Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · vandaag
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

29 november Korenaren uit de volle oogst

Mijn duive, zijnde in de kloven der steenrotsen.
Hooglied van Salomo 2:14

Jezus is de Schuilplaats, de enige Schuilplaats tegen de zonde en tegen zichzelf. „Gij zijt mijn Schuilplaats”, zei David in vroegere dagen. Dit werd aan Mozes in een beeld voorgesteld toen de Heere hem in een rotskloof zette, wat Toplady zo mooi bezongen heeft om het smachtende verlangen van zijn ziel uit te drukken:

„Rots der Eeuwen, voor mij gekloofd,
Laat ik mij in U verbergen!”

Het is op die „Rots der Eeuwen” dat God Zijn gemeente heeft gebouwd. Als een rots is Hij zowel diep als hoog: zo diep dat Hij de diepte van de val onder Zich heeft; zo hoog dat Hij God gelijk is en aan Zijn rechterhand zit. Als een rots is Hij zowel breed als lang: breed genoeg om miljoenen levende stenen te dragen die op Hem gebouwd zijn, en lang genoeg om te reiken van eeuwigheid tot eeuwigheid. Daarom bidt de apostel dat de gemeente te Efeze met alle heiligen zou mogen begrijpen „welke is de breedte, en lengte, en diepte, en hoogte, en de liefde van Christus kennen, welke alle verstand te boven gaat”.

Gij zijt mij, Heer, ter schuilplaats in gevaren,
Gij zult mij voor benauwdheid trouw bewaren.
G’ omringt me, daar Ge mij in ruimte stelt,
met blij gezang, dat mijn verlossing meldt.
Mijn leer zal u, o mens, naar ’t recht doen hand’len
en wijzen u de weg, die gij zult wand’len.
Ik zal u trouw verzellen met mijn raad,
terwijl mijn oog op u gevestigd staat.

Ps. 32:4

Aan de lezer…

Waar vlucht u heen wanneer de zonde u achtervolgt en u uzelf niet meer kunt vertrouwen? Er is één Schuilplaats, en die is niet in u, maar in Jezus, de Rots der Eeuwen, voor zondaars gekloofd. Zoals de duif zich verbergt in de kloven van de rotsen, zo mag een bange ziel zich in Hem verbergen, niet omdat zij sterk is, maar omdat Hij het is.

Zie hoe diep Hij is: diep genoeg om de diepte van de val onder Zich te hebben, zodat u niet te diep gevallen bent voor Hem. Zie hoe breed Hij is: breed genoeg om miljoenen levende stenen te dragen, zodat er ook voor u plaats is. En Hij reikt van eeuwigheid tot eeuwigheid. Smeek dan om iets te begrijpen van de breedte en lengte en diepte en hoogte van Zijn liefde, die alle verstand te boven gaat.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

29 november 365 dagen met Philpot

Hebt de wereld niet lief

Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen en de grootsheid des levens, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. En de wereld gaat voorbij, en haar begeerlijkheid, maar die de wil van God doet, blijft in der eeuwigheid.
1 Johannes 2:15-17

U zult merken dat dit voorschrift een verstrekkende betekenis heeft. Het luidt: „Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is.” Dat is een heel ruime zin. Hij zet ons als het ware boven op een hoge berg, zoals die waarop de Heere stond toen Hij door de duivel verzocht werd, en zegt tegen ons: „Zie om u heen: welnu, niet één van deze dingen moet u liefhebben.” Daarna neemt hij ons mee door de straten van een drukke stad. Hij laat ons etalages zien vol prachtige voorwerpen, hij wijst ons op alle rijkdom en pracht van de rijken en de adel, en op alles wat het menselijk hart bewondert en liefheeft.

En als hij ons zo, zoals de duivel onze Heere op de hoge berg, de koninkrijken van deze wereld heeft laten zien, zegt hij niet, zoals de duivel deed: „Dit alles zal ik u geven”, maar: „Dit alles zal ik u afnemen. Geen van deze dingen is voor u bestemd. U dient geen enkele van deze glinsterende snuisterijen lief te hebben; u moet geen enkele aanraken en er nauwelijks naar kijken, opdat niet, zoals bij Achan, de gouden tong en het Babylonisch overkleed u ertoe verleiden ze te nemen en te verbergen in uw tent.”

Het gebod neemt ons mee door de wereld, zoals een moeder een kind meeneemt door een winkel met aan alle kanten speelgoed en sieraden, en zegt: „Je mag geen van deze dingen aanraken.” Op ongeveer dezelfde manier neemt het gebod ons als het ware mee door de wereld. En als we naar al het speelgoed en alle sieraden hebben gekeken, klinkt in onze oren: „Raak er geen enkele aan; ze zijn niet van u; niet voor u om over te beschikken, niet voor u om zelfs maar te begeren.” Kan er met die woorden iets minder dan dit bedoeld zijn, die altijd in de oren van de kinderen van God zouden moeten klinken: „Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is”?

Lezen: Jozua 7

Aan de lezer…

Hoe vaak blijft uw oog hangen aan de glinsterende snuisterijen van deze wereld! U loopt door haar straten als een kind door een winkel vol speelgoed, en uw hand strekt zich uit voordat u het weet. Denk dan aan Achan: hij zag, hij begeerde, hij nam, en hij verborg het in zijn tent. Zo begint het nog altijd, met een blik die blijft rusten waar hij niet mag rusten.

Hoor de stem van het gebod dan niet als de stem van een harde meester, maar als die van een liefhebbende ouder: „Raak het niet aan; het is niet voor u.” Wat de duivel aanbiedt met de woorden „dit alles zal ik u geven”, is een strik voor uw ziel. Maar de wereld gaat voorbij, en wie de wil van God doet, blijft in der eeuwigheid. Bid dan dat uw ogen worden afgewend van de ijdelheid, zodat u niets in uw tent verbergt wat de Heere u niet gegeven heeft.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

29 november Door Baca’s vallei

Dit gebod beveel ik u, mijn zoon Timotheüs, dat gij naar de profetieën, die van u voorgegaan zijn, in dezelve de goede strijd strijdt. Houdende het geloof en een goede consciëntie, welke sommigen verstoten hebbende, van het geloof schipbreuk geleden hebben.
1 Timotheüs 1:18-19

Deze goede strijd wordt gevoerd tegen drie voorname vijanden: het vlees, de wereld en de duivel. Al deze vijanden spannen zo nauw samen, en elk van hen is zo sterk en zo vijandig, dat zij ons zeker zullen overwinnen, tenzij wij met kracht worden versterkt naar de inwendige mens. Daar is het vlees met al zijn verlokkingen, vleierij en bedrieglijke aantrekkingskracht. Het spant voortdurend netten en strikken voor onze voeten en verstrikt ons telkens in een of ander kwaad woord of kwade daad, en wij staan daar volkomen weerloos tegenover. Zei ik weerloos? Ja, zelfs begerig om eraan toe te geven, zoals een onbedachtzame vogel die de graankorrels in de val voor zich uitgestrooid ziet, maar er bij het rondfladderen niet aan denkt dat de steen zal vallen en hij als een gevangene zal worden opgesloten. Zo gaat het ook met ons: aangelokt door wat graankorrels die voor onze ogen zijn uitgestrooid, zien wij de strik vaak niet, totdat wij erin gevangen zitten.

Het geloof is dan het oog van de ziel dat de verborgen haak ziet. Door het geloof roepen wij de Heere aan om ons ervoor te bewaren naar de verlokking te luisteren, en door het geloof, als een geestelijk wapen, snijden wij soms de strik aan stukken. O, hoe weerloos zijn wij wanneer de verzoekingen en verlokkingen van het vlees aandringen om toe te geven, tenzij het geloof in oefening is! Tenzij het geloof de haat van God tegen de zonde vasthoudt en in ons geweten een besef drukt van Gods hartdoorzoekend oog en van Zijn toorn tegen alle ongerechtigheid. Maar waar de Heere het wapen van het geloof in de hand van Zijn soldaat geeft, wil Hij vaak ook zijn armen sterken om het in die tijden van uiterste nood te hanteren, zelfs als het wapen hemzelf zou snijden en verwonden.

Hoe werd Jozef in staat gesteld de strikken die voor zijn voeten gespannen waren te ontwijken, doordat hij zich de tegenwoordigheid van God voor ogen stelde! Hoe werd hij gesterkt om de band die stevig om zijn hart gespannen was te verbreken, toen het geloof in zijn ziel zich liet gelden en hij zei: „Hoe zou ik zulk een groot kwaad doen en zondigen tegen God?” Zie hoe die drie mannen op het punt stonden in de brandende oven geworpen te worden als zij het gouden beeld dat Nebukadnezar had opgericht niet wilden aanbidden; hoe zij belaagd werden door die vreselijke verzoeking om hun God te verloochenen en hun geloof te verzaken, maar ook hoe zij overwonnen door het levend geloof! O, wat een kostbaar wapen is het geloof, wanneer de Heere ons kracht geeft om het te hanteren!

Snijdt de weg door massa’s duiv’len,
wijl zij vallen voor het Woord.

Maar wanneer de zonde, de verzoeking en het ongeloof ons dit wapen uit de handen slaan; wanneer het, zo lijkt het, trillend aan onze voeten ligt en wij geen ander zwaard als dit uit Gods wapenhuis kunnen krijgen, hoe naakt en weerloos staan wij dan voor onze vijanden! Daarom hebben wij niet alleen deze hemelse genade in onze ziel nodig, maar moeten wij haar ook vasthouden en niet loslaten, zodat de verleidster onze voet niet verstrikt in haar warnet. En verder: wanneer satan met zijn krachtige verzoekingen en vurige pijlen bij ons aan boord komt, wat anders dan het geloof kan ons in staat stellen hem te weerstaan? Zoals de apostel zegt: „Bovenal aangenomen hebbende het schild des geloofs, waarmede gij al de vurige pijlen des bozen zult kunnen uitblussen.”

Niets dan het geloof in God, in Zijn kracht en tegenwoordigheid; niets dan het geloof in Jezus, in Zijn bloed en Zijn gerechtigheid; niets dan het geloof in de Heilige Geest, Die door Zijn goddelijke werking een banier in het hart opricht; niets dan het geloof in een drie-enig God kan de ziel in staat stellen te strijden tegen de aanvallen van satan. Zie daarom hoe onmisbaar het geloof is om de goede strijd te strijden; zo noodzakelijk dat de goede strijd uitdrukkelijk „de strijd des geloofs” genoemd wordt. „Strijd de goede strijd des geloofs”: daarmee wordt aangegeven dat het ware geloof een mens in staat stelt als meer dan overwinnaar uit de strijd te komen en elke tegenstand te doorstaan.

Aan de lezer…

Kent u dat? U voelt zich weerloos tegenover het vlees, de wereld en de duivel. Bent u als die onbedachtzame vogel, die de graankorrels ziet en de val niet opmerkt, totdat de steen valt? Het is zo: uit uzelf bent u niet alleen weerloos, maar zelfs begerig om naar de verlokking te luisteren. Wees daar eerlijk over voor God, want juist zo leert u dat u een ander wapen nodig hebt dan uw eigen kracht.

Dat wapen is het geloof: het oog van de ziel dat de verborgen haak ziet, het schild dat de vurige pijlen van de boze uitblust. En ligt het u, zo lijkt het, uit de handen geslagen aan uw voeten, roep dan tot de Heere, Die het wapen geeft en Die ook de armen van Zijn soldaat sterkt. Zoals Jozef aan de tegenwoordigheid van God dacht en de drie mannen bij de oven niet bogen, zo kan Hij u doen staan, en meer dan overwinnaar doen zijn.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina