23 de octubre
Ik ellendig mens!
Romeinen 7:24a
Zulk een gevoel als dat waaronder de apostel zuchtte, wordt door de levendgemaakte kinderen Gods ondervonden. Geloofd zij de Naam des Allerhoogsten, dat Hij het hem ingaf zijn bevinding te boek te stellen, opdat wij erdoor zouden worden getroost en verlicht. Wat zouden wij anders gedacht hebben? Wij zouden aldus hebben geredeneerd: „Hier is een apostel, volmaakt heilig, steeds hemelsgezind, mitsdien het beeld van Christus in zich hebbende, voortdurend levende tot verheerlijking Gods, en voortdurend in gemeenschap met Hem levende!” Wij zouden hem beschouwd hebben als een volmaakt heilige, zo hij ons niet gezegd had wat hij was; en hem dan als een volmaakt heilige beschouwd hebbende, zouden wij onze wanhopige blik in onze eigen boezem geslagen en zulk een ontzettende tegenstelling gezien hebben, dat wij eraan zouden wanhopen ooit gered te zijn geworden!
Maar de zielenstrijd des apostels ziende, en enigermate hetzelfde in onze eigen boezem gevoelende, wordt de ziel aangemoedigd, gesterkt en geleid te geloven dat dit de wet is die de heiligen is aangewezen te bewandelen. Wees verzekerd dat, zo gij nooit uit de diepte uwer ziel hebt uitgeroepen: „O, ik ellendig mens!”, gij dood zijt in zonde, of dood in een belijdenis. Indien schuldgevoel, ellende en veroordeling u nooit gedrongen hebben dat uit de grond van uw hart te roepen, maak er staat op dat het leven en de kracht Gods niet in uw ziel is. Maar zo van tijd tot tijd die kreet aan uw ziel werd ontperst, hebt gij een getuigenis dat dezelfde Heere, Die Paulus onderwees, ook u onderwijst.
’t Is niet alleen dit kwaad, dat roept om straf,
neen, ’k ben in ongerechtigheid geboren.
Mijn zonde maakt mij ’t voorwerp van Uw toorn
reeds van het uur van mijn ontvang’nis af.
Zie, Gij hebt lust tot waarheid in ’t gemoed,
Gij, Heer, Die weet al wat ik heb misdreven;
Gij, Die mijn geest met wijsheid hadt gevoed
en in mijn ziel Uw godd’lijk licht gegeven.
Ps. 51:3
Aan de lezer…
Wanneer u soms schrikt van uw eigen hart en in uw boezem zoveel ellende ziet dat u gaat vrezen dat u nooit gered bent, lees dan nog eens deze kreet van de apostel: „Ik ellendig mens!” Hij was geen volmaakt heilige die zonder strijd ten hemel voer, maar een levendgemaakt zondaar die zuchtte onder hetzelfde gevoel als u. Geloofd zij de Naam des Allerhoogsten, dat Hij het hem ingaf dit op te schrijven tot troost van Zijn bestreden kinderen.
Zulk een kreet, uit de grond van het hart ontperst, is geen teken van dood, maar van leven. Een dode belijder roept zo niet. Wordt dan van tijd tot tijd die zucht ook aan uw ziel ontwrongen, laat hij u niet wegdrijven, maar uitdrijven tot Hem. Dezelfde Heere, Die Paulus onderwees, onderwijst ook u; en Hij leert de Zijnen eerst hun ellende kennen, opdat zij Zijn genade zouden leren waarderen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Ik ellendig mens!
Romeinen 7:24a
Een gevoel zoals dat waaronder de apostel zuchtte, wordt ook door de levendgemaakte kinderen van God ervaren. Geloofd zij de Naam van de Allerhoogste, dat Hij het hem ingaf zijn bevinding op te schrijven, zodat wij erdoor getroost en verlicht zouden worden. Wat zouden wij anders gedacht hebben? Wij zouden zo hebben geredeneerd: „Hier is een apostel, volmaakt heilig, altijd hemelsgezind, die dus het beeld van Christus in zich draagt, die voortdurend leeft tot verheerlijking van God en voortdurend in gemeenschap met Hem leeft!” Wij zouden hem als een volmaakt heilige beschouwd hebben als hij ons niet had verteld wat hij was. En als wij hem zo als een volmaakt heilige beschouwd hadden, zouden wij een wanhopige blik in onze eigen boezem geslagen hebben en daar zo’n ontzettende tegenstelling gezien hebben, dat wij eraan zouden wanhopen ooit gered te zijn!
Maar wanneer de ziel de zielenstrijd van de apostel ziet en in enige mate hetzelfde in haar eigen boezem voelt, wordt zij aangemoedigd en gesterkt, en wordt zij ertoe gebracht te geloven dat dit de weg is die de heiligen is aangewezen om te gaan. Wees ervan verzekerd: als u nooit uit de diepte van uw ziel hebt uitgeroepen: „O, ik ellendig mens!”, dan bent u dood in de zonde, of dood in een belijdenis. Als schuldgevoel, ellende en veroordeling u nooit gedrongen hebben dit uit de grond van uw hart te roepen, reken er dan op dat het leven en de kracht van God niet in uw ziel zijn. Maar als die kreet van tijd tot tijd aan uw ziel werd ontwrongen, dan hebt u een getuigenis dat dezelfde Heere Die Paulus onderwees, ook u onderwijst.
’t Is niet alleen dit kwaad, dat roept om straf,
neen, ’k ben in ongerechtigheid geboren.
Mijn zonde maakt mij ’t voorwerp van Uw toorn
reeds van het uur van mijn ontvang’nis af.
Zie, Gij hebt lust tot waarheid in ’t gemoed,
Gij, Heer, Die weet al wat ik heb misdreven;
Gij, Die mijn geest met wijsheid hadt gevoed
en in mijn ziel Uw godd’lijk licht gegeven.
Ps. 51:3
Aan de lezer…
Wanneer u soms schrikt van uw eigen hart en in uw boezem zoveel ellende ziet dat u gaat vrezen dat u nooit gered bent, lees dan nog eens deze kreet van de apostel: „Ik ellendig mens!” Hij was geen volmaakt heilige die zonder strijd naar de hemel ging, maar een levendgemaakte zondaar die zuchtte onder hetzelfde gevoel als u. Geloofd zij de Naam van de Allerhoogste, dat Hij het hem ingaf dit op te schrijven tot troost van Zijn bestreden kinderen.
Zo’n kreet, uit de grond van het hart ontwrongen, is geen teken van dood, maar van leven. Een dode belijder roept zo niet. Wordt die zucht dan van tijd tot tijd ook aan uw ziel ontwrongen, laat hij u dan niet van Hem wegdrijven, maar naar Hem uitdrijven. Dezelfde Heere Die Paulus onderwees, onderwijst ook u. Hij leert de Zijnen eerst hun ellende kennen, zodat zij Zijn genade zouden leren waarderen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
O wretched man that I am!
Romans 7:24
These feelings which the Apostle groaned under are experienced by all the quickened family. Blessed then be the Name of God most High, that He inspired him to trace out and leave upon record his experience, that we might derive comfort and relief from it. What would we otherwise have thought? We would have reasoned thus—‘Here is an apostle perfectly holy, perpetually heavenly-minded, having nothing but the image of Christ in him, continually living to the Lord’s glory, and unceasingly enjoying communion with Him!’
We would have viewed him as a perfect saint, if he had not told us what he was; and then, having viewed him as a perfect saint, we would have turned our desponding eyes into our own bosom, and seen such a dreadful contrast, that we would despair of ever being saved at all! But seeing the soul conflict which the Apostle passed through, and feeling a measure of the same in our own bosom, it encourages, supports, and leads the soul on to believe that this is the way in which the saints are called to travel, however rough, rugged, and perplexing it may be to them.
Be assured, then, if you have never cried out from the depths of your soul, “O wretched man that I am!” you are dead in sin, or dead in a profession. If internal guilt, misery, and condemnation never forced that cry from your bosom, depend upon it, the life and power of God is not in your soul. But if there has been, and still is, from time to time, this cry in your breast, forced out of it by the pressure of sin and guilt, you have a testimony that the same Lord Who taught Paul is teaching you.
To the reader…
When you are sometimes startled by your own heart and see so much misery in your bosom that you begin to fear you have never been saved, read once more this cry of the apostle: “O wretched man that I am!” He was not a perfect saint who went to heaven without a conflict, but a quickened sinner who groaned under the same feeling as you. Blessed be the Name of the Most High, that He moved him to write this down for the comfort of His tried children.
Such a cry, wrung from the depths of the heart, is no sign of death, but of life. A dead professor does not cry out like that. If that groan is wrung from your soul from time to time as well, let it not drive you away from Him, but out after Him. The same Lord Who taught Paul is teaching you. He first teaches His own to know their misery, so that they may learn to value His grace.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
¡Miserable hombre de mí!
Romanos 7:24
Estos sentimientos bajo los cuales gemía el apóstol los experimenta toda la familia vivificada. Bendito sea, pues, el Nombre del Dios Altísimo, que le inspiró a trazar y dejar por escrito su experiencia, para que nosotros sacáramos de ella consuelo y alivio. ¿Qué habríamos pensado de otro modo? Habríamos razonado así: ‘¡He aquí un apóstol perfectamente santo, de mente perpetuamente celestial, que no tiene en sí más que la imagen de Cristo, que vive continuamente para la gloria del Señor y goza sin cesar de comunión con Él!’.
Le habríamos considerado un santo perfecto si no nos hubiera dicho lo que era; y entonces, habiéndole considerado un santo perfecto, habríamos vuelto nuestros ojos abatidos a nuestro propio pecho y habríamos visto un contraste tan terrible que desesperaríamos de ser salvos jamás. Pero al ver el conflicto del alma por el que pasó el apóstol, y al sentir una medida del mismo en nuestro propio pecho, esto anima, sostiene y conduce al alma a creer que este es el camino por el que los santos son llamados a andar, por áspero, escabroso y desconcertante que les resulte.
Tenga por seguro, pues, que si nunca ha clamado desde lo profundo de su alma: “¡Miserable hombre de mí!”, está muerto en el pecado, o muerto en una profesión. Si la culpa, la miseria y la condenación interiores nunca arrancaron ese clamor de su pecho, tenga por cierto que la vida y el poder de Dios no están en su alma. Pero si ha habido, y todavía hay de vez en cuando, este clamor en su pecho, arrancado de él por la presión del pecado y de la culpa, tiene usted un testimonio de que el mismo Señor que enseñó a Pablo le está enseñando a usted.
Al lector…
Cuando a veces se espanta usted de su propio corazón y ve tanta miseria en su pecho que empieza a temer que nunca ha sido salvo, lea otra vez este clamor del apóstol: “¡Miserable hombre de mí!”. No era un santo perfecto que fue al cielo sin lucha, sino un pecador vivificado que gemía bajo el mismo sentir que usted. Bendito sea el Nombre del Altísimo, que le movió a escribir esto para consuelo de Sus hijos probados.
Tal clamor, arrancado de lo profundo del corazón, no es señal de muerte, sino de vida. Un profesante muerto no clama así. Si también de su alma se arranca ese gemido de vez en cuando, que no le aleje de Él, sino que le haga ir tras Él. El mismo Señor que enseñó a Pablo le está enseñando a usted. Él enseña primero a los Suyos a conocer su miseria, para que aprendan a estimar Su gracia.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl