October 25
Want Zijn ogen zijn op ieders wegen; en Hij ziet al zijn treden.
Job 34:21
De christen moet bewijzen dat niets aan het oog van een rechtvaardig en heilig God ontsnapt; dat Hij elke geheime gedachte blootlegt, elk verborgen voornemen opzoekt, en elke begeerte en elke beweging der ziel onderzoekt. Aldus ontdekt Hij al de verborgen zonden van het hart en brengt ze aan het licht. De mens slaat in het algemeen geen acht op de zonden des harten; zo hij zich maar onthouden kan van zonden in het openbare leven, van zedeloze handelingen, dan is hij voldaan. Wat er in de binnenkamer der verbeelding omgaat, ziet noch gevoelt hij.
Niet zo met het kind der genade; hij kent de ervaring beschreven in Psalm 139. Hij draagt de geheime overtuiging in zich om dat het oog van God elke gedachte leest. Elke inwendige beweging van hoogmoed en eigengerechtigheid, opstand, ontevredenheid, gemelijkheid, verstoordheid, lust en dartelheid, gevoelt hij in zichzelf, dat Gods oog ze alle leest, alle gadeslaat, alle veroordeelt volgens Zijn rechtvaardige Wet, en omdat Hij Zelf zo volmaakt rein is, ze ook alle haat en verafschuwt.
Dus toont hij, onder al de dingen die in de binnenkamer des gewetens gemeten en gewogen worden door de niet dwalende standaard van Gods Woord, door het licht van het onderwijs des Geestes en de werking van de vreze Gods, dat hij een zondaar is voor God, en van een donkerder karmozijn dan enige andere zondaar; want hij ziet en kent zijn eigen hart, dat niemand anders kan zien of kennen. Hij weet het, dat menigeen zwaarder gezondigd heeft wat uitwendige daden aangaat; maar hij gevoelt dat niemand inwendig meer en aanhoudender gezondigd heeft dan hij, en dat doet hem met Job zeggen: „Met het gehoor der oren heb ik U gehoord; maar nu zien mij Uw ogen. Daarom verfoei ik mij, en ik heb berouw in stof en as” (Job 42:5, 6).
Zeer groot is onze Heer, vol krachten;
onpeilbaar diep zijn Gods gedachten,
daar Zijn verstand, nooit af te meten,
ver overtreft al wat wij weten.
Zachtmoedigen wil Hij bewaren,
Hij houdt ze staand’ in hun gevaren,
maar goddelozen doet Hij bukken,
bezwijken onder d’ ongelukken.
Ps. 147:3
Aan de lezer…
Misschien schrikt u ervan dat Gods oog elke gedachte leest. Wat in de binnenkamer van uw hart omgaat, de hoogmoed, de opstand, de lust die niemand ziet, is voor Hem openbaar. De wereld is tevreden als haar uiterlijk leven maar fatsoenlijk is, maar een kind der genade kan zich daarmee niet geruststellen. Het weet: Hij ziet al mijn treden.
Voelt u zich daarom de grootste der zondaars, omdat u uw eigen hart kent zoals niemand anders het kent? Verfoei uzelf dan maar met Job in stof en as; maar vergeet niet dat dit de taal is van een ziel die God gezien heeft. Dezelfde Heer Die u doorgrondt, wil de zachtmoedigen bewaren en houdt ze staande in hun gevaren. Breng dan alles wat Zijn oog in u ziet, eerlijk voor Hem, en schuil bij Hem.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want Zijn ogen zijn op ieders wegen; en Hij ziet al zijn treden.
Job 34:21
De christen moet ervaren dat niets aan het oog van een rechtvaardig en heilig God ontsnapt. Hij legt elke verborgen gedachte bloot, spoort elk verborgen voornemen op en doorzoekt elke begeerte en elke beweging van de ziel. Zo ontdekt Hij alle verborgen zonden van het hart en brengt Hij ze aan het licht. De mens let in het algemeen niet op de zonden van het hart; als hij zich maar kan onthouden van zonden in het openbare leven, van zedeloze daden, dan is hij tevreden. Wat er in de binnenkamer van de verbeelding omgaat, ziet hij niet en voelt hij niet.
Zo is het niet met het kind van de genade; hij kent de ervaring die in Psalm 139 beschreven wordt. Hij draagt de verborgen overtuiging met zich mee dat het oog van God elke gedachte leest. Bij elke inwendige beweging van hoogmoed en eigengerechtigheid, van opstand, ontevredenheid, knorrigheid, ergernis, lust en lichtzinnigheid voelt hij in zichzelf dat Gods oog ze allemaal leest, ze allemaal gadeslaat en ze allemaal veroordeelt volgens Zijn rechtvaardige Wet, en dat Hij, omdat Hij Zelf zo volmaakt rein is, ze ook allemaal haat en verafschuwt.
Zo blijkt het hem, bij alles wat in de binnenkamer van het geweten gemeten en gewogen wordt met de onfeilbare maatstaf van Gods Woord, in het licht van het onderwijs van de Geest en door de werking van de vreze Gods, dat hij een zondaar is voor God, en van een donkerder karmozijn dan welke andere zondaar ook. Want hij ziet en kent zijn eigen hart, dat niemand anders kan zien of kennen. Hij weet wel dat menigeen zwaarder gezondigd heeft wat uitwendige daden betreft, maar hij voelt dat niemand inwendig meer en aanhoudender gezondigd heeft dan hij. Dat doet hem met Job zeggen: „Met het gehoor der oren heb ik U gehoord; maar nu zien mij Uw ogen. Daarom verfoei ik mij, en ik heb berouw in stof en as” (Job 42:5, 6).
Zeer groot is onze Heer, vol krachten;
onpeilbaar diep zijn Gods gedachten,
daar Zijn verstand, nooit af te meten,
ver overtreft al wat wij weten.
Zachtmoedigen wil Hij bewaren,
Hij houdt ze staand’ in hun gevaren,
maar goddelozen doet Hij bukken,
bezwijken onder d’ ongelukken.
Ps. 147:3
Aan de lezer…
Misschien schrikt u ervan dat Gods oog elke gedachte leest. Wat in de binnenkamer van uw hart omgaat, de hoogmoed, de opstand, de lust die niemand ziet, ligt voor Hem open. De wereld is tevreden als haar uiterlijke leven maar fatsoenlijk is, maar een kind van de genade kan zich daarmee niet geruststellen. Het weet: Hij ziet al mijn treden.
Voelt u zich daarom de grootste van de zondaars, omdat u uw eigen hart kent zoals niemand anders het kent? Verfoei uzelf dan maar met Job in stof en as, maar vergeet niet dat dit de taal is van een ziel die God gezien heeft. Dezelfde Heere Die u doorgrondt, wil de zachtmoedigen bewaren en houdt hen staande in hun gevaren. Breng dan alles wat Zijn oog in u ziet, eerlijk voor Hem, en schuil bij Hem.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For His eyes are upon the ways of man, and He seeth all his goings.
Job 34:21
The Christian has to prove that nothing escapes the eye of a just and holy God; that He lays bare every secret thought, searches every hidden purpose, and scrutinizes every desire and every movement of the mind. He thus discovers and brings to light all the secret sins of the heart. Men in general take no notice of heart sins; if they can keep from overt sins in life, from open acts of immorality, they are satisfied. What passes in the secret chambers of imagery they neither see nor feel.
Not so with the child of grace; he knows the experience described in Psalm 139. He carries about with him the secret conviction that the eye of God reads every thought. Every inward movement of pride and self-righteousness, rebellion, discontent, peevishness, fretfulness, lust, and extravagance, he inwardly feels that the eye of God reads all, marks all, condemns by His righteous law all, and because He is so intrinsically pure, hates and abhors all.
Thus he proves, among the “all things” which are weighed up and measured in the inward court of conscience by the unerring standard of the Word of truth, the light of the Spirit’s teaching, and the workings of godly fear, that he is a sinner before God, and that of a deeper dye and more crimson hue than any other transgressor, for he sees and knows his own heart, which nobody else can see or know. He is indeed aware that many may have sinned more deeply and grossly as regards outward acts; but he feels that no one can have sinned inwardly more foully and continually than he; and this makes him say with Job, “I have heard of You by the hearing of the ear; but now mine eye sees You; wherefore I abhor myself and repent in dust and ashes” (Job 42:5, 6).
To the reader…
Perhaps it alarms you that God’s eye reads every thought. What goes on in the secret chambers of your heart, the pride, the rebellion, the lust that no one sees, lies open before Him. The world is satisfied as long as its outward life is respectable, but a child of grace cannot set itself at ease with that. It knows: He sees all my goings.
Do you therefore feel yourself the chief of sinners, because you know your own heart as no one else knows it? Then abhor yourself with Job in dust and ashes, but do not forget that this is the language of a soul that has seen God. The same Lord Who searches you will keep the meek and hold them up in their dangers. So bring honestly before Him all that His eye sees in you, and take refuge in Him.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque Sus ojos están sobre los caminos del hombre, y ve todos sus pasos.
Job 34:21
El cristiano tiene que comprobar que nada escapa al ojo de un Dios justo y santo; que Él pone al descubierto todo pensamiento secreto, escudriña todo propósito oculto y examina todo deseo y todo movimiento de la mente. Así descubre y saca a la luz todos los pecados secretos del corazón. Los hombres en general no prestan atención a los pecados del corazón; si logran guardarse de los pecados manifiestos en su vida, de los actos abiertos de inmoralidad, quedan satisfechos. Lo que ocurre en las cámaras secretas de la imaginación, ni lo ven ni lo sienten.
No así el hijo de la gracia; él conoce la experiencia descrita en el Salmo 139. Lleva consigo la convicción secreta de que el ojo de Dios lee cada pensamiento. Todo movimiento interior de orgullo y de justicia propia, de rebeldía, descontento, mal humor, inquietud, concupiscencia y desenfreno, siente en su interior que el ojo de Dios lo lee todo, lo nota todo, lo condena todo por Su justa ley, y que, por ser Él tan intrínsecamente puro, lo aborrece y lo detesta todo.
Así comprueba, entre “todas las cosas” que son pesadas y medidas en el tribunal interior de la conciencia según la norma infalible de la Palabra de verdad, la luz de la enseñanza del Espíritu y las operaciones del temor piadoso, que es pecador delante de Dios, y de un tinte más profundo y de un color más carmesí que cualquier otro transgresor, porque ve y conoce su propio corazón, que nadie más puede ver ni conocer. Sabe, en verdad, que muchos pueden haber pecado más profunda y groseramente en cuanto a los actos exteriores; pero siente que nadie puede haber pecado interiormente de manera más inmunda y continua que él; y esto le hace decir con Job: “De oídas Te había oído; mas ahora mis ojos Te ven. Por tanto me aborrezco, y me arrepiento en el polvo y en la ceniza” (Job 42:5, 6).
Al lector…
Quizá le alarme que el ojo de Dios lea cada pensamiento. Lo que sucede en las cámaras secretas de su corazón, el orgullo, la rebeldía, la concupiscencia que nadie ve, está descubierto delante de Él. El mundo se da por satisfecho mientras su vida exterior sea respetable, pero un hijo de la gracia no puede quedarse tranquilo con eso. Sabe: Él ve todos mis pasos.
¿Se siente usted, por eso, el primero de los pecadores, porque conoce su propio corazón como nadie más lo conoce? Entonces aborrézcase con Job en el polvo y en la ceniza, pero no olvide que este es el lenguaje de un alma que ha visto a Dios. El mismo Señor que le escudriña guardará a los mansos y los sostendrá en sus peligros. Traiga, pues, con sinceridad delante de Él todo lo que Su ojo ve en usted, y refúgiese en Él.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl