Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · gisteren
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

24 december Korenaren uit de volle oogst

Het is mij goed, dat ik verdrukt ben geweest, opdat ik uwe inzettingen leerde.
Psalm 119:71

Wij kunnen alles bezitten wat het vleselijke hart begeert; daardoor zullen wij alleen maar verharden in wereldsgezindheid en goddeloosheid. Maar het is veel beter naar lichaam en ziel onderworpen te worden; door bezoekingen gespeend en afgezonderd te worden van een goddeloze wereld; de behoefte aan Christus te voelen en te beseffen dat onze ziel zonder deel aan Zijn dierbaar bloed voor eeuwig verloren is. Hoeveel beter is het werkelijk om op een ziekbed van smart te liggen met hoop op Gods genade, dan aan onze eigen vleselijkheid en zorgeloosheid te worden overgelaten! Smart, van welke aard ook, is zwaar om te dragen, vooral wanneer wij beginnen te morren en te klagen onder de zwaarte van het kruis. Maar wanneer de Heere ons bezoekt, doet Hij dat in ernst en wil Hij het ons laten voelen. Er zijn strenge maatregelen nodig om ons te doen buigen, en een bezoeking zou geen bezoeking zijn als zij niet vol smart en leed was.

Maar wanneer de bezoeking ons leert de Heere te zoeken met een diep besef in de ziel dat niemand anders dan Hij kan redden en zaligmaken, en wanneer wij in oprechtheid en ernst naar Hem kunnen opzien, opdat Hij Zijn liefde en genade aan ons openbaart, dan zal Hij vroeg of laat verschijnen. De Heere, Die het hart doorzoekt, kent alle begeerten van het hart en luistert naar elke zucht, elk verlangen, elke innerlijke verzuchting. Hij kent onze toestand naar lichaam en ziel. Hij legt ons niet meer op dan wij kunnen dragen, en alles wat Hij van ons vraagt, kan Hij geven en geeft Hij ook. Maar heel vaak toeft Hij met komen, om ons daardoor te leren dat wij geen recht op Hem hebben en dat alles wat Hij ons schenkt, louter ontferming en genade is.

’t Is goed voor mij verdrukt te zijn geweest
opdat ik dus uw godd’lijk recht zou leren;
sinds heeft mijn hart voor hovaardij gevreesd.
Ai, doe mij steeds uw wil als heilig eren!
Ver boven goud en zilver en wat meest
de mens bekoort, zal ik uw wet waarderen.

Psalm 119:36

Aan de lezer…

Ligt u misschien op een ziekbed van smart, waarde lezer, of drukt de zwaarte van het kruis u zo dat u begint te morren en te klagen? Het is waar, smart is zwaar om te dragen, en wanneer de Heere bezoekt, doet Hij dat in ernst. Maar wat zou het u baten alles te bezitten wat het vleselijke hart begeert, en daarbij in zorgeloosheid te verharden en voor eeuwig verloren te gaan?

Leert de verdrukking u de Heere te zoeken, met het diepe besef dat niemand anders dan Hij kan redden? Dan is zij goed voor u. Hij Die het hart doorzoekt, hoort elke zucht en elk stil verlangen, en Hij legt u niet meer op dan u kunt dragen. Toeft Hij met komen, dan is dat opdat u leert dat u geen recht op Hem hebt en dat alles louter genade is. Maar wacht op Hem: vroeg of laat zal Hij verschijnen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

24 december 365 dagen met Philpot

De menselijke natuur van Christus

Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is de mensen gelijk geworden.
Filippensen 2:7

Een daad van vernedering van de eeuwige Zoon van God, toen Hij onze natuur aannam, was dat Hij de gestaltenis van een dienstknecht aannam. Sommigen worden als dienstknecht geboren, zoals Abraham driehonderdachttien geoefende knechten had die in zijn huis geboren waren (Gen. 14:14). Anderen worden door anderen tot dienstknecht gemaakt, hetzij als krijgsgevangenen (Deut. 21:10), hetzij doordat ze gekocht zijn (Lev. 25:44-46). Maar de gezegende Zoon van God nam de gestaltenis van een dienstknecht aan als een vrijwillige daad van genade, en niet alleen de gestalte, maar ook de werkelijkheid ervan. Want het woord gestaltenis betreft niet alleen Zijn uiterlijke omstandigheden toen Hij hier beneden was, maar ook de innerlijke onderwerping van Zijn ziel aan God.

Daarom zei de Vader in een profetie over Hem: „Ziet, Mijn Knecht, Dien Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Dewelken Mijn ziel een welbehagen heeft!” (Jes. 42:1), en tot Hem: „Gij zijt Mijn Knecht, Israël, door Welken Ik verheerlijkt zal worden” (Jes. 49:3). Hij werd van de moederschoot af tot een Knecht gevormd (Jes. 49:5), zodat Hij een Knecht werd op hetzelfde ogenblik dat Hij in de schoot van de maagd onze natuur met Zijn eigen goddelijke Persoon verenigde. Zo zegt de apostel het met de woorden van Psalm 40:7: „Gij hebt Mij de oren doorboord”, dat wil zeggen: „Gij hebt Mij tot Uw bereidwillige dienaar gemaakt”, met een zinspeling op Exodus 21:6; „Gij hebt Mij het lichaam toebereid” (Hebr. 10:5). Want door het toebereide lichaam aan te nemen werd Hij de bereidwillige dienaar van de Vader, naar Zijn eigen woorden: „Ik heb lust, o Mijn God! om Uw welbehagen te doen” (Ps. 40:9).

Lezen: Filippensen 2:1-11

Aan de lezer…

Misschien staat u er niet vaak bij stil Wie het was Die in de schoot van de maagd een Knecht werd. Niemand dwong Hem; Hij was niet als knecht geboren in het huis van een ander en niet gekocht als een slaaf. Uit vrije genade nam de eeuwige Zoon de gestaltenis van een dienstknecht aan, en niet alleen in de uiterlijke gestalte, maar met een hart dat lust had om het welbehagen van Zijn Vader te doen.

Voelt u uw eigen hart zo onwillig, zo traag en opstandig? Hier is een Knecht Die nooit onwillig was. Wat u niet kunt, heeft Hij volbracht; waar uw onderwerping tekortschiet, was de Zijne volkomen. In Hem heeft de ziel van de Vader een welbehagen. Vlucht dan niet weg van Hem omdat u zo arm bent, maar zie op Hem Die Zichzelven vernietigd heeft om mensen zoals u te dienen en te redden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

24 december Door Baca’s vallei

Heeft Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken der rechtvaardigheid, die wij gedaan hebben, maar naar Zijn barmhartigheid.
Titus 3:5

Om de barmhartigheid te zien zoals zij werkelijk is, moeten wij naar Golgotha. Het is niet genoeg de reinheid van God te stellen tegenover de onreinheid van de mens. Dat geeft ons wel enig zicht op wat de barmhartigheid moest zijn om de diepten van de val te kunnen bereiken: een zijdelingse blik op die uitnemende eigenschap. Maar om haar volkomen te zien schijnen over de verlosten, moeten wij door het geloof, onder het verborgen onderwijs en de leiding van de Heilige Geest, uitgaan om „Immanuël, God met ons” te zien, neergebogen in de hof van Gethsémané. Wij moeten Hem zien zoals Hij daar naakt aan het kruis hangt, zuchtend, bloedend, worstelend met de dood, stervend.

Wij moeten de Godheid en de mensheid zien, verenigd in de Persoon van de lijdende Jezus, en de kracht van de Godheid die de mensheid ondersteunt. Wij moeten dat wonderlijke schouwspel van liefde en bloed zien, en dan moeten onze ogen bij dat gezicht overvloeien van tranen van smart, van vernedering en berouw, om iets te kunnen begrijpen van de tedere barmhartigheid van God. Niets anders dan dit kan het hart van de zondaar werkelijk breken.

De wet als wet kan slechts verharden
de tijd wanneer zij werkt alleen.
Maar ’n toegepast gezicht op ’t lijden
smelt ’t hardste hart, al was ’t van steen.

De verschrikkingen van de wet, dood en oordeel, oneindige reinheid en eeuwige wraak zullen het hart van de zondaar niet vernederen of breken. Maar wanneer hij ertoe geleid wordt de lijdende Immanuël te zien, en hem een zoet bewijs in zijn geweten geschonken wordt dat dit lijden voor hem was, dan zal dat, en dat alleen, zijn hart vermurwen. Alleen door een zoet besef van liefde en bloed in het hart toont de gezegende Geest de zondaar dus iets van de diepten van de tedere barmhartigheid van God.

Aan de lezer…

Er zijn tijden dat u klaagt dat uw hart zo hard is, dat de verschrikkingen van de wet en de gedachte aan dood en oordeel het niet kunnen breken. U hebt het misschien lang geprobeerd met vrees en met goede voornemens, en het bleef als steen. Wees daarover niet verwonderd: de wet alleen kan slechts verharden. God heeft een andere weg om het hart van een zondaar te doen smelten.

Ga dan, als de Geest u leidt, naar Gethsémané en Golgotha. Zie daar Immanuël, God met ons, zuchtend, bloedend, stervend. Daar is de barmhartigheid in haar ware gestalte te zien, en zij reikt tot in de diepten van de val. Hij maakt niet zalig uit de werken die wij gedaan hebben, maar naar Zijn barmhartigheid. Bid dan om dat ene zoete bewijs in uw geweten, dat dit lijden voor u was; dat alleen kan doen wat niets anders vermag.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina