Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · vandaag
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

25 november Korenaren uit de volle oogst

Zo dan laat ons najagen hetgeen tot de vrede dient.
Romeinen 14:19

Wat ligt er iets lieflijks in het woord „vrede”! Bunyan laat dit mooi zien in zijn „Christenreis”, waar hij vertelt hoe Christen, nadat hij gast was geweest in het „huis van Schoonheid”, ging slapen in de kamer die „Vrede” heette. En wat een gezegende gewaarwordingen liggen er in dat woord „vrede”! Het was de nalatenschap die de Heere Jezus aan Zijn Gemeente achterliet: „Mijn vrede geef Ik u; Mijn vrede laat Ik u; niet gelijkerwijs de wereld die geeft, geef Ik hem u”; en de apostel zegt ervan dat hij „alle verstand te boven gaat”.

Nu lijkt het alsof velen, zelfs van de Gemeente van de Heere, geestverrukking verwachten. Ik geloof dat er veel geestvervoering is in het natuurlijke gemoed van de mens, zoals blijkt uit wat ik de godsdienstige geschiedenis van alle eeuwen noem. Dat maakt dat velen die in andere opzichten wel onderwezen zijn, uitzien naar gezichten, geestvervoering en geestverrukkingen: zaken die de natuur kan nabootsen, of die satan als een „engel des lichts” kan namaken om de zielen te verleiden.

Maar ik geloof dat satan niet tot het geweten kan spreken van de vrede van het Evangelie; hij kan geen heilige kalmte in de ziel uitstorten. Hij kan de wateren van het meer van Genesareth opzwepen tot een storm, maar er was maar Eén Die kon zeggen: „Zwijg, wees stille!” Satan kan een storm verwekken in ons vleselijke gemoed, maar hij kan die niet tot bedaren brengen. Hij kan geen olie op de golven gieten, en ook de onstuimige borst niet tot kalmte brengen en in staat stellen zich aan God over te geven. Van alle geestelijke zegeningen is er geen te verkiezen boven de vrede; en die, geloof ik, begeert een kind van God het meest.

Want o, hoeveel ligt er niet besloten in het woord „vrede”! Is de mens van nature niet een vijand van God? Dan moet hij, om behouden te worden, met God verzoend worden, en dat betekent vrede. Is zijn hart niet vaak ontroerd? De Heere zei immers: „Uw hart worde niet ontroerd.” Dan heeft hij vrede nodig. En wordt zijn gemoed niet vaak heen en weer geslingerd door tegenstrijdige gevoelens? Dan heeft hij vrede nodig om tot rust te komen. En wanneer hij op zijn sterfbed moet liggen – o, als hij daar maar in vrede mag liggen, in vrede met God door Jezus Christus, en er een heilige kalmte over zijn ziel komt, die voortvloeit uit geopenbaarde barmhartigheid en ervaren verzoening, dan gaat dat alle verrukkingen ter wereld te boven!

Met vrede gezegend worden door het bloed der besprenging, voordat de ziel haar aardse tabernakel verlaat om de haven van de vrede daarboven binnen te gaan – dat maakt een sterfbed werkelijk gelukkig. Dat haalt elke doorn uit het kussen van de stervende en stelt de gelovige die heengaat in staat om met de vrome Simeon te zeggen: „Nu laat Gij, Heere, Uw dienstknecht gaan in vrede, naar Uw woord; want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien.”

Dat vreed’ en aangename rust
en milde zegen u verblij’.
Dat welvaart in uw vesting zij,
in uw paleizen vreugd’ en lust.
Om vriend en broed’ren spreek ik nu:
„De vrede zij en blijv’ in u,
nooit moet haar nijd of twist verkloeken.
Om ’s Heeren huis in u gebouwd,
waar onze God zijn woning bouwt,
zal ik het goede voor u zoeken.”

Ps. 122:3

Aan de lezer…

Wie uitziet naar gezichten en geestverrukkingen, naar iets groots en buitengewoons, moet goed letten op waar hij naar uitziet. Wees voorzichtig, want zulke dingen kan de natuur nabootsen en satan namaken. Maar één ding kan hij niet: hij kan geen heilige kalmte in de ziel uitstorten en geen vrede van het Evangelie tot het geweten spreken. Hij kan een storm in uw gemoed verwekken, maar die nooit tot bedaren brengen.

Woelt het nu in uw binnenste als de wateren van het meer van Genesareth? Er is maar Eén Die kan zeggen: „Zwijg, wees stille!” Zijn vrede is de nalatenschap die Hij Zijn Gemeente heeft achtergelaten, een vrede die alle verstand te boven gaat. Jaag die vrede na, en vraag Hem of Hij die in uw hart wil spreken. Er is geen geestelijke zegen te verkiezen boven deze, en het is goed dat u die het meest begeert.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

25 november 365 dagen met Philpot

Een beschutting over al wat heerlijk is

En de Heere zal over alle woning van de berg Sion, en over haar vergaderingen, scheppen een wolk des daags, en een rook, en de glans eens vlammenden vuurs des nachts; want over al wat heerlijk is, zal een beschutting wezen. En daar zal een hut zijn tot een schaduw des daags tegen de hitte, en tot een toevlucht, en tot een verberging tegen de vloed en tegen de regen.
Jesaja 4:5-6

De zon staat in de Heilige Schrift voor de Zon der gerechtigheid, maar ook voor de brandende zon van de verzoeking. „Ziet mij niet aan, dat ik zwartachtig ben, omdat mij de zon heeft beschenen” (Hoogl. 1:6). De bruid gebruikt hier het beeld van de zon van de verzoeking, die haar zwart had gemaakt. Als we hier dus lezen over „de hitte”, wordt daarmee ongetwijfeld de zon van de verzoeking bedoeld, die de ziel met zijn brandende stralen treft. Daarvoor willen we schuilen.

Als iemand door verzoekingen getroffen wordt, zal hij daardoor dan niet uitdrogen (zoals de grond door de zon verschroeit), tenzij hij ervoor kan schuilen? Verzoeking maakt hem als het verdorde open veld in de wildernis en put al zijn kracht uit, tenzij hij schaduw en bescherming vindt. Deze schuilplaats is de Heere van het leven en van de heerlijkheid. Is de begeerte van het vlees niet steeds werkzaam? Uit pijnlijke ervaring weet ik dat het zo is.

Maar waar moeten we schaduw vinden tegen deze verzoekingen? Als we eraan worden overgelaten, zullen we volkomen bezwijken. Wie weet wat verzoeking is, weet hoe volkomen hulpeloos hij ertegenover staat, behalve door de genade. En tenzij de verzoeking beteugeld kan worden, zal zij de ziel gevangennemen en tot ondergang en verval brengen. Hoe moet een kind van God dan ontkomen aan de verzoekingen, en aan hun vuilheid, schuld en kracht in zijn geweten?

Er rest hem maar één weg: „een hut tot een schaduw des daags tegen de hitte”. Dat wil zeggen: zich in Christus verbergen; een toevlucht zoeken onder de schaduw van Zijn vleugels; zich wassen in de fontein die geopend is tegen de zonde en tegen de onreinheid; schuilen onder de heerlijkheid en de gerechtigheid die tot allen en over allen is die geloven. Wanneer een kind van God verzoekingen in zijn hart werkzaam voelt, wordt hij door de Geest geleerd zijn toevlucht tot de Heere te nemen, zoals een kind naar zijn moeder vlucht als het geschrokken is. Hij neemt zijn toevlucht tot Gods genade om ze te bedekken en te vergeven, en tot de macht van de Heere om ze te beteugelen. Zo is de Heere van het leven en van de heerlijkheid „een hut tot een schaduw des daags tegen de hitte”.

Lezen: Psalm 27

Aan de lezer…

Er zijn dagen dat de zon van de verzoeking op u brandt. Voelt u hoe de begeerte van het vlees steeds werkzaam is, en hoe zij uw kracht uitput tot u bent als een verdord veld in de wildernis? Misschien schaamt u zich en denkt u dat een kind van God zo niet kan zijn. Maar wie weet wat verzoeking is, weet ook hoe volkomen hulpeloos hij ertegenover staat, behalve door de genade.

Er rest u dan maar één weg: vlucht tot Hem, Die een hut is tot een schaduw tegen de hitte. Vlucht zoals een geschrokken kind naar zijn moeder loopt, zonder eerst te vragen of het wel mag. Verberg u in Christus, zoek een toevlucht onder de schaduw van Zijn vleugels, was u in de fontein die geopend is tegen de zonde en de onreinheid. Zijn genade kan uw zonde bedekken en vergeven, en Zijn macht kan de verzoeking beteugelen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

25 november Door Baca’s vallei

De roofvogel heeft het pad niet gekend, en het oog der kraai heeft het niet gezien.
Job 28:7

De groei in de genade is geen voortgaande heiligmaking en vleselijke heiligheid aan de ene kant, en ook geen valse en bedrieglijke zekerheid aan de andere kant. Het smalle pad ligt tussen deze twee uitersten. Aan de ene kant ligt Seneh en aan de andere kant Bozez (1 Sam. 14:4), dat wil zeggen: aan de ene kant farizeese heiligheid en aan de andere kant antinomiaanse zekerheid. En tussen deze twee scherpe rotsen ligt het pad dat de roofvogel niet kent en dat het oog van de kraai niet heeft gezien.

Een levend mens wordt er alleen voor bewaard zich aan deze rotsen te pletter te stoten door Gods verborgen handelen met zijn geest en door de innerlijke oefeningen die hij voortdurend doormaakt. Een blijvend besef van zijn eigen onreinheid bewaart hem voor een eigengerechtige heiligheid in het vlees, en een dagelijks kruis en een scherpe doorn weerhouden hem van zorgeloze vermetelheid. Zijn pad is inderdaad een wonderlijk pad, vol tegenstrijdigheden die toch samengaan en vol hemelse raadsels.

Hij is nooit op zijn gemak wanneer hij op zijn gemak is, en nooit zonder last wanneer hij geen last heeft. Hij is nooit tevreden wanneer hij niets doet, en hij is nooit tevreden met wat hij doet. Hij is nooit zo sterk als wanneer hij stilzit, nooit zo vruchtbaar als wanneer hij niets doet, en nooit zo werkzaam als wanneer hij de minste haast maakt. Allen streven hem in zijn loop voorbij, maar hij alleen bereikt het einde en wint de prijs. Allen zijn er, naar hij gelooft, zeker van dat zij de hemel zullen binnengaan, behalve hijzelf; en toch beërft hij het Koninkrijk, terwijl de anderen worden buitengeworpen.

Hij krijgt vergeving door schuld, hoop door twijfelmoedigheid, verlossing door verzoeking, troost door verdrukking en een kleed van gerechtigheid door vuile vodden. Hoewel hij een worm is en geen man, overwint hij toch de Almachtige en zichzelf door geweld; en hoewel hij nog minder is dan niet en ijdelheid, neemt hij de hemel met geweld. Zo is een gelovige, onder al de vreemde tegenstellingen die hij in zich bespeurt, nooit zo overvloedig in het gebed als wanneer hij niets zegt, nooit zo wijs als wanneer hij zich de grootste dwaas voelt, nooit zo eenzaam als wanneer hij in gezelschap is, en nooit zozeer onder de kracht van een innerlijke godsdienst als wanneer hij merkt dat hij van de uitwendige godsdienst gescheiden is.

Aan de lezer…

Hoe vaak begrijpt u uw eigen weg niet meer! Bent u nooit tevreden met wat u doet, en ziet u iedereen u voorbijstreven, terwijl u meent dat ieder de hemel zal binnengaan behalve uzelf? Voelt u zich een worm en geen man, minder dan niet en ijdelheid? Denk dan niet te snel dat u van het pad bent afgedwaald. Het is een pad dat de roofvogel niet kent en dat het oog van de kraai niet heeft gezien.

Juist dat dagelijkse besef van uw eigen onreinheid en dat kruis met die scherpe doorn zijn Gods verborgen handelingen, waardoor Hij u bewaart voor de rots van eigengerechtigheid aan de ene en van zorgeloze vermetelheid aan de andere kant. Zo wordt u door schuld tot vergeving geleid, door twijfel tot hoop en door verdrukking tot troost. Vreemd is die weg, maar het is de weg waarlangs Hij Zijn volk tot het einde brengt en de prijs laat winnen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina