March 27
Doch wij hebben niet ontvangen de geest der wereld, maar de Geest Die uit God is; opdat wij zouden weten de dingen, die ons van God geschonken zijn.
1 Korinthe 2:12
Welke dikke wolken van donkerheid verspreiden zich somtijds over onze ziel; niets kan er gezien worden; onze bakens en tekenen zijn als het ware in een mist begraven. Het is als een zeemist, die uit het diepst der uitgestrekte wateren opkomt en alle voorwerpen voor het oog verbergt. De schepen zijn op de zee, maar die dikke mist belet ze te zien. Zo is het ook somtijds met onze ziel: alles is mistig, beneveld, en geen tekens van de werkingen Gods op ons hart kunnen gezien worden. En toch „kennen” wij ze, door de Geest Gods te ontvangen, want dit is de enige weg door welke zij kunnen gekend worden.
Wij kunnen het licht alleen zien in Gods licht; slechts geloven in het geloof Gods; slechts liefhebben door de liefde Gods; daarom kunnen de dingen die ons vrijwillig van God gegeven zijn, alleen gekend worden door de openbaring des Geestes. Wat wij weten van behoudenis, van ervaring, kennen wij alleen door Goddelijk onderwijs. Hoe donker onze ziel ook dikwijls zij, hoe diep wij somtijds zinken, het is alleen de Zoon van God Die ons kan doen opstaan; alleen door de openbaring des Geestes kunnen wij geloven dat wij Zijn eigendom zijn. Wij weten dat Hij God is wanneer Hij Zijn aangezicht doet lichten, zoals wij weten dat de zon er is wanneer zij aan de zomerhemel schijnt.
We kennen Hem door de onderwijzing des Geestes, maar kunnen Hem niet zien vóórdat onze ogen door God Zelf geopend zijn. De zon moge schijnen in al haar glans — maar geeft dat licht aan de ogen der blinden, of verwarmt zij het lijk dat op de doodsbaar ligt? De blinde ziet niet; de dode hoort niet; de levende, en de levende alleen, ziet en kent de Zoon van God.
’k Zal gedenken, hoe voor dezen
ons de Heer heeft gunst bewezen;
’k zal de wond’ren gadeslaan,
die Gij hebt van ouds gedaan.
Ps. 77:7
Aan de lezer…
Misschien hangt er vandaag een dikke mist over uw ziel. Uw bakens en tekenen zijn als begraven; u kunt de werkingen Gods in uw hart niet meer onderscheiden, en u vraagt u af of er ooit iets geweest is. Lieve lezer, de schepen zijn nog op zee, al belet de mist ze te zien. Zo is het werk van God niet weg omdat u het nu niet ziet.
Wij kunnen het licht alleen zien in Gods licht. Wat Hij ons geschonken heeft, kennen wij alleen door de openbaring van Zijn Geest, en het is alleen de Zoon van God Die ons uit de diepte kan doen opstaan. Zoek het daarom niet in uzelf, maar zucht tot Hem om licht. De blinde ziet niet en de dode hoort niet; maar voelt u uw duisternis en verlangt u naar Zijn aangezicht, dan is er leven. En wanneer Hij Zijn aangezicht doet lichten, zult u het weten, zoals u de zon kent aan de zomerhemel.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Doch wij hebben niet ontvangen de geest der wereld, maar de Geest Die uit God is; opdat wij zouden weten de dingen, die ons van God geschonken zijn.
1 Korinthe 2:12
Wat een dikke wolken van duisternis trekken soms over onze ziel! Er is niets te zien; onze bakens en kenmerken zijn als het ware in een mist begraven. Het is als een zeemist die opstijgt uit de diepte van de uitgestrekte wateren en alles voor het oog verbergt. De schepen zijn op zee, maar die dikke mist maakt dat men ze niet kan zien. Zo is het soms ook met onze ziel: alles is mistig en beneveld, en er zijn geen tekenen te zien van Gods werk in ons hart. En toch „weten” wij ze, doordat wij de Geest van God ontvangen hebben, want dat is de enige weg waarlangs zij gekend kunnen worden.
Wij kunnen het licht alleen zien in Gods licht, alleen geloven door het geloof dat God geeft, alleen liefhebben door de liefde van God. Daarom kunnen de dingen die God ons uit vrije genade gegeven heeft, alleen gekend worden door de openbaring van de Geest. Wat wij weten van behoudenis en van bevinding, kennen wij alleen door goddelijk onderwijs. Hoe donker het vaak ook in onze ziel is en hoe diep wij soms zinken, alleen de Zoon van God kan ons doen opstaan; alleen door de openbaring van de Geest kunnen wij geloven dat wij Zijn eigendom zijn. Wij weten dat Hij God is wanneer Hij Zijn aangezicht doet lichten, zoals wij weten dat de zon er is wanneer zij aan de zomerhemel schijnt.
Wij kennen Hem door het onderwijs van de Geest, maar wij kunnen Hem niet zien voordat onze ogen door God Zelf geopend zijn. De zon mag schijnen in al haar glans, maar geeft zij licht aan de ogen van de blinden, of verwarmt zij het lijk dat op de baar ligt? De blinde ziet niet, de dode hoort niet; de levende, en alleen de levende, ziet en kent de Zoon van God.
’k Zal gedenken, hoe voor dezen
ons de Heer heeft gunst bewezen;
’k zal de wond’ren gadeslaan,
die Gij hebt van ouds gedaan.
Ps. 77:7
Aan de lezer…
Misschien hangt er vandaag een dikke mist over uw ziel. Uw bakens en kenmerken zijn als begraven; u kunt het werk van God in uw hart niet meer onderscheiden, en u vraagt zich af of er ooit iets geweest is. Maar de schepen zijn nog op zee, ook al maakt de mist dat u ze niet ziet. Zo is ook het werk van God niet verdwenen omdat u het nu niet ziet.
Wij kunnen het licht alleen zien in Gods licht. Wat Hij ons geschonken heeft, kennen wij alleen door de openbaring van Zijn Geest, en alleen de Zoon van God kan ons uit de diepte doen opstaan. Zoek het daarom niet in uzelf, maar zucht tot Hem om licht. De blinde ziet niet en de dode hoort niet; maar voelt u uw duisternis en verlangt u naar Zijn aangezicht, dan is er leven. En wanneer Hij Zijn aangezicht doet lichten, zult u het weten, zoals u de zon kent aan de zomerhemel.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Now we have received, not the spirit of the world, but the Spirit which is of God; that we might know the things that are freely given to us of God.
1 Corinthians 2:12
What thick clouds of darkness spread themselves at times over our souls; all things out of sight; our signs and tokens buried, as it were, in mist. It is like a sea fog, that comes out of the bosom of the vasty deep, and hides all objects from view. The ships are on the sea, notwithstanding, but this deep fog prevents their being seen.
So with our souls at times—all is misty, cloudy, and no signs can be seen of the work of God upon our hearts. And yet we “know” them, by receiving the Spirit of God, for it is the only way whereby they can be known. We can only see light in God’s light; only believe by God’s faith; only love by God’s love; therefore can only know the things freely given to us of God by the revelation of the Spirit.
What we know savingly, experimentally, feelingly, we know only by divine teaching. How dark our mind often is; how low we sink at times; it is only the Son of God that can enable us to rise; only by the revelation of His Spirit can we believe that we are His. We know He is God when He shines forth, as we know the sun when it blazes forth in the summer sky. We know Him by the teaching of the Spirit, but cannot see Him until our eyes are divinely opened. The sun may shine in all its glory—does that communicate light to the eyes of the blind? or warm the corpse lying in the coffin? The blind see not; the dead hear not; the living, the living alone see and know the Son of God.
To the reader…
Perhaps a thick fog hangs over your soul today. Your landmarks and tokens are as it were buried; you can no longer discern the work of God in your heart, and you wonder whether there was ever anything there. But the ships are still on the sea, even though the fog keeps you from seeing them. In the same way the work of God has not vanished because you do not see it now.
We can only see light in God’s light. What He has given us we know only by the revelation of His Spirit, and only the Son of God can make us rise up out of the depths. So do not look for it in yourself, but sigh to Him for light. The blind do not see and the dead do not hear; but if you feel your darkness and long for His face, there is life. And when He makes His face to shine, you will know it, as you know the sun in the summer sky.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y nosotros hemos recibido, no el espíritu del mundo, sino el Espíritu que es de Dios, para que conozcamos lo que Dios nos ha dado.
1 Corintios 2:12
¡Qué densas nubes de tinieblas se extienden a veces sobre nuestras almas; todo fuera de la vista; nuestras señales y prendas sepultadas, por así decirlo, en la neblina! Es como una niebla marina que sale del seno del vasto abismo y oculta a la vista todos los objetos. Los barcos están en el mar, no obstante, pero esta niebla espesa impide que se vean.
Así sucede a veces con nuestras almas: todo es neblina y nubes, y no se ve ninguna señal de la obra de Dios en nuestro corazón. Y sin embargo las “conocemos”, por haber recibido el Espíritu de Dios, porque es el único medio por el cual pueden ser conocidas. Solo podemos ver la luz en la luz de Dios; solo creer por la fe de Dios; solo amar por el amor de Dios; por tanto, solo podemos conocer lo que Dios nos ha dado gratuitamente por la revelación del Espíritu.
Lo que conocemos de manera salvadora, experimental y sentida, lo conocemos solo por enseñanza divina. ¡Cuán oscura está a menudo nuestra mente; cuán bajo nos hundimos a veces! Solo el Hijo de Dios puede capacitarnos para levantarnos; solo por la revelación de Su Espíritu podemos creer que somos Suyos. Sabemos que Él es Dios cuando resplandece, como conocemos el sol cuando brilla con fuerza en el cielo de verano. Le conocemos por la enseñanza del Espíritu, pero no podemos verle hasta que nuestros ojos sean abiertos divinamente. El sol puede brillar en toda su gloria; ¿comunica eso luz a los ojos del ciego? ¿o calienta el cadáver que yace en el ataúd? Los ciegos no ven; los muertos no oyen; los vivos, solo los vivos ven y conocen al Hijo de Dios.
Al lector…
Quizá hoy una niebla espesa cubre su alma. Sus hitos y señales están como sepultados; ya no puede discernir la obra de Dios en su corazón, y se pregunta si alguna vez hubo algo allí. Pero los barcos siguen en el mar, aunque la niebla le impida verlos. Del mismo modo, la obra de Dios no ha desaparecido porque usted no la vea ahora.
Solo podemos ver la luz en la luz de Dios. Lo que Él nos ha dado lo conocemos solo por la revelación de Su Espíritu, y solo el Hijo de Dios puede hacernos levantar de lo profundo. No lo busque, pues, en usted mismo, sino suspire a Él por luz. Los ciegos no ven y los muertos no oyen; pero si siente usted sus tinieblas y anhela Su rostro, hay vida. Y cuando Él haga resplandecer Su rostro, lo sabrá, como conoce el sol en el cielo de verano.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl