6 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
12 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Opdat het recht der wet vervuld zoude worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.
Romeinen 8:4
Iemand kan zijn „in het vlees”, zoals wij allen zijn, en toch niet „er naar wandelen”. Er naar wandelen bevat een zich ten voorbeeld stellen der zonde en er naar wandelen. Maar de een kan door de ander meegesleept worden, zoals wij soms een kind onwillig door zijn moeder zien medeslepen, omdat het niet gaarne met haar gaat. Het kind gaat zijn moeder niet achterna, of hand aan hand met haar, noch naast haar; maar het is tegen zijn wil genoodzaakt een weg te gaan, die het haat, bijvoorbeeld naar de school, wanneer het liever had willen spelen.
In deze zin is het dikwijls met het kind der genade: het wordt dikwijls met het vlees medegetrokken; het volgt niet vrijwillig; het zondigt niet naar eigen wil, maar is door de macht des vleses verstrikt, medegevoerd in strijd met zijn beste wensen, en somtijds, in weerwil van zijn ernstige roepen, zijn tranen, zijn kermen en verlangen. Hij volgt niet zoals een toerist in de Alpen een gids door de sneeuw volgt, zijn voet vastberaden en in elke voetstap zettende, die het vlees voor hem gebaand heeft. De heilige Gods, ofschoon in het vlees, wandelt niet naar het vlees; want zo wandelende zou hij de wet der liefde niet kunnen vervullen en de rechtvaardigmaking der wet kan in hem niet vervuld worden.
Maar zo hij, door genade daartoe bekwaamd, van tijd tot tijd de Geest achternagaat, want als de Geest geleidt volgt hij; als de Geest aanspoort, gehoorzaamt hij, en als de Geest werkt, volbrengt hij. Wanneer de Geest Jezus openbaart, bemint hij Hem vurig met een rein hart; wanneer de Geest een belofte toepast, gelooft hij ze, en wanneer Hij de waarheid Gods aan zijn ziel bekend maakt, is zij hem tot voedsel en verheuging.
Eenmaal sprak God tot mij een woord,
tot twee maal toe heb ik ’t gehoord,
dat ’s Heeren zijn de sterkt’ en krachten!
Ook is bij U de goedheid, Heer;
dies heeft van U elk sterv’ling weer
vergelding naar zijn werk te wachten.
Ps. 62:8
Aan de lezer…
Het kan gebeuren dat u wordt meegesleept, tegen uw beste wensen in, als een kind dat onwillig aan de hand wordt meegetrokken. U roept, u weent, en toch voelt u de macht van het vlees en struikelt u weer. Dan kan de vraag u benauwen of u wel een kind der genade bent. Hoor dan het onderscheid dat hier wordt gemaakt: in het vlees zijn is iets anders dan naar het vlees wandelen.
Wie vrijwillig in de voetstappen van de zonde treedt, wandelt ernaar; maar wie erom zucht en erover klaagt, doet het niet met zijn hart. Dat is geen vrijbrief om te zondigen, maar een troost voor de bestreden ziel. Let dan op de Geest. Volg Hem wanneer Hij leidt, gehoorzaam wanneer Hij aanspoort, en geloof de belofte wanneer Hij die toepast. En wanneer Hij Jezus aan u openbaart, bemin Hem dan met heel uw hart; daar wordt de wet der liefde vervuld.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Opdat het recht der wet vervuld zoude worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.
Romeinen 8:4
Iemand kan „in het vlees” zijn, zoals wij allen zijn, en er toch niet „naar wandelen”. Ernaar wandelen houdt in dat men de zonde tot voorbeeld neemt en haar volgt. Maar de een kan door de ander meegesleept worden, zoals wij soms een kind onwillig door zijn moeder zien meeslepen, omdat het niet graag met haar meegaat. Het kind loopt zijn moeder niet achterna, niet hand in hand met haar en ook niet naast haar. Het is tegen zijn wil gedwongen een weg te gaan die het haat, bijvoorbeeld naar school, terwijl het liever had willen spelen.
Zo is het vaak met het kind van de genade: het wordt vaak door het vlees meegetrokken. Het volgt niet vrijwillig en het zondigt niet uit eigen wil, maar het is verstrikt door de macht van het vlees en wordt meegevoerd tegen zijn beste wensen in, soms ondanks zijn ernstig roepen, zijn tranen, zijn kermen en verlangen. Hij volgt niet zoals een toerist in de Alpen een gids door de sneeuw volgt, die vastberaden zijn voet zet in elke voetstap die het vlees voor hem gebaand heeft. De heilige van God wandelt, hoewel hij in het vlees is, niet naar het vlees. Want als hij zo wandelde, zou hij de wet van de liefde niet kunnen vervullen, en kan het recht van de wet in hem niet vervuld worden.
Maar hij gaat, door genade daartoe bekwaam gemaakt, van tijd tot tijd de Geest achterna: wanneer de Geest leidt, volgt hij; wanneer de Geest aanspoort, gehoorzaamt hij; en wanneer de Geest werkt, volbrengt hij. Wanneer de Geest Jezus openbaart, heeft hij Hem vurig lief met een rein hart. Wanneer de Geest een belofte toepast, gelooft hij die. En wanneer Hij de waarheid van God aan zijn ziel bekendmaakt, is die hem tot voedsel en vreugde.
Eenmaal sprak God tot mij een woord,
tot twee maal toe heb ik ’t gehoord,
dat ’s Heeren zijn de sterkt’ en krachten!
Ook is bij U de goedheid, Heer;
dies heeft van U elk sterv’ling weer
vergelding naar zijn werk te wachten.
Ps. 62:8
Aan de lezer…
Het kan gebeuren dat u wordt meegesleept, tegen uw beste wensen in, als een kind dat onwillig aan de hand wordt meegetrokken. U roept, u huilt, en toch voelt u de macht van het vlees en struikelt u opnieuw. Dan kan de vraag u benauwen of u wel een kind van de genade bent. Luister dan naar het onderscheid dat hier gemaakt wordt: in het vlees zijn is iets anders dan naar het vlees wandelen.
Wie vrijwillig in de voetstappen van de zonde treedt, wandelt ernaar; maar wie erom zucht en erover klaagt, doet het niet met zijn hart. Dat is geen vrijbrief om te zondigen, maar een troost voor de bestreden ziel. Let dan op de Geest. Volg Hem wanneer Hij leidt, gehoorzaam wanneer Hij aanspoort, en geloof de belofte wanneer Hij die toepast. En wanneer Hij Jezus aan u openbaart, heb Hem dan lief met heel uw hart; daar wordt de wet van de liefde vervuld.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
That the righteousness of the law might be fulfilled in us, who walk not after the flesh, but after the Spirit.
Romans 8:4
A person may be “in the flesh,” as indeed we all are, and yet not “walk after it.” To walk after it implies, a setting it up as a pattern, and walking in accordance with it. But a person may be dragged after another, as we see sometimes a child is dragged unwillingly along by its mother, who does not willingly walk with her. The child is not walking after its mother, nor hand in hand with her, nor side by side; but is compelled against its will to go a road which it hates, as to go to school when it gladly would go to play.
So in a sense it often is with the child of grace; he is often dragged on by the flesh. He does not go after it willingly; he does not sin wilfully, but is entangled by the strength of the flesh, dragged on contrary to his best wishes, and sometimes in spite of his earnest cries, tears, groans, and desires. He does not walk after it as in Alpine countries tourists walk through the snow after a guide, setting his feet deliberately in every step which the flesh has made before him.
The saint of God, therefore, though he is in the flesh, does not walk after the flesh; for if he so walked he could not fulfill the law of love, and therefore the righteousness of the law could not be fulfilled in him. But, as enabled by grace, he does from time to time walk after the Spirit, for as the Spirit leads, he follows; as the Spirit prompts, he obeys; and as the Spirit works, he performs. When the Spirit reveals Jesus, he loves Him with a pure heart fervently; when the Spirit applies a promise, he believes it; and when He makes known the truth of God to his soul, he feeds upon and delights in it.
To the reader…
It can happen that you are dragged along, against your best wishes, like a child pulled unwillingly by the hand. You cry, you weep, and yet you feel the power of the flesh and stumble again. Then the question may distress you whether you are a child of grace at all. Then listen to the distinction made here: to be in the flesh is something different from walking after the flesh.
Whoever willingly treads in the footsteps of sin walks after it; but whoever sighs over it and laments it does not do it with his heart. That is no licence to sin, but a comfort for the embattled soul. So pay heed to the Spirit. Follow Him when He leads, obey when He prompts, and believe the promise when He applies it. And when He reveals Jesus to you, love Him with all your heart; there the law of love is fulfilled.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Para que la justicia de la ley fuese cumplida en nosotros, que no andamos conforme a la carne, mas conforme al Espíritu.
Romanos 8:4
Una persona puede estar “en la carne”, como en verdad lo estamos todos, y sin embargo no “andar conforme a ella”. Andar conforme a ella implica ponerla como modelo y andar de acuerdo con ella. Pero una persona puede ser arrastrada tras otra, como vemos a veces que un niño es arrastrado contra su voluntad por su madre, con la cual no anda de buena gana. El niño no anda tras su madre, ni de la mano con ella, ni a su lado; sino que es obligado contra su voluntad a ir por un camino que aborrece, como ir a la escuela cuando con gusto iría a jugar.
Así, en cierto sentido, sucede a menudo con el hijo de la gracia; a menudo es arrastrado por la carne. No va tras ella de buena gana; no peca voluntariamente, sino que es enredado por la fuerza de la carne, arrastrado en contra de sus mejores deseos, y a veces a pesar de sus fervientes clamores, lágrimas, gemidos y deseos. No anda tras ella como en los países alpinos los viajeros andan por la nieve tras un guía, poniendo deliberadamente el pie en cada pisada que la carne ha hecho delante de él.
El santo de Dios, por tanto, aunque está en la carne, no anda conforme a la carne; porque si así anduviera, no podría cumplir la ley del amor, y por tanto la justicia de la ley no podría cumplirse en él. Pero, capacitado por la gracia, de tiempo en tiempo anda conforme al Espíritu; porque como el Espíritu guía, él sigue; como el Espíritu mueve, él obedece; y como el Espíritu obra, él ejecuta. Cuando el Espíritu revela a Jesús, le ama entrañablemente de corazón puro; cuando el Espíritu aplica una promesa, la cree; y cuando le da a conocer a su alma la verdad de Dios, se alimenta de ella y se deleita en ella.
Al lector…
Puede suceder que usted sea arrastrado, contra sus mejores deseos, como un niño tirado de la mano contra su voluntad. Clama, llora, y sin embargo siente el poder de la carne y tropieza otra vez. Entonces puede angustiarle la pregunta de si es usted en absoluto un hijo de la gracia. Escuche entonces la distinción que aquí se hace: estar en la carne es algo distinto de andar conforme a la carne.
Quien pisa de buena gana en las huellas del pecado anda conforme a él; pero quien suspira por ello y lo lamenta no lo hace con su corazón. Eso no es licencia para pecar, sino un consuelo para el alma en lucha. Preste, pues, atención al Espíritu. Sígale cuando Él guía, obedezca cuando Él mueve, y crea la promesa cuando Él la aplica. Y cuando le revele a Jesús, ámele con todo su corazón; allí se cumple la ley del amor.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Vervolgen de Heere te kennen
Dan zullen wij kennen, wij zullen vervolgen om de HEERE te kennen. Zijn uitgang is bereid als de dageraad; en Hij zal tot ons komen als een regen, als de spade regen, en als de vroege regen des lands.
Hosea 6:3
Tot de levende ziel, die wandelt in de duisternis en onbekwaam is om God te vinden, zegt de tekst: „Zijn uitgang is bereid als de dageraad.” Er is dus een bestemde tijd voor de Heere om uit te gaan, en deze wordt op lieflijke wijze vergeleken met het opgaan van de zon. Kent de dageraad zijn plaats niet? (Job 38:12). Gaat niet elke dag de zon op de bestemde tijd op? Is zij ooit te vroeg of te laat? Kon de vrije wil van de mens haar ooit een ogenblik weerhouden of haar opgang bespoedigen?
Zo is het ook met het uitgaan van de Heere tot zaligheid van Zijn volk (Hab. 3:13). Het uitgaan van de Heere in de openbaring van Zijn tegenwoordigheid en kracht; het uitgaan van de Heere van de plaats waar Hij Zich voor korte tijd verborgen had, om met licht en leven in de ziel neer te dalen. Al Zijn heerlijke uitgangen zijn zo goed bereid, en het ogenblik is zo juist bepaald, als de tijd voor het opgaan van de zon iedere morgen bepaald is.
Lezen: 2 Samuël 23:1-7
Aan de lezer…
Bestreden ziel, wandelt u in de duisternis en kunt u God niet vinden, hoe u ook zoekt? Dan is dit woord voor u: „Zijn uitgang is bereid als de dageraad.” U kunt de zon niet doen opgaan, en u kunt haar ook niet tegenhouden. Zij komt op de tijd die daarvoor bestemd is, nooit te vroeg en nooit te laat. Zo is het ook met de Heere, wanneer Hij uitgaat tot zaligheid van Zijn volk.
Dat is een harde les voor ons ongeduldig hart, maar ook een zachte troost. Uw wachten is niet vergeefs, en Zijn verbergen is niet voor altijd. Hij heeft Zich maar voor korte tijd teruggetrokken, en het ogenblik waarop Hij met licht en leven in uw ziel zal neerdalen, is bij Hem reeds bepaald. Blijf dan uitzien naar Hem, zoals de wachter naar de morgen; Hij komt, zo zeker als de dag.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Dan zullen wij kennen, wij zullen vervolgen om de HEERE te kennen. Zijn uitgang is bereid als de dageraad; en Hij zal tot ons komen als een regen, als de spade regen, en als de vroege regen des lands.
Hosea 6:3
Tot de levende ziel, die in de duisternis wandelt en niet in staat is God te vinden, zegt de tekst: „Zijn uitgang is bereid als de dageraad.” Er is dus een bestemde tijd waarop de Heere uitgaat, en die wordt op lieflijke wijze vergeleken met het opgaan van de zon. Kent de dageraad zijn plaats niet? (Job 38:12). Gaat de zon niet elke dag op de bestemde tijd op? Is zij ooit te vroeg of te laat? Heeft de vrije wil van de mens haar ooit één ogenblik kunnen tegenhouden of haar opgang kunnen versnellen?
Zo is het ook met het uitgaan van de Heere tot zaligheid van Zijn volk (Hab. 3:13). Het gaat om het uitgaan van de Heere in de openbaring van Zijn tegenwoordigheid en kracht; om het uitgaan van de Heere uit de plaats waar Hij Zich voor korte tijd verborgen had, om met licht en leven in de ziel neer te dalen. Al Zijn heerlijke uitgangen zijn even goed voorbereid, en het ogenblik is even nauwkeurig bepaald, als de tijd waarop de zon iedere morgen opgaat.
Lezen: 2 Samuël 23:1-7
Aan de lezer…
Bestreden ziel, wandelt u in de duisternis en kunt u God niet vinden, hoe u ook zoekt? Dan is dit woord voor u: „Zijn uitgang is bereid als de dageraad.” U kunt de zon niet laten opgaan, en u kunt haar ook niet tegenhouden. Zij komt op de tijd die daarvoor bestemd is, nooit te vroeg en nooit te laat. Zo is het ook met de Heere, wanneer Hij uitgaat tot zaligheid van Zijn volk.
Dat is een harde les voor ons ongeduldige hart, maar ook een zachte troost. Uw wachten is niet vergeefs, en Zijn verbergen duurt niet voor altijd. Hij heeft Zich maar voor korte tijd teruggetrokken, en het ogenblik waarop Hij met licht en leven in uw ziel zal neerdalen, is bij Hem al bepaald. Blijf dan naar Hem uitzien, zoals de wachter naar de morgen; Hij komt, zo zeker als de dag.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Then shall we know, if we follow on to know the LORD: His going forth is prepared as the morning; and He shall come unto us as the rain, as the latter and former rain unto the earth.
Hosea 6:3
To the living soul who walks in darkness and cannot find God, the text says, “His going forth is prepared as the morning.” There is, then, an appointed time when the Lord goes forth, and it is sweetly compared to the rising of the sun. Does not the dayspring know his place? (Job 38:12). Does not the sun rise every day at the appointed time? Is it ever too early or too late? Has the free will of man ever been able to hold it back a single moment or to hasten its rising?
So it is also with the Lord’s going forth for the salvation of His people (Habakkuk 3:13). It is the going forth of the Lord in the manifestation of His presence and power; the going forth of the Lord from the place where He had hidden Himself for a little while, to come down with light and life into the soul. All His glorious goings forth are just as well prepared, and the moment is just as exactly fixed, as the time at which the sun rises every morning.
Reading: 2 Samuel 23:1-7
To the reader…
Tried soul, do you walk in darkness and cannot find God, however much you seek? Then this word is for you: “His going forth is prepared as the morning.” You cannot make the sun rise, and neither can you hold it back. It comes at the time appointed for it, never too early and never too late. So it is with the Lord as well, when He goes forth for the salvation of His people.
That is a hard lesson for our impatient hearts, but also a gentle comfort. Your waiting is not in vain, and His hiding does not last for ever. He has withdrawn Himself only for a little while, and the moment when He will come down with light and life into your soul is already fixed with Him. Keep looking for Him, then, as the watchman for the morning; He is coming, as surely as the day.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y conoceremos, y proseguiremos en conocer a Jehová: como el alba está aparejada Su salida, y vendrá a nosotros como la lluvia, como la lluvia tardía y temprana a la tierra.
Oseas 6:3
Al alma viviente que anda en tinieblas y no puede hallar a Dios, el texto le dice: “Como el alba está aparejada Su salida”. Hay, pues, un tiempo señalado en que el Señor sale, y se compara dulcemente con la salida del sol. ¿No conoce el alba su lugar? (Job 38:12). ¿No sale el sol cada día a la hora señalada? ¿Es alguna vez demasiado temprano o demasiado tarde? ¿Ha podido alguna vez el libre albedrío del hombre detenerlo un solo momento o apresurar su salida?
Así es también con la salida del Señor para la salvación de Su pueblo (Habacuc 3:13). Es la salida del Señor en la manifestación de Su presencia y poder; la salida del Señor del lugar donde se había escondido por un poco de tiempo, para descender con luz y vida al alma. Todas Sus gloriosas salidas están igualmente aparejadas, y el momento está tan exactamente fijado como la hora en que el sol sale cada mañana.
Lectura: 2 Samuel 23:1-7
Al lector…
Alma probada, ¿anda usted en tinieblas y no puede hallar a Dios, por mucho que le busque? Entonces esta palabra es para usted: “Como el alba está aparejada Su salida”. Usted no puede hacer salir el sol, ni tampoco puede detenerlo. Viene a la hora que le está señalada, nunca demasiado temprano y nunca demasiado tarde. Así es también con el Señor, cuando sale para la salvación de Su pueblo.
Esa es una lección difícil para nuestros corazones impacientes, pero también un consuelo suave. Su espera no es en vano, y Su esconderse no dura para siempre. Él se ha retirado solo por un poco de tiempo, y el momento en que descenderá con luz y vida a su alma ya está fijado con Él. Siga, pues, buscándole como el centinela a la mañana; Él viene, tan seguro como el día.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Want drie zijn er, Die getuigen in de hemel: de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze drie zijn één.
1 Johannes 5:7
Al Gods kinderen worden geleid tot de kennis der Drie-eenheid, waarlijk niet door bespiegelende redenering of spitsvondigheid van het verstand. De Geest onderwijst hen niet door blote verstandsbeschouwing, maar door de kracht en de bedauwing der Goddelijke waarheid in het hart. Al Gods kinderen leren het leerstuk van de Drie-eenheid in hun ziel. Zij leren door Goddelijke onderwijzing de autoriteit, rechtvaardigheid, majesteit en heiligheid kennen, en te bestemder tijd de liefde van God de Vader. Zij leren de Godheid van Christus kennen in hun ziel door het gevoel van de kracht van Zijn bloed als het bloed van God, Hand. 20:28, en Zijn gerechtigheid als de gerechtigheid van God.
En zij leren de Godheid en het persoonsbestaan van de Heilige Geest door de bevinding van de Goddelijke kracht Zijner werkingen in hun harten. Zij leren ook, dat Hij God is, door het waarnemen hoe Hij al hun handelingen beproeft, elk hunner verborgen gedachten aan het licht brengt, en gedeelten van het Woord Gods in hun zielen toepast, die niemand dan God kan voortbrengen of zo juist geschikt kan toepassen. En wanneer zij aldus door Goddelijke onderwijzing geleid worden in de drie Personen van de Godheid, dan leren zij kennen en ontwaren in het binnenste van hun consciënties, dat er drie Personen zijn, gelijk in macht, wil, wezen en heerlijkheid, en nochtans maar één Jehova.
Nu, deze waarheden kan niemand tot zaligheid leren, dan alleen door deze bijzondere onderwijzing. Men moge dit alles weten en nog veel meer dan dit met zijn verstand en oordeel; maar een tastbare bevinding van de kracht dezer dingen in de consciëntie, met een Goddelijke vernedering des harten daaronder, met een verwijding des harten en een bevindelijke genieting daarvan, is alleen vrucht van de onderwijzing Gods, die ons geschonken wordt, waardoor wij worden een nieuw schepsel in Christus.
Aan de lezer…
Misschien denkt u, lezer, dat de leer van de Drie-eenheid te hoog voor u is, iets voor geleerden en niet voor een eenvoudig, bestreden hart. Maar de Heere onderwijst Zijn kinderen niet door spitsvondige redenering. Hij leert het hun in de ziel: de majesteit en heiligheid, en te bestemder tijd de liefde van de Vader; de kracht van het bloed van Christus als het bloed van God; de Goddelijke werkingen van de Heilige Geest in het hart.
Hebt u ooit gemerkt dat er een Woord in uw ziel werd toegepast dat zo juist uw nood raakte dat geen mens het zo had kunnen geven? Dat Iemand uw verborgen gedachten aan het licht bracht? Dat is geen schoolkennis; dat is onderwijzing van boven. Bid dan dat Hij u verder leidt, niet om meer te weten, maar om in vernedering en verwijding des harten te kennen Wie Hij is: Vader, Woord en Heilige Geest, en deze drie zijn één.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want drie zijn er, Die getuigen in de hemel: de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze drie zijn één.
1 Johannes 5:7
Alle kinderen van God worden geleid tot de kennis van de Drie-eenheid, en dat werkelijk niet door bespiegelende redeneringen of door spitsvondigheid van het verstand. De Geest onderwijst hen niet door een louter verstandelijke beschouwing, maar door de kracht en de dauw van de Goddelijke waarheid in het hart. Alle kinderen van God leren de leer van de Drie-eenheid in hun ziel. Door Goddelijk onderwijs leren zij het gezag, de rechtvaardigheid, de majesteit en de heiligheid kennen, en op de bestemde tijd de liefde van God de Vader. Zij leren de Godheid van Christus in hun ziel kennen doordat zij de kracht voelen van Zijn bloed als het bloed van God, Hand. 20:28, en van Zijn gerechtigheid als de gerechtigheid van God.
En zij leren de Godheid en de Persoon van de Heilige Geest kennen doordat zij de Goddelijke kracht van Zijn werkingen in hun hart ervaren. Zij leren ook dat Hij God is, doordat zij merken hoe Hij al hun daden beproeft, elk van hun verborgen gedachten aan het licht brengt, en gedeelten van het Woord van God in hun ziel toepast die niemand anders dan God kan voortbrengen of zo precies passend kan toepassen. En wanneer zij zo door Goddelijk onderwijs worden ingeleid in de drie Personen van de Godheid, dan leren zij in het binnenste van hun geweten kennen en ervaren dat er drie Personen zijn, gelijk in macht, wil, wezen en heerlijkheid, en toch maar één Jehovah.
Deze waarheden kan niemand tot zaligheid leren dan alleen door dit bijzondere onderwijs. Men kan dit alles, en nog veel meer, met zijn verstand en oordeel weten. Maar een voelbare ervaring van de kracht van deze dingen in het geweten, met een Goddelijke vernedering van het hart daaronder, met een verruiming van het hart en een bevindelijk genieten ervan, is alleen de vrucht van het onderwijs van God dat ons geschonken wordt, en waardoor wij een nieuw schepsel in Christus worden.
Aan de lezer…
Misschien denkt u dat de leer van de Drie-eenheid te hoog voor u is, iets voor geleerden en niet voor een eenvoudig, bestreden hart. Maar de Heere onderwijst Zijn kinderen niet door spitsvondige redeneringen. Hij leert het hun in de ziel: de majesteit en heiligheid, en op de bestemde tijd de liefde van de Vader; de kracht van het bloed van Christus als het bloed van God; de Goddelijke werkingen van de Heilige Geest in het hart.
Hebt u ooit gemerkt dat er een Woord in uw ziel werd toegepast dat zo precies uw nood raakte dat geen mens het zo had kunnen geven? Dat Iemand uw verborgen gedachten aan het licht bracht? Dat is geen schoolkennis; dat is onderwijs van boven. Bid dan dat Hij u verder leidt, niet om meer te weten, maar om in vernedering en verruiming van het hart te kennen Wie Hij is: Vader, Woord en Heilige Geest, en deze drie zijn één.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“For there are three that bear record in heaven, the Father, the Word, and the Holy Ghost: and these three are one.”
1 John 5:7
All God’s people are led into a knowledge of the Trinity; not indeed by metaphysical reasoning or subtle arguments addressed to the understanding. The Spirit teaches them, not by reasoning addressed to the head, but by the power and dew of divine truth resting upon the heart. All God’s people learn the doctrine of the Trinity in their souls. They learn, under divine teaching, the authority, justice, majesty, holiness, and in due time feel the love of God the FATHER. They learn the Godhead of CHRIST in their souls, by seeing and feeling the power of His blood, as the blood of God (Acts 20:28), and His righteousness as the “righteousness of God.”
And they learn the Deity and Personality of the HOLY SPIRIT by feeling the divine power of His operations on their hearts. They learn also that He is God, by perceiving how He scrutinizes all their actions, brings to light every secret thought, and applies passages of Scripture to their souls, which none but God could produce, or so suitably apply.
And when they are thus led by divine teaching, into the Three Persons of the Godhead, they are brought to know and feel in the depths of conscience, that there are Three Persons, equal in power, will, essence, and glory, and but one Jehovah. Now these truths no man can learn in a saving manner, except by this special teaching. He may know all this, and much more than this, in his understanding and judgment; but a sensible realization of the power of these things in the conscience, a divine melting of the heart under them, with an enlargement of soul, and an experimental enjoyment of them, is the alone fruit of God’s teaching resting on him, so as to make him “a new creature” in Christ.
To the reader…
Perhaps you think the doctrine of the Trinity is too high for you, something for scholars and not for a simple, troubled heart. But the Lord does not teach His children by subtle reasoning. He teaches it to them in the soul: the majesty and holiness, and in due time the love, of the Father; the power of the blood of Christ as the blood of God; the divine operations of the Holy Spirit in the heart.
Have you ever noticed a word being applied to your soul that touched your need so exactly that no man could have given it so? That Someone brought your secret thoughts to light? That is no schoolroom knowledge; that is teaching from above. Pray, then, that He may lead you further, not to know more, but in humility and enlargement of heart to know Who He is: the Father, the Word, and the Holy Ghost, and these three are one.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque tres son los que dan testimonio en el cielo, el Padre, el Verbo, y el Espíritu Santo: y estos tres son uno.
1 Juan 5:7
Todo el pueblo de Dios es llevado al conocimiento de la Trinidad; no, ciertamente, por razonamientos metafísicos ni por argumentos sutiles dirigidos al entendimiento. El Espíritu les enseña, no por razonamientos dirigidos a la cabeza, sino por el poder y el rocío de la verdad divina que reposa sobre el corazón. Todo el pueblo de Dios aprende la doctrina de la Trinidad en su alma. Aprenden, bajo la enseñanza divina, la autoridad, la justicia, la majestad y la santidad de Dios el PADRE, y a su debido tiempo sienten Su amor. Aprenden la Divinidad de CRISTO en su alma, viendo y sintiendo el poder de Su sangre como la sangre de Dios (Hechos 20:28), y Su justicia como la “justicia de Dios”.
Y aprenden la Deidad y la Personalidad del ESPÍRITU SANTO sintiendo el poder divino de Sus operaciones en su corazón. Aprenden también que Él es Dios al percibir cómo escudriña todas sus acciones, saca a la luz todo pensamiento secreto, y aplica a su alma pasajes de la Escritura que nadie sino Dios podría traer ni aplicar de manera tan adecuada.
Y cuando son así llevados por la enseñanza divina al conocimiento de las Tres Personas de la Deidad, son traídos a conocer y sentir en lo profundo de la conciencia que hay Tres Personas, iguales en poder, voluntad, esencia y gloria, y un solo Jehová. Ahora bien, estas verdades ningún hombre puede aprenderlas de manera salvadora sino por esta enseñanza especial. Puede saber todo esto, y mucho más que esto, en su entendimiento y su juicio; pero una percepción sensible del poder de estas cosas en la conciencia, un derretirse divino del corazón bajo ellas, con un ensanchamiento del alma y un goce experimental de ellas, es solamente fruto de la enseñanza de Dios que reposa sobre él, de modo que le hace “nueva criatura” en Cristo.
Al lector…
Quizá piensa usted que la doctrina de la Trinidad es demasiado alta para usted, algo para eruditos y no para un corazón sencillo y atribulado. Pero el Señor no enseña a Sus hijos por razonamientos sutiles. Se lo enseña en el alma: la majestad y la santidad, y a su debido tiempo el amor, del Padre; el poder de la sangre de Cristo como la sangre de Dios; las operaciones divinas del Espíritu Santo en el corazón.
¿Ha notado alguna vez que se aplicaba a su alma una palabra que tocaba su necesidad tan exactamente que ningún hombre podría habérsela dado así? ¿Que Alguien sacaba a la luz sus pensamientos secretos? Eso no es conocimiento de escuela; es enseñanza de lo alto. Ore, pues, para que Él le lleve más adelante, no para saber más, sino para conocer con humildad y ensanchamiento de corazón Quién es Él: el Padre, el Verbo y el Espíritu Santo, y estos tres son uno.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl