Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

25 oktober Korenaren uit de volle oogst

Want Zijn ogen zijn op ieders wegen; en Hij ziet al zijn treden.
Job 34:21

De christen moet ervaren dat niets aan het oog van een rechtvaardig en heilig God ontsnapt. Hij legt elke verborgen gedachte bloot, spoort elk verborgen voornemen op en doorzoekt elke begeerte en elke beweging van de ziel. Zo ontdekt Hij alle verborgen zonden van het hart en brengt Hij ze aan het licht. De mens let in het algemeen niet op de zonden van het hart; als hij zich maar kan onthouden van zonden in het openbare leven, van zedeloze daden, dan is hij tevreden. Wat er in de binnenkamer van de verbeelding omgaat, ziet hij niet en voelt hij niet.

Zo is het niet met het kind van de genade; hij kent de ervaring die in Psalm 139 beschreven wordt. Hij draagt de verborgen overtuiging met zich mee dat het oog van God elke gedachte leest. Bij elke inwendige beweging van hoogmoed en eigengerechtigheid, van opstand, ontevredenheid, knorrigheid, ergernis, lust en lichtzinnigheid voelt hij in zichzelf dat Gods oog ze allemaal leest, ze allemaal gadeslaat en ze allemaal veroordeelt volgens Zijn rechtvaardige Wet, en dat Hij, omdat Hij Zelf zo volmaakt rein is, ze ook allemaal haat en verafschuwt.

Zo blijkt het hem, bij alles wat in de binnenkamer van het geweten gemeten en gewogen wordt met de onfeilbare maatstaf van Gods Woord, in het licht van het onderwijs van de Geest en door de werking van de vreze Gods, dat hij een zondaar is voor God, en van een donkerder karmozijn dan welke andere zondaar ook. Want hij ziet en kent zijn eigen hart, dat niemand anders kan zien of kennen. Hij weet wel dat menigeen zwaarder gezondigd heeft wat uitwendige daden betreft, maar hij voelt dat niemand inwendig meer en aanhoudender gezondigd heeft dan hij. Dat doet hem met Job zeggen: „Met het gehoor der oren heb ik U gehoord; maar nu zien mij Uw ogen. Daarom verfoei ik mij, en ik heb berouw in stof en as” (Job 42:5, 6).

Zeer groot is onze Heer, vol krachten;
onpeilbaar diep zijn Gods gedachten,
daar Zijn verstand, nooit af te meten,
ver overtreft al wat wij weten.
Zachtmoedigen wil Hij bewaren,
Hij houdt ze staand’ in hun gevaren,
maar goddelozen doet Hij bukken,
bezwijken onder d’ ongelukken.

Ps. 147:3

Aan de lezer…

Misschien schrikt u ervan dat Gods oog elke gedachte leest. Wat in de binnenkamer van uw hart omgaat, de hoogmoed, de opstand, de lust die niemand ziet, ligt voor Hem open. De wereld is tevreden als haar uiterlijke leven maar fatsoenlijk is, maar een kind van de genade kan zich daarmee niet geruststellen. Het weet: Hij ziet al mijn treden.

Voelt u zich daarom de grootste van de zondaars, omdat u uw eigen hart kent zoals niemand anders het kent? Verfoei uzelf dan maar met Job in stof en as, maar vergeet niet dat dit de taal is van een ziel die God gezien heeft. Dezelfde Heere Die u doorgrondt, wil de zachtmoedigen bewaren en houdt hen staande in hun gevaren. Breng dan alles wat Zijn oog in u ziet, eerlijk voor Hem, en schuil bij Hem.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

25 oktober 365 dagen met Philpot

Mijn hoop is op U

En nu, wat verwacht ik, o Heere? Mijn hoop, die is op U.
Psalm 39:8

Wat betekent het om te kunnen zeggen: „Mijn hoop, die is op U”? Het betekent te ervaren dat alle hoop van onze verwarde geest op de Heere rust; dat onze hele schat in Hem is gelegen (want waar iemands schat is, daar is ook zijn hart); dat Hij onze Rots is, op Wie we ons wagen voor de eeuwigheid, oog in oog met zonde, dood en hel. „Mijn hoop, die is op U.” Niet op mijzelf, wispelturig en zwak; niet op mijn eigen gerechtigheid, vervuild en bezoedeld; niet op mijn eigen sterkte, die enkel zwakheid is; niet op mijn voornemens, die verbroken zullen worden; niet op het schepsel, grillig en weifelend. Nee: mijn hoop is op U, Heere.

Voordat we zover kunnen komen – op God hopen – moeten we iets van Zijn Persoon en karakter kennen. Let goed op: er staat niet „ik hoop op God”, maar „in God” (Eng. vert.). Het is één ding om „op God te hopen” en iets anders om „in God te hopen”. Wanneer we op God hopen, hopen we op Zijn eigenschappen, op Zijn volmaaktheden, op Zijn uitnodigingen, op Zijn beloften. Maar dat is niet de Persoon van de Heere. Dat is geen blik in Zijn hart en gemoed. Dat is niet het rusten van de ziel in de Drie-enige God, zoals Hij Zich persoonlijk aan haar heeft geopenbaard.

Het „hopen op” God is uiterlijk, het „hopen in” is innerlijk. Het „hopen op” is wanneer de ziel op enige afstand staat; het „hopen in God” komt tot in het diepst van het hart van de Heere. Zo zien we dat het niet hetzelfde is of we onze hoop op God stellen of in Hem. We kunnen onze hoop pas innerlijk op God vestigen wanneer we het heiligdom achter het voorhangsel zijn binnengegaan en in het meedogende gemoed van Jezus hebben gekeken. Dan zijn alle aandoeningen en verlangens van ons hart boven het vergankelijke uitgestegen en, voorbij de donkere wolk die boven de aarde hangt, opgerezen naar het hart van de Drie-enige God, om zich daar te vestigen als onze hoop op het eeuwige leven.

Lezen: Psalm 43

Aan de lezer…

Vandaag wordt u gevraagd waar uw hoop rust. Niet op uzelf, hoop ik, want u weet hoe wispelturig en zwak u bent. Niet op uw eigen gerechtigheid, die vervuild en bezoedeld is, en ook niet op uw goede voornemens, die zo vaak verbroken zijn. Wie eerlijk naar binnen kijkt, moet het opgeven met alles wat van het schepsel is. Maar gelukkig de ziel die dan mag zeggen: „Nee: mijn hoop is op U, Heere.”

Blijf dan niet staan bij een hopen op afstand, bij het kennen van alleen Zijn eigenschappen en beloften. Vraag Hem dat Hij Zichzelf aan u openbaart, zodat u een blik mag slaan in Zijn hart en in het meedogende gemoed van Jezus. Daar, achter het voorhangsel, komt de ziel tot rust. Hij is de Rots waarop u zich voor de eeuwigheid mag wagen, oog in oog met zonde, dood en hel.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

25 oktober Door Baca’s vallei

Doch wij weten, dat de Zoon Gods gekomen is, en heeft ons het verstand gegeven, dat wij de Waarachtige kennen; en wij zijn in de Waarachtige, namelijk in Zijn Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God en het eeuwige leven.
1 Johannes 5:20

Toen het de Heere behaagde Zich op een plechtig ogenblik aan onze ziel te openbaren, toen Hij vriendelijk neerdaalde om het deksel van ons hart weg te nemen, zodat wij Zijn heerlijkheid zouden aanschouwen, de heerlijkheid als des Eniggeborenen van de Vader, vol van genade en waarheid; toen Hij ons vriendelijk begunstigde met enige openbaring en ontdekking van Zichzelf als de Zoon van God, het afschijnsel van de heerlijkheid van de Vader en het uitgedrukte beeld van Zijn zelfstandigheid: toen wisten wij dat de Zoon van God gekomen was. Hoe weet u dat de zon vanmorgen is opgegaan? Door het licht dat met haar meekwam. Zo mogen wij het geestelijk toepassen: Hoe weet u dat de Zoon van God gekomen is? Doordat de Zon der gerechtigheid is opgegaan met genezing onder Zijn vleugelen, en doordat Hij Zijn licht in uw hart liet schijnen.

Zo zegt de Heere tot Sion: „Maak u op, word verlicht, want uw licht komt, en de heerlijkheid des Heeren gaat over u op.” Zo wordt de duisternis verdreven, want Hij voegt eraan toe: „Want zie, de duisternis zal de aarde bedekken, en donkerheid de volkeren; doch over u zal de Heere opgaan, en Zijn heerlijkheid zal over u gezien worden.” En zei de Heere niet: „Ik ben het licht, in de wereld gekomen, opdat een iegelijk, die in Mij gelooft, in de duisternis niet blijve”? En heeft Hij niet beloofd: „Die Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben”? Waar God het Licht is en het Hem behaagt in de ziel te schijnen, daar wandelen wij in het licht, zoals Hij in het licht is. Zo hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van Jezus Christus reinigt ons van alle zonden. Dit is de beste, de zekerste en de veiligste weg om te weten dat de Zoon van God gekomen is.

Wij weten ook dat de Zoon van God gekomen is door Zijn tegenwoordigheid, door de kracht die Hij voor ons inzet, door de antwoorden die Hij op ons gebed geeft. Wij weten het door de manier waarop Hij verschijnt in donkere en sombere uren, waarin Hij kromme dingen recht maakt en het hobbelige vlak. Dan ontdekt Hij Zich aan ons als de Weg, de Waarheid en het Leven, en laat Hij ons zien dat in Hem de rust en vrede, de ware en blijvende gelukzaligheid is, en in niemand anders. Hij richt onze ogen op Hem, waar Hij zit aan de rechterhand van de Vader, in de volheid van Zijn genade, heerlijkheid en majesteit. Zo weten wij dat de Zoon van God gekomen is. Elk gebed, elke smeking, elke zucht en uitroep, elke verlangende blik die u op Hem werpt, en elk woord van Zijn genade, elke belofte, elke glimp of flikkering van de Koning in Zijn schoonheid die u uit Zijn volheid ontvangt: het zijn even zovele bewijzen dat de Zoon van God gekomen is, en dat u weet dat Hij gekomen is.

Aan de lezer…

Weet u waaraan u ziet dat de zon is opgegaan? U hoeft er niet over te redeneren; u ziet het aan het licht. Zo is het ook met de Zoon van God. Hebt u ooit, al was het maar een ogenblik, gevoeld dat het deksel van uw hart werd weggenomen, zodat u iets zag van Zijn heerlijkheid, vol van genade en waarheid? Dan weet u dat Hij gekomen is, want niemand dan Hij kan zulk licht in een donker hart laten schijnen.

En klaagt u dat het nu donker is? Denk dan aan de antwoorden die Hij op uw gebed gaf, aan de kromme dingen die Hij in sombere uren recht maakte. Elke zucht en elke verlangende blik die u op Hem werpt, is al een getuigenis dat Hij er is. Die Hem volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben; en Zijn bloed reinigt van alle zonden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina