Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

27 maart Korenaren uit de volle oogst

Doch wij hebben niet ontvangen de geest der wereld, maar de Geest Die uit God is; opdat wij zouden weten de dingen, die ons van God geschonken zijn.
1 Korinthe 2:12

Wat een dikke wolken van duisternis trekken soms over onze ziel! Er is niets te zien; onze bakens en kenmerken zijn als het ware in een mist begraven. Het is als een zeemist die opstijgt uit de diepte van de uitgestrekte wateren en alles voor het oog verbergt. De schepen zijn op zee, maar die dikke mist maakt dat men ze niet kan zien. Zo is het soms ook met onze ziel: alles is mistig en beneveld, en er zijn geen tekenen te zien van Gods werk in ons hart. En toch „weten” wij ze, doordat wij de Geest van God ontvangen hebben, want dat is de enige weg waarlangs zij gekend kunnen worden.

Wij kunnen het licht alleen zien in Gods licht, alleen geloven door het geloof dat God geeft, alleen liefhebben door de liefde van God. Daarom kunnen de dingen die God ons uit vrije genade gegeven heeft, alleen gekend worden door de openbaring van de Geest. Wat wij weten van behoudenis en van bevinding, kennen wij alleen door goddelijk onderwijs. Hoe donker het vaak ook in onze ziel is en hoe diep wij soms zinken, alleen de Zoon van God kan ons doen opstaan; alleen door de openbaring van de Geest kunnen wij geloven dat wij Zijn eigendom zijn. Wij weten dat Hij God is wanneer Hij Zijn aangezicht doet lichten, zoals wij weten dat de zon er is wanneer zij aan de zomerhemel schijnt.

Wij kennen Hem door het onderwijs van de Geest, maar wij kunnen Hem niet zien voordat onze ogen door God Zelf geopend zijn. De zon mag schijnen in al haar glans, maar geeft zij licht aan de ogen van de blinden, of verwarmt zij het lijk dat op de baar ligt? De blinde ziet niet, de dode hoort niet; de levende, en alleen de levende, ziet en kent de Zoon van God.

’k Zal gedenken, hoe voor dezen
ons de Heer heeft gunst bewezen;
’k zal de wond’ren gadeslaan,
die Gij hebt van ouds gedaan.

Ps. 77:7

Aan de lezer…

Misschien hangt er vandaag een dikke mist over uw ziel. Uw bakens en kenmerken zijn als begraven; u kunt het werk van God in uw hart niet meer onderscheiden, en u vraagt zich af of er ooit iets geweest is. Maar de schepen zijn nog op zee, ook al maakt de mist dat u ze niet ziet. Zo is ook het werk van God niet verdwenen omdat u het nu niet ziet.

Wij kunnen het licht alleen zien in Gods licht. Wat Hij ons geschonken heeft, kennen wij alleen door de openbaring van Zijn Geest, en alleen de Zoon van God kan ons uit de diepte doen opstaan. Zoek het daarom niet in uzelf, maar zucht tot Hem om licht. De blinde ziet niet en de dode hoort niet; maar voelt u uw duisternis en verlangt u naar Zijn aangezicht, dan is er leven. En wanneer Hij Zijn aangezicht doet lichten, zult u het weten, zoals u de zon kent aan de zomerhemel.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

27 maart 365 dagen met Philpot

De gelovige moordenaar

Voorwaar, zeg Ik u: Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.
Lukas 23:43

Ik wil nu verdergaan met het antwoord dat de Heere Jezus aan de stervende moordenaar gaf. En o, wat een antwoord was dat! Hoe bemoedigend is het voor arme zielen! Kunt u, als u de Heilige Schrift doorzoekt, één enkel voorbeeld vinden van een ziel die oprecht, eerlijk en ernstig tot de Heere Jezus Christus riep toen Hij op aarde was, terwijl Hij doof was voor dat roepen? Het is waar dat de Heere sommigen, die naar Hem toekwamen en zeiden: „Wat moet ik doen?”, naar de wet verwees. Maar we vinden geen enkel voorbeeld van een arme, schuldige stakker die aan Zijn voetbank kwam en riep en zuchtte om genade, en van wie Hij Zich afkeerde.

Wat was het antwoord? „Voorwaar, zeg Ik u: Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.” In een oogwenk kwam het woord: „Voorwaar” – „Amen, zeg Ik u, gij kwaaddoener, gij die terechtstaat voor duizend misdaden, gij die de toorn Gods vreest, gij die uw verdoemenis hebt verdiend – Ik zeg u.” O, die woorden moeten als honing in het hart van de arme zondaar zijn neergedaald! Wat een vrede en vreugde moeten er in zijn ziel gestroomd zijn toen de woorden van de lippen van de Verlosser vielen! „Voorwaar, Ik zeg u.”

En onmiddellijk werd het geloof zonder twijfel in zijn ziel opgewekt. Hij ontving de belofte, ervoer de heerlijkheid ervan en stierf terwijl hij ervan genoot. Gezegende man! Gezegend geloof! Maar bovenal: gezegende Verlosser, Die het geloof gaf en de man verloste!

Lezen: Jesaja 51:1-11

Aan de lezer…

U die vreest dat de Heere doof zal zijn voor uw roepen, zoek dan in de hele Schrift één arme, schuldige stakker die oprecht en ernstig tot Hem riep toen Hij op aarde was, en van wie Hij Zich afkeerde. U zult hem niet vinden. Ook de stervende moordenaar niet. Hij, die terechtstond voor zijn misdaden en de toorn Gods vreesde, kreeg in één ogenblik het antwoord: „Voorwaar, zeg Ik u.”

Wat moeten die woorden als honing in zijn hart zijn neergedaald! Het geloof werd zonder twijfel in hem opgewekt; hij ontving de belofte en stierf terwijl hij ervan genoot. Laat dit u moed geven om te blijven roepen aan Zijn voetbank. U hoeft uzelf niet beter te maken dan u bent; kom als een schuldige die genade nodig heeft. Gezegend is het geloof dat zo mag rusten, maar bovenal gezegend is de Verlosser, Die het geloof geeft en de zondaar verlost.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

27 maart Door Baca’s vallei

Zou iets voor de Heere te wonderlijk zijn?
Genesis 18:14

De Heere wil ons leren dat Zijn arm niet verkort is, zodat Hij niet zou kunnen redden, en dat Zijn oor niet zwaar geworden is, zodat het niet zou kunnen horen. Maar Hij wil wel gevraagd worden. Hij is werkelijk een God Die wonderen doet. Schijnbare onmogelijkheden zijn Hem niet te zwaar; Hij hoeft maar te spreken en het is er. Maar Hij wil ons Zijn kracht laten verstaan door ons gevoelig te maken voor onze zwakheid.

Vaak zal Hij Zich op grote afstand houden, en dat zelfs geruime tijd, opdat wij de waarde van Zijn tegenwoordigheid hoog leren schatten. Hij wil ons de bitterheid van de gal en alsem van de zonde laten proeven, opdat wij de zoetheid van de geopenbaarde vergeving zouden kennen. Hij wil ons onderwijzen, zodat wij in onze eigen ogen van onszelf walgen en onszelf verfoeien om onze ongerechtigheden, voordat wij weten dat wij gewassen zijn in Zijn bloed, bekleed met Zijn gerechtigheid, en dat wij voor Hem staan zonder vlek of rimpel of iets dergelijks.

In één opzicht is de Heere gemakkelijk te naderen: op Zijn genadetroon. In een ander opzicht is het zeer moeilijk tot Hem te komen. Hij nodigt Zijn geliefde volk uit om tot Hem te komen en hun noden voor Zijn aangezicht uit te spreiden. Daartoe nodigt Hij hen uit door duizenden beloften. Hij zegt in onze tekst: „Zou iets voor de Heere te wonderlijk zijn?” Maar Hij wil dat wij Zijn bezoeken op hoge prijs stellen. Daarom worden zij ons niet zo gemakkelijk of zo vaak gegeven, opdat wij ze niet gering zouden achten. Het is niet: vraag en ontvang direct.

Wij moeten leren wat de zonden onze geliefde Verlosser gekost hebben. Wij moeten de heiligheid en de majesteit van God aanschouwen. Wij moeten leren dat de genade, hoewel zij een vrije gave is en veel overvloediger is dan de veelheid van de zonde, verkregen moest worden na veel worstelingen, veel sterke roepingen, veel zuchten en smeken en veel ernstige gebeden. En wij moeten leren dat, hoewel al de volheid woont in het Lam van God en Hij ons uitnodigt om tot Hem te komen en het water des levens om niet te nemen, het toch aan alle kanten omringd is door veel dingen die ons zouden terugdrijven. Zo leert Hij ons Zijn genade, de bezoeken van Zijn vriendelijk aangezicht en de woorden van Zijn lippen te waarderen.

Zij hebben de geliefde Verlosser de zwaarste folteringen naar lichaam en ziel gekost, waarvan geen eindig verstand zich enig begrip kan vormen. Daarom worden zij ons niet geschonken zonder dat wij onderwezen worden, opdat wij zouden weten door welk kanaal zij naar ons toe stromen en wat het de dierbare Zoon van God gekost heeft om uit Zijn volheid deze overvloedige genade te schenken, waarmee Hij in onze noden voorziet.

Aan de lezer…

Wanneer u al lang op een antwoord wacht en de Heere Zich op grote afstand lijkt te houden, mag deze vraag u vandaag toegesproken worden: „Zou iets voor de Heere te wonderlijk zijn?” Zijn arm is niet verkort, en Zijn oor is niet zwaar geworden. Schijnbare onmogelijkheden zijn Hem niet te zwaar; Hij hoeft maar te spreken en het is er. Maar Hij wil gevraagd worden, en Hij leert ons Zijn kracht door ons eerst onze zwakheid te laten voelen.

Dat Zijn bezoeken niet direct komen, is geen bewijs dat Hij u vergeten heeft. Hij wil dat u ze op hoge prijs stelt, en dat u leert wat de zonde de geliefde Verlosser gekost heeft. Elke druppel genade die naar u toe stroomt, is verkregen door Zijn zwaarste folteringen naar lichaam en ziel. Blijf dan zuchten en smeken aan Zijn genadetroon. Hij nodigt u daartoe uit, en Hij Die zo duur betaald heeft, zal niet karig uitdelen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina