Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 4 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

27 augustus Korenaren uit de volle oogst

Tot Uw Naam en tot Uw gedachtenis is de begeerte onzer ziele.
Jesaja 26:8

Hoe lieflijk en betekenisvol is de uitdrukking: „de begeerte onzer ziele”! Hoe lijkt zij onze gevoelens met zich mee te voeren! Hoe lijkt zij het verlangen en de uiting te beschrijven van een ziel waarin God de adem van Zijn Geest van genade en barmhartigheid geblazen heeft! „De begeerte onzer ziele” — het uitgaan van ons hart; het verlangen van ons inwendige wezen; de kreet, de zucht, het verlangen van onze nieuwe natuur; het zwoegen, het smachten, het uitzien, het hijgen, het hongeren, het dorsten, het zich uiten van de nieuwe mens van de genade — dat alles is uitgedrukt in die lieflijke en gezegende woorden: „De begeerte onzer ziele!”

En wat een barmhartigheid is het dat er altijd in ons „de begeerte” van een levende ziel moet zijn! De rechtvaardige wegen van God zijn wel moeilijk en streng, en altijd in strijd met alles wat de natuur wil; en toch moet er in het hart die barmhartigheid, liefde en genade worden uitgestort die de begeerte van de ziel naar de Naam van God doet ontstaan. Dit wordt uitgedrukt in de woorden die erop volgen: „Met mijn ziel heb ik U begeerd in de nacht!” Als u van het werk van de genade in uw hart niets meer kunt zeggen dan dat, kunt u dan vrijmoedig deze woorden gebruiken als uitdrukking van wat u inwendig voelt: „Met mijn ziel heb ik U begeerd in de nacht!”?

Verlangt uw ziel naar de Heere Jezus Christus? Is het altijd in de nacht dat u hijgend uitziet naar de openbaring van Zijn tegenwoordigheid, dat u hongert en dorst naar een woord van Zijn lippen, naar een zoet gefluister van Zijn liefde tot uw ziel? Dat zijn bewijzen van genade. De vleselijke, onwedergeboren, ongodsdienstige mens heeft zulke begeerten en gevoelens niet; er is niets in zijn hart dat overeenstemt met de begeerte van de ziel naar de Naam van God. Maar bij de rechtvaardige is dat wel zo; want „de begeerte des rechtvaardigen zal voldaan worden”.

„Dewijl zijn ziel Mij teer bemint,”
dus laat God zelf zich horen,
„heb Ik voor hem als voor Mijn vrind
een heilrijk lot beschoren.”

Psalm 91:7

Aan de lezer…

Hoe vaak kunt u van het werk van de genade in uw hart weinig meer zeggen dan dit: dat er een begeerte is! Een zucht, een hijgen, een uitzien naar de Heere Jezus Christus, vooral in de nacht? Veracht dat geringe niet. De vleselijke, onwedergeboren mens kent zo’n verlangen niet; er is niets in zijn hart dat naar de Naam van God uitgaat. Waar die begeerte leeft, daar heeft God Zelf de adem van Zijn Geest geblazen.

Misschien zijn Gods wegen met u moeilijk en streng, en gaan zij in tegen alles wat de natuur wil. Toch blijft dat verlangen naar een woord van Zijn lippen, naar een zoet gefluister van Zijn liefde. Houd dan vast aan de belofte die erbij gegeven is: de begeerte van de rechtvaardige zal voldaan worden. Hij Die het hongeren gaf, zal de hongerige ziel niet leeg wegsturen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

27 augustus 365 dagen met Philpot

Roepende tot de Heere

Doch roepende tot de HEERE in de benauwdheid die zij hadden, verloste Hij hen uit hun angsten.
Psalm 107:13

Sommige van Gods kinderen denken dat ze alleen maar hoeven te smachten, en dat de zegen komt zodra ze smachten; dat ze alleen maar dorst hoeven te hebben, en dat God hun zeker voorraad zal sturen zodra ze dorsten. Maar zo is het niet. Honger en dorst moeten eerst een bepaalde uitwerking hebben. Wat is die uitwerking? Dat hun ziel in hen overstelpt raakt, dat ze van alle geestelijke kracht beroofd worden en verzwakt tot ze bijna van honger omkomen.

En weet zeker dat u nooit werkelijk honger en dorst hebt gehad als uw ziel nooit overstelpt is geweest: overstelpt door de zwakheid die voortkwam uit het gemis aan geestelijk voedsel, overstelpt door de moeiten die u hebt moeten doorstaan, overstelpt door de lasten die op uw schouders zijn gelegd, overstelpt door het ruwe en smalle pad waarlangs u hebt moeten reizen. Hoeveel van Gods kinderen zijn op dit punt gebracht, waar ze alles als verloren moeten opgeven! Hoeveel zijn er in wanhoop weggezonken, omdat de Heere geen acht op hen slaat als ze Zijn Naam aanroepen; omdat Hij niet tot hun ziel spreekt, hoewel ze Hem zo vaak hebben gesmeekt te horen en te antwoorden; omdat Hij de lasten waaronder ze wegzakken niet van hun schouders wil nemen; omdat Hij hun niet de bewijzen, getuigenissen en blijken wil geven waarnaar hun hart snakt!

Maar de Heere heeft met dit alles een bijzondere bedoeling. Het is Zijn oogmerk dat hun ziel in hen overstelpt raakt. Zo was het bij Jona: „Als mijn ziel in mij overstelpt was, dacht ik aan de HEERE, en mijn gebed kwam tot U, in de tempel Uwer heiligheid” (Jona 2:7). We moeten tot de rand van uitputting worden gebracht. Zo is het ook met geestelijke honger en dorst: ze moeten doorgaan tot de ziel uitgeput is; dat is hun bedoeling. Zolang de ziel niet uitgeput is, wil zij geen steun; dan worden de eeuwige armen versmaad en wordt er niet op het hart van Jezus geleund.

Lezen: Psalm 102:1-16

Aan de lezer…

Hebt u, bestreden ziel, al zo vaak geroepen en gesmeekt, en lijkt het alsof de Heere geen acht op u slaat? Spreekt Hij niet tot uw hart, neemt Hij de last niet van uw schouders, geeft Hij niet het bewijs waar u zo naar snakt? Denk dan niet te snel dat alles verloren is. De Heere heeft met dit lange wachten een bijzondere bedoeling: Hij laat uw ziel in u overstelpt raken, zoals bij Jona in de diepte.

Zolang wij nog wat kracht in onszelf menen te hebben, versmaden wij de eeuwige armen en leunen wij niet op het hart van Jezus. Maar wanneer de ziel uitgeput is, wordt zij gewillig gemaakt om alleen op Hem te steunen. Zo werd Jona’s nood het uur waarin hij aan de HEERE dacht en zijn gebed tot Hem doordrong. Laat uw uitputting u dan niet van Hem wegdrijven, maar naar Hem toe.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

27 augustus Door Baca’s vallei

Zoveel treffelijker geworden dan de engelen, als Hij uitnemender Naam boven hen geërfd heeft.
Hebreeën 1:4

Christus was zoveel voortreffelijker geworden dan de engelen, niet als de Zoon van God, want als zodanig was Hij al voortreffelijker, omdat Hij in waarheid hun Maker en Schepper is. Ook is Hij niet de Zoon van God geworden doordat Hij de Erfgenaam van alles was en door die erfenis een Naam heeft verkregen die boven de naam van alle hemelse legerscharen uitgaat. Als ik een enige zoon heb en hij erft mijn bezit, dan maakt het feit dat hij mijn erfgenaam is hem niet tot mijn zoon; maar omdat hij mijn zoon is, wordt hij mijn erfgenaam. Zo is de gezegende Heere Jezus de Erfgenaam van God. Maar de schoonheid en gelukzaligheid, de genade en heerlijkheid, de blijdschap en vertroosting die eruit voortvloeien dat Hij de Erfgenaam van alles is, liggen hierin, dat Hij dit is in onze natuur.

Dezelfde gezegende Immanuël, Die hier op aarde smart leed en weende, leed en bloedde, is nu aan de rechterhand van de Vader als onze Hogepriester, Middelaar, Advocaat, Vertegenwoordiger en Voorspraak. Hem is als de Godmens alle macht gegeven in de hemel en op de aarde (Matth. 28:18). En de Vader heeft Hem gezet aan Zijn rechterhand in de hemel, ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en alle naam die genaamd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de toekomende (Efeze 1:20, 21).

Maar al deze voortreffelijkheid en heerlijkheid maakten Hem niet tot de Zoon van God. Het was juist omdat Hij als de Zoon van God het geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn, en Zichzelf vernietigd heeft, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en Hij de mensen in alles gelijk geworden is, Zichzelf vernederd heeft, gehoorzaam zijnde tot de dood, ja, de dood des kruises. Daarom heeft God Hem uitermate verhoogd en heeft Hem een Naam gegeven welke boven alle naam is, opdat in de Naam van Jezus zich zoude buigen alle knie dergenen die in de hemel en die op de aarde zijn, en alle tong zou belijden dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders (Fil. 2:6-11). De vreugde van de hemel daarboven, de vreugde van de heiligen hier beneden, hun enige hoop en hulp, sterkte en wijsheid, vloeien hieruit voort: dat de Zoon van God verhoogd is aan de rechterhand van de Vader in dezelfde natuur die Hij aannam in de schoot van de maagd.

Aan de lezer…

Er zijn tijden dat de hemel u zo ver en hoog lijkt, en dat u zich daar beneden zo klein en ellendig voelt. Maar zie wie daar aan de rechterhand van de Vader zit. Het is dezelfde gezegende Immanuël, Die hier op aarde smart leed en weende, leed en bloedde. Hij heeft Zichzelf vernederd tot de dood van het kruis, en nu draagt Hij een Naam boven alle naam, niet buiten onze natuur, maar in diezelfde natuur die Hij aannam.

Daarin ligt de troost voor een arme, beproefde ziel. Uw Hogepriester en Voorspraak kent uw tranen, want Hij heeft ze Zelf geweend. Alle macht is Hem gegeven in de hemel en op de aarde, en die macht gebruikt Hij voor het volk dat Hij liefheeft. Zoekt u hoop en hulp, sterkte en wijsheid? Zij vloeien allemaal uit Hem voort. Buig dan uw knie voor Hem, en belijd met uw tong en uw hart dat Jezus Christus de Heere is.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina