gisteren verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
8 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
13 dagen geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
3 weken geleden verschenen
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Want u is uit genade gegeven in de zaak van Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden.
Filippenzen 1:29
Nadat de Heere, door Zijn arbeid aan het geweten, ons geroepen heeft tot berouw en belijdenis van zonde, zowel als tot geloof in Jezus; nadat Hij ons geroepen heeft tot droefheid naar God; geroepen om volgens de voorschriften van het Evangelie te leven, en te wandelen naar de voorschriften Zijner gemeente; dan roept Hij ons om voor en met Hem te lijden. Maar wij kunnen „naar de wil van God niet lijden”, dat is, in de zin van en om het Evangelie, vóórdat de Heere ons enigszins in staat stelt om op Hem te zien. Dezelfde Geest, Die de gelovige roept om een pad van lijden te bewandelen, versterkt hem en stelt hem ertoe in staat. Om waarlijk te lijden, moeten wij wandelen in de voetstappen van de grote Hoofdman onzer behoudenis, Die, „ofschoon een Zoon, toch gehoorzaamheid leerde door hetgeen Hij leed”.
De Vader spaarde in deze zin Zijn eniggeboren Zoon niet, maar bracht Hem op het pad des lijdens. Zo dan de Heere des huizes wandelen moest in dit donkere en sombere lijdenspad, kunnen Zijn discipelen dit dan ontgaan? Zo de Hoofdman onzer zaligheid „een Man van smarten was en verzocht in krankheid”, moeten dan Zijn gemene krijgslieden, die in de gelederen van het geestelijke leger staan, niet met hetzelfde lijden worden gedoopt, en naar hun mate uit de kelk drinken, welke Hij tot de bodem toe ledigde? Zo wordt elk kind van God vroeger of later geroepen om „met Christus te lijden”, en hij die niet met Christus lijdt, zal ook niet met Hem heersen (2 Tim. 2:12).
Maar de Heere, Die ziet wat wij zijn, zowel als wat wij behoeven, deelt aan elk lijden uit naar zijn toestand en zijn behoeften. En hoezeer dat lijden ook moge verschillen, allen moeten door het vuur; want de Heere brengt „het derde deel door het vuur”. Allen moeten wandelen in de voetstappen van een Zichzelf verloochenende en gekruiste Jezus; allen moeten pijnlijk ondervinden wat het zegt onder de roede te zijn, en die kastijdingen van God ondervinden waardoor het blijken zal dat zij zonen en geen bastaarden zijn.
O Heer, Gij zijt weldadig,
straf mij niet ongenadig
in uwe toornegloed.
Ps. 6:1
Aan de lezer…
Hoe goed is het te bedenken Wie u voorging, wanneer u gemeend hebt dat de weg naar de hemel effen en zonnig zou zijn, en nu schrikt van het vuur waar u doorheen moet! De Vader spaarde Zijn eniggeboren Zoon niet; de Hoofdman onzer zaligheid was een Man van smarten en leerde gehoorzaamheid door hetgeen Hij leed. Zou de discipel dan een andere weg gaan dan zijn Meester?
Maar weet ook dit: het is u uit genade gegeven, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden. De roede is geen teken van verwerping, maar een bewijs dat u een zoon en geen bastaard bent. En de Heere, Die ziet wat u bent en wat u behoeft, meet uw lijden af naar uw toestand. Dezelfde Geest Die u op dit pad roept, versterkt u ook om het te bewandelen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want u is uit genade gegeven in de zaak van Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden.
Filippenzen 1:29
Eerst heeft de Heere ons door Zijn werk in het geweten geroepen tot berouw en belijdenis van zonde, en ook tot geloof in Jezus. Hij heeft ons geroepen tot droefheid naar God, geroepen om volgens de voorschriften van het Evangelie te leven en te wandelen naar de voorschriften van Zijn gemeente. Daarna roept Hij ons om voor en met Hem te lijden. Maar wij kunnen „naar de wil van God niet lijden”, dat wil zeggen: in de zin van en omwille van het Evangelie, voordat de Heere ons enigszins in staat stelt om op Hem te zien. Dezelfde Geest Die de gelovige roept om een pad van lijden te gaan, versterkt hem en maakt hem daartoe in staat. Om waarlijk te lijden, moeten wij wandelen in de voetstappen van de grote Hoofdman van onze behoudenis, Die, „ofschoon een Zoon, toch gehoorzaamheid leerde door hetgeen Hij leed”.
In deze zin spaarde de Vader Zijn eniggeboren Zoon niet, maar bracht Hem op het pad van het lijden. Als dan de Heere van het huis dit donkere en sombere lijdenspad moest gaan, kunnen Zijn discipelen het dan ontlopen? Als de Hoofdman van onze zaligheid „een Man van smarten was en verzocht in krankheid”, moeten Zijn gewone soldaten, die in de gelederen van het geestelijke leger staan, dan niet met hetzelfde lijden gedoopt worden, en naar hun mate drinken uit de beker die Hij tot de bodem toe leegdronk? Zo wordt elk kind van God vroeg of laat geroepen om „met Christus te lijden”, en wie niet met Christus lijdt, zal ook niet met Hem heersen (2 Tim. 2:12).
Maar de Heere, Die ziet wat wij zijn en ook wat wij nodig hebben, deelt aan ieder lijden uit naar zijn toestand en zijn behoeften. En hoe verschillend dat lijden ook mag zijn, allen moeten door het vuur, want de Heere brengt „het derde deel door het vuur”. Allen moeten wandelen in de voetstappen van een Jezus Die Zichzelf verloochende en gekruisigd werd. Allen moeten pijnlijk ervaren wat het is om onder de roede te zijn, en die kastijdingen van God ondergaan waardoor zal blijken dat zij zonen zijn en geen bastaarden.
O Heer, Gij zijt weldadig,
straf mij niet ongenadig
in uwe toornegloed.
Ps. 6:1
Aan de lezer…
Hoe goed is het te bedenken Wie u voorging, wanneer u gedacht hebt dat de weg naar de hemel effen en zonnig zou zijn, en nu schrikt van het vuur waar u doorheen moet! De Vader spaarde Zijn eniggeboren Zoon niet; de Hoofdman van onze zaligheid was een Man van smarten en leerde gehoorzaamheid door wat Hij leed. Zou de discipel dan een andere weg gaan dan zijn Meester?
Maar weet ook dit: het is u uit genade gegeven, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden. De roede is geen teken van verwerping, maar een bewijs dat u een zoon bent en geen bastaard. En de Heere, Die ziet wat u bent en wat u nodig hebt, meet uw lijden af naar uw toestand. Dezelfde Geest Die u op dit pad roept, versterkt u ook om het te gaan.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For unto you it is given in the behalf of Christ, not only to believe on Him, but also to suffer for His sake.
Philippians 1:29
After the Lord, by His special work on the conscience, has called us to repentance and confession of sin, as well as to faith in Jesus; after He has called us to godly sorrow; to live according to the precepts of the gospel; and to walk in the ordinances of His Church; He then calls us to suffer for and with Christ. But we cannot “suffer according to the will of God,” that is, in a gospel sense and from gospel motives, until the Lord enables us in some measure to look to Him. The same Spirit, Who calls the believer to walk in a path of suffering, strengthens and enables him to do so.
To suffer aright, we must walk in the steps of the great Captain of our salvation, Who “though a Son, yet learned obedience by the things which He suffered.” The Father in this sense spared not His only-begotten Son, but led Him into the path of tribulation. If the Lord of the house, then, had to travel in this dark and gloomy path of suffering, can His disciples escape? If the Captain of our salvation was “a man of sorrows and acquainted with grief,” must not the common soldiers, who occupy the ranks of the spiritual army, be baptized into the same sufferings, and taste in their measure of that cup which He drank to the very dregs?
Thus, every child of God is called, sooner or later, to “suffer with Christ;” and he that suffers not with Christ, will not reign with Him (2 Timothy 2:12). But the Lord, Who sees what we are, as well as what we need, apportions out suffering to our several states and necessities. And however the suffering may differ, all have to pass through the furnace; for the Lord brings “the third part through the fire.” All have to walk in the footsteps of a self-denying and crucified Jesus; all have painfully to feel what it is to be at times under the rod, and experience those chastisements of God, whereby they are proved to be sons, and not bastards.
To the reader…
How good it is to remember Who went before you, when you thought that the way to heaven would be smooth and sunny, and now you shrink from the fire you must pass through! The Father spared not His only-begotten Son; the Captain of our salvation was a Man of sorrows and learned obedience by the things which He suffered. Should the disciple then go another way than his Master?
But know this too: it is given to you of grace, not only to believe on Him, but also to suffer for His sake. The rod is not a sign of rejection, but a proof that you are a son and not a bastard. And the Lord, Who sees what you are and what you need, measures out your suffering according to your state. The same Spirit Who calls you to this path also strengthens you to walk in it.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque a vosotros es concedido por Cristo, no solo que creáis en Él, sino también que padezcáis por Él.
Filipenses 1:29
Después que el Señor, por Su obra especial en la conciencia, nos ha llamado al arrepentimiento y a la confesión del pecado, así como a la fe en Jesús; después que nos ha llamado a la tristeza piadosa, a vivir conforme a los preceptos del evangelio y a andar en las ordenanzas de Su Iglesia, nos llama entonces a padecer por Cristo y con Cristo. Pero no podemos padecer “según la voluntad de Dios”, es decir, en un sentido evangélico y por motivos evangélicos, hasta que el Señor nos capacite en alguna medida para mirar a Él. El mismo Espíritu que llama al creyente a andar por una senda de padecimiento le fortalece y le capacita para hacerlo.
Para padecer debidamente, hemos de andar en las pisadas del gran Capitán de nuestra salvación, que “aunque era Hijo, por lo que padeció aprendió la obediencia”. En este sentido el Padre no perdonó a Su Hijo unigénito, sino que Le condujo por la senda de la tribulación. Si el Señor de la casa, pues, tuvo que recorrer esta senda oscura y sombría del padecimiento, ¿pueden escapar Sus discípulos? Si el Capitán de nuestra salvación fue “varón de dolores, experimentado en quebranto”, ¿no han de ser los soldados rasos, que ocupan las filas del ejército espiritual, bautizados en los mismos padecimientos, y gustar en su medida de esa copa que Él bebió hasta las heces?
Así, todo hijo de Dios es llamado, tarde o temprano, a “padecer con Cristo”; y el que no padece con Cristo no reinará con Él (2 Timoteo 2:12). Pero el Señor, que ve lo que somos así como lo que necesitamos, reparte el padecimiento según nuestros diversos estados y necesidades. Y por mucho que difiera el padecimiento, todos han de pasar por el horno; porque el Señor mete “en el fuego la tercera parte”. Todos han de andar en las pisadas de un Jesús que se negó a Sí mismo y fue crucificado; todos han de sentir dolorosamente lo que es estar a veces bajo la vara, y experimentar esos castigos de Dios por los cuales se demuestra que son hijos, y no bastardos.
Al lector…
¡Qué bueno es recordar Quién fue delante de usted, cuando pensaba que el camino al cielo sería llano y soleado, y ahora retrocede ante el fuego por el que tiene que pasar! El Padre no perdonó a Su Hijo unigénito; el Capitán de nuestra salvación fue Varón de dolores y por lo que padeció aprendió la obediencia. ¿Habría de ir el discípulo por otro camino que su Maestro?
Pero sepa también esto: le es concedido por gracia, no solo creer en Él, sino también padecer por Él. La vara no es señal de rechazo, sino prueba de que usted es hijo y no bastardo. Y el Señor, que ve lo que usted es y lo que necesita, le mide el padecimiento según su estado. El mismo Espíritu que le llama a esta senda le fortalece también para andar en ella.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Christus’ wederkomst
En Hij gezonden zal hebben Jezus Christus, Die u tevoren gepredikt is; Welke de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen.
Handelingen 3:20-21
In onze huidige tijdstoestand dienen we ons aan te passen aan het lijdende beeld van Christus, en in het lichaam het sterven van de Heere Jezus mee te dragen, opdat ook het leven van Jezus in ons sterfelijk lichaam kenbaar kan worden. Ons huidige leven moet een leven van beproeving, bezoeking en verzoeking zijn, opdat we in de voetsporen van de Heere kunnen treden (Luk. 22:28). We moeten worden vervolgd door de wereld, veracht door belijders, aangevallen en verzocht door de duivel, en een pad van rampspoed en smart bewandelen, opdat we, als leden van Zijn verborgen lichaam, de overblijfselen van de verdrukkingen van Christus vervullen (Kol. 1:24). We dienen uit Zijn drinkbeker te drinken en gedoopt te worden met Zijn doop, want „dit is een getrouw woord; want indien wij met Hem gestorven zijn, zo zullen wij ook met Hem leven” (2 Tim. 2:11) en „zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden” (Rom. 8:17).
De wereld kende Hem niet, en zal ook ons niet kennen. Zij haatte en verachtte Hem, en zal ook ons haten en verachten; want „de discipel is niet boven de meester, noch de dienstknecht boven zijn heer. Indien zij de Heere des huizes Beëlzebul hebben geheten, hoeveel te meer Zijn huisgenoten!” (Matth. 10:24, 25; Joh. 15:18, 19). Maar het lijden zal niet altijd de Kerk Gods haar deel zijn. Er komt een dag waarop Sion uit het stof verheven zal worden; waarop ze haar sierlijke klederen zal aantrekken; waarop de bruiloft van het Lam komt, en het Zijn bruid en echtgenote is gegeven dat zij bekleed wordt met rein en blinkend fijn lijnwaad, en ze met haar Hoofd en Echtgenoot wordt geroepen tot het avondmaal van de bruiloft (Jes. 52:1, 2; Openb. 19:7-9).
Dan zullen degenen die gemeenschap hebben gehad aan het lijden van Christus, gemeenschap hebben aan Zijn heerlijkheid. „Dan zullen de rechtvaardigen blinken, gelijk de zon, in het Koninkrijk huns Vaders” (Matth. 13:43). „De leraars nu zullen blinken, als de glans des uitspansels, en die er velen rechtvaardigen, gelijk de sterren, altoos en eeuwiglijk” (Dan. 12:3). Zo zal de verborgenheid Gods vervuld worden, dat er geen tijd meer zal zijn, want de eerste dingen van deze ellendige tijdstoestand zijn weggegaan (Openb. 10:6, 7; 21:4).
Lezen: Psalm 102:13-29
Aan de lezer…
Deze woorden spreken van Jezus Christus, Die u tevoren gepredikt is; maar valt u het pad zwaar dat u te gaan hebt, met zijn beproeving, bezoeking en verzoeking? Wordt u veracht, misverstaan, of aangevallen door de boze, en vraagt u zich af waarom het juist u zo moet treffen? Vergeet dan niet dat de discipel niet boven zijn Meester is. Zij haatten Hem eerst; en wie met Hem uit Zijn drinkbeker drinkt, draagt het lijdende beeld van Christus, opdat ook het leven van Jezus in hem openbaar worde.
Maar het lijden zal niet altijd het deel van Gods Kerk zijn. Er komt een dag waarop Sion uit het stof verheven wordt, en de bruid met rein en blinkend fijn lijnwaad bekleed wordt tot de bruiloft van het Lam. Wie hier gemeenschap had aan Zijn lijden, zal daar gemeenschap hebben aan Zijn heerlijkheid. Houd dan moed in deze ellendige tijdstoestand: indien u met Hem lijdt, zult u ook met Hem verheerlijkt worden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En Hij gezonden zal hebben Jezus Christus, Die u tevoren gepredikt is; Welke de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen.
Handelingen 3:20-21
In onze huidige tijdelijke toestand moeten we gelijkvormig worden aan het lijdende beeld van Christus, en altijd het sterven van de Heere Jezus in ons lichaam omdragen, opdat ook het leven van Jezus in ons sterfelijk lichaam openbaar wordt. Ons huidige leven moet een leven van beproeving, bezoeking en verzoeking zijn, zodat we in de voetsporen van de Heere kunnen treden (Luk. 22:28). We moeten vervolgd worden door de wereld, veracht door belijders, aangevallen en verzocht door de duivel, en een pad van tegenspoed en smart gaan, zodat we als leden van Zijn verborgen lichaam vervullen wat nog ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus (Kol. 1:24). We moeten uit Zijn drinkbeker drinken en gedoopt worden met Zijn doop, want „dit is een getrouw woord; want indien wij met Hem gestorven zijn, zo zullen wij ook met Hem leven” (2 Tim. 2:11) en „zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden” (Rom. 8:17).
De wereld kende Hem niet, en zij zal ook ons niet kennen. Zij haatte en verachtte Hem, en zij zal ook ons haten en verachten; want „de discipel is niet boven de meester, noch de dienstknecht boven zijn heer. Indien zij de Heere des huizes Beëlzebul hebben geheten, hoeveel te meer Zijn huisgenoten!” (Matth. 10:24, 25; Joh. 15:18, 19). Maar het lijden zal niet altijd het deel van Gods Kerk zijn. Er komt een dag waarop Sion uit het stof verheven zal worden en haar sierlijke klederen zal aantrekken; de dag waarop de bruiloft van het Lam komt, en het Zijn bruid en vrouw gegeven wordt bekleed te worden met rein en blinkend fijn lijnwaad, en zij met haar Hoofd en Man geroepen wordt tot het avondmaal van de bruiloft (Jes. 52:1, 2; Openb. 19:7-9).
Dan zullen zij die gemeenschap hebben gehad aan het lijden van Christus, gemeenschap hebben aan Zijn heerlijkheid. „Dan zullen de rechtvaardigen blinken, gelijk de zon, in het Koninkrijk huns Vaders” (Matth. 13:43). „De leraars nu zullen blinken, als de glans des uitspansels, en die er velen rechtvaardigen, gelijk de sterren, altoos en eeuwiglijk” (Dan. 12:3). Zo zal de verborgenheid van God vervuld worden, zodat er geen tijd meer zal zijn, want de eerste dingen van deze ellendige tijdelijke toestand zijn voorbijgegaan (Openb. 10:6, 7; 21:4).
Lezen: Psalm 102:13-29
Aan de lezer…
Deze woorden spreken van Jezus Christus, Die u tevoren gepredikt is; maar valt het pad u zwaar dat u moet gaan, met zijn beproeving, bezoeking en verzoeking? Wordt u veracht, misverstaan of aangevallen door de boze, en vraagt u zich af waarom het juist u zo moet treffen? Vergeet dan niet dat de discipel niet boven zijn Meester is. Zij haatten Hem eerst; en wie met Hem uit Zijn drinkbeker drinkt, draagt het lijdende beeld van Christus, opdat ook het leven van Jezus in hem openbaar wordt.
Maar het lijden zal niet altijd het deel van Gods Kerk zijn. Er komt een dag waarop Sion uit het stof verheven wordt, en de bruid met rein en blinkend fijn lijnwaad bekleed wordt voor de bruiloft van het Lam. Wie hier gemeenschap had aan Zijn lijden, zal daar gemeenschap hebben aan Zijn heerlijkheid. Houd dan moed in deze ellendige tijdelijke toestand: als u met Hem lijdt, zult u ook met Hem verheerlijkt worden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And He shall send Jesus Christ, which before was preached unto you: Whom the heaven must receive until the times of restitution of all things.
Acts 3:20-21
In our present time-state we must be conformed to the suffering image of Christ, and always bear about in the body the dying of the Lord Jesus, that the life also of Jesus might be made manifest in our mortal flesh. Our present life must be a life of trial, affliction and temptation, so that we may tread in the footsteps of the Lord (Luke 22:28). We must be persecuted by the world, despised by professors, assailed and tempted by the devil, and walk a path of adversity and sorrow, so that as members of His mystical body we may fill up that which is behind of the afflictions of Christ (Col. 1:24). We must drink of His cup and be baptized with His baptism, for “it is a faithful saying: for if we be dead with Him, we shall also live with Him” (2 Tim. 2:11), and “if so be that we suffer with Him, that we may be also glorified together” (Rom. 8:17).
The world knew Him not, and it will not know us either. It hated and despised Him, and it will hate and despise us too; for “the disciple is not above his master, nor the servant above his lord. If they have called the Master of the house Beelzebub, how much more shall they call them of His household?” (Matt. 10:24, 25; John 15:18, 19). But suffering will not always be the portion of God’s Church. A day is coming when Zion shall be raised from the dust and put on her beautiful garments; the day when the marriage of the Lamb is come, and to His bride and wife it is granted to be arrayed in fine linen, clean and white, and she with her Head and Husband is called unto the marriage supper (Isa. 52:1, 2; Rev. 19:7-9).
Then those who have had fellowship in the sufferings of Christ will have fellowship in His glory. “Then shall the righteous shine forth as the sun in the kingdom of their Father” (Matt. 13:43). “And they that be wise shall shine as the brightness of the firmament; and they that turn many to righteousness as the stars for ever and ever” (Dan. 12:3). So shall the mystery of God be finished, that there shall be time no longer, for the former things of this miserable time-state are passed away (Rev. 10:6, 7; 21:4).
Reading: Psalm 102:12-28
To the reader…
These words speak of Jesus Christ, Who before was preached unto you; but do you find the path heavy that you must walk, with its trial, affliction and temptation? Are you despised, misunderstood or assailed by the evil one, and do you ask yourself why it must strike you of all people? Then do not forget that the disciple is not above his Master. They hated Him first; and whoever drinks of His cup with Him bears the suffering image of Christ, that the life of Jesus also may be made manifest in him.
But suffering will not always be the portion of God’s Church. A day is coming when Zion will be raised from the dust, and the bride will be arrayed in fine linen, clean and white, for the marriage of the Lamb. Whoever had fellowship in His sufferings here will have fellowship in His glory there. Take courage, then, in this miserable time-state: if you suffer with Him, you will also be glorified together with Him.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y enviará a Jesucristo, que os fue antes anunciado: al cual de cierto es menester que el cielo tenga hasta los tiempos de la restauración de todas las cosas.
Hechos 3:20-21
En nuestro presente estado temporal debemos ser conformados a la imagen sufriente de Cristo, y llevar siempre en el cuerpo la muerte del Señor Jesús, para que también la vida de Jesús sea manifestada en nuestra carne mortal. Nuestra vida presente ha de ser una vida de prueba, aflicción y tentación, para que andemos en las pisadas del Señor (Lc. 22:28). Hemos de ser perseguidos por el mundo, despreciados por los que hacen profesión, asaltados y tentados por el diablo, y andar por un camino de adversidad y dolor, para que, como miembros de Su cuerpo místico, cumplamos lo que falta de las aflicciones de Cristo (Col. 1:24). Hemos de beber de Su vaso y ser bautizados con Su bautismo, porque “es palabra fiel: que si somos muertos con Él, también viviremos con Él” (2 Ti. 2:11), y “si empero padecemos juntamente con Él, para que juntamente con Él seamos glorificados” (Ro. 8:17).
El mundo no le conoció, y tampoco nos conocerá a nosotros. Le aborreció y le despreció, y también nos aborrecerá y despreciará a nosotros; porque “el discípulo no es más que su maestro, ni el siervo más que su señor. Si al Padre de la familia llamaron Beelzebub, ¿cuánto más a los de Su casa?” (Mt. 10:24, 25; Jn. 15:18, 19). Pero el sufrimiento no será siempre la porción de la Iglesia de Dios. Viene un día en que Sion será levantada del polvo y se vestirá de sus ropas de hermosura; el día en que son venidas las bodas del Cordero, y a Su esposa y mujer le es dado que se vista de lino fino, limpio y brillante, y ella, con su Cabeza y Esposo, es llamada a la cena de las bodas (Is. 52:1, 2; Ap. 19:7-9).
Entonces los que han tenido comunión en los padecimientos de Cristo tendrán comunión en Su gloria. “Entonces los justos resplandecerán como el sol en el reino de su Padre” (Mt. 13:43). “Y los entendidos resplandecerán como el resplandor del firmamento; y los que enseñan a justicia la multitud, como las estrellas a perpetua eternidad” (Dn. 12:3). Así será consumado el misterio de Dios, de modo que el tiempo no será más, porque las cosas primeras de este miserable estado temporal habrán pasado (Ap. 10:6, 7; 21:4).
Lectura: Salmo 102:12-28
Al lector…
Estas palabras hablan de Jesucristo, que antes le fue anunciado; pero ¿halla usted pesado el camino que debe andar, con su prueba, su aflicción y su tentación? ¿Es despreciado, mal comprendido o asaltado por el maligno, y se pregunta por qué tiene que tocarle precisamente a usted? Entonces no olvide que el discípulo no es más que su Maestro. A Él le aborrecieron primero; y quien bebe de Su vaso con Él lleva la imagen sufriente de Cristo, para que también la vida de Jesús sea manifestada en él.
Pero el sufrimiento no será siempre la porción de la Iglesia de Dios. Viene un día en que Sion será levantada del polvo, y la esposa será vestida de lino fino, limpio y brillante, para las bodas del Cordero. Quien tuvo aquí comunión en Sus padecimientos tendrá allí comunión en Su gloria. Cobre ánimo, pues, en este miserable estado temporal: si padece con Él, también será glorificado juntamente con Él.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
En nu, broeders, ik beveel u Gode en den Woorde Zijner genade; Die machtig is u op te bouwen en u een erfdeel te geven onder al de geheiligden.
Handelingen 20:32
Niet alleen beval Paulus de kerk van Efeze aan God, maar ook in een bijzondere zin „aan het Woord Zijner genade”. Niets dan genade kan de ziel behouden, niets dan overvloeiende genade kan onze zware ongerechtigheden voor het oog der gerechtigheid uitwissen en wegdoen. Maar het „Woord Zijner genade” is dat Woord hetwelk de genade in het hart brengt, dat leven en kracht aan de ziel schenkt, dat de Geest door Zijn inwendige onderwijzing op de consciëntie verzegelt en door welke Hij die gunst openbaart en uitstort, waarvan Hij getuigt. Dit is het, hetgeen Gods volk nodig heeft.
Het is het Woord der genade dat hun ziel bereikt. Het is niet het lezen over genade in het Woord van God dat de vrede in hun harten brengt; het is hét „Woord der genade”, wanneer het Hem behaagt dat Woord met een Goddelijke kracht tot hun zielen te spreken; dit alleen brengt de zaligheid met zich. Nu, het volk van God is gedurig in deze beproevende wegen en omstandigheden, waaruit niets hen kan verlossen dan het Woord der genade Gods.
Indien de ziel door zware beproevingen heen moet, kan het horen van genade hen daaruit niet verlossen. Indien zij bezet is met krachtige verzoekingen, is het niet het lezen over genade dat hun hart verbreken kan. Maar het „Woord der genade”, wanneer het de Heere behaagt met Zijn gezegende lippen te spreken en enige belofte door Zijn Goddelijke kracht toe te passen, dit ondersteunt onder beproeving, verlost uit verzoeking, breekt de strikken in stukken, maakt het kromme recht en de oneffenheden vlak, brengt de gevangene uit de gevangenis en neemt het juk af uit kracht van de zalving die ermee vergezeld gaat.
Aan de lezer…
Hebt u veel over genade gelezen en gehoord, waarde lezer, en toch geen vrede gevonden? Ligt uw hart nog gebonden onder zware beproevingen of krachtige verzoekingen, terwijl u de waarheid wel kent? Wees dan niet verwonderd. Het lezen over genade kan een gebroken hart niet verbreken en een gevangene niet bevrijden; alleen het Woord der genade, door de Heere Zelf met Goddelijke kracht tot de ziel gesproken, brengt de zaligheid met zich.
Daarom is uw nood geen reden om weg te blijven, maar om te zoeken. Zie naar Hem uit, Die met Zijn gezegende lippen spreekt en een belofte kan toepassen, zodat het kromme recht wordt en het juk wordt afgenomen. Niets dan overvloeiende genade kan uw zware ongerechtigheden uitwissen, en die genade is er. Beveel u Gode en den Woorde Zijner genade; Hij is machtig u op te bouwen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En nu, broeders, ik beveel u Gode en den Woorde Zijner genade; Die machtig is u op te bouwen en u een erfdeel te geven onder al de geheiligden.
Handelingen 20:32
Paulus beval de gemeente van Efeze niet alleen aan God aan, maar in bijzondere zin ook „aan het Woord Zijner genade”. Niets dan genade kan de ziel behouden; niets dan overvloeiende genade kan onze zware ongerechtigheden voor het oog van de gerechtigheid uitwissen en wegdoen. Maar het „Woord Zijner genade” is het Woord dat de genade in het hart brengt, dat leven en kracht aan de ziel schenkt, dat de Geest door Zijn inwendige onderwijs op het geweten verzegelt en waardoor Hij de gunst openbaart en uitstort waarvan Hij getuigt. Dat is wat Gods volk nodig heeft.
Het is het Woord van de genade dat hun ziel bereikt. Het is niet het lezen over genade in het Woord van God dat vrede in hun harten brengt; het is hét „Woord der genade”, wanneer het Hem behaagt dat Woord met goddelijke kracht tot hun zielen te spreken; dat alleen brengt de zaligheid mee. Nu verkeert het volk van God voortdurend in beproevende wegen en omstandigheden waaruit niets hen kan verlossen dan het Woord van Gods genade.
Als de ziel door zware beproevingen heen moet, kan het horen over genade haar daaruit niet verlossen. Als zij bestookt wordt door krachtige verzoekingen, is het niet het lezen over genade dat haar hart kan breken. Maar het „Woord der genade”, wanneer het de Heere behaagt met Zijn gezegende lippen te spreken en een belofte door Zijn goddelijke kracht toe te passen, dat ondersteunt onder beproeving, verlost uit verzoeking, breekt de strikken in stukken, maakt het kromme recht en het oneffene vlak, haalt de gevangene uit de gevangenis en neemt het juk weg door de kracht van de zalving die ermee gepaard gaat.
Aan de lezer…
Hebt u veel over genade gelezen en gehoord, waarde lezer, en toch geen vrede gevonden? Ligt uw hart nog gebonden onder zware beproevingen of krachtige verzoekingen, terwijl u de waarheid wel kent? Wees dan niet verwonderd. Het lezen over genade kan een hart niet breken en een gevangene niet bevrijden; alleen het Woord van de genade, door de Heere Zelf met goddelijke kracht tot de ziel gesproken, brengt de zaligheid mee.
Daarom is uw nood geen reden om weg te blijven, maar om te zoeken. Zie uit naar Hem, Die met Zijn gezegende lippen spreekt en een belofte kan toepassen, zodat het kromme recht wordt en het juk wordt weggenomen. Niets dan overvloeiende genade kan uw zware ongerechtigheden uitwissen, en die genade is er. Beveel u Gode en den Woorde Zijner genade; Hij is machtig u op te bouwen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“And now, brethren, I commend you to God, and to the word of his grace, which is able to build you up, and to give you an inheritance among all them which are sanctified.”
Acts 20:32
Not only did Paul “commend” the church at Ephesus “to God,” but he commended them also in an especial manner “to the word of His grace.” There is a difference between “grace” and “the word of His grace.” Nothing but grace can save the soul; nothing but super-abounding grace can blot out and hide from the view of justice our aggravated iniquities. But “the word of His grace” is that word which brings this grace into the heart, which communicates life and power to the soul, which the Spirit by His inward teaching and testimony seals on the conscience, and by which He reveals and sheds abroad that favor of which He testifies.
This is what the Lord’s people need. It is “the word of grace” that reaches their soul. It is not reading of grace in God’s word that brings peace into their hearts; it is “the word of His grace,” when He is pleased to speak that word with a divine power to their souls, that brings salvation with it.
Now, the Lord’s people are continually in those trying states and circumstances, out of which nothing can deliver them but “the word of God’s grace.” If the soul has to pass through severe trials, it is not hearing of grace that can deliver it out of them. If it be beset with powerful temptations, it is not reading about grace that can break them to pieces. But “the word of His grace,” when the Lord Himself is pleased to speak with His own blessed lips, and apply some promise with His own divine power, supports under trial, delivers from temptation, breaks snares to pieces, makes crooked things straight and rough places plain, brings the prisoner out of the prison-house, and takes off the yoke by reason of the anointing.
To the reader…
Have you read and heard much about grace, dear reader, and yet found no peace? Does your heart still lie bound under heavy trials or powerful temptations, even though you know the truth? Then do not be surprised. Reading about grace cannot break a heart or set a prisoner free; only the word of grace, spoken to the soul by the Lord Himself with divine power, brings salvation with it.
So your need is no reason to stay away, but to seek. Look to Him Who speaks with His blessed lips and can apply a promise, so that the crooked is made straight and the yoke is taken away. Nothing but super-abounding grace can blot out your heavy iniquities, and that grace is there. Commend yourself to God and to the word of His grace; He is able to build you up.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Y ahora, hermanos, os encomiendo a Dios, y a la palabra de Su gracia: el cual es poderoso para sobreedificar, y daros heredad con todos los santificados.”
Hechos 20:32
Pablo no solo “encomendó” a la iglesia de Éfeso “a Dios”, sino que la encomendó también de manera especial “a la palabra de Su gracia”. Hay una diferencia entre “la gracia” y “la palabra de Su gracia”. Nada sino la gracia puede salvar el alma; nada sino la gracia sobreabundante puede borrar nuestras agravadas iniquidades y ocultarlas de la vista de la justicia. Pero “la palabra de Su gracia” es aquella palabra que trae esta gracia al corazón, que comunica vida y poder al alma, que el Espíritu, por Su enseñanza y testimonio interiores, sella en la conciencia, y por la cual revela y derrama aquel favor del que da testimonio.
Esto es lo que necesita el pueblo del Señor. Es “la palabra de gracia” la que alcanza su alma. No es leer acerca de la gracia en la palabra de Dios lo que trae paz a su corazón; es “la palabra de Su gracia”, cuando a Él Le place hablar esa palabra con poder divino a su alma, la que trae consigo la salvación.
Ahora bien, el pueblo del Señor está continuamente en aquellos estados y circunstancias de prueba de los cuales nada puede librarlo sino “la palabra de la gracia de Dios”. Si el alma ha de pasar por pruebas severas, no es oír hablar de la gracia lo que puede librarla de ellas. Si está asediada por poderosas tentaciones, no es leer acerca de la gracia lo que puede hacerlas pedazos. Pero “la palabra de Su gracia”, cuando el Señor mismo tiene a bien hablar con Sus propios benditos labios y aplicar alguna promesa con Su propio poder divino, sostiene en la prueba, libra de la tentación, hace pedazos los lazos, endereza lo torcido y allana lo áspero, saca de la cárcel al preso y quita el yugo a causa de la unción.
Al lector…
¿Ha leído y oído mucho acerca de la gracia, querido lector, y sin embargo no ha hallado paz? ¿Yace todavía su corazón atado bajo pesadas pruebas o poderosas tentaciones, aunque conoce la verdad? Entonces no se sorprenda. Leer acerca de la gracia no puede quebrantar un corazón ni liberar a un preso; solo la palabra de gracia, hablada al alma por el Señor mismo con poder divino, trae consigo la salvación.
Su necesidad, pues, no es motivo para mantenerse alejado, sino para buscar. Mire a Aquel que habla con Sus benditos labios y puede aplicar una promesa, de modo que lo torcido se endereza y el yugo es quitado. Nada sino la gracia sobreabundante puede borrar sus graves iniquidades, y esa gracia está ahí. Encomiéndese a Dios y a la palabra de Su gracia; Él es poderoso para sobreedificarle.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl