Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

28 februari Korenaren uit de volle oogst

God, die rijk is in barmhartigheid.
Efeze 2:4

Genade past bij de gevoelige zondaar. De rijkdom van Gods genade past daarentegen bij hen van wie de ziel diep vernederd is en die voelen hoe overvloedig Hij moet zijn in de grote rijkdom van Zijn genade, zodat zij de hoop koesteren dat zij bij het verbond horen dat hen gezocht heeft in hun lage staat van vernedering. Wij voelden en ondervonden barmhartigheid voordat wij de liefde kenden. De liefde is eerst in God, en niet eerst in onze kennis ervan. Evenmin gaan wij tot God voordat wij behoefte aan vergeving voelen, alsof wij de voorwerpen van Zijn liefde zouden zijn, of alsof wij zouden durven denken dat zo’n heilige God zo’n slechte zondaar zou kunnen liefhebben.

Maar wij gaan tot Hem om genade te verkrijgen, zoals de apostel zegt: „Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en de genade vinden om geholpen te worden ter bekwamer tijd” (Hebreeën 4:16). Barmhartigheid is het eerste wat bij de troon van de genade gezocht moet worden. En wanneer deze barmhartigheid verkregen is, wordt de genade voortdurend gezocht, om de hulpeloze en afhankelijke ziel te hulp te komen in alle tijden van nood. Deze nood duurt het hele leven door, totdat deze genade wordt verzwolgen in de heerlijkheid. Was het eenvoudige gebed van de tollenaar in de tempel niet: „O God! wees mij zondaar genadig”? En dit is altijd het smeekgebed geweest van ieder die door Gods vinger in het hart getroffen wordt.

Gena, o God, gena, hoor mijn gebed,
verschoon mij toch naar Uw barmhartigheden,
delg uit mijn schuld, vergeef mijn overtreden;
Uw goedheid wordt noch paal noch perk gezet.
Ach, was mij wel van ongerechtigheid.
Mijn schuld is zwaar, ik heb Uw wet geschonden!
Zie mijn berouw, hoor hoe een boet’ling pleit
en reinig mij van al mijn vuile zonden.

Ps. 51:1

Aan de lezer…

Durft u nauwelijks te denken dat zo’n heilige God zo’n slechte zondaar zou kunnen liefhebben? Ik begrijp dat. Wij gaan niet tot God omdat wij zeker zijn van Zijn liefde, maar omdat wij vergeving nodig hebben. Barmhartigheid is het eerste wat bij de troon van de genade gezocht wordt. En juist de diep vernederde ziel ontdekt dat God rijk is in barmhartigheid, rijk genoeg om haar in haar lage staat te zoeken.

Laat uw onwaardigheid u dan niet tegenhouden. De weg is open: „Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen.” Het eenvoudige gebed van de tollenaar, „O God! wees mij zondaar genadig”, is altijd het gebed geweest van ieder die door Gods vinger in het hart getroffen is. Bid het dan ook, en blijf het bidden. Want de nood duurt het hele leven, maar de genade is er altijd, totdat zij eens in heerlijkheid verzwolgen wordt.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

28 februari 365 dagen met Philpot

De wonderen van Christus

De blinden worden ziende, en de kreupelen wandelen; de melaatsen worden gereinigd, en de doven horen; de doden worden opgewekt, en de armen wordt het Evangelie verkondigd. En zalig is hij, die aan Mij niet zal geërgerd worden.
Mattheüs 11:5, 6

De Heere sluit Zijn boodschap aan Johannes af met een zegen over een bepaald persoon: „En zalig is hij, die aan Mij niet zal geërgerd worden” (Matth. 11:6). Wat betekent het woord „geërgerd”? Het betekent: gestruikeld. Dat is de betekenis van het woord in het Nieuwe Testament.

Nu is er veel in Jezus waarover wij van nature struikelen. Heeft Zijn Godheid u niet doen struikelen? Is uw gezonde verstand daardoor niet helemaal aan het wankelen gebracht, en is niet elke ongelovige verdenking daarover door uw hoofd gegaan? Dat was struikelen. Doen de voorschriften van de Heere van het leven en van de heerlijkheid de meeste mensen niet struikelen? Zijn ze niet te hoog voor hen om eroverheen te stappen, een struikelblok op hun pad waar ze niet overheen kunnen komen? Is Jezus niet in het algemeen een struikelblok voor de mensenkinderen?

Toen God de steen in Sion legde, was dat niet met een tweeledig doel: voor Zijn volk een fundament te zijn en voor Zijn vijanden een steen des aanstoots en een struikelblok? Allen, behalve Gods kinderen, worden dus aan Jezus geërgerd. Zij struikelen over die steen. Zijn voorschriften zijn te streng, Zijn juk is te zwaar, Zijn kruis te lastig. Zijn kostbaar Evangelie is onsmakelijk voor de vleselijke geest; daarom worden alle natuurlijke mensen geërgerd en struikelen ze. Ze houden niet van het zuivere Evangelie. Het onvoorwaardelijke Evangelie is niet genoeg aangepast aan hun vleselijk hart.

Maar de kinderen van de Heere worden door goddelijk onderwijs door deze moeilijkheden heen geleid. Soms kunnen ze struikelen over de oneindige Godheid van Jezus, zelfs op pijnlijke wijze. Ze kunnen erover struikelen hoe Zijn bloed van zonden kan reinigen; duizend moeilijkheden kunnen hun verstand verbijsteren. Maar ze struikelen niet zo dat ze vallen. Ze kunnen wankelen en waggelen, maar niet struikelen en helemaal vallen.

Lezen: Romeinen 9:16-33

Aan de lezer…

Bent u, lezer, wel eens gestruikeld over de Heere Jezus? Over Zijn Godheid, die uw verstand te boven ging? Over de vraag hoe Zijn bloed van zonden kan reinigen? Zijn er ongelovige gedachten door uw hoofd gegaan die u nauwelijks durfde uit te spreken? U bent niet de enige, en het is goed dat u het eerlijk erkent.

Maar luister naar het onderscheid dat hier gemaakt wordt. Gods kinderen kunnen wankelen en waggelen, soms pijnlijk, maar zij struikelen niet zo dat zij vallen. De steen die God in Sion gelegd heeft, is voor de een een steen des aanstoots, maar voor Zijn volk een fundament. Laat u daarom door goddelijk onderwijs door uw moeilijkheden heen leiden. Er rust een zegen op wie niet aan Hem geërgerd wordt, en die zegen is ook bestemd voor een wankelende ziel.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

28 februari Door Baca’s vallei

En mijn landpale vermeerderen zult.
1 Kronieken 4:10

Een kust (Eng. vert.) betekent een grens of landpaal die het ene gebied van het andere scheidt of afbakent, zoals de zeekust de grenslijn van ons eiland is. Ook elke levendgemaakte ziel heeft een grenslijn. Dat wil zeggen dat zij door een innerlijke bevinding is afgezonderd, overeenkomstig de lijn die de Heilige Geest in haar geweten getrokken heeft. Zoals de Heere de stammen van elkaar scheidde toen Hij hen deed vallen in het snoer van hun erfenis, Psalm 78:55, zo heeft Hij ook voor elk vat der barmhartigheid het lot geworpen, en Zijn hand heeft het hun met het richtsnoer toegedeeld, Jes. 34:17. Dit is als het ware de speelruimte die elke levendgemaakte ziel als haar toegewezen deel gegeven is, namelijk haar eigen bevinding.

Binnen deze ruimte mag zij wandelen, grazen en neerliggen. Er is voedsel genoeg voor haar op het strookje weide dat haar is toebedeeld. Zij kan en durft het koord dat rondom haar tedere geweten gespannen is niet te verbreken, en iedere uitweiding buiten haar eigen terrein, om zich te beroemen op de bevinding van een ander, wondt en kwetst het tedere geweten. Maar de levendgemaakte ziel kan niet anders dan ernstig begeren dat haar landpalen verwijd worden. Zij heeft meer licht nodig, meer leven, meer gevoel, meer vrijheid, meer kennis van God in Christus, meer geloof, hoop en liefde.

En zij heeft het nodig dat haar enge, ineengekrompen en beklemde hart verwijd wordt in het gebed, in haar overdenkingen, in de gemeenschap en in de genegenheid tot het volk van God. Zij is niet tevreden met de schrale weide die haar is toebedeeld, maar verlangt naar een grotere mate van hemels onderwijs, om gevoed te worden met een meer kinderlijk vertrouwen en toegang tot God, en om meer bevrijd te worden van de vrees die pijn heeft. „God breide Japhet uit en hij wone in Sems tenten”, Gen. 9:27. „Ik zal de weg Uwer geboden lopen, als Gij mijn hart zult verwijd hebben”, Psalm 119:32. Deze verwijding van hun landpalen had de Heere aan Israël gezworen, namelijk dat Hij hun het land zou geven dat Hij hun vaderen beloofd had. En daarom zei Hij: „Zing vrolijk, gij onvruchtbare, die niet gebaard heeft”; en Hij voegt eraan toe: „Maak de plaats uwer tenten wijd en dat men de gordijnen uwer woning uitbreide; verhinder het niet, maak uw koorden lang en steek uw pinnen vast in”, Jes. 54:1, 2.

Hebt u iets van deze vurige begeerten naar licht, liefde en vrijheid? Verlangt u dat de wereld, hoogmoed, vleselijke lusten, ongeloof en gierigheid uw hart niet in bezit nemen, maar dat u de liefde van Christus mag kennen, die de kennis te boven gaat, om zo vervuld te worden tot al de volheid van God? Dat zijn goede begeerten, die sterk verschillen van de begeerten van de inbeelding en van het praten over vrijheid terwijl men een slaaf van de verdorvenheid is. Het is één ding door het hek te kijken, en iets anders de vruchten van het landgoed te genieten; maar het is veel beter met een begerig verlangen door het hek te kijken dan als een overtreder door de omheining heen te breken. Naar de kist te kijken is nog niet in het bezit gesteld zijn van de akten die erin liggen; maar het is beter te wachten en te vragen om de sleutel van David dan de kist open te breken en de oorkonden te stelen. En wie op het smalle, smalle pad tussen luiheid en inbeelding gehouden wordt, zal op bepaalde tijden met Jabez uitroepen: „O, dat Gij mijn landpalen vermeerderen mocht!”

Aan de lezer…

Lezer, voelt u zich vaak eng en ineengekrompen, alsof uw weide maar een smal strookje is? U durft niet te spreken over wat u niet bevonden hebt, en het kwetst uw geweten als u zich de bevinding van een ander toe-eigent. Dat is geen zwakheid, maar tederheid. Uw eigen deel is u met het richtsnoer toegemeten, en ook in die kleine ruimte is voedsel genoeg.

Toch mag u met heel uw hart begeren dat uw landpalen verwijd worden: meer licht, meer leven, meer geloof en liefde, meer vrijheid van de vrees die pijn heeft. Het is beter met een begerig hart door het hek te kijken dan als een overtreder door de omheining heen te breken. Blijf dan op het smalle pad tussen luiheid en inbeelding, en roep met Jabez: „O, dat Gij mijn landpalen vermeerderen mocht!” De Heere hoort zo’n gebed.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina