Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

23 oktober Korenaren uit de volle oogst

Ik ellendig mens!
Romeinen 7:24a

Een gevoel zoals dat waaronder de apostel zuchtte, wordt ook door de levendgemaakte kinderen van God ervaren. Geloofd zij de Naam van de Allerhoogste, dat Hij het hem ingaf zijn bevinding op te schrijven, zodat wij erdoor getroost en verlicht zouden worden. Wat zouden wij anders gedacht hebben? Wij zouden zo hebben geredeneerd: „Hier is een apostel, volmaakt heilig, altijd hemelsgezind, die dus het beeld van Christus in zich draagt, die voortdurend leeft tot verheerlijking van God en voortdurend in gemeenschap met Hem leeft!” Wij zouden hem als een volmaakt heilige beschouwd hebben als hij ons niet had verteld wat hij was. En als wij hem zo als een volmaakt heilige beschouwd hadden, zouden wij een wanhopige blik in onze eigen boezem geslagen hebben en daar zo’n ontzettende tegenstelling gezien hebben, dat wij eraan zouden wanhopen ooit gered te zijn!

Maar wanneer de ziel de zielenstrijd van de apostel ziet en in enige mate hetzelfde in haar eigen boezem voelt, wordt zij aangemoedigd en gesterkt, en wordt zij ertoe gebracht te geloven dat dit de weg is die de heiligen is aangewezen om te gaan. Wees ervan verzekerd: als u nooit uit de diepte van uw ziel hebt uitgeroepen: „O, ik ellendig mens!”, dan bent u dood in de zonde, of dood in een belijdenis. Als schuldgevoel, ellende en veroordeling u nooit gedrongen hebben dit uit de grond van uw hart te roepen, reken er dan op dat het leven en de kracht van God niet in uw ziel zijn. Maar als die kreet van tijd tot tijd aan uw ziel werd ontwrongen, dan hebt u een getuigenis dat dezelfde Heere Die Paulus onderwees, ook u onderwijst.

’t Is niet alleen dit kwaad, dat roept om straf,
neen, ’k ben in ongerechtigheid geboren.
Mijn zonde maakt mij ’t voorwerp van Uw toorn
reeds van het uur van mijn ontvang’nis af.
Zie, Gij hebt lust tot waarheid in ’t gemoed,
Gij, Heer, Die weet al wat ik heb misdreven;
Gij, Die mijn geest met wijsheid hadt gevoed
en in mijn ziel Uw godd’lijk licht gegeven.

Ps. 51:3

Aan de lezer…

Wanneer u soms schrikt van uw eigen hart en in uw boezem zoveel ellende ziet dat u gaat vrezen dat u nooit gered bent, lees dan nog eens deze kreet van de apostel: „Ik ellendig mens!” Hij was geen volmaakt heilige die zonder strijd naar de hemel ging, maar een levendgemaakte zondaar die zuchtte onder hetzelfde gevoel als u. Geloofd zij de Naam van de Allerhoogste, dat Hij het hem ingaf dit op te schrijven tot troost van Zijn bestreden kinderen.

Zo’n kreet, uit de grond van het hart ontwrongen, is geen teken van dood, maar van leven. Een dode belijder roept zo niet. Wordt die zucht dan van tijd tot tijd ook aan uw ziel ontwrongen, laat hij u dan niet van Hem wegdrijven, maar naar Hem uitdrijven. Dezelfde Heere Die Paulus onderwees, onderwijst ook u. Hij leert de Zijnen eerst hun ellende kennen, zodat zij Zijn genade zouden leren waarderen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

23 oktober 365 dagen met Philpot

Mijn hoop is op U

En nu, wat verwacht ik, o Heere? Mijn hoop, die is op U.
Psalm 39:8

Wat wil een waarlijk verwachtende ziel hebben? Het onderwijs van God de Heilige Geest. Wanneer we geheel van onszelf ontledigd zijn, wanneer blijkt dat onze kennis onwetendheid is, onze gerechtigheid vuile vodden en onze sterkte zwakheid, dan beginnen we te verlangen naar het onderwijs van de gezegende Geest. We moeten gelouterd en beproefd worden voordat we de schatten van de genade kunnen waarderen en ontvangen. Wanneer onze ziel goed geoefend en beproefd is, beginnen we te verlangen naar het onderwijs van de Heilige Geest. Dan verlangen we dat Hij de liefde van God in onze ziel uitstort, ons bezoekt en leidt, ons overschaduwt met Zijn heilige tegenwoordigheid en Zijn verborgen zalving in ons hart laat druppelen.

Voordat we zover gekomen zijn, kennen we de Persoon van de Heilige Geest niet. We hebben in ons geweten geen besef dat Hij God is; we kunnen Hem niet aanbidden en verheerlijken als de derde Persoon in de gezegende Godheid. Maar wanneer we op het punt gekomen zijn dat we niets weten zonder Zijn onderwijs, niets ervaren zonder dat Hij het gegeven heeft, en niets zijn zonder dat Hij het gemaakt heeft, dan snakken we naar Zijn onderwijs en leiding. Dan zijn we ertoe gebracht om in heilige aanbidding en zachte stilte te wachten, totdat de dauw en zalving van de Geest op ons geweten neerdalen.

Zo’n ziel wil ook Gods wil kennen en doen. Van nature verlangen we er niet naar de wil van God te kennen; of als we die kennen, verlangen we er niet naar hem te doen. Want die wil staat tegenover de onze. Zijn wil is geestelijk, de onze vleselijk; Zijn wil is heilig, de onze onheilig; Zijn wil is zuiver, maar de onze is afkerig van al het goede. Daarom kunnen we van nature de wil van God niet kennen en doen. Maar wanneer Hij Jezus dierbaar en kostbaar voor ons maakt en ons hart tot Zich opheft, dan willen we de wil van God kennen, en niet alleen die wil kennen, maar hem ook doen wanneer we hem kennen.

Lezen: Johannes 14:15-31

Aan de lezer…

Soms wordt uw kennis u tot onwetendheid, uw gerechtigheid tot vuile vodden en uw sterkte tot zwakheid. Dat is een pijnlijke weg, maar geen verloren weg. Zo maakt de Heere in de ziel plaats voor het onderwijs van Zijn Geest. Wie niets meer weet zonder Hem en niets meer is zonder Hem, leert eindelijk wachten in stilte en aanbidding, totdat Zijn dauw en zalving neerdalen.

En merkt u dat uw wil van nature tegen Gods wil ingaat, dat uw hart vleselijk is waar Zijn wil geestelijk, heilig en zuiver is? Wanhoop daar niet over. Laat het u veeleer uitdrijven naar Hem, Die Jezus dierbaar en kostbaar kan maken voor uw ziel. Waar Hij dat doet, wordt het hart naar Hem opgeheven, en dan wordt het een lust om Zijn wil niet alleen te kennen, maar ook te doen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

23 oktober Door Baca’s vallei

Tot Hem zal men komen.
Jesaja 45:24

De Heere heeft een onvoorwaardelijke belofte gegeven, namelijk deze: „In de Heere zal gerechtvaardigd worden en zich beroemen het ganse zaad Israëls.” En niet minder wordt eraan toegevoegd: „Tot Hem zal men komen.” Wie geeft hun de wil en de macht om te komen? De Vader Zelf, overeenkomstig de eigen woorden van de Heere: „Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke.” Maar zal de Vader alle uitverkoren vaten van de barmhartigheid tot Jezus trekken? Zeker zal Hij dat doen, want de Heere voegt eraan toe: „Gelijk geschreven is in de profeten: En zij zullen allen van God geleerd zijn. Een iegelijk dan, die het van de Vader gehoord en geleerd heeft, die komt tot Mij” (Joh. 6:45).

Iedere daad van het geloof waardoor u op Jezus ziet, is een komen. Iedere straal van hoop in Zijn bloed is een komen. Iedere zucht, elk gebed of elke traan, elk oprecht berouw, iedere uitgaande begeerte van een verbroken hart: dit alles is een komen. Misschien bent u niet in staat u zo volledig als u zou wensen te verzekeren van een aandeel in het eerste deel van de belofte: „Gewisselijk, in de Heere heb ik gerechtigheid en sterkte.” Toch is er dan door een Goddelijke kracht een verborgen komen in uw ziel gewerkt, waardoor u aantoonbaar deel hebt aan het tweede deel: „Tot Hem zal men komen.”

Wij kunnen niet komen tenzij wij getrokken worden. „Trek mij,” zegt de bruid, „en wij zullen U nalopen” (Hooglied 1:4). „De Heere is mij verschenen van verre tijden: Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid.” Als wij getrokken worden, dan komen wij, en dan moeten wij komen. Het is goed om te komen. Zelfs zij die al ontvangen hebben, moeten voortdurend komen; wij krijgen niets dan door te komen.

Ons dagelijks leven, als een leven van geloof en hoop, is een leven van komen. Ons aanhoudend gebed is een aanhoudend komen, want de taal van de kerk is steeds: „En de Geest en de bruid zeggen: Kom; en die dorst heeft, kome, en die wil, neme het water des levens om niet.” Zo moeten wij altijd komen, om op elk moment iets te ontvangen. En alles wat ons doet komen, draagt een wezenlijke zegen in zich. U zult niet tevergeefs komen, wie of wat u ook bent. „Want die tot Mij komt,” zegt de Heere Zelf, „die zal Ik geenszins uitwerpen.”

Aan de lezer…

U die niet durft te zeggen: „In de Heere heb ik gerechtigheid en sterkte,” en uw aandeel in Hem niet zo vast kunt stellen als u wel zou wensen, zie dan op het tweede deel van de belofte: „Tot Hem zal men komen.” Iedere zucht, iedere traan, iedere straal van hoop in Zijn bloed, iedere begeerte van een verbroken hart is een komen. En wie zo komt, is getrokken, want niemand kan tot Hem komen tenzij de Vader hem trekt.

Blijf dan komen, niet één keer, maar dagelijks; want wij krijgen niets dan door te komen. Komt u met lege handen, met een schuldig geweten, met een hart dat nauwelijks weet wat het bidden moet: u zult niet tevergeefs komen, wie of wat u ook bent. Hij Zelf heeft het gezegd, en Hij liegt niet: „Die tot Mij komt, die zal Ik geenszins uitwerpen.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina