Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · gisteren
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

29 september Korenaren uit de volle oogst

Doch zo wanneer het tot de Heere zal bekeerd zijn, zo wordt het deksel weggenomen.
2 Korinthe 3:16

De gezegende Geest overtuigt ons, als een noodzakelijke voorbereiding op Zijn eigen Goddelijk werk, van onze onwetendheid, van de sluier van ongeloof die van nature over ons hart ligt uitgespreid, en van ons volstrekte onvermogen om die weg te nemen. Zó groot is de duisternis als een zaak van persoonlijke ervaring, dat zij, net als de duisternis in Egypte, „getast” kan worden. Zo diep is die onwetendheid, dat alles, kennis of geschiktheid tot kennis, volkomen verloren lijkt. Zó groot en zó sterk is dit ongeloof, dat het volkomen ongeneeslijk lijkt.

En toch breken te midden van die dikke wolk van onwetendheid, donkerheid en ongeloof nu en dan stralen van licht door. Ook al lijken zij alleen die duisternis zichtbaar te maken en haar nog dieper te maken, toch zijn zij een licht dat naar de troon van God en het Lam leidt. Daar zit de Heere Jezus, gekroond met heerlijkheid, niet alleen als een bemiddelende Hogepriester om zalig te maken, niet alleen als een verheven Koning om te regeren, maar ook als een genadige Profeet om te onderwijzen. Zo ervaart de ziel, wanneer de sluier die het hart bedekt te dik en te sterk is, dat zij toch met gebeden en smekingen naar de Heere kan gaan, of Hij hem wil wegnemen. En wanneer het Hem behaagt dat te doen in antwoord op dat gebed, dan ziet men licht in Zijn licht. Zijn waarheid daalt aangenaam en lieflijk in de ziel neer, en het woord van Zijn genade bestuurt en vormt het hart, de lippen en het leven.

Dan zal, na zoveel gunstbewijzen,
’t gezegend heidendom
’t geluk van deze Koning prijzen,
die Davids troon beklom.
Geloofd zij God, dat eeuwig Wezen,
bekleed met mogendheên.
De Heer, in Israël geprezen,
doet wond’ren, Hij alleen.

Ps. 72:10

Aan de lezer…

Hoe vaak ligt er een dikke sluier over uw hart, zodat u de duisternis bijna kunt tasten! Lijkt alle kennis u ontgaan, en lijkt uw ongeloof ongeneeslijk? Weet dan dat het de gezegende Geest Zelf is Die u van die onwetendheid en dat onvermogen overtuigt. Het is Zijn noodzakelijke voorbereiding, geen teken dat Hij u verlaten heeft. En als er nu en dan een straal van licht doorbreekt die uw duisternis alleen maar dieper lijkt te maken, veracht hem dan niet; hij leidt naar de troon van God en het Lam.

Daar zit de Heere Jezus, niet alleen als Hogepriester en Koning, maar ook als een genadige Profeet om te onderwijzen. Ga dan met uw gebeden en smekingen naar Hem, of Hij het deksel wil wegnemen. Als het Hem behaagt dat te doen, dan ziet u licht in Zijn licht, en daalt Zijn waarheid lieflijk in uw ziel neer, om uw hart, uw lippen en uw leven te vormen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

29 september 365 dagen met Philpot

Zie mij aan

Zie mij aan, wees mij genadig, naar het recht aan degenen, die Uw Naam beminnen.
Psalm 119:132

Als uw hart hard is, hebt u maar één blik van de Heere nodig om het zacht te maken. Was dat niet zo bij Petrus? Lezen we niet dat Jezus Zich omkeerde en hem aanzag, toen Petrus zo zwaar gezondigd had en zijn Heere en Meester verloochend had? Wat was het gevolg? Het stenen hart verdween, de hardheid van zijn geest smolt, en we lezen: „En Petrus, naar buiten gaande, weende bitterlijk” (Luk. 22:62).

We voelen vaak iets van hardheid en onboetvaardigheid in onszelf, maar de Heere hoeft maar naar ons te kijken en ze smelten in een oogwenk weg. We voelen ook iets van verachtelijkheid, zondigheid en slechtheid in ons, en een gevoel als dit: „O, dat de Heere mij slechts zou aanzien (Ps. 119:132), hoewel ik de geringste aandacht nog niet verdien, of de kleinste gunst uit Zijn handen. O, dat Hij een medelijdende en meedogende blik op mij zou werpen, want ik kan niet zonder Hem.” De bede houdt ook in dat de ziel verlangt naar een bepaalde ontdekking van Gods genade en goedgunstigheid. David kon er niet mee tevreden zijn over Gods genade te horen of te lezen, en ook niet met de wetenschap dat er een volk was aan wie God genade bewees. Hij wilde dat de Heere hem zou aanzien, hem zou bezoeken, hem zou zegenen en Zich aan hem zou openbaren, in zijn hart zou komen, zijn ziel zou bezoeken en hem zou zegenen met zoete bewijzen van Zijn stervende liefde.

En is dit niet wat de ontroostbare zondaar aan de voetbank van de genade zou zeggen? Drukt dit niet precies uit wat hij voelt bij de troon van de genade? „Zie mij aan; hier lig ik aan Uw voeten, één en al hulpeloosheid, zwakte, ellende, onvermogen. Ik verdien nog niet de geringste glimlach van Uw aangezicht; ik verdien nog niet de geringste fluistering van Uw mond; ik verdien het om te worden vertrapt onder Uw voeten in de eeuwige verdoemenis. Toch, Heere, kan ik niet zonder U. Zie mij aan. Schenk mij één blik van genade; schenk mij één blik van liefde; schenk mij één blik om datgene wat mijn hart wil ervaren in mijn ziel te brengen.”

Doordat hij, misschien van een afstand, het volk zag dat de Heere met zulke bijzondere blikken van medelijden, ontferming en liefde aanzag, moest hij wel iets van dezelfde zegen begeren. Zijn hart brandde in hem van verlangen dat de Heere hem dezelfde gunsten zou bewijzen. Heeft uw ziel dit ooit zo ervaren?

Lezen: Psalm 56

Aan de lezer…

Misschien voelt u uw hart hard en onboetvaardig, en kunt u het met al uw moeite niet zacht maken. Denk dan aan Petrus. Hij had zijn Heere en Meester verloochend, en wat brak zijn hart? Geen dreiging, maar één blik: de Heere keerde Zich om en zag hem aan. En Petrus ging naar buiten en weende bitterlijk. Zo hoeft de Heere ook maar naar u te kijken, en uw hardheid smelt in een oogwenk weg.

Kunt u niet tevreden zijn met horen en lezen over Gods genade, maar wilt u die zelf ervaren? Ligt u aan Zijn voeten, één en al hulpeloosheid, en weet u dat u de geringste glimlach niet verdient? Zeg Hem dan eerlijk dat u niet zonder Hem kunt. Ziet u anderen op wie Hij met bijzondere blikken van liefde neerziet, laat dat uw verlangen dan aanwakkeren en niet doven. Blijf roepen: „Zie mij aan; schenk mij één blik van genade.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

29 september Door Baca’s vallei

Ziet, ulieder God zal ter wrake komen, met de vergelding Gods! Hij zal komen en ulieden verlossen.
Jesaja 35:4

„Ziet, uw God zal komen.” De Heere is dus nog niet gekomen, maar Hij zegt dat Hij zal komen, en die belofte dat Hij komen zal, neemt de vrees weg. Hij zegt: „Ziet.” Zelfs dit kleine woord bevat iets waarop wij moeten letten. De Heere is nog op een afstand; Hij maakt Zijn wagen gereed, want Hij maakt de wolken tot Zijn wagen en Hij rijdt op de vleugels van de wind. Zoals de Heere tegen Zijn discipelen zei: „Heft uw hoofden op, want uw verlossing is nabij”, zo is het met het woord „Ziet”.

De Heere wil de ogen van Zijn volk opheffen, die altijd neergeslagen zijn, of steeds maar naar binnen kijken, naar hun ellendig hart en naar de moeilijkheden en gevaren van de weg. Kijk op, wil Hij zeggen, kijk op! Uw God komt om u te verlossen. Ik wil als het ware op elk woordje van de tekst letten. De tittels en jota’s van Gods Woord zijn als diamantstof; het moet verzameld en bewaard worden. In de Schrift zit vaak veel in weinig; niet zoals in preken, waarin vaak weinig zit in veel. Het Woord van God is overvloedig vol van de geest en het wezen van de waarheid, rijker van inhoud en geuriger dan rozenolie.

Let op het volgende woord. Is dat niet de kern van de zaligheid? „Uw God.” Wat, is Hij uw God? Dat is de uitstraling van de eeuwige liefde. In dit ene woord ligt het wezen van elke zegen van het Nieuwe Verbond. En als God uw God is, dan kunnen uw twijfels, vrezen en misvattingen de banden van dit gezegende Verbond niet verbreken.

Stel, u bent huisvader en uw vrouw is getroffen door een aandoening in haar hoofd. De aard van de ziekte is zo, dat zij u nauwelijks herkent, aan uw genegenheid twijfelt en zelfs helemaal niet gelooft dat u haar man bent. Zulke gevallen komen, zoals wij weten, voor. Maar haar twijfel aan of ontkenning van haar liefde maakt de huwelijksband toch niet los? De toestand van haar geest, hoe pijnlijk ook, verandert niets aan de huwelijksverbintenis. Zo is het ook met de bruid van de Heere. Door de aanvallen van satan twijfelt zij aan haar vereniging met Hem, maar haar vrezen verbreken de trouwring toch niet, en maken de huwelijksakte toch niet ongedaan? Als de verbondsliefde hen voor eeuwig verbindt en de verbondsgenade hun handen in elkaar legt, dan blijven zij toch Zijn Hefzibba’s en geliefden; want het is de Heere, Die het verlaten haat.

Aan de lezer…

Er zijn dagen dat uw ogen alleen maar neergeslagen zijn, gericht op uw ellendig hart en op de gevaren van de weg. Dan spreekt de Heere tot u dat kleine woord: „Ziet.” Kijk op, kijk op! Hij is misschien nog niet gekomen zoals u verlangt Hem te ontmoeten, maar Hij zegt dat Hij komen zal, en die belofte is al genoeg om de vrees weg te nemen. Uw God komt om u te verlossen.

En let op dat woord „uw God”. Misschien twijfelt u, door de aanvallen van satan, of u ooit met Hem verenigd bent geweest. Zoals een zieke vrouw haar eigen man niet meer herkent, zo kunt u soms aan Zijn liefde twijfelen. Maar uw vrezen verbreken de trouwring niet en maken de huwelijksakte niet ongedaan. Is Hij uw God, dan kunnen uw twijfels de banden van het Verbond niet verbreken. Want het is de Heere, Die het verlaten haat.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina