió sus ojos para ver la carrera que le es propuesta, y que puso sus pies en el camino recto, esa misma gracia, cuando obra benditamente, le capacita por un acto de fe para “dejar el pecado que tan fácilmente nos rodea”.
Pero hay una diferencia entre la carrera celestial y la terrenal. En la carrera terrenal un hombre ya no siente un peso una vez que lo ha quitado. La vestidura que ha sido dejada no se vuelve a tomar. Pero no es así en la carrera celestial. Los pesos, o al menos muchos de ellos, se vuelven a tomar, o vienen otros nuevos en su lugar. Y cuando el pecado que tan fácilmente nos rodea ha sido dejado, nuestro corazón lo vuelve a tomar, porque la incredulidad está profundamente arraigada en nuestra naturaleza y se levanta continuamente de nuevo desde lo profundo de nuestra mente carnal.
Así, si un día podemos dejar todo peso, y el pecado que tan fácilmente nos rodea, al día siguiente los pesos son tan pesados como siempre y la incredulidad nos asedia con más poder y furia que antes. Sin embargo, debemos correr, y correremos, ayudados por la gracia de Dios. Cada paso que damos, lo damos solo dejando los pesos, y el pecado que tan fácilmente nos rodea.
Lectura: 1 Corintios 9:14-27
Al lector…
Quizá, querido lector, apenas ayer se alegraba tanto de que la carga se le hubiera caído, y hoy vuelve a pesar sobre sus hombros. La incredulidad que pensaba haber dejado le asedia otra vez, y con más furia que nunca. ¿Dice usted entonces: “Nada ha cambiado en mí”? Permítame ser sincero. En la carrera terrenal una vestidura dejada se queda donde cayó; en la carrera celestial nuestro corazón la vuelve a tomar una y otra vez, porque la incredulidad está profundamente arraigada en nuestra naturaleza.
Aun Abraham, David y Pedro fueron estorbados por ella. Así que no es usted el único que tropieza. Tampoco puede dejarla en su propia fuerza; quien afirma eso quita la corona de la cabeza del Redentor. Pero la misma gracia que abrió sus ojos y puso sus pies en el camino recto le capacita también hoy para dejarla una vez más. Sin embargo, debemos correr, y correremos, ayudados por la gracia de Dios.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
De offeranden Gods zijn een gebroken geest; een gebroken en verslagen hart zult Gij, o God! niet verachten.
Psalm 51:19
Het hart, dat de last der zonden gevoelt, dat lijdt onder de verzoekingen van de satan, dat kreunt onder de vurige pijlen van de duivel, dat bloedt uit de wonden, veroorzaakt door het bedreven kwaad; dat hart is gebroken en verslagen. Deze gebrokenheid des harten en verslagenheid des geestes is iets, wat alleen een kind van God gevoelen kan. Hoe hard ook zijn hart bij tijden schijnt te zijn, er komen ogenblikken van geestelijke opwekking. Hoezeer hij moge verhard schijnen tegenover enige gewaarwording van liefde en barmhartigheid, of wel tegenover ellende en schuld, van tijd tot tijd, wanneer hij het het minst verwacht of er zelfs naar uitziet, komt er een verbrokenheid des harten voor de Heere.
Dan zal er een beklagen van zichzelf zijn en komt er een zich afkeren van de wereld om de gunst des Heeren te mogen genieten, en een zich als zondaar nederwerpen en pleiten op onverdiende genade. De tranen vloeien hem langs de wangen, de verzuchtingen stijgen uit zijn hart op en hij zal vernederd liggen aan de voeten van de Zaligmaker. Indien uw ziel hier niet vreemd aan is, dan hebt gij een beter deel dan welke gift ook, want de gebrokenheid des harten is iets, waarmede de zaligheid gepaard gaat, en is een offerande, die God niet zal verachten.
Aan de lezer…
Wanneer uw hart gebroken is onder de last van de zonde, weet u er dan geen raad mee? Misschien schaamt u zich voor uw tranen, of vreest u dat God u om uw ellende zal afwijzen. Maar hoor wat er geschreven staat: een gebroken en verslagen hart zal Hij niet verachten.
Juist wat u het diepst neerdrukt, is een offerande die Hem welgevallig is. Ligt u als zondaar aan de voeten van de Zaligmaker, pleitend op onverdiende genade, dan hebt u een beter deel dan welke gift ook. Zulk een verbrokenheid is geen teken dat de Heere u verlaten heeft, maar dat Hij Zelf aan uw hart werkt. Blijf daar liggen, en zie uit naar Zijn gunst; Hij zal u niet versmaden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
De offeranden Gods zijn een gebroken geest; een gebroken en verslagen hart zult Gij, o God! niet verachten.
Psalm 51:19
Het hart dat de last van de zonden voelt, dat lijdt onder de verzoekingen van de satan, dat kreunt onder de vurige pijlen van de duivel, dat bloedt uit de wonden die het bedreven kwaad heeft geslagen: dat hart is gebroken en verslagen. Deze gebrokenheid van het hart en verslagenheid van de geest is iets wat alleen een kind van God kan voelen. Hoe hard zijn hart soms ook lijkt te zijn, er komen ogenblikken van geestelijke opwekking. Hoe verhard hij ook mag lijken tegenover elk besef van liefde en barmhartigheid, of tegenover ellende en schuld, van tijd tot tijd komt er een verbrokenheid van het hart voor de Heere, juist wanneer hij het het minst verwacht of er zelfs naar uitziet.
Dan beklaagt hij zichzelf, en keert hij zich af van de wereld om de gunst van de Heere te mogen genieten. Dan werpt hij zich als zondaar neer en pleit hij op onverdiende genade. De tranen lopen hem over de wangen, de verzuchtingen stijgen uit zijn hart op en hij ligt vernederd aan de voeten van de Zaligmaker. Als uw ziel hier niet vreemd aan is, dan hebt u een beter deel dan welke gave ook. Want de gebrokenheid van het hart is iets waarmee de zaligheid gepaard gaat, en het is een offerande die God niet zal verachten.
Aan de lezer…
Wanneer uw hart gebroken is onder de last van de zonde, weet u er dan geen raad mee? Misschien schaamt u zich voor uw tranen, of vreest u dat God u om uw ellende zal afwijzen. Maar hoor wat er geschreven staat: een gebroken en verslagen hart zal Hij niet verachten.
Juist wat u het diepst neerdrukt, is een offerande die Hem welgevallig is. Ligt u als zondaar aan de voeten van de Zaligmaker, pleitend op onverdiende genade, dan hebt u een beter deel dan welke gave ook. Zo’n verbrokenheid is geen teken dat de Heere u verlaten heeft, maar dat Hij Zelf aan uw hart werkt. Blijf daar liggen en zie uit naar Zijn gunst; Hij zal u niet versmaden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
The sacrifices of God are a broken spirit: a broken and a contrite heart, O God, thou wilt not despise.
Psalm 51:17
The heart that feels the burden of sin, that suffers under temptation, that groans beneath Satan’s fiery assaults, that bleeds under the wounds inflicted by committed evil, is broken and contrite. This brokenness of heart and contrition of spirit is a thing which a child of God alone can feel. However hard his heart at times may seem to be, there will be seasons of spiritual reviving; however he may seem steeled against any sense of love and mercy, or even of misery and guilt, from time to time when he is least expecting and looking for it, there will be a breaking down of his soul before the Lord; there will be a bewailing of himself, a turning from the world to seek the Lord’s favor, and a casting himself as a sinner once more on undeserved mercy, tears will flow down his cheeks, sighs burst from his bosom, and he will lie humble at the Savior’s feet.
If your soul has ever felt this, you have a better thing than any gift; for this brokenness of spirit is a thing that accompanies salvation, and is a sacrifice that God will not despise.
To the reader…
When your heart is broken under the burden of sin, do you not know what to do with it? Perhaps you are ashamed of your tears, or fear that God will reject you because of your misery. But hear what is written: a broken and a contrite heart He will not despise.
The very thing that weighs you down most deeply is a sacrifice well-pleasing to Him. If you lie as a sinner at the Saviour’s feet, pleading for undeserved mercy, you have a better portion than any gift. Such brokenness is no sign that the Lord has forsaken you, but that He Himself is at work in your heart. Remain lying there and look out for His favour; He will not despise you.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Los sacrificios de Dios son el espíritu quebrantado: al corazón contrito y humillado no despreciarás Tú, oh Dios.
Salmo 51:17
El corazón que siente la carga del pecado, que padece bajo la tentación, que gime bajo los dardos de fuego de Satanás, que sangra por las heridas causadas por el mal cometido, está quebrantado y contrito. Este quebranto de corazón y esta contrición de espíritu son algo que solo un hijo de Dios puede sentir. Por duro que a veces parezca su corazón, habrá tiempos de avivamiento espiritual; por endurecido que parezca contra todo sentido de amor y misericordia, o aun de miseria y culpa, de vez en cuando, cuando menos lo espera y lo busca, su alma se quebrantará delante del Señor; habrá un lamentarse por sí mismo, un apartarse del mundo para buscar el favor del Señor, y un echarse otra vez como pecador sobre la misericordia inmerecida; las lágrimas correrán por sus mejillas, los suspiros brotarán de su pecho, y yacerá humillado a los pies del Salvador.
Si su alma ha sentido alguna vez esto, usted tiene algo mejor que cualquier don; porque este quebranto de espíritu es una cosa que acompaña a la salvación, y es un sacrificio que Dios no despreciará.
Al lector…
Cuando su corazón está quebrantado bajo la carga del pecado, ¿no sabe qué hacer con ello? Quizá se avergüence de sus lágrimas, o tema que Dios le rechace a causa de su miseria. Pero oiga lo que está escrito: al corazón contrito y humillado Él no despreciará.
Precisamente aquello que más profundamente le abate es un sacrificio agradable a Él. Si yace como pecador a los pies del Salvador, suplicando misericordia inmerecida, tiene una porción mejor que cualquier don. Tal quebranto no es señal de que el Señor le haya abandonado, sino de que Él mismo está obrando en su corazón. Permanezca allí y espere Su favor; Él no le despreciará.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl