December 24
Het is mij goed, dat ik verdrukt ben geweest, opdat ik uwe inzettingen leerde.
Psalm 119:71
Wij mogen alles bezitten wat het vleselijke hart begeert; daardoor zullen wij slechts in wereldsgezindheid en goddeloosheid verharden. Maar naar lichaam en ziel onderworpen te zijn; door bezoekingen gespeend en afgescheiden van een goddeloze wereld; de behoefte aan Christus gevoelende, en dat zonder deel te hebben aan Zijn dierbaar bloed, met onze ziel voor eeuwig verloren zijn — hoeveel beter is het in werkelijkheid op een bed van smarte te liggen, met een hoop op Gods genade, dan aan onze eigen vleselijkheid en zorgeloosheid overgelaten te zijn! Smart, van welke aard ook, is zwaar om te dragen, en vooral als wij beginnen te morren en te klagen onder de zwaarte van het kruis; maar wanneer de Heere ons bezoekt, is het in ernst en wil Hij het ons doen gevoelen. Er zijn strenge maatregelen nodig om ons te doen bukken, en bezoeking zou geen bezoeking zijn zo zij niet vol was van smart en leed.
Maar wanneer de bezoeking ons leert de Heere te zoeken met een diep gevoel in de ziel dat niemand dan Hij kan redden en zaligen, en wij in oprechtheid en ernst tot Hem kunnen opzien, opdat Hij Zijn liefde en genade aan ons openbare, dan zal Hij vroeger of later verschijnen. De Heere, Die het hart doorzoekt, kent al de begeerten van het hart en luistert naar elke zucht, elk verlangen, elke inwendige verzuchting. Hij kent onze toestand naar lichaam en ziel, en Hij legt ons niet meer op dan wij kunnen dragen, maar kan alles wat Hij van ons verlangt, geven en geeft het ook. Maar zeer dikwijls toeft Hij te komen, opdat Hij ons daardoor moge leren dat wij geen recht op Hem hebben, en dat alles wat Hij ons schenkt, loutere ontferming en genade is.
’t Is goed voor mij verdrukt te zijn geweest
opdat ik dus uw godd’lijk recht zou leren;
sinds heeft mijn hart voor hovaardij gevreesd.
Ai, doe mij steeds uw wil als heilig eren!
Ver boven goud en zilver en wat meest
de mens bekoort, zal ik uw wet waarderen.
Psalm 119:36
Aan de lezer…
Ligt u misschien op een bed van smarte, waarde lezer, of drukt de zwaarte van het kruis u zo dat u begint te morren en te klagen? Het is waar, smart is zwaar om te dragen, en wanneer de Heere bezoekt, doet Hij het in ernst. Maar wat zou het u baten alles te bezitten wat het vleselijke hart begeert, en daarbij in zorgeloosheid te verharden en voor eeuwig verloren te gaan?
Leert de verdrukking u de Heere te zoeken, met het diepe gevoel dat niemand dan Hij kan redden? Dan is zij u goed. Hij Die het hart doorzoekt, hoort elke zucht en elk stil verlangen, en Hij legt u niet meer op dan u dragen kunt. Toeft Hij te komen, dan is het opdat u leert dat u geen recht op Hem hebt en dat alles loutere genade is. Maar wacht op Hem: vroeger of later zal Hij verschijnen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Het is mij goed, dat ik verdrukt ben geweest, opdat ik uwe inzettingen leerde.
Psalm 119:71
Wij kunnen alles bezitten wat het vleselijke hart begeert; daardoor zullen wij alleen maar verharden in wereldsgezindheid en goddeloosheid. Maar het is veel beter naar lichaam en ziel onderworpen te worden; door bezoekingen gespeend en afgezonderd te worden van een goddeloze wereld; de behoefte aan Christus te voelen en te beseffen dat onze ziel zonder deel aan Zijn dierbaar bloed voor eeuwig verloren is. Hoeveel beter is het werkelijk om op een ziekbed van smart te liggen met hoop op Gods genade, dan aan onze eigen vleselijkheid en zorgeloosheid te worden overgelaten! Smart, van welke aard ook, is zwaar om te dragen, vooral wanneer wij beginnen te morren en te klagen onder de zwaarte van het kruis. Maar wanneer de Heere ons bezoekt, doet Hij dat in ernst en wil Hij het ons laten voelen. Er zijn strenge maatregelen nodig om ons te doen buigen, en een bezoeking zou geen bezoeking zijn als zij niet vol smart en leed was.
Maar wanneer de bezoeking ons leert de Heere te zoeken met een diep besef in de ziel dat niemand anders dan Hij kan redden en zaligmaken, en wanneer wij in oprechtheid en ernst naar Hem kunnen opzien, opdat Hij Zijn liefde en genade aan ons openbaart, dan zal Hij vroeg of laat verschijnen. De Heere, Die het hart doorzoekt, kent alle begeerten van het hart en luistert naar elke zucht, elk verlangen, elke innerlijke verzuchting. Hij kent onze toestand naar lichaam en ziel. Hij legt ons niet meer op dan wij kunnen dragen, en alles wat Hij van ons vraagt, kan Hij geven en geeft Hij ook. Maar heel vaak toeft Hij met komen, om ons daardoor te leren dat wij geen recht op Hem hebben en dat alles wat Hij ons schenkt, louter ontferming en genade is.
’t Is goed voor mij verdrukt te zijn geweest
opdat ik dus uw godd’lijk recht zou leren;
sinds heeft mijn hart voor hovaardij gevreesd.
Ai, doe mij steeds uw wil als heilig eren!
Ver boven goud en zilver en wat meest
de mens bekoort, zal ik uw wet waarderen.
Psalm 119:36
Aan de lezer…
Ligt u misschien op een ziekbed van smart, waarde lezer, of drukt de zwaarte van het kruis u zo dat u begint te morren en te klagen? Het is waar, smart is zwaar om te dragen, en wanneer de Heere bezoekt, doet Hij dat in ernst. Maar wat zou het u baten alles te bezitten wat het vleselijke hart begeert, en daarbij in zorgeloosheid te verharden en voor eeuwig verloren te gaan?
Leert de verdrukking u de Heere te zoeken, met het diepe besef dat niemand anders dan Hij kan redden? Dan is zij goed voor u. Hij Die het hart doorzoekt, hoort elke zucht en elk stil verlangen, en Hij legt u niet meer op dan u kunt dragen. Toeft Hij met komen, dan is dat opdat u leert dat u geen recht op Hem hebt en dat alles louter genade is. Maar wacht op Hem: vroeg of laat zal Hij verschijnen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
It is good for me that I have been afflicted; that I might learn Thy statutes.
Psalm 119:71
We may have everything naturally that the carnal heart desires, and only be hardened thereby into worldliness and ungodliness. But to be brought down in body and soul, to be weaned and separated from an ungodly world by affliction sanctified and made spiritually profitable—to be brought to feel our need of Christ, and that without a saving interest in His precious blood our soul must be forever lost—how much better it is really and truly, to be laid on a bed of affliction, with a hope in God’s mercy, than to be left to our own carnality and thoughtlessness.
Affliction of any kind is very hard to bear, and especially so when we begin to murmur and fret under the weight of the cross; but when the Lord afflicts it is in good earnest; He means to make us feel. Strong measures are required to bring us down; and affliction would not be affliction, unless it were full of grief and sorrow. But when affliction makes us seek the Lord with a deep feeling in the soul that none but Himself can save or bless, and we are enabled to look up unto Him, with sincerity and earnestness, that He would manifest His love and mercy to our heart, He will appear sooner or later.
The Lord, Who searches the heart, knows all the real desire of the soul, and can and does listen to a sigh, a desire, a breath of supplication within. He knows our state, both of body and soul, and is not a hard taskmaster to require what we cannot give, or lay upon us more than we can bear. But very often He delays to appear, that He may teach us thereby we have no claim upon Him, and that anything granted is of His pure compassion and grace.
To the reader…
Are you perhaps lying on a bed of affliction, dear reader, or does the weight of the cross press on you so that you begin to murmur and complain? It is true, affliction is heavy to bear, and when the Lord afflicts, He does it in good earnest. But what would it profit you to possess all that the carnal heart desires, and to be hardened by it into thoughtlessness and to be lost forever?
Does affliction teach you to seek the Lord, with a deep sense that no one but He can save? Then it is good for you. He Who searches the heart hears every sigh and every silent desire, and He lays no more on you than you can bear. If He delays His coming, it is so that you may learn that you have no claim on Him and that everything is pure grace. But wait for Him: sooner or later He will appear.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Bueno me es haber sido humillado, para que aprenda Tus estatutos.
Salmo 119:71
Podemos tener naturalmente todo lo que desea el corazón carnal, y solo ser endurecidos por ello en la mundanalidad y la impiedad. Pero ser abatidos en cuerpo y alma, ser destetados y separados de un mundo impío por la aflicción santificada y hecha espiritualmente provechosa; ser llevados a sentir nuestra necesidad de Cristo, y que sin un interés salvador en Su preciosa sangre nuestra alma estará perdida para siempre: ¡cuánto mejor es, real y verdaderamente, ser puestos en un lecho de aflicción, con una esperanza en la misericordia de Dios, que ser dejados a nuestra propia carnalidad e irreflexión!
La aflicción de cualquier clase es muy dura de soportar, y especialmente cuando comenzamos a murmurar y a inquietarnos bajo el peso de la cruz; pero cuando el Señor aflige, lo hace en serio; quiere hacernos sentir. Se requieren medidas fuertes para abatirnos; y la aflicción no sería aflicción si no estuviera llena de pena y de dolor. Pero cuando la aflicción nos hace buscar al Señor con un sentimiento profundo en el alma de que nadie sino Él puede salvar o bendecir, y somos capacitados para mirar a Él con sinceridad y fervor, para que manifieste Su amor y Su misericordia a nuestro corazón, Él aparecerá tarde o temprano.
El Señor, que escudriña el corazón, conoce todo el deseo verdadero del alma, y puede escuchar, y escucha, un suspiro, un deseo, un aliento de súplica interior. Conoce nuestro estado, tanto del cuerpo como del alma, y no es un capataz duro que exija lo que no podemos dar, o que ponga sobre nosotros más de lo que podemos llevar. Pero muy a menudo tarda en aparecer, para enseñarnos con ello que no tenemos ningún derecho sobre Él, y que todo lo que se nos concede es de Su pura compasión y gracia.
Al lector…
¿Está usted quizá en un lecho de aflicción, querido lector, o le oprime el peso de la cruz de tal modo que comienza a murmurar y a quejarse? Es verdad, la aflicción es pesada de llevar, y cuando el Señor aflige, lo hace en serio. Pero ¿de qué le aprovecharía poseer todo lo que desea el corazón carnal, ser endurecido por ello en la irreflexión y perderse para siempre?
¿Le enseña la aflicción a buscar al Señor, con un sentido profundo de que nadie sino Él puede salvar? Entonces le es buena. Aquel que escudriña el corazón oye cada suspiro y cada deseo silencioso, y no pone sobre usted más de lo que puede llevar. Si tarda en venir, es para que aprenda que no tiene ningún derecho sobre Él y que todo es pura gracia. Pero espérele: tarde o temprano Él aparecerá.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl